Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 2 juli 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar ibn al-Khaṭṭāb (ra) & lancering van de nieuwe Ahmadiyya-encyclopedie

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij verder zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

Zijne Heiligheid (aba) zei dat eens, toen Hazrat Umar (ra) de Christenen en het Joodse volk van Jemen overwon, hij hun land niet van hen afnam, maar afkocht.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat in de Heilige Koran, de Almachtige God zegt:

Gij wenst de goederen van deze terwijl Allah het Hiernamaals voor u wenst.’  (De Heilige Koran, 8:68)

In het licht van dit vers zei Zijne Heiligheid (aba) dat de Tweede Kalief (ra) heeft bewezen dat de Islam niet toestaat om iemand gevangen te nemen buiten tijden van oorlog. Eens kwam een groep uit Jemen naar Hazrat Umar (ra) en zei dat ze door de Christenen gevangen waren genomen in hun land. Hazrat Umar (ra) zei dat hij het zou onderzoeken, en als dit waar zou blijken te zijn, hij hen zeker van deze gevangenschap zou bevrijden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Tweede Kalief (ra) dit vergeleek met Europa waar de slavernij voortduurde tot de 19e eeuw, terwijl de Islam al dergelijke vormen van gevangenschap en slavernij afschafte.

Onbaatzuchtigheid van Hazrat Umar(ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat eens tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra), een hongersnood Medina en de omliggende gebieden trof, waardoor dit jaar bekend staat als het ‘Jaar van de As’. Gedurende deze tijd schreef Hazrat Umar (ra) een brief aan de gouverneur van Egypte, Hazrat Amr bin Aas (ra), waarin hij om hulp en assistentie vroeg. Amr bin Aas(ra) antwoordde door te zeggen dat hij een afvaardiging met kamelen zou sturen, die zo lang was dat de eerste kameel in Medina zou zijn en de laatste kameel in de rij nog steeds in Egypte zou zijn. Evenzo stuurde de gouverneur van Irak en Syrië hulp. Toen de hulp hen bereikte, zou Hazrat Umar (ra) opdragen dat het eerst aan de mensen in de dorpen zou worden gegeven. Hazrat Umar (ra) zou ook eten laten bereiden en een aankondiging doen voor iedereen die voedsel nodig had om te komen en te nemen wat ze nodig hadden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er eens wat voedsel dat vlees bevatte werd aangeboden aan Hazrat Umar (ra). Hij vroeg waar het vandaan kwam en kreeg te horen dat het van een van de kamelen was die was geslacht. Hazrat Umar (ra) vroeg wat voor soort leider hij zou zijn, als hij het beste deel van het voedsel voor zichzelf hield en de overige delen aan zijn volgelingen gaf. Daarom vroeg hij om het weg te laten halen en om iets anders naar hem te brengen. Het is vastgelegd dat Hazrat Umar (ra) geen vlees of boter at totdat alle anderen goed waren gevoed en in hun normale toestand waren teruggekeerd. Het is ook vastgelegd dat de kleur van zijn huid donkerder begon te worden vanwege de beperkte hoeveelheden voedsel die hij at.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) vroeg om het aantal mensen, dat was komen eten, te tellen. Bij het tellen bleek dat er 7.000 mensen met hem waren komen eten, en op een andere dag liep dat aantal op tot 10.000. Dit ging door totdat het uiteindelijk, na gebeden van Hazrat Umar (ra), regende en de hongersnood voorbij was.

Het voorbeeldige leiderschap van Hazrat Umar (ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat aanvankelijk in moskeeën gebeden op de grond zouden worden verricht, waardoor de voorhoofden van de aanbidders vaak bedekt zouden zijn met modder. Het is vastgelegd dat Hazrat Umar (ra) de eerste was die instrueerde dat gebedsmatten op de grond moesten worden gelegd om het bidden te vergemakkelijken. Het was ook tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra) dat de Moskee van de Profeet (Masjid Nabawi) werd gerenoveerd en uitgebreid.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het ook tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra) was dat hij begon met het nemen van volkstellingen van burgers en het was ook in deze tijd dat Hazrat Umar (ra) een rantsoeneringssysteem instelde. Dit was in overeenstemming met dezelfde gelijkheid die door de Heilige Profeet (vzmh) werd vastgesteld toen hij in Medina aankwam. Eens tijdens een veldslag vernam de Heilige Profeet (vzmh) dat sommige mensen niet genoeg te eten hadden, terwijl er sommigen waren die genoeg te eten hadden. Toen hij dit zag, instrueerde de Heilige Profeet (vzmh) iedereen die iets te eten had om het te verzamelen, en toen werd het gelijk verdeeld zodat iedereen kon eten. Iedereen at apart zolang het mogelijk was om dit te doen, maar toen het risico ontstond dat sommigen hongerig zouden blijven, instrueerde de Heilige Profeet (vzmh) dat iedereen even veel moest eten. Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit niet was om enige vorm van socialisme of communisme te vestigen, maar dat het een beslissing was die werd genomen op basis van de omstandigheden op dat moment. Vandaar dat dit het voorbeeld was dat door de Heilige Profeet (vzmh) werd gegeven.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het gebaseerd was op de voorbeelden van de Heilige Profeet (vzmh), dat toen de Islam zich wijd en zijd begon te verspreiden en verschillende naties zich bij de Islam begonnen te voegen, Hazrat Umar (ra) een systeem van volkstelling instelde in om het aantal burgers te bepalen, en vervolgens het verdelen van voedsel onder een rantsoeneringssysteem om ervoor te zorgen dat iedereen die zich bij de Islam voegde, kon eten. Zo heeft de Islamitische regering een systeem opgezet, waarbij het levensonderhoud van elke persoon de verantwoordelijkheid van de regering werd. Er wordt gezegd dat de Sovjetunie de eerste was die voor zijn burgers zorgde na een volkstelling. Het is echter een bewezen feit dat dit concept voor het eerst werd ingesteld door de Islam en zijn regering.

Oprichting van het officiële systeem van Shura

Zijne Heiligheid (aba) zei dat tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra), landen werden verdeeld in provincies om het bestuur te vergemakkelijken. Evenzo was het tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra) dat het systeem van Shura werd ingesteld. Tijdens deze overlegvergaderingen ontmoetten de ministers van verschillende departementen en gouverneurs van verschillende gebieden elkaar. Hazrat Umar (ra) heeft bepaalde regels en richtlijnen opgesteld voor ambtsdragers, om ervoor te zorgen dat ze niet vervallen in arrogantie of wereldsgezindheid. Het was ook tijdens het tijdperk van Hazrat Umar(ra) dat de belasting gematigd werd om het voor de burgers gemakkelijker te maken om te betalen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij het leven van Hazrat Umar (ra) in toekomstige preken zou blijven benadrukken.

Lancering van de nieuwe Ahmadiyya-encyclopedie

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij een aankondiging zou doen met betrekking tot de lancering van de Ahmadiyya Encyclopedia, opgericht door het centrale Ahmadiyya Archive and Research Center. Ze begonnen een tijdje geleden aan dit project en nu is deze website beschikbaar voor leden. De website die wordt gelanceerd is https://www.ahmadipedia.org/, waar een zoekmachine op aanwezig is om gemakkelijk materiaal te zoeken. De zoekresultaten bevatten links naar verschillende Jama’at-websites en relevante video’s enz. Er is ook een optie op deze website waar mensen historische verslagen kunnen insturen die ze hebben en die nog niet eerder zijn vastgelegd. Na verificatie zullen deze accounts worden opgenomen in de website, waardoor het een project wordt dat zal worden voortgezet met de hulp van leden van de Gemeenschap. Mocht iemand bepaalde content of informatie op de website niet kunnen vinden, dan kan men contact opnemen met het centrale team, die zal werken aan het vinden en beschikbaar stellen van die informatie. Zowel de centrale ICT-afdeling als de missionarissen in het Ahmadiyya Archive and Research Center hebben een grote rol gespeeld bij het voorbereiden van het materiaal voor deze website. Zijne Heiligheid (aba) bad voor alle betrokkenen en zei dat hij na het vrijdaggebed deze website zou lanceren.

Samengesteld door Afdeling Isha’at van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya Nederland

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 18 juni 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar ibn al-Khaṭṭāb (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij verder zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

Het testament van Hazrat Abu Bakr (ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat voordat hij stierf, Hazrat Abu Bakr (ra) Hazrat Uthman (ra) riep zodat hij zijn testament kon opschrijven. Terwijl Hazrat Uthman (ra) net begon te schrijven, raakte Hazrat Abu Bakr (ra) bewusteloos. Hazrat Uthman (ra) schreef dat Hazrat Umar (ra) de volgende Khalifa zou zijn. Toen Hazrat Abu Bakr (ra) weer bij bewustzijn kwam, vroeg hij Hazrat Uthman (ra) om voor te lezen wat hij had opgeschreven. Hij las vervolgens voor wat hij had geschreven over Hazrat Umar (ra). Hazrat Abu Bakr (ra) veranderde dit niet en gaf te kennen dat hij juist en goed heeft gehandeld.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het testament van Hazrat Abu Bakr (ra) aan de mensen was voorgelezen, en Hazrat Abu Bakr (ra) hen vroeg of ze het eens waren met de beslissing die hij had genomen, waarop iedereen antwoordde dat ze deze beslissing zouden gehoorzamen en de volgende Khalifa ook.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat iemand ooit Hazrat Umar (ra) vroeg naar zijn woede en dat deze er niet langer leek te zijn. Hazrat Umar (ra) antwoordde dat het er nog steeds was, maar het manifesteerde zich alleen tegen de ongelovigen.

