De Heilige Koran

De betekenis van Al-Koran

Al-Koran is de naam van het heilige geschrift van de Moslims. Veertien honderd jaar geleden werd hij aan de Heilige Profeet Mohammad (vzmh) te Makkah en te Madinah geopenbaard.

Al-Koran betekent: lezen of verkondigen. Deze naam dus geeft aan, dat hierin een grote profetie verborgen ligt, nl. dat dit boek altijd gelezen en verkondigd zal worden. Deze benaming geschiedde ook door de openbaring, zoals wij in de Koran lezen: “Bal Howa Koran-om-Madjied”, d.i. de verheven Koran.(85:22)

Andere namen van de Koran.

Er zijn nog andere namen waarmee de Koran wordt aangeduid, bijvoorbeeld:

Annoer          = het licht
Azzikr            = de vermaning of aanzien of iets wat anderen tot aanzien brengt
Tazkirah       = het advies
Alborhaan    = het bewijs
Al-forqaan    = het onderscheid
Asjsjifa          = de genezing of het geneesmiddel
Al-Hidajat    = de leidraad
Al-Hikmat    = de wijsheid
Al-Kitab        = het boek.

Deze benamingen zijn gekozen naar de uitwerking en de invloed welke van de Koran uitgaat.
Hij is het geestelijk licht waarmede de mens zijn weg kan volgen in de duisternis van de wereld.
Hij is een vermaning omdat hij ons aan onze plicht herinnert.
Hij is het advies, omdat hij ons advies geeft omtrent onze aange­legenheden en ons helpt om onze problemen op te lossen.
Hij is bewijs; want hij bewijst zijn Goddelijke oorsprong op grond van logica en weten­schap.
Hij is het Onderscheid; want hij maakt onderscheid tussen waarheid en leugen en laat duidelijk uitkomen wat waarheid is.
Hij is de Genezing; want hij geneest de kwalen van de ziel, hij maakt individu en gemeenschap gezond.
Hij is de Leidraad; want hij dient als gids en leidsman wanneer men in moeilijkheden is ge­raakt.
Hij is de Wijsheid; want alles wat hij leert is gebaseerd op wijsheid en hij schenkt de lezers wijsheid en kennis.
Tenslotte is hij het Boek; want hij omvat alle soort leringen die de mensheid nodig heeft.

DE AARD VAN DE KORAN

De aard van de Koran is geheel anders dan die van de andere heilige boeken van de mensheid, die meestal niet meer zijn dan een soort levensbeschrijving, waarin het woord Gods, het woord van de betrokken profeet en de gedachten van de schrijvers of samenstel­lers door elkaar zijn geraakt. In tegenstelling met deze boeken omvat de Heilige Koran uitsluitend Gods woord, en de woorden of gezeg­den van de profeet hebben daaraan geen deel.

De Heilige Koran is ook niet het woord Gods in de zin dat de Heilige Profeet (vzmh) gedachten gekregen zou hebben door inge­ving, en dat hij deze gedachten in zijn woorden zou hebben weerge­geven. Integendeel, dit zijn rechtstreeks de zuivere woorden van de Alwetende. De Koran bevestigt deze bewering, want er wordt gezegd:

“De openbaring van dit is van Allah, de Machtige, de Wijze.” 39:2. “Voorzeker Wij hebben de Zikr geopenbaard, en Wij zullen er de Bewaker van zijn.” 15:10.

“Gezegend is Hij, die de Koran aan Zijn dienaar heeft neder gezonden, opdat hij een waarschuwer moge zijn voor alle volkeren.” 25:2.

“De openbaring van dit boek is van Allah, de Almachtige, de Alwijze.” 45:3, 46:3.

“In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle. De Barmhartige heeft de Koran onderwezen. hij heeft de mens geschapen en heeft hem de uiteenzetting (ervan) geleerd.” 55:1-5.

“Alle lof behoort aan Allah, Die het Boek aan Zijn dienaar geopen­baard heeft, gaaf en volmaakt.” 18:2.

“Dit is een volmaakt Boek, dat aan u is geopenbaard – laat er daarom in uw hart geen twijfel zijn om er mede te waarschuwen – dit is een aanmaning voor de gelovigen. Volgt hetgeen u van uw Heer is nedergezonden en volgt geen andere vrienden, dan Hem. Hoe gering is de lering die gij trekt.” 7:3-4.

ZUIVERHEID VAN DE TEKST

Zoals de Koran veertien honderd jaar geleden werd geopenbaard, is hij tot ons gekomen zonder enige wijziging in zijn tekst te hebben ondergaan. En hij zal altijd vrij blijven van alle mense­lijke inmengingen, want God, Die dit boek heeft geopenbaard, heeft ook beloofd dat dit boek te allen tijde geldig zal blijven en bewaard in zijn oorspronkelijke vorm. Dit is gebeurd, omdat de Koran bestemd is voor de hele mensheid en voor alle tijden. Een boek met een zodanig universeel karakter moet het vermogen bezit­ten zijn zuiverheid te kunnen handhaven.

HOE WERDEN DE OPENBARINGEN BEWAARD?

Hoe dit mogelijk is geweest wordt duidelijk, indien wij de tijd waarin de Koran werd geopenbaard, aan een beschouwing onderwer­pen. De openbaring geschiedde in de vorm van een stem, er werden dus woorden aan de Profeet (vzmh) medegedeeld. De Heilige Profeet (vzmh) ontving nu de woorden, die hij aan zijn volgelingen doorgaf, en men prentte deze woorden onmiddellijk in het geheugen.

De openbaring van de Koran strekte zich uit over drie en twintig jaar, die vers na vers aan de mensheid bekend werden gemaakt. Op deze wijze waren er talrijke mensen uit de naaste omgeving van de Profeet (vzmh), die de Koran uit het hoofd kenden en bekend waren als dragers van het Goddelijke Woord.

De feitelijke openbaring werd absoluut gescheiden gehouden van de uitspraken van de Profeet (vzmh). Zelfs verbood de Profeet (vzmh) in het begin, dat men zijn woord op papier zou zetten, zodat dit niet met de openbaring gemengd zou worden. De zorg van de Profeet (vzmh) om Gods woord te beschermen ging zَ ver, dat hij verbood om de geschrif­ten, waarop de Koran was geschreven, naar een land mee te nemen, dat onder vreemde heerschappij stond, opdat door de vijandige gezind­heid de toentertijd nog jonge plant (Islam) niet zou lijden. Daar komt bovendien bij dat de verzen van de Koran direct op schrift werden gesteld onder de contrôle van de Heilige Profeet (vzmh) zelf.

Onder de metgezellen van de Profeet (vzmh) waren er, die de juiste uitspraak van de Profeet (vzmh) leerden, en later in hun eigen omgeving kringen vormden, waarin zij die konden doorgeven. het is ook bekend dat de Heilige Profeet (vzmh) deze kringen verschillen­de keren heeft bezocht. In elk gebied werd de Koran gereciteerd en in de maand Ramadan schonk men speciaal aandacht aan de studie van de Koran. Door deze maatregelen in acht te nemen, is het mogelijk geworden, om de Koran voor alle tijden tegen onzuiver­heid te hoeden.