Door: Suhaib Akmal
ARGUMENT II: LAA NABI BADI
Een Hadith die herhaaldelijk wordt aangehaald ter bevestiging van de beëindiging van profeetschap is de Hadith waarin de Heilige Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd dat er geen profeet na hem zal zijn. Deze Hadith wordt herhaaldelijk door de tegenstanders onderwezen in hun boeken, toespraken en artikels hoewel zij onwetend zijn over de achtergrond en context van de hadith.
Achtergrond van de Hadith
Wanneer de ahadith verzamelingen bestudeerd worden blijkt echter dat dit geen algemene uiting is. Bij deze Hadith hoort namelijk een achterliggend verhaal. Hiervan wordt hieronder een referentie gegeven:
حَدَّثَنَا مَحْمُودُ بْنُ غَيْلاَنَ، حَدَّثَنَا أَبُو أَحْمَدَ الزُّبَيْرِيُّ، حَدَّثَنَا شَرِيكٌ، عَنْ عَبْدِ اللَّهِ بْنِ مُحَمَّدِ بْنِ عَقِيلٍ، عَنْ جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللَّهِ، أَنَّ النَّبِيَّ صلى الله عليه وسلم قَالَ لِعَلِيٍّ “ أَنْتَ مِنِّي بِمَنْزِلَةِ هَارُونَ مِنْ مُوسَى إِلاَّ أَنَّهُ لاَ نَبِيَّ بَعْدِي ” . قَالَ أَبُو عِيسَى هَذَا حَدِيثٌ حَسَنٌ غَرِيبٌ مِنْ هَذَا الْوَجْهِ . وَفِي الْبَابِ عَنْ سَعْدٍ وَزَيْدِ بْنِ أَرْقَمَ وَأَبِي هُرَيْرَةَ وَأُمِّ سَلَمَةَ .
De Heilige Profeetsa vertrok naar Tabuk en liet Ali achter als zijn vertegenwoordiger. Hazrat Alira zei: Laat u mij achter tussen kinderen en vrouwen. De Heilige Profeetsa zei: Zou het jou niet behagen om tegenover mij te zijn zoals Aaron was tegenover Mozes? Echter is er geen profeet tegenover mij. (Sahih al-Bukhari #4416, Sahih Muslim Kitab Al Fazail, Arabisch, v4, pp 1870-71 Sunan Ibn Majah, p12 Musnad Ahmad Ibn Hanbal, v1, p174 al-Khasa’is, by al-Nisa’i, pp 15-16 Mushkil al-Athar, door al-Tahawi, v2, p309, Jami’at-Tirmidhi Hadith #3731)
Maar wat is nu de achtergrond en context van deze uitspraak van de Heilige Profeetsa? De moslims waren in gevaar om aangevallen te worden door de Romeinen. De Heilige Profeetsa vertrok met zijn metgezellen naar Tabuq (om oorlog te voorkomen). Hierbij moest de Heilige Profeetsa iemand de verantwoordelijkheid van Medina overhandigen. De Heilige Profeetsa stelde Hazrat Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) als zijn vertegenwoordiger in Medina. Hazrat Alira was een zeer dappere persoon en was altijd bereid om met de moslims mee te vechten tegen de aanvallers. Het was dus moeilijk voor hem om te accepteren dat hij achter gelaten werd met vrouwen en kinderen, terwijl de rest het gevaar mocht bestrijden met de Profeetsa. In de geschiedenis staat dat Hazrat Alira achter de rest aanging toen zij al een tijdje vertrokken waren. Hazrat Alira haalde hen in en ging naar de Heilige Profeetsa en klaagde dat hij niet achter wou blijven met de vrouwen en kinderen. Op dit moment zei de Heilige Profeetsa de woorden die hierboven staan vermeld.