Hazrat Umar’s (ra) eerste toespraak als de Khalifa

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) in zijn eerste toespraak nadat hij Khalifa was geworden, zei dat hij over elke kwestie die hem zou overkomen, zelf zou beslissen. En elke kwestie die ver weg was, zou hij vertegenwoordigers aanwijzen om ermee om te gaan. Hij zei dat wie goed deed beloond zou worden, maar wie kwaad deed, diegene zou dienovereenkomstig worden behandeld.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat op de derde dag nadat hij de Khalifa was geworden, Hazrat Umar (ra) een toespraak hield waarin hij zei dat hij had gehoord dat mensen bang waren voor zijn vurige temperament en dat mensen dachten dat hij hard zou zijn als leider.

Hazrat Umar (ra) zei dat in de tijd van de Heilige Profeet (sa) niemand de vriendelijkheid en mededogen van de Heilige Profeet (sa) kon evenaren, en op het moment van zijn overlijden was de Heilige Profeet (sa) tevreden met Hazrat Umar (ra). Met betrekking tot Hazrat Abu Bakr (ra) zei hij dat iedereen zich ervan bewust was dat hij erg aardig was en dat hij zijn dienaar en helper was. En op het moment van zijn overlijden was Hazrat Abu Bakr (ra) tevreden met Hazrat Umar (ra). Hazrat Umar (ra) zei dat hij buitengewoon vriendelijk zou zijn, maar tegelijkertijd vastberaden zou zijn om ervoor te zorgen dat gerechtigheid altijd zou worden gediend.

Grote nederigheid van Hazrat Umar (ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Tweede Kalief, Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad (ra) met betrekking tot het Khilafat van Hazrat Umar (ra) verklaarde dat hij er buitengewoon hard naar streefde om ervoor te zorgen dat de waarden en leerstellingen van de islam werden nageleefd. Hazrat Umar (ra) bad tot God dat hem een grote taak was toevertrouwd, en hij bad om vergeving voor het geval hij geen recht deed aan het uitvoeren van deze plicht.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen Iran werd veroverd, korenmolens naar Medina werden gebracht, en Hazrat Umar (ra) zei dat het eerste meel van de molens naar Hazrat A’ishah (ra) moest worden gestuurd. Dit toonde het grote respect dat hij had voor de vrouwen en familie van de Heilige Profeet (sa). De vrouwen van Medina hadden nog nooit zo’n fijn meel gezien, en dus verzamelden ze zich rond Hazrat A’ishah (ra) om het te zien. De Tweede Kalief (ra) zei dat dit geen speciaal meel was, maar van nog mindere kwaliteit dan het meel dat de armsten der armen te eten hadden. Toen Hazrat A’ishah (ra) de gekookte bloem in haar mond stopte, begon ze te huilen. Toen haar werd gevraagd waarom ze huilde, zei ze dat ze aan de Heilige Profeet (sa) dacht die zelfs in zijn laatste levensdagen niet veel te eten had. De persoon door wie alle giften mogelijk waren was verdwenen, maar zij konden blijven profiteren van deze giften en gunsten. Later zei Hazrat A’ishah (ra) dat ze niet verder kon eten.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij het leven van Hazrat Umar (ra) in toekomstige preken zou blijven belichten.

Gebed voor overledenen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de dodengebed (in afwezigheid) zou leiden van de volgende overledenen: Suhaila Mahbob Sahiba, Raja Khurshid Ahmad Munir Sahib, Zameer Ahmad Nadeem Sahib, Isa Muakitilima Sahib, Sheikh Mubashar Ahmad Sahib, Saif Ali Shahid Sahib en Masood Ahmad Hayat Sahib.

Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah de overledene met vergeving en genade moge behandelen, hun kinderen in staat moge stellen gehecht te blijven aan Ahmadiyyat en dat hun gebeden voor hun nageslacht mogen worden aanvaard.

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 4 juni 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar ibn al-Khaṭṭāb (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij verder zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

De slag bij Hamra al-Asadi

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) ook deelnam aan de Slag bij Hamra al-Asad die na de Slag bij Uhud plaatsvond. Er was een dreiging dat de Quraish Medina zouden gaan aanvallen. Ze waren van mening dat ze daarmee de islam helemaal konden elimineren. Dus toen de moslims hoorden dat er een mogelijkheid van een aanval was, bleven ze Medina bewaken. De volgende ochtend hoorden ze dat de Quraish inderdaad in de buurt waren en een aanval beraamden. De Heilige Profeet (sa) maakte bekend dat al degenen die hadden deelgenomen aan de Slag om Uhud zich opnieuw moesten voorbereiden op de strijd. Vervolgens riep de Heilige Profeet(sa) Hazrat Abu Bakr(ra) en Hazrat Umar(ra) bijeen om hen over de situatie te informeren.  Ze stelden allebei voor om de bedreiging voor Medina te kunnen neutraliseren, naar de Quraish toe te gaan. Vandaar dat de moslims vertrokken en stopten bij een plaats genaamd Hamra al-Asad. Omdat het avond was brachten de moslims daar de nacht door en werd besloten om kampvuren aan te steken. Toen de Quraish alle vuren zag die waren aangestoken, leek het alsof er een groot leger aanwezig was.  Dus toen een van de Quraish deze branden zag en verslag uitbracht, besloten de Quraish om zich terug te trekken naar Mekka.

De slag bij Banu Mustaliq

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) ook deelnam aan de Slag bij Banu Mustaliq. Dit vond plaats in een tijd dat de stammen van Hijaz, die aanvankelijk sympathie hadden voor de zaak van de moslims, ten prooi vielen aan de ophitsingen van de Quraish. De belangrijkste onder hen was de stam van Banu Mustaliq die van plan was Medina aan te vallen. Toen de Heilige Profeet (sa) hoorde van dit plan en dat er een groot leger werd voorbereid. Vandaar dat de Heilige Profeet(sa) met een leger van moslims op weg ging naar de stam van Banu Mustaliq. Toen Banu Mustaliq hoorde van de komst van het moslimleger, werd Banu Mustaliq bang, omdat hun plan een verrassingsaanval op Medina was geweest. Vandaar dat de andere stammen die Banu Mustaliq hadden gesteund, vluchtten toen ze dit nieuws hoorden. Banu Mustaliq bleef echter vastbesloten om te vechten. De Heilige Profeet (sa) stopte bij een plaats in de buurt van Banu Mustaliq genaamd Muraisi. De Heilige Profeet (sa) gaf vervolgens Hazrat Umar(ra) de opdracht om de Banu Mustaliq te informeren dat als ze zouden ophouden met hun verzet tegen de islam, er vrede zou zijn en de moslims zouden terugkeren naar Medina. De Banu Mustaliq ontkende dit vredeoffer echter en ze begonnen pijlen te schieten. Dus schoten de twee partijen enige tijd heen en weer pijlen, en toen beval de Heilige Profeet (sa) een onmiddellijke aanval, die Banu Mustaliq uitschakelde.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er op de terugweg van de Slag bij Banu Mustaliq een geschil was tussen twee mannen, een van de Muhajireen (migranten naar Medina) en Ansar (inwoners van Medina) en beiden riepen hun mensen op om hen te helpen. Toen vertelde de Heilige Profeet (sa) hen dat ze geen ruzie moesten maken over zulke onbeduidende zaken. Abdullah bin Ubayy (hoofd van de hypocrieten) was ook aanwezig, en zei dat bij terugkeer naar Medina, de eervolle de oneervolle zou uitschakelen. Hazrat Umar(ra) verzocht de Heilige Profeet(sa) om deze hypocriet te doden, maar de Heilige Profeet(sa) zei dat hij geen toestemming zou geven, opdat mensen niet zouden zeggen dat hij zijn eigen volk vermoordde. Later werden de hypocrieten zelf moe van Abdullah bin Ubayy en begonnen zich tegen hem te keren.  De Heilige Profeet (sa) vertelde Hazrat Umar (ra) dat hij zijn verzoek die keer had stopgezet, omdat hij wist dat de mensen die Abdullah bin Ubayy steunden zich tegen hem zouden keren bij het zien van de realiteit en hem zelf zouden doden.

Een verduidelijking met betrekking tot de gebeden tijdens de slag om Uhud

Zijne Heiligheid (aba) zei dat tijdens de Slag om de Sloot, Hazrat Umar(ra) naar de Heilige Profeet (sa) ging nadat de zon was ondergegaan, en zei dat hij niet in staat was geweest om het Asr-gebed (laat middaggebed). De Heilige Profeet (sa) zei dat hij ook niet in staat was geweest om het Asr-gebed te verrichten, en dus deden ze het, en deden toen het Maghrib-gebed (gebed na zonsondergang).  Zijne Heiligheid (aba) zei dat er verschillende meningen en verslagen zijn over hoeveel gebeden ze die dag niet hadden kunnen verrichten. Er zijn enkele overleveringen en verslagen die zeggen dat de Heilige Profeet (sa) vier gebeden tegelijk verrichtte.  De Beloofde Messias(as) heeft echter al zulke verslagen als zwak aangemerkt en verklaard dat het in feite alleen het Asr-gebed was dat werd opgedragen tegen het verstrijken van de vastgestelde tijd.

