Ahmadiyya Moslim Gemeenschap

Nederland

Zoek: download
Namen van Soeras »
cancel
1. Al-Faatihah2. Al-Baqarah3. Al-Imraan
4. An-Nisa5. Al-Maidah6. Al-An'aam
7. Al-Aa'raaf8. Al-An'faal9. At-Taubah
10. Joenos11. Hoed12. Joesof
13. Ar-Ra'd14. Ibrahiem15. Al-Hidjr
16. An-Nahl17. Al-Israa, Banie Israa'iel18. Al-Kahf
19. Marjam20. Taa Haa21. Al-Anmbi'jaa
22. Al-Hadj23. Al-Mominoen24. An-Noer
25. Al-Forqaan26. Asj-Sjoaraa27. An-Naml
28. Al-Qasas29. Al-Ankaboet30. Ar-Roem
31. Loqmaan32. As-Sadjdah33. Al-Ahzaab
34. Saba35. Faatir36. Jaa Sien
37. As-Saaffaat38. Saad39. Az-Zomar
40. Al-Momin41. Fussilat42. Asj-Sjoera
43. Az-Zochrof44. Ad-Dochaan45. Al-Djaasi'jah
46. Al-Ahqaaf47. Mohammed48. Al-Fat'h
49. Al-Hodjoraat50. Qaaf51. Az-Zaari'jaat
52. At-Toer53. An-Nadjm54. Al-Qamar
55. Ar-Rahmaan56. Al-Waaqiah57. Al-Hadied
58. Al-Modjaadalah59. Al-Hasjr60. Al-Momtahanah
61. As-Saff62. Bijeenkomst63. Al-Monaafiqoen
64. At-Taghaabon65. At-Talaaq66. At-Tahriem
67. Al-Molk68. Al-Qalam69. Al-Haaqqah
70. Al-Ma'aaridj71. Noeh72. Al-Djinn
73. Al-Mozzammil74. Al-Moddassir75. Al-Qi'jaamah
76. Ad-Dahr, Al-Insaan77. Al-Morsalaat78. An-Naba
79. An-Naziaat80. Abasa81. At-Takwier
82. Al-Infitaar83. Al-Motaffifeen84. Al-Insjiqaaq
85. Al-Boroej86. At-Taariq87. Al-Ala
88. Al-Ghaasjijah89. Al-Fadjr90. Al-Balad
91. Asj-Sjams92. Al-Lail93. Ad-Dhohaa
94. Asj-Sjarh95. At-Tien96. Al-Alaq
97. Al-Qadr98. Al-Bajjinah99. Az-Zalzalah
100. Al-Aadi'jaat101. Al-Qaariah102. At-Takaasor
103. Al-Asr104. Al-Homazah105. Al-Fiel
106. Qoraisj107. Al-Maa'oen108. Al-Kausar
109. Al-Kaafiroen110. An-Nasr111. Al-Masad, Al-Lahab
112. Al-Ichlaas113. Al-Falaq114. An-Naas
38: Saad (Saad)
Geopenbaard vóór de Hidjrah. Dit hoofdstuk heeft 89 strofen.
38:1  In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

38:2  Saad. Bij de Koran vol van aanzien.

38:3  Maar de ongelovigen zijn in valse trots en strijd.

38:4  Hoevele geslachten hebben Wij vernietigd vóór hen! Zij schreeuwden het uit, toen er voor ontkomen geen tijd meer was.

38:5  En dezen verwonderen zich, omdat een waarschuwer uit hun midden tot hen is gekomen; en de ongelovigen zeggen. "Dit is een tovenaar en een leugenaar.

38:6  Heeft hij van vele Goden één God gemaakt? Dit is voorzeker iets eigenaardigs."

38:7  En de leiders onder hen zeggen: "Gaat voort en houdt u aan uw Goden. Dit is voorzeker gewenst.

38:8  Wij hebben hieromtrent in de laatste godsdienst niets gehoord. Dit is niets anders dan een verzinsel.

38:9  Aan hem is onder ons de vermaning gezonden?" Neen, zij twijfelen aan Mijn vermaning, zij hebben Mijn straf nog niet ondergaan.

38:10  Bezitten zij de schatten der barmhartigheid van uw Heer, de Machtige, de Milddadige?

38:11  Of is het koninkrijk der hemelen en der aarde en alles wat er tussen is van hen? Laat hen dan hun middelen vermeerderen.

38:12  Zij zijn een leger van bondgenoten dat zal worden verslagen.

38:13  Vóór hen loochende het volk van Noach, en Aad en Pharao - de heer der scharen -

38:14  En de Samoed, en het volk van Lot, e: en de woudbewoners; dezen waren bond genoten.

38:15  Allen verloochenden de boodschappers, daarom werd Mijn straf verwerkelijkt.

38:16  En dezen wachten slechts op een enkele roep waarvoor geen uitstel zal zijn.

38:17  Zij zeggen: "Onze Heer, geef ons spoedig ons deel vóór de Dag der Afrekening."

38:18  Verdraag hetgeen zij zeggen en gedenk onze dienaar David, heer van macht; voorzeker hij was altijd tot God geneigd.

38:19  Wij onderwierpen de bergen om met hem (God) te verheerlijken bij avond en ochtend.

38:20  En de vogelen die tezamen verzameld waren, waren hem allen gehoorzaam.

38:21  En Wij versterkten zijn koninkrijk en gaven hem wijsheid en een beslissend oordeel.

38:22  En heeft het verhaal van de tegenstanders u bereikt? Hoe zij over de muur van zijn kamer klommen;

38:23  Hoe zij bij David binnenkwamen en hij hen vreesde. Zij zeiden: "Vrees niet, wij zijn twee procesvoerders, waarvan de ene de ander onrecht heeft aangedaan; spreek daarom recht tussen ons in waarheid en handel niet onrechtvaardig en leid ons naar het rechte pad."

38:24  "Deze is mijn broeder; hij heeft negen en negentig ooien, en ik heb maar één ooi. Toch zegt hij: 'Geef haar aan mij' en hij was mij in het dispuut de baas."

38:25  David zeide: "Voorzeker, hij heeft u onrecht aangedaan door uw ooi te eisen naast zijn eigen ooien. En voorzeker, vele der mededingers doen elkaar onrecht aan, met uitzondering van hen, die geloven en goede werken doen: en zij zijn slechts weinigen." En David bemerkte, dat Wij hem hadden beproefd, daarom vroeg hij om vergiffenis van zijn Heer en zich tot Hem wendend, viel hij in gebed neder.

38:26  Daarom gaven Wij hem bescherming en inderdaad had hij een dichte toenadering en een voortreffelijk toevlucht tot Ons.
Pagina 1 van 4  
StartVorige1234VolgendeEinde
Resultaten 1 - 26 van 89