Hazrat Alira vond het een vernedering dat hij achtergelaten was met bejaarden, zieken, kinderen en vrouwen. De Heilige Profeetsa stelde hem gerust en dat deed hij door te zeggen:
أَنْتَ مِنِّي بِمَنْزِلَةِ هَارُونَ مِنْ مُوسَى
“Jij bent tegenover mij zoals Aaron was tegenover Mozes”
De Heilige Profeetsa geeft hier een argument ter geruststelling van Hazrat Alira. U verteld dat de taak die aan hem is overhandigd hetzelfde is welke Mozesas ook overhandigde aan Aaronas. Aldus door Hazrat Alira met profeet Aaron te vergelijken geeft de Heilige Profeetsa hem de rank van Profeet Aaronas. De Heilige Profeetsa voegt daar alleen nog iets aan toe en dat zijn de woorden:
إِلاَّ أَنَّهُ لاَ نَبِيَّ بَعْدِي
“(het verschil is) alleen dat (Ali) geen profeet is tegenover mij”
In de aanwezigheid van profeet Mozesas was profeet Aaronas een assisterende profeet. Hoewel Hazrat Alira ook de taak is overhandigd die profeet Aaronas was overhandigd door profeet Mozesas, betekend dit niet dat Hazrat Alira nu een profeet is. Door de bovenstaande woorden te gebruiken benadrukt de Heilige Profeetsa het verschil tussen Hazrat Alira en Profeet Aaronas, namelijk: er kan geen profeet zijn in mijn aanwezigheid. Dit is simpelweg de boodschap van de Heilige Profeetsa , welke vermeld staat in deze Hadith. En de tegenstanders misbruiken deze Hadith om aan te tonen dat profeetschap nu volledig is beëindigd, terwijl hier iets heel anders wordt besproken.
Het was niet de bedoeling van de Heilige Profeetsa om aan te geven dat er geen profeet meer kan komen tot aan de Dag des Oordeels. Zeker niet! U had namelijk zelf geprofeteerd dat de Messias die in de moslim ummah zou verschijnen een Profeet van Allah zou zijn. Ten eerste was dit geen algemene uitspraak en ten tweede heeft de Heilige Profeetsa niet alleen de woorden لاَ نَبِيَّ بَعْدِي gebruikt, maar de woorden إِلاَّ أَنَّهُ لاَ نَبِيَّ بَعْدِي. Aldus wanneer de woorden in hun context worden bekeken komt men tot de conclusie dat u deze woorden alleen hebt gebruikt om een misverstand weg te nemen die had kunnen ontstaan, namelijk dat Hazrat Alira een profeet is. U zegt daarom ook: إِلاَّ أَنَّهُ لاَ نَبِيَّ بَعْدِي: de woorden verwijzen naar Hazrat Alira! Hazrat Alira was geen profeet tegenover of naast u, deze betekenis wordt ook bevestigd door een andere overlevering:
“Jij bent tegenover mij zoals Aaron was tegenover Mozes, alleen is er geen profeet naast mij.” (Musnad Ahmad 331/l)
In deze Hadith is het woord maa’ gebruikt (naast mij). En dit woord lost de puzzel op en bevestigd dat uw doel was om aan te geven dat Hazrat Alira geen profeet is en kan zijn zoals Aaronas was in de aanwezigheid van profeet Mozesas. Want als we nu stellen dat de Heilige Profeetsa إِلاَّ أَنَّهُ لاَ نَبِيَّ بَعْدِي niet had gezegd, dan had de Heilige Profeetsa de vergelijking van Aaronas (een profeet) gebruikt voor Hazrat Alira. Dit zou de misvatting kunnen creëren dat Hazrat Alira een profeet is naast de Heilige Profeetsa, maar de Heilige Profeetsa doet deze misvatting zelf teniet met deze woorden.
Een andere versie van de Hadith luidt:
“Jij bent tegenover mij zoals Aaron was tegenover Mozes, echter ben jij geen profeet.”
Het is duidelijk de Heilige Profeetsa ontkent dat Hazrat Alira geen profeet is naast hem, en zeker niet dat er absoluut geen profeten meer kunnen verschijnen die tot zijn volgelingen behoren.
Grammaticale analyse van de Hadith
Hoewel hierboven de ware betekenis van de Hadith duidelijk wordt, zullen wij ons niet slechts schuilen achter deze Hadith. Het klopt dat er ook overleveringen te vinden zijn waarin de Heilige Profeetsa slechts de woorden لاَ نَبِيَّ بَعْدِي heeft gebruikt. De letterlijke vertaling van deze zin in het Nederlands is: “er is geen profeet na mij”. Echter betekent deze zin niet dat er na de Heilige Profeetsa geen enkel profeet kan of zal komen. Het standpunt van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap is dat deze Hadith geen algemene profeten betreft. Het gaat hier om een specifiek soort profeet die niet kan en zal komen na de Heilige Profeetsa en dat is een wetgevende profeet. Deze betekenis zal er ook voor zorgen dat er geen tegenstrijdigheid meer bestaat tussen de gezegdes van de Heilige Profeetsa, want u heeft zelf voorspeld dat de Messias als een profeet zal verschijnen in de moslim ummah. De Arabische grammaticale structuur van deze zin steunt ook de redenering van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, die hieronder uiteen wordt gezet.
