Ahmadiyya Moslim Gemeenschap

Nederland

Wat betekent Khatam al-Nabiyyin?

 

Gedeelten uit de Heilige Koran over de komst van profeten

Leren deze verzen ons beslist dat profeten kunnen komen? Dat doen ze zeker. Een volmaakt boek als de Heilige Koran kan dit onderwerp niet halfslachtig behandelen.

Hiervoor moeten wij de verzen van Al-Fatiha zelf bekijken; het korte hoofdstuk dat ongeveer 50 keer per dag door elke praktiserende Moslim wordt gereciteerd. "Leidt ons op het rechte pad," zegt het gebed, "het pad van hen die beloond zijn."

Denk goed na over de woorden: het pad dergenen, aan wie U gunsten hebt geschonken.(Koran 1:7)

De uitdrukking gunsten (beloond) zijn heeft verdere uit­leg nodig. Gelukkig kan de betekenis ervan in de Heilige Koran zelf gevonden worden. Zie hoofdstuk 4 verzen 70 en 71, daarin wordt ons verteld dat zij die God en de Profeet (vzmh) gehoorzamen degenen zijn die door God beloond worden, te weten, de profeten, de heiligen, de martelaren en de rechtvaardigen.

Er zijn hier duidelijk vier categorieën van mensen genoemd die beloond worden, en onder hen zijn de nabiyyin - de profeten. Er is geen twijfel aan dat de gehoorzame Moslims, die gehoor­zaam zijn aan God en de Profeet (vzmh), profeten kunnen worden. Ze mogen verwachten dit te bereiken en tevens nog andere belo­ningen die door God beloofd zijn. Er is hier geen ruimte gela­ten voor het zoeken van uitvluchten. Toch willen sommige mensen moei­lijkheden maken over het Arabische woord ma'a (letter­lijk "met") dat in dit vers wordt gebruikt. Zelfs ge­hoorzame Moslims mogen niet verwachten ooit profeet te worden, enz. Zij mogen alleen verwachten met hen te zijn, in hun gezel­schap te verkeren, als het ware alleen maar toeschou­wers te zijn.

Wordt er dan vergeten dat ma'a (met) ook de andere soorten van beloning beheerst; wat zou betekenen dat niet alleen de profe­ten, maar ook de heiligen, de martelaren en de rechtschapenen uitgesloten zouden zijn van die soorten van beloning. Wat ver­wacht de Moslimgemeenschap voor hen? Klaarblijkelijk niets! Maar nee, het idioom van de Heilige Koran moet niet verkeerd worden uitgelegd. Ma'a betekent even vaak "van" als "met". Lees de verzen 146,147 van hoofdstuk 4 niet zo ver van hoofdstuk 4 vers 70 en71.

De huiche­laars zullen zeker in de diepste diepten van het vuur zijn en gij zult voor hen geen helper vinden; behalve degenen, die berouw hebben en zich verbeteren en aan Allah vasthou­den en hun gehoorzaamheid aan Hem zuiver houden. Deze (hier is het beslissend gebruik van ma'a) behoren tot de gelovigen (om te zeggen dat ze "met" de gelo­vi­gen behoren is onzin).                                                                                                                    

Er is een vers, namelijk hoofdstuk 7 vers 36 dat beslist de deur van één soort pro­feten openlaat.

"O, kinderen van Adam, als boodschappers vanuit uw midden tot u komen, die Mijn tekenen aan u voordragen, dan, wie Allah zal vrezen en goede daden verrichten, over hen zal geen vrees komen, noch zullen zij treuren."

De passage is duidelijk en op de man af. Zij zegt: “Wanneer en als er profeten tot u komen, O, kinderen van Adam.” Het laat de deur open voor nog te komen profeten. Alleen kunnen ze niet de Wet van de Islam terzijde schuiven en zij moeten zich bevinden onder de volgelingen van de Heilige Profeet (vzmh).

Een laatste punt: In de Moslimoverleveringen die over de tweede komst van de Messias spreken wordt de Messias beschre­ven als zijnde een profeet van God (Nabi Allah). Hoe kon de Heilige Profeet (vzmh) de Beloofde beschrijven als profeet als er geen profeten na hem zouden komen.