Hazrat Umar’s(ra) deelname aan het Verdrag van Hudaibiyah

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) ook deel uitmaakte van het Verdrag van Hoedaibiyah. De Heilige Profeet (sa) riep Hazrat Umar(ra) bijeen zodat hij naar Mekka kan gaan en de Quraish kan informeren over de bedoelingen van de moslims. Hazrat Umar (ra) zei dat hij voor zijn leven vreesde, omdat de Quraish wisten hoeveel hij tegen hen was. Hazrat Umar(ra) zei dat als de Heilige Profeet(sa) dat wenste, hij ondanks dit toch naar Mekka zou gaan, maar de Heilige Profeet(sa) bleef stil. Toen stelde Hazrat Umar(ra) voor om Hazrat Uthman(ra) te sturen, aangezien hij zeer gerespecteerd werd door de Quraish.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat terwijl het verdrag werd geschreven, Abu Jundal, de zoon van Suhail bin Amr, de vertegenwoordiger van de Quraish, besloot te vluchten naar de Heilige Profeet (sa), omdat hij de islam had aanvaard echter werd hij hiervoor gemarteld door de Quraish. Abu Jundal arriveerde in Hudaibiyah net op het moment dat in het verdrag de voorwaarde werd geschreven dat elke Mekkaanse die naar de moslims vluchtte, zou worden teruggestuurd. Daarom eiste Suhail bin Amr dat Abu Jundal zou worden teruggestuurd. Abu Jundal smeekte om niet teruggestuurd te worden, maar de Heilige Profeet (sa) vertelde hem met veel pijn dat, omdat ze zojuist hadden ingestemd met de voorwaarden van de overeenkomst, ze niet konden voorkomen dat hij werd teruggebracht.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het Hazrat Umar (ra) veel pijn deed om dit te zien. Hij vroeg de Heilige Profeet (sa) of hij inderdaad eerlijk was. Waarom moesten de moslims dan zo’n schande dragen? De Heilige Profeet (sa) antwoordde hem dat hij natuurlijk de waarheidsgetrouwe Boodschapper was die door God was gezonden, en als zodanig was hij op de hoogte gebracht van Gods wil voor de moslims. Toen vroeg Hazrat Umar(ra) of de Heilige Profeet(sa) niet had gezegd dat ze een bedevaart zouden maken naar de Heilige Ka’bah. De Heilige Profeet (sa) zei dat hij dat inderdaad had gedaan, maar hij had niet gespecificeerd dat het datzelfde jaar zou zijn. Hij vertelde hem toen dat de moslims zeker Mekka zouden binnenkomen en de pelgrimstocht zouden uitvoeren. Later zei Hazrat Umar(ra) dat hij spijt had van deze zwakte die tot stand kwam als gevolg van grote emotie en veel berouw had.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) ook het Verdrag van Hudaibiyah als getuige heeft ondertekend. Er waren twee kopieën van het verdrag gemaakt, één die Suhail bin Amr meenam naar Mekka en de andere met de Heilige Profeet (s) terugbracht naar Medina.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat op de terugweg van Hudaibiyah, de Heilige Profeet (sa) de moslims de volgende verzen informeerde:

Voorwaar, Wij hebben u een klaarblijkelijke overwinning verleend. Zodat Allah u tegen uw voorafgaande en toekomstige (aan u toegeschrevene) zonden moge behoeden en dat Hij Zijn gunst aan u moge vervolmaken en u op het juiste pad moge leiden, En dat Allah u met een machtige hulp moge ondersteunen. (De Heilige Koran, 48:2-4)

Voorwaar, Allah vervulde het visioen van Zijn boodschapper naar waarheid. Voorzeker gij zult de Heilige Moskee (te Makka) in vrede binnengaan met haar geknipt of geschoren zonder vrees. Dus Hij wist wat u onbekend was en Hij heeft u hiervoor een nabijzijnde overwinning toegezegd. (De Heilige Koran, 48:28)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat deze verzen aantoonden dat als de moslims dat jaar Mekka waren binnengekomen, het niet in vrede zou zijn geweest.  Nu echter, als gevolg van de totstandkoming van een vredesverdrag, zouden de moslims Mekka kunnen binnenkomen en in vrede de bedevaart kunnen uitvoeren. Na het Verdrag van Hudaibiyah waren er enkele metgezellen (ra) die zich ongemakkelijk voelden en zich afvroegen hoe dit als een overwinning voor hen kon worden beschouwd, maar toen ze deze verzen hoorden, werd de zaak overduidelijk gemaakt en ze werden er zeker van dat dit zeker een grote overwinning was.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat nadat deze verzen waren geopenbaard, de Heilige Profeet (sa) Hazrat Umar (ra) bijeenriep en de geopenbaarde verzen voor hem reciteerde, waarop Hazrat Umar (ra) er ook van overtuigd was dat dit verdrag dat hij aanvankelijk had beschouwd als een bron van schande was voor moslims, in feite een grote overwinning was.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij in de toekomst zou doorgaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

Gebed voor overledenen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de dodengebed (in afwezigheid) zou leiden van de volgende overledenen: Malik Muhammad Yusuf Saleem, Shuaib Ahmad, Maqsood Ahmad Bhatti, Javaid Iqbal en Madiha Nawaz.

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 28 mei 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Khilafat en onze verantwoordelijkheden

Vrees veranderen in vrede – De vestiging van het Khilafaat en de zegeningen van Khilafat

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, reciteerde Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) de volgende verzen van de Heilige Koran:

Allah heeft aan degenen onder u die geloven en goede werken verrichten beloofd, dat Hij hen voorzeker tot stedehouders op aarde zal stellen, zoals Hij degenen die vóór hen waren tot stedehouders maakte en dat Hij de godsdienst, die Hij voor hen heeft gekozen, zeker zal bevestigen, en dat Hij hun na hun vrees, vrede en veiligheid zal geven; Mij zullen zij aanbidden en niets met Mij vereenzelvigen. Maar wie daarna het geloof verwerpen, zullen overtreders zijn. En houdt het gebed en betaalt de Zakaat en gehoorzaamt de boodschapper, opdat gij barmhartigheid moogt ontvangen. (Heilige Koran, 24:56-57)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het gisteren 27 mei was, welke dag in de Jama’at bekend staat als Khilafat-dag. Op deze dag worden er programma’s/evementen gehouden zodat we de betekenis van Khilafat kunnen begrijpen en de zegen hiervan kunnen begrijpen, zodat we er de vruchten van kunnen blijven plukken. Wij hebben het geluk dat we de Beloofde Messias(as) hebben geaccepteerd en daardoor Khilafat hebben aanvaard, wat ons in staat stelt tot het blijven volgen van de leerstellingen van de Beloofde Messias(as) en deze ook in de wereld verder te verspreiden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat door verbonden te zijn met Khilafat, elke Ahmadi een verantwoordelijkheid heeft die moet worden nageleefd. In de gereciteerde verzen heeft God vrede en zekerheid beloofd op voorwaarde dat men een standvastig geloof heeft, goede daden doet, recht doet aan hun aanbidding en geen deelgenoten aan God toekent. Om dit te bereiken zijn aanbidding van God en gebeden essentieel. Men moet salat (gebed) verrichten, financiële opofferingen maken omwille van Allah en de leerstellingen van de Heilige Profeet (s) volgen.

We moeten dus nadenken of onze goede daden worden gedaan ter wille van God of voor vertoon.

Alleen wanneer onze daden voor de zaak van God zijn, zullen we in staat zijn om de zegeningen van deze belofte van God te verkrijgen. Dit is de ware betekenis van ‘goede werken doen’ zoals in de Heilige Koran staat.

Elke Ahmadi moet God dankbaar zijn voor het schenken van dit gezegende Khilafat.

Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias (as) die zei dat een G

goddelijke gemeenschap twee manifestaties ziet:

  1. De eerste is de komst van een Profeet.
  2. De tweede manifestatie is het Khilafat; dat komt wanneer de Profeet overlijdt en de Gemeenschap grote moeilijkheden ondervindt. Zoals toen de Heilige Profeet (s) stierf en Hazrat Abu Bakr (ra) hem opvolgde.

De afgelopen 113 jaar hebben we de vervulling gezien van deze belofte van het Khilafat die de Almachtige God aan de Beloofde Messias (as) heeft gedaan.

De tegenstanders dachten dat de gemeenschap niet zou ontwikkelen, maar ze weten niet dat de hand van God onze Gemeenschap leidt.

De vooruitgang van de Gemeenschap die in dit tijdperk wordt gezien, door de genade van God heeft te maken met de belofte die God deed aan de Beloofde Messias (as).

Vooruitgang wordt geboekt onder leiding van Khilafat.

Huzoor (aba) deed een oproep om te bidden voor de Ahmadi’s in Pakistan en voor alle Moslims die te maken hebben met onrecht in de wereld, zoals die in Palestina.

Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah de Ahmadi’s in staat moge stellen om de Beloofde Messias (as) waarlijk te volgen, en dat de moslims die de Beloofde Messias (as) nog niet hebben herkend de waarheid zullen inzien en hem zullen aanvaarden.

Als laatst bad Huzoor (aba) dat Allah ons in staat moge stellen om de vlag van de Islam en van de Heilige Profeet (s) in de hele wereld te hijsen, en mogen we de Eenheid van God over de gehele wereld vestigen. Ameen.

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 14 mei 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Ahmadiyyat: De genezing voor vijandschap

Beantwoorden van vervolging en onderdrukking met gebeden en mededogen

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat de afgelopen dagen een moslimgeestelijke op sociale media zei dat als er enige wanorde in de wereld is, dat dit wordt veroorzaakt door de ‘Qadianis’. Hij gebruikte dit als een middel om wreedheden tegen Ahmadi’s te rechtvaardigen en hen zelfs te vermoorden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit de tactieken zijn die zij gebruiken en dit is al het geval sinds het ontstaan van Ahmadiyyat. Maar het is de genade van God waardoor wij de Imam van de tijd (as) hebben aanvaard die ons heeft geleerd dat we geduldig moeten blijven bij het horen van hun woorden en het zien van hun inspanningen tegen ons. Het zijn deze ‘Leiders van de ongelovigen’ die de algemene moslimgemeenschap, die niet beter weet, hebben misleid waardoor zij de Ahmadi’s op een wrede manier behandelen. Maar die geestelijken, die goed geïnformeerd zijn, weten dat wat ze zeggen niet op waarheid is gebaseerd; ze willen enkel en alleen wanorde aanwakkeren, zodat ze hun positie onder de mensen kunnen behouden.