In de zin “er is geen profeet na mij” is het lidwoord la gebruikt. Het woord la in het Arabisch wordt ook gebruikt voor La nafi lil-kamal; het aantonen van de volmaaktheid van iemand of iets, door het ontkennen van een ander soort. Er zijn twee gelijksoortige voorbeelden te vinden van deze grammaticale structuur vanuit de gezegdes van de Heilige Profeetsa:
(1)- لاَ هِجْرَةَ بَعْدَ الْفَتْحِ:
Er is geen migratie na de overwinning van Mekka. (Sahih al-Bukhari 2783, Boek 56, Hadith 2)
In deze gezegde is ook gebruik gemaakt van La nafi lil-kamal: het ontkennen van perfectie. Dit betekent dat in deze uitspraak een specifiek soort migratie ontkend wordt die niet meer plaats zal vinden. De zin betekent dus dat een dergelijke voortreffelijke en heilige migratie niet meer plaats zal vinden na de overwinning van Mekka. En de heiligheid van deze migratie was dat de Profeetsa samen met zijn metgezellen vanwege geloofsachtervolging vanuit zijn land moest immigreren naar een ander land. Aldus gaat het ook hier niet om een algemene uitspraak, en wat ontkent word is de voortreffelijkheid (kamaal) van een dergelijk soort migratie. Imam Razi schrijft over deze gezegde:
“En wat betreft deze uitspraak “er is geen migratie na overwinning”, hiermee word een specifiek migratie bedoeld.” (Tafseer Kabir onder Hoofdstuk 8, Vers 73)
Hetzelfde regel is toegepast in de woorden “er is geen profeet na mij”. Het gaat hier ook over een specifiek soort profeetschap, het betekend dus dat er geen wetgevende profeetschap meer zal zijn na de Heilige Profeetsa. De gezegde betekent niet dat er geen enkel soort profeet meer zal komen.
(2)- “ هَلَكَ كِسْرَى ثُمَّ لاَ يَكُونُ كِسْرَى بَعْدَهُ، وَقَيْصَرٌ لَيَهْلِكَنَّ ثُمَّ لاَ يَكُونُ قَيْصَرٌ بَعْدَهُ، وَلَتُقْسَمَنَّ كُنُوزُهَا فِي سَبِيلِ اللَّهِ ”:
Wanneer Chosor zal sterven zal er geen Chosor na hem zijn en wanneer Caesar zal sterven zal er geen Caeser na hem zijn. (Sahih Bukhari, Volume 4, Boek 52, Hadith #267)
Op het eerste gezicht lijkt dit een algemene uitspraak, desondanks gaat het hier om een specifieke Caesar en Chosor. De titels die de Heilige Profeetsa heeft gebruikt werden destijds gebruikt voor de regeerders van Iran en de Romeinen. En het is een historische feit dat na hen velen Caesars en Chosors zijn geweest. De betekenis van deze gezegde zoals geleerden ook aangeven is niet dat na het overlijden van Caesar en Chosor er geen Caesar of Chosor meer zal bestaan, want dit is tegen de feiten in. De ware betekenis die ook door geleerden aan deze gezegde is toegeschreven is dat er geen enkel regeerder van gelijksoortige aard zal komen als hen. Na hen zal er geen enkel Caesar of Chosor komen die een dergelijk soort glorierijke macht, rijkdom een bestuur zal bezitten.
De grammaticale constructie van deze gezegde komt precies overeen met de grammaticale constructie van het gezegde “er is geen profeet na mij”. De betekenis van het gezegde “er is geen profeet na mij” draagt dezelfde betekenis als het gezegde “er is geen Caesar na hem”. Aldus de betekenis van de woorden “er is geen profeet na mij” is dat er geen wetgevende profeet zoals de Heilige Profeetsa meer kan komen.
