Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh Vaba op 16 oktober 2020: ‘mannen van Excellentie – Hazrat Mu`awwidh bin Harithra en Hazrat Ubay Ibn Ka’bra.

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering. Vertaald door Youssef Ikhlaf. Nagezien door Ahmad Said Ikhlaf sahib.

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmadaba, dat hij in deze vrijdagpreek incidenten uit het leven van de metgezellen van de Heilige Profeets zou belichten. De metgezellen zijn Hazrat Mu’awwidhra en Hazrat Ubay Ibn Ka’bra

Hazrat Mu`awwidh bin Harithra
Zijne Heiligheidaba zei dat Hazrat Mu’awwidhra van de Khazraj stam was. De naam van zijn vader was Harith bin Rifa’ah en de naam van zijn moeder was Afra bint Ubaid. Hazrat Mu’adh en Hazrat Auf waren beiden zijn broers, die ook bekend stonden onder de naam van hun moeder, en dus bekend stonden als Banu Afra.

Zijne Heiligheidaba zei dat er één overlevering is die vertelt dat Hazrat Mu’awwidhra deelnam aan de Tweede Belofte in Aqabah. Hij was gezegend om samen met zijn twee broers deel te nemen aan de Slag bij Badr. Er wordt verteld dat de drie broers één kameel hadden die ze om de beurt zouden rijden. Hazrat Mu’awwidhra en Hazrat Mu’adhra waren de twee jonge metgezellen die Abu Jahl aanvielen tijdens de Slag bij Badr, en het was na deze aanval dat Abdullah bin Mas’udra Abu Jahl in zijn laatste momenten vond op het slagveld en uiteindelijk een eind aan zijn leven maakte. Zijne Heiligheidaba belichtte enkele van de gebeurtenissen rond dit incident.

Hazrat Mu’awwidh ra stierf vervolgens op het slagveld bij Badr.

Hazrat Ubayy Ibn Ka’bra
Hij had een normaal postuur. Zijn baard was grijs en wit, hij verfde zijn baard namelijk niet.

Zijne Heiligheidaba zei dat Hazrat Ubay Ibn Ka’bra tot de Banu Mu’awiyah tak behoorde van de Khazraj stam. De naam van zijn vader was Ka’b bin Qais en de naam van zijn moeder was Suhailah bint Aswad. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra was bekend onder twee namen; de eerste was Abu Mundhir, een naam aan hem gegeven werd door de Heilige Profeet (s), en de tweede naam was Abu Tufail, die Hazrat Umarra hem noemde vanwege zijn zoon Tufail.

Broederschap werd opgericht tussen hem en Hazrat Talha ibn Ubaidullahra in Medina door de Heilige Profeet (s).

De vier metgezellen die de Heilige Koran rechtstreeks van de Heilige Profeets leerden gedurende zijn levenstijd
Zijne Heiligheid (aba) vertelde Hazrat Ubay Ibn Ka’bra grote kennis had van de Heilige Koran. De Tweede Khalifa ra, Hazrat Musleh Mau’ūdra, zei dat de Heilige Profeets zei dat dat Hazrat Ubayy Ibn Ka’abra een van de vier personen was over wie de Heilige Profeets de mensen adviseerde om de Heilige Koran van hem te leren. Hij was ook een van de vijftien metgezellen die gezegend waren als schrijvers van de Heilige Koran. Telkens wanneer de Heilige Profeets een Koranopenbaring ontving, riep hij een van deze vijftien schrijvers op om het op te schrijven.

Vier metgezellen die de Heilige Koran leerden van de Heilige Profeets tijdens zijn levenstijd worden genoemd in sahih Bukhari.

