Wat is de Islamitische Jihad?

Introductie

Jihad is een Arabisch woord dat betekent: streven naar een bijzonder doel. Als in de Heilige Koran Allah (God) de mensen oproept tot de Jihad betekent het om zich in te spannen voor een nobele zaak. Deze Jihad kan worden verricht op vele manieren, welke allen beogen vrede in de samenleving te bevorderen.

De verschillende vormen van Jihad

  • De strijd voor zelfverbetering: Deze wordt beschouwd als de grootste Jihad omdat dit de strijd is tegen onze zelfzuchtige wensen, hebzucht, wellust en wereldlijke verlangens. Deze strijd eist meer zelfdiscipline van ons, zodat wij morele controle over onze gedachten en daden kunnen hebben.
  • De plicht van de moslims om de ware boodschap van de Islam over te brengen aan anderen: De Heilige Koran benadrukt dat deze vorm van Jihad moet worden verricht met wijsheid, tolerantie en respect voor anderen en hun geloof. Dwang of geweld is hierbij verboden. 
  • Het besteden van de rijkdom die men bezit om behoeftigen te helpen: Het helpen van hen die in nood verkeren, ongeacht hun kleur, geloof of ras is een vorm van Jihad die niet alleen helpt om het lijden van de mensheid te verlichten, maar die ook sociale vrede en harmonie vestigt tussen de rijken en armen.
  • De defensieve strijd: De Heilige Koran heeft duidelijk gemaakt dat deze vorm van Jihad (welke een Jihad is van de lagere orde) alleen kan plaatsvinden onder bepaalde omstandigheden. 

Jihad met de zwaard

Er waren specifieke omstandigheden in de tijd van de Heilige Profeet (vrede zij met hem) waarin het werd toegestaan om de zwaard op te nemen tegen diegenen die hen vervolgden en probeerden uit te roeien. Deze omstandigheden worden beschreven in de volgende verzen van de Heilige Koran:

“Toestemming om te vechten is gegeven aan degenen tegen wie wordt gevochten, omdat hun onrecht is aangedaan, en voorzeker heeft Allah de macht hen bij te staan – degenen die ten onrechte uit hun huizen werden verdreven, alleen omdat zij zeiden: “Onze Heer is Allah”. En indien Allah sommige mensen niet door middel van anderen tegenhield, zouden zeker kloosters, kerken, synagogen, en moskeeën waarin dikwijls de naam van Allah wordt herdacht, zijn afgebroken.” (22:40-41)

Hieruit wordt duidelijk dat de moslims alleen wapens mochten opnemen ter zelfverdediging wanneer zij het slachtoffer werden van onderdrukking, hun situatie levensbedreigend werd en wanneer zij uit hun huizen werden verdreven simpelweg wegens het uitoefenen van hun godsdienst. De moslims werden namelijk op brutale wijze vervolgd door de Quraish (stam uit Mekka). Voordat de toestemming werd gegeven aan de moslims om terug te vechten hadden zij 13 lange jaren aan vervolging doorbracht. Alleen toestemming om te vechten ter zelfverdediging werd dus gegeven aan de moslims. Daarnaast hadden de vijandige plannen van de stammen zulk een mate bereikt, dat als in reactie daarop de moslims niets zouden doen en zich zouden onthouden van fysiek actie, zou het misschien wel hebben geleid tot zelfmoord en volledige uitroeiing.

Gedurende de 13 lange jaren van vervolging zouden sommige metgezellen aan de Heilige Profeet (vrede zij met hem) om toestemming vragen om terug te vechten, maar de Profeet (vrede zij met hem) zou antwoorden:

“(Op dit moment) heb ik het bevel gekregen om te vergeven. Daarom kan ik je geen toestemming geven om te vechten. ” (Sunan an-Nasa’i, Kitabul-Jihad, Babu Wujubil-Jihad, Hadith Nr. 3086)

De migratie van de moslims

In feite werden de moslims eerst bevolen de plaats waar zij werden onderdrukt te verlaten en een nieuwe verblijfplaats te zoeken. Zelfs in hun nieuwe verblijfplaats bleef de onderdrukker hun levens bedreigen en ging voort hen aan te vallen met de bedoeling om hen ervan te weerhouden hun godsdienst te beoefenen, daarna pas werd aan de moslims het recht gegeven om de wapens op te nemen ter zelfverdediging.

Het is dus duidelijk dat de moslims alleen toestemming kregen voor de jihad met het zwaard tegen die mensen die eerst tegen hen de zwaard opnamen en wensten hun terug te keren van hun geloof. Bovendien werd de moslims bevolen dat zij direct moesten aftreden als de ongelovigen ophielden met oorlog.. Zoals in de Heilige Koran wordt vermeld:

“En als zij tot vrede neigen, neigt u er dan ook toe en legt uw vertrouwen in Allah. Voorzeker Hij is
Alhorend, Alwetend.” (Hoofdstuk 8, Vers 62)

Bovendien wordt in de Heilige Koran vermeld:

“En strijd voor de zaak van Allah tegen degenen die tegen u strijden, maar overschrijd de grens niet. Voorzeker, Allah heeft de overtreders niet lief.” (2:191.)

Dit vers toont duidelijk aan dat de strijd alleen defensief was en dat het doel van de oorlog was om de vrede te herstellen. Als de noodzaak tot een defensieve strijd optrad, dan verschafte de Islam ook duidelijke instructies betreffende hetgeen niet gedaan mag worden. Bijvoorbeeld burgers die niet tegen de moslims streden mochten niet worden aangevallen, bezittingen zoals gewassen of andere bronnen van voedsel, water, ziekenhuizen, weeshuizen, plaatsen van aanbidding (van alle religies) mochten niet worden verwoest, vrouwen, kinderen, oude mensen en invaliden moesten met rust worden gelaten. Het is daarom heel duidelijk dat het doel van een dergelijke strijd het herstellen van vrede was en niet het bevorderen van agressie.

Conclusie

Jihad in al zijn vormen is daarom een middel om vrede in zowel onszelf, als in onze samenleving te bevorderen. Een actie van geweld en terreur kan daarom niet als Jihad worden bestempeld.