Er is nog een vergelijkbaar voorbeeld te vinden in de Arabische grammatica met het gebruik van la:
“Er is geen jongenspersoon slechts Ali en er is geen zwaard slechts de Zul-fi-qaar”.
Uiteraard betekent deze zin niet dat er geen jongenspersoon meer kan bestaan na Hazrat Alira. Het betekent slechts dat er geen dapper persoon zoals Alira ooit zal ontstaan, dit betekent niet dat jongenspersonen zullen ophouden te bestaan. Hetzelfde geld voor het zwaard zul-fi-qaar. De betekenis is slechts dat er nooit dergelijk soort mooi zwaard zoals de zul-fi-qaar gemaakt zal worden. Deze zin is alleen gebruikt om de hoge rank van Alira en zul-fi-qaar aan te tonen. Hetzelfde geld voor de Hadith “er is geen profeet na mij”, dit betekent slechts dat er geen enkel profeet zoals de Heilige Profeetsa ooit geboren zal worden. De Heilige Profeetsa was een wetgevende profeet, en het gaat daarom dus ook om wet gevende profeetschap. Deze zin is alleen gebruikt om de hoge rank van het profeetschap van de Heilige Profeetsa aan te duiden.
Nogmaals, word de lezer erop geattendeerd dat de redenering van deze gezegde slechts een specifiek soort profeetschap afschaft, naast vele andere feiten ook vanwege het feit dat de Heilige Koran en de Ahadith van de Heilige Profeetsa bewijzen dat een komst van een profeet weldegelijk mogelijk is. De reden dat de betekenis van de tegenstanders niet geaccepteerd kan worden is dat deze in regelrechte tegenstrijd is met de Heilige Koran en Hadith. Daarin staat namelijk dat een komst van een niet-wetgevende afhankelijke profeet wel mogelijk is in de moslim ummah. Het is daarom van uiterst belang om deze zogenaamde tegenstrijd die ontstaat door de beredenering van de tegenstanders naast de Heilige Koran, Hadith en referenties van heilige leiders en geleerden ook te verwijten in het licht van de Arabische grammatica. En zodoende te bewijzen dat ook het grammaticale gebruik in de gezegdes het standpunt van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap ondersteunt.
Naast het lidwoord la zijn de woorden Ba’di (na mij) ook zeer belangrijk. Het woord dat hiervoor is gebruikt kent in het Arabische taal meerdere betekenissen. En een van die betekenissen is in tegenstrijd of in oppositie van. Volgens deze betekenis zal het gezegde betekenen dat er geen enkel profeet in tegenstrijd of in oppositie van de Heilige Profeetsa kan komen. Aldus een profeet die volledig onderworpen is aan de Heilige Profeetsa en tot uw ummah behoord kan wel verschijnen.
Ook in de Heilige Koran is het woord Ba’d gebruikt in de vorm in tegenstrijd of in oppositie van:
فَبِأَيِّ حَدِيثٍ بَعْدَ اللَّهِ وَآيَاتِهِ يُؤْمِنُون
“In welk woord buiten Allah en Zijn tekenen zullen zij dan geloven?” (Hoofdstuk 45, Vers 7)
In dit vers zijn de woorden Ba’d’Allah gebruikt de vraag is nu: wat betekent dit? Na God? Oftewel na het vergaan van God of in de afwezigheid van God? God Verbied! Uiteraard kunnen beide betekenissen niet kloppen. Ba’d’Allah betekent in oppositie en tegenover God, buiten zijn gehoorzaamheid. Het woord van God getuigd dat het woord Ba’d, ook in tegenstrijd of in oppositie van kan betekenen. Als deze betekenis wordt toegepast aan “er is geen profeet na mij”, verwijst dat ook naar de betekenis dat er geen wetgevende profeet meer kan komen, want de komst van een wetgevende profeet na de Heilige Profeetsa of de komst van iemand buiten uw ummah zal tegenover u komen te staan. Door uw komst is het geloof volmaakt, daarom zal er geen enkel wetgevende profeet na u komen. En er zal ook geen profeet komen die buiten uw ummah en buiten uw gehoorzaamheid zal zijn.