Het is onze plicht om te bidden

Zijne Heiligheid (aba) zei dat God beter weet wat hun einde zal zijn; onze enige plicht is te bidden. Zijne Heiligheid (aba) zei dat, zoals hij eerder in zijn Eid-preek zei, het onze plicht is om zelfs voor onze tegenstanders te bidden. Deze oppositie is niets nieuws, het is immers al aanwezig sinds de tijd van de Beloofde Messias (as). Hij werd constant aangevallen en dat gold ook voor degenen die hem volgden. De tegenstanders maakten zich zorgen dat als mensen hoorden wat de Beloofde Messias (as) aan te kondingen had, ze hem zouden accepteren. Daarom zouden ze niet alleen degenen die naar hem reisden om naar hem te luisteren tegenhouden, maar hen zelfs aanvallen. Als reactie hierop zou de Beloofde Messias (as) echter voor zulke mensen bidden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat ondanks deze inspanningen, mensen nog steeds de Beloofde Messias (as) zouden accepteren, en dat is tot vandaag het geval. We zullen altijd blijven bidden, en zo zullen we liefde over de wereld verspreiden. Ondanks dat we de brutale woorden over ons hebben aanhoord, blijven we voor hen bidden. De Almachtige God informeerde de Beloofde Messias (as) dat hun daden te wijten zijn aan een gebrek aan begrip en hun misleide liefde voor de Heilige Profeet (vzmh). Hoewel ze misleid zijn, beweren ze wel dat ze van hem (vzmh) houden. Daarom instrueerde God de Almachtige de Beloofde Messias (as) dat hij niet tegen hen moest bidden, maar eerder vóór hen zou moeten bidden.

Verdraagzaamheid van de Beloofde Messias (as)

Zijne Heiligheid (aba) vertelde over een incident dat verteld werd door Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad (ra) die zei dat de Beloofde Messias (as) eens, toen hij jong was, in Lahore was, en terwijl hij door de straten liep, mensen op hun daken stonden en de Beloofde Messias (as) vervloekten. Hij vertelt dat hij zelfs een oudere man voortdurend dezelfde vloeken hoorde herhalen. Bij een ander incident viel iemand de Beloofde Messias (as) van achteren aan en er wordt zelfs verteld dat hij soms met stenen werd bekogeld. Dit waren dus de de ontberingen waarmee de Beloofde Messias (as) te maken kreeg. Echter, in een couplet geopenbaard aan de Beloofde Messias (as), zei God dat hoewel deze mensen hem kwaad deden, ze dit deden omdat ze geloofden dat het uit liefde was voor de Heilige Profeet (vzmh) was, daarom moest de Beloofde Messias ( as) niet tegen hen bidden, maar juist vóór hen.

Zijne Heiligheid (aba) citeerde verder Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad (ra) die zei dat als deze tegenstanders zouden weten hoeveel hij van de Heilige Profeet (vzmh) hield, ze zich naar Ahmadiyyat zouden haasten. De Beloofde Messias (as) zei dat als zulke mensen ons tegenwerken, dit te wijten is aan hun misvattingen. Daarom moeten we vóór hen bidden en hen verlichten.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we voor onze tegenstanders moeten bidden, want het is uit hun midden dat mensen uiteindelijk de Beloofde Messias (as) zullen accepteren. Eens hoorde een metgezel van de Beloofde Messias (as) de Beloofde Messias (as) hevig huilen in gebed. Hij hoorde hem tot God bidden dat de plaag zich had verspreid, en als al deze mensen daardoor stierven, wie zou er dan overblijven om God te aanvaarden? Deze plaag was voorspeld door de Heilige Profeet (vzmh) als gevolg van het ongeloof van de mensen en werd ook voorspeld in profetieën die aan de Beloofde Messias (as) waren geopenbaard. Maar toen de plaag zich verspreidde, bad de Beloofde Messias (as) juist voor die mensen voor wie de plaag zich manifesteerde.

Mensen redden met gebeden

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we daarom niet tegen zulke mensen kunnen bidden, maar dat we hen moeten helpen gered te worden door voor hen te bidden. Ahmadiyyat is gevestigd om de moslims te redden. Daarom hebben we de taak gekregen mensen te helpen om grote hoogten te bereiken, hoe zouden we dan tegen hen kunnen bidden? We weten dat er een deel van onze tegenstanders is die door hen is beïnvloed, maar daarnaast is er ook een deel dat klakkeloos hun voorbeeld heeft gevolgd. Maar als ze eenmaal beseffen hoeveel Ahmadi’s de Heilige Profeet (vzmh) liefhebben, zullen ze zelf bevestigen dat Ahmadi’s diegenen in de wereld zijn die de eer van de Heilige Profeet (vzmh) hoog houden. En we zien dat diegenen die ooit door de tegenstanders waren beïnvloed, nu de waarheid beseffen en Ahmadiyyat accepteren.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er veel mensen zijn die brieven naar hem schrijven en zeggen dat, toen ze oprecht nadachten en naar de waarheid zochten, ze uiteindelijk het licht zagen en nu Ahmadiyyat willen accepteren. Dit is het geval sinds de tijd van de Beloofde Messias (as) en ook bij alle andere Kaliefen. Dus als de tegenstanders zich uitspreken en acties tegen ons ondernemen, doen ze ons werk door onze boodschap te verspreiden op manieren die we misschien niet eens hadden kunnen doen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het onze verantwoordelijkheid is om te bidden en geduldig te blijven. Dit is de beste manier van handelen en deze zal ons naar succes leiden. Het is onze plicht om onze gedachten en harten schoon te houden van kwaadwilligheid jegens andere moslims. We moeten blijven bidden opdat Allah hen in staat stelt de waarheid in te zien en dat zij de Imam van de tijd (as) mogen accepteren.

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 7 mei 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar ibn al-Khaṭṭāb (ra) & leiding van Zijne Heiligheid (aba) met betrekking tot de Ramadan en het beschermen van ons nageslacht tegen geestelijke kwalen van de samenleving

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij verder zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

Een felle tegenstander accepteert de islam

Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Tweede Kalief (ra) met betrekking tot het incident van Hazrat Umar’s (ra) aanvaarding van de Islam. Hij schreef dat Hazrat Umar (ra) vóór zijn aanvaarding van de Islam een felle tegenstander van de Islam was, en op een dag besloot dat hij de stichter van de Islam, de Heilige Profeet Mohammed (s) zou gaan vermoorden. Daarom vertrok hij op een dag naar de Heilige Profeet (s) met slechte bedoelingen. Onderweg zag iemand hem echter en vertelde hem dat zijn eigen zus de Islam had aanvaard. Toen maakte Hazrat Umar (ra) een omweg naar het huis van zijn zus. Toen hij bij de deur aankwam, hoorde hij dat de Heilige Koran werd gereciteerd. Hij klopte en zijn zwager deed de deur open. Hazrat Umar (ra) vroeg wat hij had gehoord, maar ze probeerden het te verbergen. Uit zijn woede hief Hazrat Umar (ra) zijn hand op om zijn zwager te slaan, maar terwijl hij op het punt stond hem te slaan, kwam de zus van Hazrat Umar’s (ra) tussen hen in, en zo sloeg hij haar per ongeluk.

Toen hij zag dat hij zijn zus had geslagen, bekoelde Hazrat Umar’s (ra) woede en kreeg hij berouw. Hij vroeg toen om te zien wat er werd gereciteerd. Zijn zus zei hem eerst de wassing uit te voeren, waarna de verzen van de Koran aan hem werden gepresenteerd. Toen hij ze hoorde, veranderde zijn hart en verkondigde hij zijn geloof in de Islam.

Hazrat Umar (ra) vroeg toen waar de Heilige Profeet (s) verbleef en ging naar hem toe. Bij aankomst adviseerden de Metgezellen (ra) de Heilige Profeet (s) hem niet binnen te laten, want ze wisten van zijn vijandigheid. Hazrat Hamza (ra) zei dat hij wel binnen gelaten kon worden en dat hij hem zal tegenhouden als hij iets kwaads van plan was. De Heilige Profeet (s) stond Hazrat ‘Umar (ra) ook toe om binnen te komen, en vroeg hem hoe lang hij zich tegen hen zou verzetten. Hierop verklaarde Hazrat Umar (ra) dat hij de Islam heeft aanvaard. Na dit gehoord te hebben, riepen de metgezellen luidkeels, ‘Allahu Akbar!’ Allah is de grootste)

De Moslims gaan naar de Ka’bah om te bidden

Zijne Heiligheid (aba) citeerde verder dat tot die tijd de moslims hun geloof in het geheim hadden beoefend vanwege de tegenstand van de Mekkanen. Echter, na de aanvaarding van Hazrat Umar (ra), gingen ze uiteindelijk naar de Ka’bah om te bidden. De Heilige Profeet (s) werd bewaakt door Hazrat Umar (ra) aan de ene kant en Hazrat Hamzah (ra) aan de andere kant en kon zijn gebed bij de Ka’bah verrichten.

Zijne Heiligheid (aba) ging verder met het citeren van de Tweede Kalief (ra) die zei dat bij het horen van het feit dat Hazrat Umar (ra) de Islam had aanvaard, de Mekkanen woedend waren en zijn huis omsingelden. In feite was het heel goed mogelijk dat ze hem uit hun woede zouden aanvallen. Een van de belangrijkste leiders van Mekka verklaarde echter dat Hazrat Umar (ra) onder zijn bescherming stond. Aldus werd Hazrat Umar (ra) voorlopig van elke dreiging gered. Echter, een paar dagen later ging Hazrat Umar (ra) naar de leider die hem bescherming bood en zei dat hij zijn bescherming niet langer nodig had, en hij zonder enige angst door de straten van Mekka zou lopen.

Zijne Heiligheid (aba) citeerde toen de Beloofde Messias (as) met betrekking tot de aanvaarding van de Islam door Hazrat Umar’s (ra). De Beloofde Messias (as) zei dat Hazrat Umar (ra) een overeenkomst was aangegaan met Abu Jahl om de Heilige Profeet (s) te doden, hij zou de Heilige Profeet (s) opzoeken in de hoop hem alleen te vinden en hem vervolgens doden. Toch vond er zo’n grote verandering plaats, waarbij hij als een gezworen vijand van de Heilige Profeet (s) plotseling een transformatie onderging en zijn leven gaf voor de zaak van de Islam.