De volgende overleveringen:

“Qatadara overleverde: ik vroeg Anas bin Malikra: “Wie heeft de Koran verzameld ten tijde van de profeets?” Hij antwoordde: “Vier, die allen vanuit de Anṣār kwamen: Ubayy bin Ka’b, Mu’ādh bin Jabal, Zaid bin Thābit en Abū Zaid”. (Sahīh Bukhārī, Kitāb Fadhā’il-ul-Quran, Bābul Qurrā min Ashābin-Nabi (sa))

Anas bin Malikra overleverde: Toen de profeet (sa) stierf, had niemand de Heilige Koran verzameld, behalve vier personen: Abū Ad-Dardā ‘, Mu’ādh bin Jabal, Zaid bin Thābit en Abū Zaid.

Hazrat Ubayy Ibn Ka’bra was dus één van hen.

Goddelijke bevel om de Heilige Koran te onderwijzen
Eens zei de Heilige Profeets dat hij graag de openbaring van de Heilige Koran aan Hazrat Ubayy ibn Ka’bra wilde vertellen omdat zijn naam door Allah werd genoemd. Hazrat Ubayy bin Ka’bra zei: “Heeft Allah mij bij naam genoemd?” Hij (de Heilige profeets) zei: “ja”. Hazrat Ubayy bin Ka’bra zei: “Ik werd genoemd door de Heer der Werelden?!” De Heilige Profeets zei, “ja”. Hazrat Ubayy bin Ka’bra kreeg tranen in zijn ogen toen hij dit hoorde. Dus gebood Allah door middel van de engel Gabriël aan de Heilige Profeets dat de Surah eerst door Hazrat Ubayy bin Ka’bra uit het hoofd moet worden geleerd. Dat was een bijzondere eer. [Al-Bukhari, hadith nr. 4961 en Muslim, hadith nr. 799].

Hazrat Umarra herinnerde zich dit incident. Hij zei ooit dat de grootste qaree (reciteerder van de koran) Hazrat Ubayy bin Ka’abra is.

Zijn kennis van de Heilige Koran
Bij een andere gelegenheid tijdens een vrijdagpreek tijdens de Khilafat van Hazrat ‘Umarra, zei Hazrat‘ Umarra dat wie de Heilige Koran wil leren, naar Hazrat Ubayy bin Ka’abra moet komen.

De Heilige Profeets zei bij een gelegenheid dat de grootste gelovige Hazrat Abu Bakrra is. Degene die strict is in religie is Hazrat Umarra. Wat bescheidenheid betreft, in de hoogste mate, dat is Hazrat Uthmanra. Muaz bin Jabbalra werd ook met een bepaalde kwaliteit genoemd. Wat de verplichtingen betreft, is het Hazrat Zaid bin Thabitra. En degene die een expert is in de Heilige Koran, dat is Hazrat Ubay Ibn Ka’bra. En de betrouwbare van de Ummah is Hazrat Ubaidah ibn Al-Jarrahra Huzoor (aba) zei dat hij het de vorige week over Hazrat (aba) Hazrat Ubaidah ibn Al-Jarrahra had.

Hazrat Ubay Ibn Ka’bra begon de gewoonte om zijn naam onder te zetten wanneer hij iets schreef (zodat mensen weten wie het heeft geschreven). Andere schriftgeleerden volgden dit voorbeeld ook.

Hazrat Ubay Ibn Ka’bra ten allen tijde al datgene wat hij wilde vragen van de Heilige Profeets. Echter stelde hij geen irrelevante vragen vanwege de grootsheid van het profeetschap (van de Heilige Profeets). De Heilige Profeets wist dit en op een bepaalde gelegenheid toen de Heilige Profeets ooit één vers vergat te reciteren gedurende het gebed vroeg hij na het gebed, “heeft iemand mijn recitatie opgemerkt?” Hazrat Ubay Ibn Ka’bra was laat aanwezig tijdens het gebed en haalde de gemiste raka’ah in. Toen Hazrat Ubay Ibn Ka’bra het gebed beëindigde antwoordde hij, “ja”. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra was de enige metgezel bij wie het opgevallen was dat de Heilige Profeets een vers vergeten was. Sommige metgezellen vroegen de Heilige Profeets of het was geannuleerd (door Allah) of vergeten? Hij zei dat het gewoon was vergeten. De Heilige Profeets zei: “Ik wist behalve u, O Ubayy ibn Ka’b, dat niemand het had het opgemerkt”.