حَدَّثَنَا أَبُو الْيَمَانِ، أَخْبَرَنَا شُعَيْبٌ، عَنْ عَبْدِ اللَّهِ بْنِ أَبِي حُسَيْنٍ، حَدَّثَنَا نَافِعُ بْنُ جُبَيْرٍ، عَنِ ابْنِ عَبَّاسٍ ـ رضى الله عنهما ـ قَالَ قَدِمَ مُسَيْلِمَةُ الْكَذَّابُ عَلَى عَهْدِ رَسُولِ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم فَجَعَلَ يَقُولُ إِنْ جَعَلَ لِي مُحَمَّدٌ الأَمْرَ مِنْ بَعْدِهِ تَبِعْتُهُ. وَقَدِمَهَا فِي بَشَرٍ كَثِيرٍ مِنْ قَوْمِهِ، فَأَقْبَلَ إِلَيْهِ رَسُولُ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم وَمَعَهُ ثَابِتُ بْنُ قَيْسِ بْنِ شَمَّاسٍ، وَفِي يَدِ رَسُولِ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم قِطْعَةُ جَرِيدٍ، حَتَّى وَقَفَ عَلَى مُسَيْلِمَةَ فِي أَصْحَابِهِ فَقَالَ ” لَوْ سَأَلْتَنِي هَذِهِ الْقِطْعَةَ مَا أَعْطَيْتُكَهَا، وَلَنْ تَعْدُوَ أَمْرَ اللَّهِ فِيكَ، وَلَئِنْ أَدْبَرْتَ لَيَعْقِرَنَّكَ اللَّهُ، وَإِنِّي لأَرَاكَ الَّذِي أُرِيتُ فِيكَ مَا رَأَيْتُ ”. فَأَخْبَرَنِي أَبُو هُرَيْرَةَ، أَنَّ رَسُولَ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم قَالَ ” بَيْنَمَا أَنَا نَائِمٌ رَأَيْتُ فِي يَدَىَّ سِوَارَيْنِ مِنْ ذَهَبٍ، فَأَهَمَّنِي شَأْنُهُمَا، فَأُوحِيَ إِلَىَّ فِي الْمَنَامِ أَنِ انْفُخْهُمَا، فَنَفَخْتُهُمَا فَطَارَا فَأَوَّلْتُهُمَا كَذَّابَيْنِ يَخْرُجَانِ بَعْدِي ”. فَكَانَ أَحَدُهُمَا الْعَنْسِيَّ وَالآخَرُ مُسَيْلِمَةَ الْكَذَّابَ صَاحِبَ الْيَمَامَةِ.
De Heilige Profeetsa heeft gezegd: “Terwijl ik aan het slapen was zag ik dat ik in mijn beide handen twee gouden armbanden droeg. Ik was bezorgd over hen. Ik was toen door goddelijke instructie bevolen in mijn droom om deze weg te blazen. Ik blies hen weg en zij vlogen weg. Ik interpreteer dezen als twee leugenaars die tegenover mij zullen verschijnen.” (Sahih Bukhari, Volume 4, Book 56, Hadith #817)
De Heilige Profeetsa zag in een droom dat hij twee gouden armbanden droeg die hij interpreteerde als twee valse leugenaars Aswad Al-‘Ansari en Musailma Al-Kadhdhab (zij hadden een valse claim gemaakt van profeetschap). Beiden waren aanwezig in uw leven en hadden hun claim al verkondigd in uw leven. Desondanks heeft de Heilige Profeetsa de woorden “Ba’dee” gebruikt. Dit bewijst dat hier ook het woord “Ba’dee” gebruikt is met de betekenis “in oppositie van”. Zij hadden namelijk tegenover u profeetschap verkondigd. Het woord “Ba’dee” in het gezegde “er is geen profeet na mij” heeft dezelfde betekenis zoals de Heilige Profeetsa het woord hierboven heeft gebruikt. De betekenis is dus, dat er geen profeet na de Heilige Profeetsa zal komen die vrijgesteld zal zijn van uw gehoorzaamheid.
Hoe de Heilige Profeetsa omging met valse profeten dient als een voorbeeld voor de tegenstanders van Ahmadiyyat. De Heilige Profeetsa heeft nooit tegen hen gestreden vanwege hun valse verkondiging. Als Mirza Ghulam Ahmadas God Verhoede een valse verkondiging heeft gemaakt, waar maken de tegenstanders zich dan zorgen om? Zij horen het voorbeeld op te volgen van de Heilige Profeetsa en horen de zaak te overhandigen aan God, want God zelf zegt dat hij valse verkondigers van profeetschap zal vernietigen.