De invloed van de gebeden van de Heilige Profeet (s) op Hazrat Umar (ra)

Zijne Heiligheid (aba) ging verder met het citeren van de Beloofde Messias (as) die een ander incident presenteerde, waarbij op een avond Hazrat Umar (ra) hoorde dat de Heilige Profeet (s) ’s nachts alleen aan het bidden was in de Ka’bah. Hazrat Umar (ra) ging daar naar toe, en toen hij zag dat de Heilige Profeet (s) aan het bidden was, hoorde hij hem zo intens bidden dat dit een diepe indruk op hem had en het zwaard uit zijn hand viel. Toen de Heilige Profeet (s) opstond en vertrok, volgde Hazrat Umar (ra) hem. De Heilige Profeet (sa) voelde de aanwezigheid van iemand achter hem, en toen hij zich omdraaide zag hij dat Hazrat Umar (ra) hem volgde. De Heilige Profeet (s) zei tegen hem waarom hij hem dag en nacht volgde en hem niet met rust liet. Hazrat Umar (ra) hoorde dit en was bang dat de Heilige Profeet (s) tegen hem zou bidden of hem zou vervloeken, en dus zei hij dat hij hem niet langer zou lastig vallen. De Beloofde Messias (as) schrijft dat God het op dat moment in het hart van de Heilige Profeet (s) zou hebben geplaatst, dat Hij Hazrat Umar (ra) niet verloren zou laten gaan.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het incident van Hazrat Umar (ra) over dat hij de Heilige Profeet (sa) naar de Ka’bah volgde, door de Beloofde Messias (as) bij drie verschillende gelegenheden wordt genoemd. Daarom is het mogelijk dat Hazrat Umar (ra) na dit incident toch opnieuw tegen de Heilige Profeet (s) werd opgehitst en hij hieraan toe gaf, waarna het andere incident plaatsvond met zijn zus en zwager.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat nadat Hazrat ‘Umar (ra) de Islam had aanvaard, hij besloot dat hij naar de grootste tegenstander van de Islam moest gaan en hen op de hoogte moest brengen van zijn aanvaarding. Daarom ging hij naar Abu Jahl en vertelde hem dat hij de Islam had aanvaard. Aanvankelijk was Abu Jahl erg gastvrij geweest, maar toen hij dit nieuws hoorde, sloot hij de deur voor Hazrat Umar (ra) en vervloekte hem.

Zijne Heiligheid (aba) presenteerde een ander verhaal, waarin Hazrat Umar (ra) vroeg wie van de Quraish het meest tegen de Islam sprak en de meeste dingen verspreidde? Hij werd doorverwezen naar een man genaamd Jameel, en dus vertelde hij hem dat hij de Islam had aanvaard. Toen Jameel dit hoorde, ging hij naar de Ka’bah en zei hij tegen de menigte die aanwezig was dat Hazrat Umar (ra) een Sabi was geworden (Zo noemden de Mekkanen de Moslims). Hazrat Umar (ra) verkondigde luidkeels dat hij geen Sabi was geworden, maar eerder een moslim, en dat hij de Ene God en Zijn Boodschapper (sa) had aanvaard.

Zijne Heiligheid (aba) presenteerde ook een verhaal waarin een Metgezel (ra) verklaarde dat zij niet in staat waren om te bidden in de Ka’bah totdat Hazrat Umar (ra) de Islam accepteerde. In een andere overlevering verklaarde een Metgezel (ra) dat moslims na de aanvaarding van Hazrat Umar (ra) veel respect kregen.

De migratie van Hazrat Umar (ra) naar Medina

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) een van de belangrijkste migranten naar Medina was, samen met twintig anderen. Er is overgeleverd dat hij door de Heilige Profeet Mohammed (s) werd gekoppeld in een band van broederschap met Hazrat Abu Bakr (ra) in Mekka, en in Medina met Hazrat Itban bin Malik (ra).

De woorden van de Adhan werden geopenbaard aan Hazrat Umar (ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Abdullah (ra) op een dag naar de Heilige Profeet (s) ging en hem informeerde over zijn droom waarin hij de woorden van de Adhan (oproep tot het gebed) zag. Daarom droeg de Heilige Profeet (s) hem op om naar Hazrat Bilal (ra) te gaan en hem te vertellen de Adhan te doen. Toen Hazrat Umar (ra) deze woorden hoorde, ging hij naar de Heilige Profeet (s) en vertelde hem dat ook hij deze woorden in een droom had gehoord.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij in de toekomst door zou gaan met het benadrukken van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

Verantwoordelijkheden tijdens de Ramadan en het redden van onze toekomstige generaties

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het vandaag de laatste vrijdag is van de Ramadan van dit jaar; maar het moet niet alleen hiertoe beperkt blijven. In feite zou deze vrijdag nieuwe wegen voor ons moeten openen in de toekomst, en de deugdzame gewoonten die we tijdens de Ramadan hebben ontwikkeld, moeten worden voortgezet en moeten toenemen. Als we dit niet doen, dan heeft het geen zin gehad om de maand Ramadan doorgebracht te hebben.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij in de vorige vrijdagpreek de aandacht vestigde op het reciteren van Durood (het zenden van begroetingen aan de Heilige Profeet (s)), en istighfar (het zoeken naar de vergiffenis  van God). Deze gebeden zijn echter niet alleen beperkt tot de Ramadan, ze moeten ook na de Ramadan worden gereciteerd.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we in de huidige tijd meer dan ooit moeten bidden omdat het materialisme hoogtij viert, en onze kinderen kwetsbaar zijn voor deze satanische krachten. We moeten een sterke band met onze kinderen opbouwen, en ze ook onderwijzen over God en het geloof, en ze ook in staat stellen om volledige zekerheid te verwerven. We zouden ze in die mate aan het geloof moeten laten hechten, dat geen van hun daden of zelfs maar de gedachten indruisen tegen de wil en het welbehagen van God. Dit is de beste manier om onze toekomstige generaties te redden. Dit kan echter alleen gebeuren als we zelf volledige zekerheid hebben verkregen. Het zal alleen mogelijk zijn als we zelf een sterke band met God opbouwen en voorbeeldig zijn in onze aanbidding zoals een ware gelovige zou moeten zijn. We moeten de ware reden begrijpen waarom we de Beloofde Messias (as) hebben aanvaard.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat immoraliteit en schaamteloosheid nu meer dan ooit hoogtij vieren; en via middelen als televisie en internet zijn deze kwaden die vroeger alleen buitenshuis werden aangetroffen, binnenshuis beschikbaar. Daarom moeten we heel voorzichtig zijn en goed opletten, vooral op de kinderen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we altijd moeten denken aan de offers die door onze ouderen werden gebracht, door de mensen die voorrang gaven aan het geloof en die grote moeilijkheden doormaakten omwille van hun geloof. Het is niet genoeg om een familielid van het nageslacht van een zeer vrome persoon te zijn, integendeel, we moeten onze eigen deugdzame daden voortzetten en onze zwakheden rechtzetten. We bidden veel voor het wereldse succes van onze kinderen, maar we moeten nog meer bidden voor hun spirituele succes. Dan zullen niet alleen wij worden gered, maar ook onze toekomstige generaties.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we in deze laatste paar dagen van de Ramadan moeten bidden dat ons geloof en het geloof van onze kinderen wordt beschermd, we moeten bidden om beschermd te worden tegen de satanische krachten van de huidige tijd, en we moeten altijd trouw blijven aan ons geloof en aan onze aanbidding, en we moeten recht doen aan onze gebeden. Dan zal Allah ons genadig zijn.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we moeten bidden om Gods genade voor de wereld die ten prooi is gevallen aan de coronavirus pandemie, dat de pandemie moge weggaan.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we ook die Ahmadi’s over de gehele wereld moeten gedenken die vanwege hun geloof met moeilijkheden te maken hebben. Vooral de Ahmadi’s in Pakistan moeten zich ook richten op het verrichten van financiële offers (sadaqa). Als we dit doen, dan worden alle plannen van de tegenstanders verijdeld.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we de volgende gebeden moeten opzeggen:

“O mijn Heer! Alles is toegewijd aan Uw dienst! Mijn Heer, bescherm mij, help mij en heb genade met mij.”

“O Allah! Wij maken U een schild tegen de vijand en wij zoeken Uw bescherming tegen hun slechte bedoelingen.”

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het niet genoeg is om alleen deze gebeden te herhalen, maar dat we ook voor onze gebeden moeten zorgen en er speciale aandacht aan moeten besteden. Alleen dan zullen zulke gebeden in ons voordeel werken. We moeten er het gehele jaar naar streven om het niveau van onze gebeden die we tijdens de Ramadan hebben bereikt, voort te zetten.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we moeten bidden om deze deugden na Ramadan voort te kunnen zetten. We moeten ook bedenken dat we nog meer zegeningen van God zullen ontvangen door ook voor anderen te bidden. Dit zal ook onze band van liefde en broederschap versterken.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we ook moeten bidden voor de Moslim Ummah, die zichzelf naar de ondergang leidt door de Imam van dit tijdperk niet te accepteren, en door de verkeerde wegen die zij bewandelen. We zouden ook voor de wereld in het algemeen moeten bidden, dat zij mogen worden geleid en gered van Gods toorn.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het onze plicht is om voortdurend te bidden, nu tijdens de Ramadan en ook na de Ramadan. Zijne Heiligheid (aba) bad dat iedereen daartoe in staat gesteld moge worden, ameen.

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 30 april 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

De laaste ‘Ashra van de Ramadhan: Intensifeer gebeden en berouw met Durood

Ramadhan – Een maand van gebed, zegeningen oproepen over de Heilige profeet (v.z.m.h.) en zoeken naar vergeving

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat met de genade van Allah de dagen van de gezegende maand Ramadan aan het beleven zijn, en over een paar dagen zullen we de laatste tien dagen van Ramadan ingaan. De Heilige Profeet (v.z.m.h.) heeft gezegd dat de laatste tien dagen van Ramadan de dagen zijn waarop verlossing van de hel wordt verkregen. Daarom moeten we bijzondere aandacht besteden aan onze gebeden, vooral tijdens de laatste tien dagen van Ramadan, zodat we het welbehagen van de Almachtige God kunnen ontvangen en gered kunnen worden van het hellevuur.

