Islam

Het centrale thema van alle godsdiensten is het bestaan van God en ’s mensen relatie tot Hem zodat de godsdienst die er in kan slagen een ware band tussen God en de mens st scheppen de ware moet zijn. En de waarheid van een geloof is voorzeker voldoende grond om daarin te geloven.

De Islam maakt er aanspraak op dat de Schepper van dit universum een levende God is en dat Hij Zich heden ten dage op dezelfde wijze aan Zijn schepselen openbaart als Hij dat in bet verleden heeft gedaan. Deze twee aanspraken kunnen op twee manieren worden getoetst. Of God kan Zijn tekenen op een directe wijze aan een Godszoeker openbaren of wij gaan in God geloven door de bestudering van het leven van iemand aan wie God Zich heeft geopenbaard.

De Islam dwingt niet allerlei zaken op gezag te aanvaarden waarvan de som “godsdienst” wordt genoemd, maar overtuigende bewijzen aandraagt, welke zijn leerstellingen onderbouwen. De Islam verschaft niet alleen een geloof, maar ook de zekerheid der kennis, welke intellect bevredigt en dwingt de behoefte aan een  godsdienst te aanvaarden.

De Islam is niet alleen gebaseerd op de ervaringen van mensen die lang geleden zijn overleden, maar nodigt iedereen uit tot een persoonlijk ervaring van datgene wat hij leest en garandeert. De Islam maakt er aanspraak op dat iedere waarheid op de een of andere wijze op de proef kan worden gesteld.

De Islam leert dat het woord van God en zijn  werken niet met elkaar in botsing kunnen komen en derhalve het conflict tussen wetenschap en godsdienst oplost. De Islam vraagt niet de natuurwetten te negeren en in dingen te geloven die daarmede in strijd zijn. De Islam spoort juist aan de natuurwetten te bestuderen en er voordeel uit te halen. De Islam leert dat de openbaringen van God komen en dat Hij ook de Schepper van het universum is. Er bestaat geen conflict tussen hetgeen Hij doet en hetgeen Hij zegt. De Islam nodigt uit, ten einde Zijn openbaring te begrijpen, Zijn werk te bestuderen en ten einde de betekenis van Zijn werk te beseffen, Zijn woord te bestuderen en bevredigt derhalve intellectuele wensen.

De Islam omdat deze natuurlijke verlangens niet wenst te vernietigen, maar ze langs de juiste paden leidt. De Islam leidt ook niet naar het niveau van een dier door verlangens onbeteugeld en oongecontroleerd te laten en de Islam brengt niet tot het niveau van een steen terug door verlangens geheel te onderdrukken. Maar de Islam is meer gelijk een ervaren waterloopkundig ingenieur die het oncontroleerbare water in het gareel brengt door het te kanaliseren opdat het grote en woeste gebieden bevloeit. De Islam verandert natuurlijke verlangens door een juiste controle en leiding in hoge morele waarden. De Islam leert niet dat God, Die een liefhebbend hart heeft gegeven verbiedt een levensgezel te kiezen.  Of dat Hij u heeft gezegend met een smaakzintuig en daardoor met de mogelijkheid om heerlijk voedsel naar waarde te schatten, maar intussen verbiedt zulk voedsel tot u te nemen. Integendeel de Islam leert om op een reine en juiste wijze lief te hebben. De Islam staat toe gezond voedsel te gebruiken, maar binnen redelijke grenzen opdat ik niet vol zou eten terwijl mijn buurman honger lijdt. Door aldus zijn natuurlijke verlangens in hogere morele kwaliteiten om te zetten bevredigt de Islam menselijkheid.

Geloof in de Islam omdat deze niet alleen een persoon maar de gehele wereld eerlijk en liefderijk bejegent. De Islam leert niet alleen plichten tegenover elkaar te vervullen  maar legt er nadruk op dat iedereen dit ook doet tegenover ieder ander mens en ding. De Islam verschaft de juiste leiding om dit doel te bereiken. De Islam herinnert bijvoorbeeld aan de rechten van de ouders en de verplichtingen welke de kinderen ten aanzien van hen hebben. De Islam vermaant de kinderen zich beleefd en vriendelijk jegens hun ouders te gedragen. Aan de andere kant gelast deze de laatstgenoemden liefde en aanhankelijkheid jegens hun kinderen en legt hun de verplichting op hun kinderen goed op te voeden, hun goede manieren aan te leren en hun gezondheid na te streven. De Islam heeft de kinderen tevens erfgenamen van hun ouders gemaakt. Evenzo drukt de Islam de echtgenoten een goede relatie op het hart en eist van ieder van hen om achting voor de behoeften en wensen van de ander te hebben. Voorts dienen zij zich liefhebbend tegenover elkaar te gedragen. Dit is door de Heilige Stichter van de Islam prachtig geïllustreerd geworden toen hij zei:

“ Iemand die zijn vrouw overdag slecht behandelt en haar gedurende de nacht liefheeft handelt in volledige tegenstrijd met de schoonheid van de menselijke natuur

Hij heeft tevens gezegd:

“ De besten onder U zijn diegenen die hun vrouw het best behandelen.”

Een van zijn andere uitspraken luidt:

“ De vrouw is breekbaar gelijk glas en de man dient derhalve de vrouw met zachtheid en tederheid te behandelen alsof zij zouden omgaan met een glazen voorwerp.”

De Islam heeft extra aandacht geschonken aan de opvoeding van meisjes.

De Heilige Profeet heeft gezegd:

“ Een persoon die zijn dochter goed opvoedt en haar een goede opleiding en vorming verschaft, verdient daarmee het paradijs.”