Het huidige gedrag dat tegenstanders vertonen komt overeen met de tegenstanders van profeten zoals vermeld staat in de Heilige Koran. Zij verzinnen talloze onnozele redenen en baseren zich op ongegronde redenen om een persoon die aangesteld is door God te weigeren en misleiden andere onschuldige onwetende mensen zodat zij ook tegen hem en zijn volgelingen opstaan. Zoveel moeite om iemand vals te bewijzen? Als de tegenstanders dezelfde energie hadden verbruikt in de zoektocht naar de ware uitverkorene, zouden zij zeker gezegend zijn met goddelijke zegeningen.
Laten wij nu de betekenis van het woord “Ba’dee” behandelen die door de tegenstanders wordt aangehaald. Volgens de tegenstanders is de regel van zarf zamaan toegepast in deze Hadith. Dit betekent dat het bijwoord “Ba’dee” is gebruikt om een periode aan te geven. De betekenis van de Hadith wordt dan: “na mijn periode zal er geen profeet meer zijn”. De periode van de Heilige Profeetsa is bestemd voor de gehele mensheid en voor alle tijden tegemoet. De Heilige Profeetsa heeft deze feit velen malen benadrukt. De Heilige Profeetsa heeft elders zijn periode aangegeven met de woorden:
بُعِثْتُ أَنَا وَالسَّاعَةَ كَهَاتَيْنِ .
“Ik en het uur zijn samen als deze twee vingers herrezen” (Sahih Bukhari 6504, Boek 81, Hadith 93)
De periode van de Heilige Profeetsa omtrent tot het uur, namelijk tot aan de Dag des Oordeels.
Aldus, als deze redenering aanvaardt word betekend dit dat er geen profeet zal komen die uw periode zal beëindigen. En dit kan alleen gebeuren door de komst van een profeet die buiten uw gehoorzaamheid komt. De komst van een profeet die komt in uw vertegenwoordiging zal niet beschouwd worden als een ander profeet of een “nieuwe profeet”. Hij zal beschouwd worden als uw spirituele wederkomst, welke bestemd was te komen zoals geprofeteerd in Surah Jummah.
Visie van moslimgeleerden
De Ahmadiyya standpunt met betrekking tot deze Hadith is niet nieuw zoals wordt verondersteld door de tegenstanders, maar is door de eeuwen heen door verschillende geleerden en heiligen ook onderwezen. Deze geleerden worden ook erkend door de tegenstanders van Ahmadiyyat. Laat het voor de lezer wel duidelijk zijn dat het aanvaarden van al hetgeen wat voorafgaande geleerden en heiligen hebben onderwezen niet een verplichting is voor ons zoals hetgeen wat vermeld is in de Heilige Koran en de overleveringen van de Heilige Profeetsa.
Deze referenties worden getoond om aan te tonen dat deze leer omgaand het profeetschap van de Heilige Profeetsa niet geheel nieuw en uniek zoals de tegenstanders dat beweren. Nog een reden voor het aanhalen van deze referenties is vanwege een profetie, de Heilige Profeetsa heeft geprofeteerd dat er een tijd zal komen dat de gedachten van zijn ummah zullen afdwalen van het rechte pad, desondanks zal er altijd wel een deel zijn van zijn ummah zijn die op het rechte pad zal blijven, die altijd het juist zal blijven onderwijzen. De Heilige Profeetsa heeft gezegd:
لاَ تَزَالُ طَائِفَةٌ مِنْ أُمَّتِي قَوَّامَةً عَلَى أَمْرِ اللَّهِ لاَ يَضُرُّهَا مَنْ خَالَفَهَا
“Er zal altijd een groep vanuit mijn ummah standhoudend blijven op Gods bevel. Zij die hen bevechten zullen hen geen kwaad kunnen doen, totdat Gods besluit zal komen en zij de mensen zullen overwinnen.” (Ibn Majah Vol. 1, Book 1, Hadith 7 & Sahih al-Bukhari)
Er zullen een aantal referenties worden gegeven van betrouwbare geleerden en hun betrouwbaarheid wordt ook aanvaard door de tegenstanders.