De Heilige Profeets zei ooit: “O Allah, vergeef mijn ummah”. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra was zo deskundig in het reciteren van de Heilige Koran. de Heilige Profeets luisterde naar zijn recitatie, zelfs op zijn sterfbed. Eens hield de Heilige Profeets een preek. Hij reciteerde een soera die Hazrat Ubay Ibn Ka’bra en Hazrat Abu Dardara niet kenden. Iemand vroeg: “wanneer werd dit geopenbaard?” Hazrat Ubay Ibn Ka’bra zei, “praat nu alstublieft niet” (met een gebaar met zijn hand). De persoon die de vraag stelde, zei na de Khutba: “waarom hebt u niet geantwoord?”. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra antwoordde dat zijn gebed vandaag verspild is omdat hij tijdens de Khutba sprak. Zij gingen beiden naar de Heilige Profeets en hij zei dat Hazrat Ubay Ibn Ka’bra gelijk had, aangezien niemand tijdens de Khutba mocht spreken.

Zijn rol in de georganiseerde samenstelling van de Heilige Koran
De georganiseerde samenstelling van de Heilige Koran begon in de tijd van de Khilafat van Hazrat Abu Bakrra. Soms was er discussie over bepaalde verzen. Eens werd er een vers geschreven, sommigen waren van mening dat dit aan het einde van het profeetschap was geopenbaard. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra zei, “nee, twee andere verzen werden mij onderlegd, en dit vers werd niet aan het einde geopenbaard.”

Hazrat Umarra vestigde het de Shura (raadgevend orgaan) op tijdens zijn Khilafat. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra werd aangesteld als lid van de Shura. Ansar en Muhajireen waren beiden vertegenwoordigd in de Shura.

Eens vergezelden enkele mensen Hazrat Umarra en ontmoetten een persoon wiens kleren en haar blank waren. De persoon zei tegen hen: “Wij hebben alle voorzieningen om goede daden te verrichten en als wij goede daden verrichten, zullen wij worden beloond”. “Wie is dit?” vroegen de mensen. Hazrat Umarra zei dat dit “sayyid van de moslims” is, d.w.z. de leider van moslims, Hazrat Ubay Ibn Ka’bra.

Verschillende Qirā’āt d.w.z. variatie in uitspraken van de Heilige Koran
Hazrat Ubay Ibn Ka’bra hoorde eens twee mensen de Heilige Koran reciteren op een manier die anders was dan hij had geleerd. Na enige discussie gingen beide partijen naar de Heilige Profeets en reciteerden hetzelfde gedeelte voor hem. De Heilige Profeet (sa) keurde de recitaties van beide partijen goed. Op dit punt vertelt Hazrat Ubay Ibn Ka’bra: “(…) er kwam in mijn geest een soort ontkenning en twijfel voor die zelfs in de tijd van Jahiliyyah (pre-islamitische tijd) niet bestond. Toen de Boodschapper van Allahs zag hoe ik werd beïnvloed, legde hij zijn hand op mijn borst. Toen zei de Heilige Profeets: ‘O Ubayy! De realiteit is dat ik een openbaring ontving om de Heilige Koran in één Qirā’ah te reciteren, maar ik vroeg (Allah) om het mijn volk gemakkelijk te maken. Een tweede openbaring kwam dat ik de Heilige Koran in twee Qirā’at moest reciteren, maar ik deed opnieuw hetzelfde verzoek. Ik kreeg toen de opdracht om de Heilige Koran te reciteren in zeven Qirā’at ”.

Hazrat Ubay Ibn Ka’bra had respect voor Khilafat.