Bovendien heeft de Islam dochters erfgenamen van hun ouders gemaakt zoals het geval is met zonen. De Islam heeft ook fraaie regels, die navolging verdienen neergelegd voor regeerders en geregeerden. De Islam leert de regeerders dat hen hun verleende gezag geen privé bezit is maar hun is toevertrouwd en dat zij de verplichtingen die dit met zich brengt dienen te vervullen als rechtschapen en eerlijke mensen. Voorts dienen zij bij het regeren het volk te raadplegen. De Islam leert diegenen die geregeerd worden dat de macht om hun regeerders te kiezen een Goddelijk geschenk is en dat men derhalve alleen die personen moet laten regeren die dit ook ten volle verdienen. En nadat men personen met het gezag van de regeerder heeft bekleed dient men hun ook zijn volle medewerking te verlenen en men mag niet tegen hen in opstand komen. Want indien men dit toch doet betekent het dat men tracht te vernietigen wat de eigen handen hebben opgebouwd.

De Islam vermeldt ook de rechten en plichten van de werkgever en de werknemer. De Islam eist van de werkgever dat hij de werknemer zijn volledige loon betaalt en wel onmiddellijk na het verrichte werk. En voorts dient hij niet neer te kijken op diegenen die voor hem werken, want zij zijn immers uw broeders wiens welzijn u is toevertrouwd door God en die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor uw welvaart. Daarom dient u niet zo dom te zijn diegenen trachten te vernietigen die zichzelf opwerpen voor uw eigen levensonderhoud en de basis van uw macht zijn. De Islam eist van de werkman dat wanneer hij bezig is een werk voor een ander uit te voeren hij zijn verplichting eerlijk en met ijver nakomt.

De Islam zegt tot degenen die gezegend zijn met een goede lichamelijke gezondheid en kracht dat zij de zwakkeren noch mogen onderdrukken, noch zich minachtend dienen uit te laten over diegenen die lijden onder een lichamelijk gebrek, want dezen verdienen eerder iemands medelijden dan iemands verachting.

De Islam leert de rijken dat hun de plicht is opgedragen naar de armen om te zien en ieder jaar een veertigste deel van hun vermogen te besteden voor het verzachten van de armoede en ellende en voor de vooruitgang van diegenen die dit niet kunnen betalen. De Islam leert hen niet gebruik te maken van de onbekwaamheid der armen door hen geld te lenen tegen vergoeding van rente maar hen te helpen met giften en renteloze leningen. Dit alles met de moraal dat rijkdom niet aan iemand is gegeven om een luxueus en buitensporig leven te kunnen leiden, maar dat hij dit dient te gebruiken voor de vooruitgang van de gehele mensheid zodat hij in het hiernamaals de beste beloning verdient. Aan de andere kant leert de Islam de armen niet met jaloersheid en afgunst naar datgene te kijken dat aan andere mensen is gegeven want deze gevoelens verduisteren geleidelijk het verstand. De Islam spoort de armen derhalve aan hun aandacht te wijden aan het ontwikkelen van die talenten waarmee God hen heeft gezegend zodat zij vorderingen kunnen maken langs gezegende paden. De Islam draagt de regering op om voor de armsten in de samenleving die tegemoetkomingen te verschaffen welke hun vooruitgang bewerkstelligen en niet toe te staan dat alle rijkdom en macht in enkele handen blijft geconcentreerd.

De Islam herinnert diegenen wier voorvaderen als resultaat van edele motieven roem en eer hebben behaald en aan deze roem en eer te onderhouden en waarschuwt hen neer te zien op anderen die niet op dezelfde wijze zijn gezegend, want God heeft een ieder met gelijke rechten geschapen. De Islam herinnert hen er aan dat God die deze zegeningen op hen heeft doen neerdalen anderen met nog grotere eer en roem kon zegenen. En voorts dat wanneer zij hun positie misbruiken en zich te buiten gaan tegenover diegenen die niet op die wijze gezegend zijn, zij de basis leggen voor toekomstige overtredingen door diegenen tegen wie zij zich nu te buiten zijn gegaan. Zij dienen derhalve niet trots te zijn op hun eigen grootheid maar trots te zijn op het helpen van anderen om groot te worden want de ware grootheid behoort hem alleen toe die tracht zijn gevallen broeder tot grootheid te verheffen.

De Islam leert dat geen natie mag opstaan tegen een andere natie maar dat staten en landen dienen samen te werken met als doel de bevordering van de belangen van de gehele mensheid. De Islam verbiedt bepaalde landen en individuen zich met elkaar te verenigen met als enige doel tegen andere landen of individuen samen te zweren. Aan de andere kant leert de Islam landen en individuen verdragen met elkaar te sluiten om elkaar van agressie te weerhouden en om met elkaar samen te werken om diegenen die achter zijn te helpen met vooruitgang.

Kort gezegd zien we dat de Islam voorwaarden van vrede en bemoediging verschaft voor al diegenen die het pad willen betreden dat door de Islam is voorgeschreven wie zij ook mogen zijn en waar zij zich ook mogen bevinden.

In welke maatschappelijke positie men ook bevindt de Islam is nuttig en heilzaam voor iedereen voor mannen en voor vrouwen, voor jongeren, voor de werkgever en de werknemer voor de rijke en voor de arme voor grote naties en voor kleine en dat het een betrouwbare en zekere relatie tussen Zijn schepping en Schepper tot stand brengt.

Moslim gelooft in de Islam en hoe kan hij deze opgeven en er iets anders voor in de plaats aanvaarden.