De niveau van gebeden van de Heilige Profeet (v.z.m.h.) tijdens de Ramadan

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het niveau van de gebeden van de Heilige Profeet (v.z.m.h.) gedurende de laatste tien dagen van Ramadan niet eens in woorden kan worden uitgedrukt. Met betrekking tot het niveau van zijn gebeden tijdens de maand Ramadan, vertelt Hazrat A’ishah (ra) dat hij harder streefde in zijn gebeden dan in welke andere tijd dan ook.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (v.z.m.h.) het perfecte voorbeeld voor ons is, en dus moeten we proberen om dezelfde standaarden na te streven die door de Heilige Profeet (v.z.m.h.) zijn vastgesteld. Dan zal Allah de Almachtige tevreden met ons zijn, en dan zullen we als ware gelovigen worden beschouwd. Daarom moeten we onszelf heel actief bezig houden met gebeden, vooral tijdens deze dagen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Ahmadi’s in het bijzonder hier aandacht aan moeten schenken, aangezien Ahmadi’s over de gehele wereld met grote moeilijkheden worden geconfronteerd. Zijne Heiligheid (aba) zei dat we moeten bidden om gered te worden van het kwaad van de tegenstanders van Ahmadiyyat. Zijne Heiligheid (aba) zei dat we ook moeten bidden om gered te worden van de pandemie die de hele wereld momenteel meemaakt.

Roep zegeningen uit (durood) over de Heilige Profeet (v.z.m.h.)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat, om onze gebeden te laten verhoren, het noodzakelijk is om zegeningen uit te roepen over de Heilige Profeet (v.z.m.h.). Er is overleverd dat de Heilige Profeet (v.z.m.h.) zei dat zodra iemand het zenden van zegeningen over hem nalaat, hij het pad verlaat dat naar het Paradijs leidt. Bij een andere gelegenheid zei de Heilige Profeet (v.z.m.h.) dat iemand die zegeningen over hem uitzendt, God tien begroetingen naar die persoon zal sturen, en zijn status tien gradaties zal verhogen en tien goede daden onder zijn naam zal noteren. Dit geeft ons een idee van hoe belangrijk het is om durood te versturen over de Heilige Profeet (v.z.m.h.).

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we durood voor de Heilige Profeet (v.z.m.h.) een vaste gewoonte in ons leven moeten maken. Niet alleen om onze gebeden te verhoren, maar ook reinheid in ons gehele leven te bewerkstellingen, zodat we de nabijheid van God kunnen bereiken en onze spiritualiteit kunnen vergroten. We moeten niet alleen beweren de ware dienaar van de Heilige Profeet (v.z.m.h.) te hebben aanvaard, maar het moet ook weerspiegeld worden in onze daden.

Een openbaring van de Beloofde Messias (as) met betrekking tot Durood

Zijne Heiligheid (aba) presenteerde een verhaling van de Beloofde Messias (as), waarin hij een openbaring uitlegde die hij ontving waarin hem werd opgedragen om durood over de Heilige Profeet (v.z.m.h.) te zenden. De Beloofde Messias (as) zei dat dit bewees dat alles wat hij had ontvangen was vanwege zijn volledige gehoorzaamheid en onderwerping aan de Heilige Profeet (v.z.m.h.). Aldus werd de rang van de Beloofde Messias (as) aan hem verleend omdat hij de ware dienaar van de Heilige Profeet (v.z.m.h.) was en hem volledig toegewijd was en zijn missie vervulde.

Zijne Heiligheid (aba) vertelde een incident van de Beloofde Messias (as), waarin hij vertelde dat hij op een avond zo overvloedig durood over de Heilige Profeet (v.z.m.h.) zond dat zijn hart hiervan overwonnen raakte. Hij zag toen in een droom dat engelen naar hem toe kwamen met vaten van licht gevuld met zuiver en zoet water. De engelen zeiden tegen de Beloofde Messias (as) dat dit de zegeningen waren vanwege het zenden van durood over de Heilige Profeet (v.z.m.h.). In een andere gelegenheid zag de Beloofde Messias (as) een droom waarin mensen op zoek waren naar een ware dienaar van de Heilige Profeet (v.z.m.h.). Toen ze hem tegenkwamen, zeiden ze: ‘Dit is de persoon die waarlijk van de Boodschapper (v.z.m.h.) van Allah houdt’.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat, als degenen die de Beloofde Messias (as) hebben aanvaard en ernaar streven zijn missie uit te voeren, moeten wij niet degenen zijn die de wereld inlichten dat wij, via de ware dienaar van de Heilige Profeet (v.z.m.h.) namelijk de Beloofde Messias (as), de ware geest van het sturen van durood over de Heilige Profeet (v.z.m.h.) hebben begrepen? Vooral tijdens de maand Ramadan bidden we niet alleen voor onszelf, maar streven we ernaar om de boodschap van de Heilige Profeet (v.z.m.h.) over de hele wereld te verspreiden. En streven ernaar mensen te laten beseffen dat alleen dit geloof is dat een ware verbinding tussen de mens en God kan vestigen. En dit het geloof is waain God vanwege de liefde van de Heilige Profeet (v.z.m.h.) de smeekbeden van zijn volgelingen verhoort.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het onze verantwoordelijkheid is om deze boodschap over de hele wereld te verspreiden. Als we in dit leven en in het hiernamaals van deze zegeningen willen genieten, dan moeten we voortdurend durood over de Heilige Profeet (v.z.m.h.) uitzenden. Als we dat doen, zullen we zien dat complotten en plannen van de tegenstanders recht voor onze ogen teniet gedaan worden. We zullen onszelf en onze toekomstige nakomelingen zien streven en bloeien in spiritualiteit. We zullen prachtige voorbeelden zien van de aanvaarding van gebed, zowel op individueel niveau als collectief. De voorwaarde is echter dat we met ware oprechtheid durood  over de Heilige Profeet (v.z.m.h.) moet en heben uitgezonden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat men alleen echt en oprecht kan bidden als men weet wat de betekenis is van de woorden die men uitspreekt. Het simpelweg uitspreken van woorden heeft niet dezelfde impact op het hart. En als het hart niet wordt beïnvloed, kan de nodige ijver niet tot stand worden gebracht. Het is dus noodzakelijk om de betekenis te kennen achter de woorden die men zegt. Er zijn velen in de wereld die de woorden van de durood herhalen, maar de betekenis hiervan niet kennen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de betekenissen van de durood zou presenteren in het licht van de geschriften van Hazrat Mirza Bashirdduin Mahmud Ahmad (ra), de Tweede Kalief van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap.

Het begrijpen van durood

Zijne Heiligheid (aba) zei dat wanneer we zeggen, ‘O Allah, zegen Mohammed (v.z.m.h.)’, dit betekent dat Allah al hetgeen goed is aan de Heilige Profeet (v.z.m.h.) moge schenken. We weten niet hoe groot het goede is dat God kan schenken; dus laten we het aan God over om al het goede dat in Zijn oneindige kennis is, aan de Heilige Profeet (v.z.m.h.) te schenken.

Als we dan ‘O Allah, begunstig Mohammed (v.z.m.h.)’ bidden, bidden we dat God de zegeningen die hij aan de Heilige Profeet (v.z.m.h.) schonk, waar eerder voor werd gebeden, zal vergroten. Dit zou ook gelden voor de gebeden die de Heilige Profeet (v.z.m.h.) voor zijn volk deed. Zodoende kunnen ook wij profiteren van dit gebed.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het simpelweg uitspreken van deze woorden niet genoeg is. Dit gebed moet niet alleen met de oprechtheid van het hart worden gedaan, maar onze daden moeten het ook weerspiegelen. We kunnen niet zijn zoals degenen die de straat opgaan en hun liefde voor de Heilige Profeet (v.z.m.h.) verkondigen, maar daarbij de straten blokkeren en zelfs de zieken hinderen om het ziekenhuis te bereiken. Daarom moeten onze daden ook de woorden weerspiegelen die we uiten, en onze daden moeten de ware leerstellingen van de Heilige Profeet (v.z.m.h.) weerspiegelen. Alleen dan kunnen we baat hebben bij het versturen van durood aan de Heilige Profeet (v.z.m.h.).

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Almachtige God Zelf de gelovigen heeft opgedragen om durood te versturen over de Heilige Profeet (v.z.m.h.). In de Heilige Koran staat:

33:57  Allah en Zijn engelen zenden zegeningen over de profeet. O, gij die gelooft, zendt zegeningen over hem en wenst hem vrede met alle eerbied toe.

Het feit dat God en Zijn engelen de Heilige Profeet (v.z.m.h.) begroetingen sturen, toont voor ons aan hoe belangrijk het is om dit ook te doen. Bovendien leren we hieruit dat door het continue aanroepen van zegeningen over de Heilige Profeet (v.z.m.h.), de rang van de Heilige Profeet (v.z.m.h.) blijft stijgen. Als we zegeningen aanroepen, zullen ook wij deelnemen aan de zegeningen ervan. Als we dan deze zegeningen ontvangen, is het aan ons om dankbaar te zijn. En we kunnen onze dank uitten door zelfs meer dan voorheen zegeningen aan te roepen over de Heilige Profeet (v.z.m.h.) te sturen. Dit zal ons vervolgens nog meer zegeningen opleveren, en de cyclus van het zenden van zegeningen en het ontvangen van zegeningen zal blijven doorgaan.

Zijne Heiligheid (aba) bad dat we in staat moge zijn om de verantwoordelijkheid te vervullen om de durood over de Heilige Profeet (v.z.m.h.) te versturen. Hij reciteerde toen de durood sharif:

O Allah! Begunstig Muhammad en de volgelingen van Muhammad zoals Gij Abraham begunstigde en de volgelingen van Abraham. Voorwaar! Gij zijt Geprezen, Verheerlijkt.