Hazrat Uthmanra benoemde twaalf mensen voor het reciteren van de Heilige Koran. Er was verschil van mening over de manier waarop de Heilige Koran gereciteerd moest worden. Hazrat Uthmanra luisterde naar de zeven manieren (Qirā’at) waarop de Heilige Koran werd gereciteerd. Hazrat Uthmanra vond tijdens zijn Khilafat dat er één manier moest zijn om de Moslims te verenigen door één Qirā’ah te reciteren. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra werd onder andere aangesteld in de commissie.

Het grootste vers van de Heilige Koran
Eens zei de Heilige Profeet (vzmh): “O Abu Mundhir! (Een andere naam van Hazrat Ubay Ibn Ka’bra) welk vers van het Boek van Allah is het grootst?”. “Allah en Zijn Boodschapper (sa) weten het het beste”, was het antwoord. De Heilige Profeets herhaalde de vraag en Hazrat Ubay Ibn Ka’bra reciteerde als antwoord de Ayat al- de troon:

“Allah! Er is geen God dan Hij, de Levende, de Zelfbestaande. Sluimer, noch slaap overmant Hem. Al wat in de hemelen en wat op aarde is, behoort Hem. Wie kan bij Hem bemiddelen zonder Zijn verlof? Hij kent hetgeen voor hen is en wat achter hen is en zij kunnen niets van Zijn kennis omvatten, dan wat Hij wil. Zijn troon strekt zich uit over hemelen en aarde en het waken over beide vermoeit Hem niet; Hij is de Verhevene, de Grote.” (Surah al-Baqarah, 2: 256)

De Heilige Profeets legde zijn hand op zijn borst met zijn rechterhand ter goedkeuring bij het horen van het antwoord en met zijn gelaat stralend van geluk, zei hij tegen Hazrat Ubay Ibn Ka’bra: “Moge kennis u verheugen en u ten goede komen, O Abu Mundhir.”

Hazrat Ubay Ibn Ka’bra accepteerde geen geld voor het onderwijzen van de Heilige Koran
Hazrat Ubay Ibn Ka’bra heeft nooit geld aangenomen om de Heilige Koran te onderwijzen. Hij zei dat niemand betaling mocht accepteren voor het onderwijzen van de Heilige Koran.

Hij vocht altijd aan de zijde van de Heilige Profeets. Eens werd hij op het slagveld geraakt door een pijl en had hij overal bloed. De Heilige Profeets vroeg een arts om voor hem te zorgen en de arts maakte een insnede in de ader van Hazrat Ubay Ibn Ka’bra zodoende werd hij behandeld, alhamdullilah.

Een metgezel raakte ernstig gewond en op het moment dat hij stierf, zei hij (waarschijnlijk tegen Hazrat Ubay Ibn Ka’bra): “Beloof me dat u mijn boodschap en mijn salam overbrengt naar mijn broeders, mijn volk en mijn familieleden. Vertel hen dat de Heilige Profeets het beste vertrouwen is wat wij hebben ontvangen. Wij hebben dit vertrouwen veiliggesteld. Nu ga ik heen en ik zal u dit vertrouwen geven. Toon geen zwakte bij het vervullen van dit vertrouwen.”

Salat Al-Taraweeh
Op een avond vergezelde een metgezel de Khalifa, Hazrat Umarra. Sommigen aanbidders in de moskee baden alleen, anderen baden samen. Dit was tijdens de Ramadan. Hazrat Umarra merkte dit op en verenigde ze onder één qaree (reciteerder van de Heilige Koran). Hazrat Ubay Ibn Ka’bra werd door Hazrat Umarra aangesteld om die Tarawih gebeden te leiden.

Hazrat Ubay Ibn Ka’bra onderwees de moslims na de gebeden als er behoefte was aan onderwijs. Na de gebeden stond hij altijd klaar om het een en ander uit te leggen en/of een of andere taak te vervullen. Hij gaf altijd een oordeel over kwesties die verband hielden met jurisprudentie. Hazrat Umarra vertrouwde op de mening van Hazrat Ubay Ibn Ka’bra.

Eens voltooide Hazrat Ubay Ibn Ka’bra het reciteren van de Heilige Koran in acht nachten. Hij hield van Allah en de Heilige Profeets.