Hazrat ‘Aishara (de vrouw van de Heilige Profeetsa)
قولوا خاتم النبيين، ولا تقولوا لا نبي بعده
“Zeg dat hij (de Heilige Profeetsa) Khatamun Nabbiyeen is, maar zeg niet dat er geen profeet na hem zal zijn.” (Durre Mansoor Volume 5 & Takmilah Majma’ul-Bihar, blz. 85)
Hazrat Imam Mohammed Tahir (overleden in 986 hijrah)
ويقول الإمام محمد طاهر (المتوفى عام 986 هـ) أحد الصلحاء المعروفين، في شرح قول السيدة عائشة رضي الله عنها:
“هذا ناظر إلى نـزول عيسى، وهذا أيضا لا ينافي حديث “لا نبي بعدي”، لأنه أراد لا نبي ينسخ شرعه.”
(تكملة مجمع بحار الأنوار، لمحمد طاهر الغجراتي، ص 502)
“De uitspraak van Hazrat ‘Aisha moge Allah haar zegenen: “zeg dat hij Zegel der profeten is, maar zeg niet dat er geen profeet na hem zal zijn”. Dit verwijst naar de zending van Jezus. En deze uitspraak is niet in tegenstrijd met het gezegde “er is geen profeet na mij”, want deze betekent dat er geen profeet zal komen die zijn wetgeving zal afschaffen.” (Takmilah Majmaʻ biḥār al-anwār fī gharāʼib at-tanzīl wa-laṭāʼif al-akhbār)
Sheikh-ul-Imam Hazrat ibn Khtaieba (overleden in 267 hijrah)
“(De Heilige Profeetsa ) bedoelde met “er is geen profeet na mij” er zal geen profeet komen die zal afschaffen met wat ik kwam.” (Taqil Mukhtaliful Ahadith Pagina 236)
Imam Abdul Wahab Sharani (overleden in 976 hijrah)
يشرح الشيخ عبد الوهاب الشعراني (المتوفى 976 هـ) حديث “لا نبي بعدي” ويقول:
“فقوله صلى الله عليه وسلم “لا نبي بعدي ولا رسول بعدي”، أي ما ثمّ مَن يشرع بعدي شريعة خاصة.”
(اليواقيت والجواهر للشعراني ج 2 ص 35 دار المعرفة للطباعة والنشر بيروت 1900م)
“Laat het bekend zijn dat de orde van profeetschap niet volledig is gesloten; het is de wet dragende profeetschap dat nu is stopgezet.” Vervolgens verklaarde hij tijdens het uitleggen van de Hadith la nabiyya badi en La rasoola badi dat er geen wet dragende profeet na hem zal zijn.” (Al Yawaqit wal Jewahir, Volume 2, Pagina 39)
In hetzelfde boek beweert u:
“Waarlijk, profeten en boodschappers zijn heengegaan en zullen voortzetten te verschijnen in deze wereld in de toekomst, maar zij zullen zeker onder de Sharia van de Heilige Profeet Mohammedsa onderworpen zijn. Maar meeste mensen zijn onwetend over deze waarheid.” (Pagina 27)
Nawaab Sadeeq Hasan Khan Sahib
Een bekende geleerde van de Ahle-Hadith schrijft:
ويقول السيد نواب نور الحسن خان بن نواب صديق حسن خان
“الحديث “لا وحي بعد موتي” لا أصل له، غير أنه ورد “لا نبي بعدي”، ومعناه عند أهل العلم أنه لن يأتي بعدي نبي بشريعة تنسخ شريعتي.”
“Het gezegde “er is geen openbaring na mij” is onjuist. Hoewel “Er is geen profeet na mij” wel voorkomt. De betekenis volgens de geletterden (die commentaar hebben geleverd op deze hadith) is dat er na mij geen profeet zal zijn die een wetgeving met zich mee zal brengen.” (Iqtrab ul Saat Pagina 162)
Sharh van Mishkat al Masabih staat geschreven:
وقال شارح “مشكاة المصابيح” محمد بن رسول الحسيني البرزنجي: “ورد “لا نبي بعدي” ومعناه عند العلماء أنه لا يحدث بعده نبي بشرع ينسخ شرعه.”
(الإشاعة لأشراط الساعة ص149 دار الكتب العلمية بيروت)
Ook dit verteld ons dat Laa Nabi Badi relateert tot het afschaffen van de wet van de Heilige Profeetsa.


Het leven van Mohammad