De Goddelijke verschijning

Selectie uit de geschriften van de Beloofde Messias

Hij die niet zonder twijfel is, is ook niet veilig voor straf. Hij wiens lot het is God in deze wereld niet te zien, zal ook in het Hiernamaals de duisternis als lot hebben. God zegt:

“Maar wie blind is geweest in deze wereld, zal blind zijn in het Hierna­maals”. (Koran 17.73) Ruhani Khazain, deel 13: Kitabu-Bariyya, blz. 65

Ik spreek de waarheid en niets dan de waarheid. Als zielen worden begiftigd met een oprecht verlangen te zoeken en de harten dorstig worden naar kennis, dan zal de mensheid verlangen dat Pad en die Weg te ontdekken. Maar hoe kan men toegang hebben tot dat Pad en hoe kan de sluier worden opgelicht? Ik verzeker allen die zoeken dat het alleen de Islam is die blijde tijdingen geeft van de Weg. De andere geloven heb­ben reeds lang de instelling van openbaring van God beëindigd. Weest er dus van verzekerd dat het niet God is Die openbaring heeft afgesloten. Maar het is de mens die om zijn verlies te rechtvaardigen toevlucht zoekt tot dit valse excuus. Beseft ten voile dat aangezien het niet mogelijk is zonder ogen te zien, zonder oren te horen of zonder tongen te spreken, het ook niet mogelijk is om de blik op onze geliefde God te werpen zon­der de hulp van de Heilige Koran. Eens was ik jong. Nu ben ik oud. Maar ik heb niemand gevonden die zonder toegang tot deze zuivere bron, de Koran, te hebben, heeft gedronken uit de beker van zulke duidelijke en heldere leiding. (Ruhani Khazain, deel 1: Barahin-e-Ahmadiyya, blz. 191-192)

Ziet, hoe duidelijk is het Licht van God, Die de uiteindelijke Bron van alle licht is. Het gehele universum wordt een reflecterende spiegel voor de ogen om Hem waar te nemen. De afgelopen nacht raakte ik terwijl ik de maan aanschouwde zo opgewonden. In de schoonheid van de maan waren de sporen van de schoonheid van mijn Geliefde. Onder invloed van die volmaakte Schoonheid verkeert mijn hart in een toestand van opwinding; Noemt mij niet de bevalligheid van de Turk of de Tartaar. O mijn Geliefde! Hoe prachtig is Uw scheppende kracht die zich overal manifesteert. In welke richting ik ook zie, ik zie dat iedere weg naar Uw aanwezigheid leidt. In de bron van de zon is men getuige van de getijden van Uw macht; Ie­dere ster twinkelt met Uw Glorie. Met Uw eigen hand heeft U zout gestrooid over pijnlijke harten hetgeen resulteert in kwellende uitroepen van smachtende minnaars. Niemand kan het uiteindelijke ontwerp van Uw schepping bevatten. Wie kan het web van dit verbijsterende raadsel ontwarren? Het is Uw bekoring die de essentie van iedere schoonheid is. Iedere bloem die bloeit, ontleent haar kleur aan de pracht van Uw eigenschappen. De zachte, in vervoering brengende ogen van allen die met schoonheid zijn begiftigd doen ons U ieder moment herinneren. De schoonheid van Uw gouden lokken wijst in Uw richting. Met welke mysterieuze hoedanigheden hebt Gij ieder deeltje vervuld? Wie kan de omvangrijke verslagen van deze mysteriën doorzien? (Ruhani Khazain, deel 2: Surma-e-Chashme-Arya, blz. 4; uit het gedicht “Een hymne aan God”)

De Eenheid van God is een licht dat het hart alleen verlicht na de ontkenning van alle godheden, of zij tot het innerlijk of tot het uiterlijk behoren. Het dringt ieder deeltje van het wezen van de mens binnen. Hoe kan dit worden verkregen zonder de hulp van God en Zijn Boodschapper. Het is alleen de plicht van de mens om zijn ego te doden en duivelse trots zijn rug te tonen. Hij moet zich er niet op beroemen te zijn grootgebracht in de wieg van kennis, maar hij moet zichzelf beschouwen alsof hij louter een onwetende persoon was en zich bezighouden met smekingen. Dan zal God het licht van Eenheid op hem doen nederdalen en hem nieuw leven geven. (Ruhani Khazain, deel 22: Haqiqatul-Wahi, blz. 148)

Die God (zoals gepresenteerd door de Koran) is een uiterst getrouwe God, Die wonderen verricht voor hen die Hem getrouw blijven. De wereld is er op uit hen (die Hem getrouw zijn) te vernietigen, maar Hij Die met hen bevriend is behoedt hen voor ieder gevaar en schenkt hun de overwinning op ieder terrein. Hoe bijzonder gelukkig is hij die de banden met Hem nooit verbreekt. (Ruhani Khazain, deel 19: Kashti-Nuh, blz. 20)