De stronk van een palmboom
Tijdens het leven van de Heilige Profeets leunde hij tegen een stronk van een palmboom maar toen er een Minbar werd gebouwd voor de Heilige Profeets, verliet hij de stronk van de palmboom (hij leunde er niet meer op). De metgezellen zeiden dat ze de stronk hoorden huilen (dit voorval zou een visioen kunnen zijn geweest). De Heilige Profeets legde zijn hand op de stronk en het begon te kalmeren. (Sahih al-Bukhari 3584. Boek referentie: boek 61, Hadith 93. USC-MSA web (Engelse) referentie: Vol. 4, Book 56, Hadith 784) Hazrat Ubay Ibn Ka’bra nam later na de dood van de Heilige Profeets de stronk mee naar zijn huis, en zei dat dit de stronk was in de tijd van de Heilige Profeets. Zelfs toen de stronk verrot was, bewaarde hij hem. Het was enkel uit zijn liefde voor de Heilige Profeets dat hij deze stronk hield, totdat het rotte en uiteenviel. (Ibn Majah, Hadith 1414).

De Sunnah van de Heilige Profeets
Een metgezel zweeg enkele momenten nadat hij tijdens de gebeden takbier had uitgesproken (wanneer hij het gebed leidde). Sommige mensen bekritiseerden hem hiervoor. Hij schreef aan Hazrat Ubay Ibn Ka’bra. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra zei dat hij gelijk had, dwz dat het volgens de Sunnah.

Dit incident was zes kilometer van Qadisiyah: Verteld door Suwaid bin Ghafala: Terwijl ik mij in het gezelschap van Salman bin Rabi’a en Suhan, in een van de heilige veldslagen bevond, vond ik een zweep. Een van hen zei dat ik het moest laten liggen, maar ik weigerde dat te doen en zei dat ik het aan de eigenaar zou geven als ik hem vond, anders zou ik het gebruiken. Bij onze terugkeer verrichtten we de hadj en toen ik langs Medina liep, vroeg ik Hazrat Ubay bin Ka’bra ernaar. Hij zei: “Ik vond een zak met honderd dinar tijdens het leven van de Heilige Profeets en nam die mee naar de Heilige Profeets die tegen mij zei: “Maak voor de periode van een jaar een openbare aankondiging hierover.” Dus kondigde ik het voor een jaar aan en ging vervolgens (na een jaar) weer naar de Heilige Profeets die verder zei: “Maak het nog een jaar in het openbaar bekend.” Dus ik kondigde het aan voor nog een jaar. Ik ging weer naar hem toe en hij zei: “Kondig aan voor een ander jaar.” Dus kondigde ik het wederom voor nog een jaar. Ik ging voor de vierde keer naar de Heilige Profeets en hij zei toen: “(…) als de eigenaar komt, geef het hem of gebruik het anders (in het geval dat er geen eigenaar is gekomen).”

Zijn overlijden
Er was eens iets dat Hazrat Ubay Ibn Ka’bra beloofde voor de volgende vrijdag aan een andere metgezel te vertellen. Hij wilde er aanvankelijk niets over zeggen, maar de metgezel wilde het graag weten. Echter overleed Hazrat Ubay ibn Ka’bra de volgende vrijdag. Allah beschermde Hazrat Ubay Ibn Ka’bra met betrekking tot datgene dat hij aanvankelijk niet wilde vertellen. Allah weet het beste wat het was.

Toen Hazrat Ubay Ibn Ka’bra overleed waren er veel mensen aanwezig. De metgezellen zeiden dat de leider van moslims is overleden.

Voor de Engelse vertaling, zie: https://www.alislam.org/friday-sermon/2020-10-16.html
Voor de Khutba in het Arabisch, zie: https://www.islamahmadiyya.net/cat.asp?id=116
Voor de Khutba in het Urdu, zie: https://www.alislam.org/urdu/khutba/2020-10-16/