O Allah! Zegen Muhammad en de volgelingen van Muhammad zoals Gij Abraham zegende en de volgelingen van Abraham. Voorwaar! Gij zijt Geprezen, Verheerlijkt.

Het belang van het vragen om vergiffenis

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het tweede punt waarop hij de aandacht wil vestigen is het zoeken naar vergiffenis. In het bijzonder door het volgende gebed:

‘Ik zoek vergiffenis bij Allah, mijn Heer, voor al mijn zonden, en ik wend me tot Hem.’

Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias (as) in de uitleg van dit vers, die verklaarde dat dit gebed betekent dat God de fouten die zijn begaan moge bedekken, en dat God de persoon die naar bekering streeft moge redden van de aangeboren zwakheid die elke persoon bezit. Net zoals God de mens heeft geschapen, heeft Hij ook de middelen geschapen om de mens van twijfel te redden. God heeft dus geboden dat we vergeving moeten zoeken. We kunnen alleen van aarzelen en twijfel worden gered door voortdurend om vergeving van Hem te vragen.

Vergeving zoeken door dit gebed stelt iemand ook in staat de geboden van God te vervullen. Dit gebed moet niet alleen worden verricht nadat iemand een fout heeft begaan, maar het moet op een continue basis worden verricht, zodat iemand ook kan worden gered van het mogelijkheid om toekomstige fouten te begaan. En op deze manier de nabijheid tot God kan bereiken. Het is dus noodzakelijk om vergeving te vragen, zowel wanneer een fout is begaan als zelfs wanneer deze niet is begaan. Satan is altijd bereid om op ieder moment toe te slaan. God stelt dus dat we, om van dergelijke aanvallen gered te worden, voortdurend gebruik moeten maken van dit gebed.

Een voorbeeld van God Zijn barmhartigheid

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de genade van God buitengewoon groot is. In feite heeft de Almachtige God Zelf verklaard dat Zijn barmhartigheid alle dingen omvat. Dit wordt verklaard door middel van een verhaal verteld door de Heilige Profeet (v.z.m.h.). Er was een persoon die 99 moorden had gepleegd. Hij voelde zich slecht en ging naar iemand om te vragen of hij vergeving kon krijgen. Die man zei dat na 99 moorden gepleegd te hebben, er voor hem geen manier was om vergeven te worden; dus doodde hij ook die man, en dus doodde hij in totaal 100 mensen. Hij ging toen naar een andere persoon met dezelfde vraag. Die persoon vertelde hem dat de deur naar God Zijn  genade altijd open staat, en zei hem dat hij naar een bepaalde plek moest reizen waar hij mensen zou vinden die God aanbaden en smeekten. Hij zou zich bij hen moeten aansluiten en vergeving moeten zoeken. Hij zou echter nooit naar zijn vroegere stad kunnen terugkeren, want oprecht berouw zal nooit meer terugkeren. Dus ging hij op weg naar die bewuste plaats, maar hij kwam onderweg te sterven. De engelen voor genade en straf kwamen samen om zijn lot te bepalen. De engel voor de staf zei dat hij gestraft moest worden voor zijn misdaden, terwijl de engelen van genade om vergeving voor hem vroeger. Er werd besloten dat zou worden bekeken of hij dichter bij de oorsprong van zijn reis was of dichter bij zijn gewenste bestemming, en dat zou bepalen wat zijn lot zou zijn. Toen ze gingen meten, was hij maar iets dichter bij zijn bestemming, en dus toonde God genade en werd hij naar het paradijs gebracht.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit een vraag is die veel jongeren tegenwoordig stellen, dus hoe groot de vergeving van God werkelijk is, en of ze vergeven kunnen worden. Het is een bekend feit dat God zich met genade wendt tot degenen die zich tot Hem wenden. De Heilige Profeet (v.z.m.h.) heeft gezegd dat iemand die naar God loopt, God naar hen toe rent. De maand Ramadan is dus de uitgelezen kans om je tot God te wenden, vergeving te zoeken en berouw te hebben.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Ahmadi’s met grote moeilijkheden te maken hebben en de enige oplossing hiervoor is dat wij een relatie tot stand brengen met de Almachtige God. Als we dat doen, en als onze durood en ons zoeken naar vergeving door God wordt aanvaard, dan zullen we uit de greep van de tegenstanders worden gered.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we in onze gebeden tijdens de Ramadan moeten bidden om gered te worden van het kwaad van tegenstanders. We moeten bidden voor degenen die door moeilijkheden gaan, opdat hun gemak mag worden verleend. De Ahmadi’s in Pakistan zouden in het bijzonder moeten bidden. Zijne Heiligheid (aba) zei dat wij ook moeten bidden om gered te worden van de huidige pandemie waarmee de wereld wordt geconfronteerd.

Zijne Heiligheid (aba) bad dat we diegenen mogen zijn die oprecht durood naar de Heilige Profeet (v.z.m.h.) zenden en waarlijk naar vergeving zoeken.

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 23 april 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij incidenten uit het leven van Hazrat Uthman (ra) zou belichten.

Familieachtergrond van Hazrat Umar (ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de vader van Hazrat Umar (ra) Khattab bin Nufail heette en dat de naam van zijn moeder Hantama bint Hashim was. Zijne Heiligheid (aba) presenteerde verschillende overleveringen over de geboortedatum van Hazrat Umar (ra). Sommigen zijn van mening dat hij ofwel vier jaar vóór ofwel vier jaar na de Slag bij Fijar werd geboren. Er zijn andere overleveringen die zeggen dat hij werd geboren in 583 n.Chr. Er is een andere overlevering die stelt dat hij de islam accepteerde in 6 AH toen hij 24 jaar oud was, wat zou betekenen dat hij werd geboren in 590 n.Chr. De vierde stelling over zijn geboorte is dat hij werd geboren toen de Heilige Profeet (v.z.m.h.) ongeveer 21 jaar oud was.

Hazrat Umar’s (ra) acceptatie van de islam

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (sa) de titel ‘Farooq’ aan Hazrat Umar (ra) schonk. Eens werd Hazrat Umar (ra) gevraagd hoe hij de titel Farooq kreeg. Hazrat Umar (ra) antwoordde dat Hazrat Hamzah (ra) de islam drie dagen vóór hem accepteerde, en hij ging verder met het vertellen van het incident van Hazrat Hamzah’s (ra) acceptatie. Hazrat Umar (ra) zei dat hij drie dagen later bericht ontving dat zijn zus en zwager ook de islam hadden aanvaard. Hij ging naar hun huis en hoorde de Heilige Koran binnen worden gereciteerd. Hij klopte op de deur en toen deze werd geopend, begon hij zijn zwager te slaan. Volgens een andere overlevering, toen zijn zus naar voren stapte voor haar man, raakte één van de slagen haar per ongeluk. Toen hij het bloed op het gezicht van zijn zus zag, bedaarde zijn humeur. Hij vroeg toen om het boek te zien dat werd voorgedragen. Zijn zus zei hem dat hij eerst de wassing moest uitvoeren. Toen hij dat eenmaal had gedaan, kreeg hij de Heilige Koran overhandigd en las hij de verzen 1-9 van Surah TaHa.

Hij besloot toen de islam te aanvaarden en vervolgde zijn weg naar waar de Heilige Profeet (v.z.m.h.) was. Toen hij aankwam, zei Hazrat Hamzah (ra), die daar aanwezig was, dat de deur geopend moest worden; als hij met goede bedoelingen was gekomen, zouden ze hem verwelkomen, en als hij met slechte bedoelingen was gekomen, zouden ze hem doden. De Heilige Profeet (v.z.m.h.) hoorde dit en kwam naar buiten. Hierop sprak Hazrat Umar (ra) de geloofsbelijdenis uit. Daarop riepen alle metgezellen luidkeels ‘Allah is de Grootste’. Hazrat Umar (ra) vroeg toen aan de Heilige Profeet (v.z.m.h.) of de islam de ware religie is. De Heilige Profeet (v.z.m.h.) antwoordde dat dit natuurlijk zo was. Toen vroeg Hazrat Umar (ra) of, als dit inderdaad het geval was, waarom de moslims dan nog steeds ondergedoken zaten. Hierop vormden de moslims twee rijen en marcheerden in de open lucht naar de Ka’bah. Toen de Quraish Hazrat Hamzah (ra) en Hazrat Umar (ra) onder de moslims zagen, waren ze geschokt.

Hazrat Umar (ra) zei dat hij vanaf die dag de titel Farooq kreeg van de Heilige Profeet (v.z.m.h.), want na zijn aanvaarding kreeg de islam kracht en werd de waarheid onderscheiden van onwaarheid.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) lang en sterk gebouwd was. Voordat Hazrat Umar (ra) de islam accepteerde, won hij vaak de worstelwedstrijden die op het beroemde Ukkaz-festival werden gehouden. Hazrat Umar (ra) behoorde ook tot degenen van de Quraish die leerden lezen en schrijven. Op het moment dat de Heilige Profeet (v.z.m.h.) werd aangesteld, waren er ongeveer slechts zeventien mensen die konden lezen en schrijven.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) enkele spirituele eigenschappen vertoonde zelfs voordat hij de islam accepteerde. Toen de moslims naar Abysinnia migreerden, bereidden zij zich voor om vóór zonsopgang te vertrekken, zodat ze geen last zouden hebben van de Quraish. Het was gebruikelijk dat de stamhoofden van Mekka ’s nachts door de straten liepen om te verzekeren dat er geen berovingen plaatsvonden. Die bewuste nacht zal Hazrat Umar (ra) terwijl hij door de straten liep een huis dat alles leek te hebben ingepakt ter voorbereiding op een lange reis. Hij naderde het huis en vroeg een van de metgezellen (ra) wat er aan de hand was. Ze was stellig in haar antwoord en antwoordde dat ze Mekka gingen  verlaten omdat hij en zijn broers de moslims niet toestonden vrij te leven en te aanbidden wat zij wilden. Hazrat Umar (ra) had de islam destijds nog niet aanvaard. Hazrat Umar (ra) keerde zich om uit pijn voor wat hij zojuist gehoord had en zei: ‘moge God uw Beschermer zijn’.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (sa) ook bad dat Hazrat Umar (ra) de islam zou aanvaarden. De Heilige Profeet (v.z.m.h.) bad dat God de islam mocht helpen met degene die Hem dierbaarder was; ofwel Umar bin al-Khattab of Amr bin Hisham. Toen Hazrat Umar (ra) de islam accepteerde, kwam de engel Gabriël naar de Heilige Profeet (v.z.m.h.) en verkondigde dat de hemelen verheugd waren over Hazrat Umar’s (ra) acceptatie van de islam.

