Wat is de straf voor afvalligheid in de Islam?

Er is geen straf voor afvalligheid in de Islam. Bovendien is er geen enkel voorbeeld van enige straf voor afvalligheid die werd toegekend door de Heilige Profeet Mohammed s.a.

De Islam benadrukt vrijheid van godsdienst voor allen en laat het aan de mensen over de godsdienst van hun keuze te volgen. Hierover verklaart de Heilige Qor’an:

Er is geen dwang in de godsdienst. (2:257)

Voor u uw godsdienst, en voor mij mijn godsdienst. (109:7)

Vrijheid van godsdienst vormt daarom een grondbeginsel in de Islam, en dit maakt duidelijk dat godsdienst een persoonlijke aangelegenheid is tussen de mens en God. Mensen zijn vrij te geloven in welke godsdienst dan ook zonder enige bestraffing door de mens (Heilige Qor’an 4:138). De Islam herinnert ons er wel aan dat wij voor God verantwoordelijk zullen worden gehouden voor ons geloof en onze daden.

Wat is de straf voor godslastering in de Islam?

Er is geen straf in de Islam voor godslastering. Zo’n straf wordt niet voorgeschreven in de Heilige Qor’an en niet in de overleveringen van de Profeet Mohammed s.a.

De Islam bevordert respect voor alle godsdiensten voor de zaak van vrede in de samenleving, en legt geen enkele straf op voor godslastering, ondanks het feit dat dit voor gelovigen aanstootgevend kan zijn.

Mogen niet-moslims een moskee binnengaan?

Het is iedereen toegestaan een moskee te betreden zolang men schoon is en fatsoenlijk gekleed. Men moet vóór het binnengaan van de gebedsruimte de schoenen uittrekken opdat de moskee schoon blijft. Tijdens de gebeden namelijk buigen zij die bidden zich ter aarde. Mensen van ieder geloof mogen ook in een moskee bidden zolang zij geen afgoden aanbidden. Een goed voorbeeld hiervan is de toestemming die de Profeet Mohammed s.a. gaf aan een groep christenen om hun gebedsdienst te houden in zijn moskee in Medina (Zurqani).

De Ahmadiyya Moslim Gemeenschap Nederland heeft in 1955 de eerste moskee van Nederland, de Mobarak Moskee in Den Haag, gebouwd. (zie foto). Als u een moskee wilt bezoeken of u wilt informatie over de Islam dan kunt u met ons contact opnemen.

Wat geloven moslims met betrekking tot vroegere profeten en geschriften?

Twee van de zes geloofsartikelen van de moslims zijn het geloof in de Profeten van God en het geloof in de goddelijke geschriften. Daarom geloven moslims dat alle profeten door God zijn gezonden en dat de geschriften in hun oorspronkelijke vorm goddelijke openbaringen waren die naast andere zaken de absolute eenheid van God onderwezen.

Volgens de Heilige Qor’an heeft God Zijn Boodschappers gezonden naar iedere natie.

Hij verklaart:

Er is geen volk tot welk geen boodschapper is gezonden. (35:25))

En voor ieder volk is er een boodschapper. (10:48)

Sommige profeten worden in de Heilige Qor’an zelf genoemd, zoals Adam, Abraham, David, Salomo, Mozes, Jezus en Mohammed (vrede zijn met hen allen). Andere profeten (die niet met naam in de Heilige Qor’an zijn genoemd) zijn Zoroaster, Krishna en Confucius (vrede zij met hen allen), om slechts enkele te noemen.

Zoals eerder genoemd geloven moslims niet alleen in alle vroegere profeten, maar ook in de openbaringen en de geschriften die aan deze profeten door God werden gegeven. In de Heilige Qor’an zelf worden vier geopenbaarde boeken buiten de Heilige Qor’an, genoemd. Deze zijn:

Suhuf

(Geschriften van Abraham, vrede zij met hem, 87:20)

Van de Suhuf van Abraham is thans niets bekend. Deze teksten zijn waarschijnlijk nooit op schrift gesteld.

Tauraat

(Torah van Mozes, vrede zij met hem, 3:4)

De Tauraat omvat de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse Bijbel en bevat de volledige wet voor de Israëlieten. Deze vijf boeken zijn: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Samen zijn deze vijf boeken bekend als de Pentateuch. De Torah werd door de generaties heen mondeling overgeleverd en werd tenslotte op schrift vastgelegd enkele honderden jaren na Mozes (vrede zij met hem).

Zabur

(Psalmen van David, vrede zij met hem, 4:64)

Tegenwoordig is erg weinig bekend van de Zabur, of de openbaringen van de Profeet David (vrede zij met hem). In de Hebreeuwse Bijbel zijn vele psalmen (heilige gezangen of hymnen) die aan David (vrede zij met hem) worden toegeschreven en welke deel kunnen uitmaken van de Zabur.

Indjiel

(Het Evangelie van Jezus Christus, vrede zij met hem, 5:47)

De Indjiel of het Evangelie werd geopenbaard aan de Profeet Jezus (vrede zij met hem), maar werd niet tijdens zijn leven opgetekend. Na zijn dood werden pogingen gedaan om zijn leer op schrift vast te leggen. Uit de vele van dergelijke verslagen werden er vier door de vroege Kerk als officiële verslagen van de leer van Jezus (vrede zij met hem) geselecteerd. Deze vier versies van het Evangelie zijn tegenwoordig bekend als de Evangeliën van Mattheus, Lukas, Markus en Johannes. Er zijn echter andere Evangeliën (die niet in de Bijbel zijn opgenomen) die ook belangrijke informatie bevatten over het leven en de leer van Jezus (vrede zij met hem).

Met uitzondering van de Heilige Qor’an hebben geen van de geopenbaarde boeken hun oorspronkelijke vorm behouden.