Zijne Heiligheid (aba) vertelde over een ander incident dat wordt overleverd met betrekking tot Hazrat Umar’s (ra) aanvaarding van de islam. Eens verrichtte de Heilige Profeet (v.z.m.h.) zijn gebeden in de Ka’bah. Hazrat Umar (ra) wilde horen wat de Heilige Profeet (v.z.m.h.) zei. Toen hij dichterbij kwam, hoorde hij de Heilige Profeet (v.z.m.h.) Surah ar-Rahman reciteren. Deze recitatie van de Heilige Koran deed het hart van Hazrat Umar (ra) smelten. Toen de Heilige Profeet (v.z.m.h.) vertrok, volgde Hazrat Umar (ra) hem. Toen de Heilige Profeet (v.z.m.h.) besefte dat Hazrat Umar (ra) hem volgde, draaide hij zich om, denkend dat hij slechte bedoelingen had. In plaats daarvan verklaarde Hazrat Umar (ra) zijn geloof in Eén God en dat Muhammad(v.z.m.h.) Zijn Boodschapper was.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er verschillende overleveringen zijn over Hazrat Umar’s (ra) aanvaarding van de islam. De meest prominente en vaak herhaalde is het incident van toen Hazrat Umar (ra) met zijn zwaard op pad ging om de Heilige Profeet (v.z.m.h.) te doden, maar gaandeweg werd geïnformeerd dat zijn zuster de islam had aanvaard. Hij bezocht haar toen, waar hij de recitatie van de Heilige Koran hoorde, die zijn hart deed smelten. Vervolgens ging hij naar de Heilige Profeet (v.z.m.h.) en accepteerde de islam. Zijne Heiligheid (aba) zei dat we accepteren dat dit incident het meest accuraat is.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij in de toekomst door zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

Gebed voor overledenen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de dodengebed (in afwezigheid) zou leiden van de volgende overledenen: Ahmad Muhammad Usman Shabooti Sahib, Qureshi Zakaullah Sahib, Malik Khalid Daad Sahib, Muhammad Saleem Sabir Sahib, Naeema Latif Sahiba en Safiyya Begum Sahiba.

 

Samengesteld door Afdeling Isha’at van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya Nederland

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 16 april 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Ramadan – Het begrijpen van de filosofie van het aanvaarden van gebeden

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, reciteerde Zijne Heiligheid (aba) de volgende verzen van de Heilige Koran:

2:184  O, gij gelovigen, het vasten is u voorgeschreven, zoals het degenen die vóór u waren was voorgeschreven, opdat gij vroom zult zijn.

2:185  Voor een zeker aantal dagen (zult gij vasten) maar wie onder u ziek is, of op reis, vaste een aantal andere dagen – er is een losprijs voor degenen, die niet kunnen vasten – het voeden van een arme. Maar hij, die vrijwillig goed doet, het zal beter voor hem zijn. Het vasten is goed voor u, indien gij het beseft.

2:186  De maand Ramadaan is die, waarin de Koran als een richtsnoer voor de mensen werd nedergezonden en als duidelijke bewijzen van leiding en onderscheid. Wie onder u daarom deze maand beleeft, laat hem daarin vasten. Maar wie onder u ziek of op reis is, een aantal andere dagen. Allah wenst gemak voor u en geen ongemak, en opdat gij het aantal zult voltooien en opdat gij Allah’s grootheid zult prijzen, omdat Hij u terecht heeft geleid en opdat gij dankbaar zult zijn.

2:187  En wanneer Mijn dienaren u over Mij vragen, zeg dan: “Ik ben nabij. Ik verhoor het gebed van de smekeling, wanneer hij Mij aanroept.” Daarom moeten zij naar Mij luisteren en in Mij geloven, opdat zij geleid zullen worden.

Vroomheid bereiken

Zijne Heiligheid (aba) zei toen dat we door de genade van Allah opnieuw gezegend zijn met de maand Ramadan. Het gaat er echter niet simpelweg om, om de maand Ramadan te doorlopen, noch vervult simpelweg het eten bij het sluiten van het vasten en bij het openen van het vasten het doel van het vasten. In plaats daarvan heeft de Almachtige God gezegd dat we vroomheid moeten bereiken.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat in de verzen die hij reciteerde, God heeft uitgelegd dat vasten een verplichting is. Tegelijkertijd heeft God verklaard dat degenen die ziek zijn of reizen niet verplicht zijn om te vasten, maar dat zij de gemiste vastendagen op een later tijdstip kunnen voltooien. En degenen die niet kunnen vasten, moeten de fidyah betalen. Zelfs indien iemand in staat is om het vasten op een later tijdstip te voltooien, is het alsnog een goede praktijk om de fidyah te betalen.

Voorwaarde voor de acceptatie van gebeden

Zijne Heiligheid (aba) zei dat God ook zegt dat Hij de gebeden van de smekeling hoort. Als iemand echter wil dat God naar hen luistert, dan moeten wij ook God gehoorzamen en handelen naar Zijn geboden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij enkele uittreksels zou presenteren uit de geschriften van de Beloofde Messias (as) met betrekking tot de filosofie van de acceptatie van gebeden en de voorwaarden die hiermee verbonden zijn. Er zijn velen van ons die aan de bidden en dan denken dat God gebonden is om onze gebeden te horen en te vervullen, en dan verdrietig worden als de gebeden niet worden verhoord. Wat we ons echter moeten realiseren, is dat we eerst ons geloof en onze relatie met God moeten versterken, en onszelf moeten analyseren om te zien of we wel of niet naar Zijn geboden handelen. We moeten bekijken of we standvastige dienaren zijn, of aarzelen bij de minste beproeving.

Zijne Heiligheid (aba) presenteerde een citaat van de Beloofde Messias (as) waarin hij verklaarde dat gebed niet louter het uitspreken van woorden is, maar juist om het hart te vullen met de vrees voor God. Het is wanneer de ziel van de smekeling als water naar de drempel van het Goddelijke stroomt en men de kracht zoekt om zijn zwakheden te bestrijden. Het gaat erom uzelf in een vorm van overlijden te brengen. Dan zal men zien dat de deur van acceptatie wordt geopend voor de smekeling.

Hoe te weten wanneer gebeden zijn aanvaard

Zijne Heiligheid (aba) zei dat velen vragen hoe we kunnen weten dat we vergeven zijn en dat God onze gebeden heeft aanvaard. Hierover heeft de Beloofde Messias (as) verklaard dat wanneer iemand in de ware zin smeekt en getracht heeft een duurzame relatie met God op te bouwen, hij daarvan verzekerd kan zijn. Zijne Heiligheid (aba) zei dat we ernaar moeten streven om dit vooral tijdens de maand Ramadan te bereiken.

Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias (as) die zei dat een echte verbondenheid tot stand komt wanneer twee kanten naar elkaar toe worden getrokken. Met andere woorden, wanneer de genade van God de mens naar Hem toe trekt, en wanneer de waarachtigheid en oprechtheid van de mens God ertoe brengt dichter bij hem te komen, dan kan er een echte verbondenheid tot stand worden gebracht. Wanneer deze verbinding tot stand is gebracht en men smeekt, dan manifesteert God de middelen om dat gebed aan te nemen en te vervullen.

Zijne Heiligheid (aba) citeerde verder de Beloofde Messias (as) die zei dat de Almachtige God heeft verklaard en beloofd dat degenen die op Zijn pad streven, Zijn nabijheid zullen bereiken. God heeft ons ook het gebed ‘Leid ons op de rechte pad’ geleerd. Dit betekent dat men intensief moet streven en vurig moet bidden, dit in gedachten houdend. Verder wordt er gezegd dat iemand die geestelijk blind is in deze wereld, ook in het hiernamaals blind zal zijn. Dit kan iemand zijn die blindelings een religie aanhield, simpelweg omdat die persoon in dat geloof geboren was. Zulke mensen hebben geen ‘geestelijk zicht’ noch bezitten ze liefde voor het geloof. Daarom moeten we ons ‘spirituele zicht’ vanaf onze tijd in deze wereld ontwikkelen, zodat we in de volgende wereld bezitter zullen zijn van dit ‘geestelijk zicht’.

Word ware dienaren van God

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we in deze dagen vooral moeten bidden ‘Leid ons op het rechte pad’ zodat we ware dienaren van God kunnen worden en Zijn schepping waarlijk dienen, in plaats van te worden zoals die extremisten die anderen schade berokkenen in de naam van God en Zijn Boodschapper (vzmh). Zijne Heiligheid (aba) bad dat God ons moge redden van het kwaad van zulke mensen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat sommige mensen denken dat ze zo ver doordrenkt zijn van zonden, dat ze niet langer vergeven kunnen worden. Vanwege deze gedachte blijven ze verdere slechte daden begaan, terwijl dit slechts een gedachte is die door Satan in hun gedachten is geplaatst. Zijne Heiligheid (aba) citeerde die Beloofde Messias (as) die zei dat men nooit zou moeten denken dat ze zoveel verkeerde daden hebben begaan dat ze niet kunnen worden vergeven. In feite is gebed de remedie voor het begaan van slechte daden en dat is de enige manier om Satan uit te roeien. Anders zet deze gedachte zich voort en eindigt men uiteindelijk in de richting van atheïsme. Daarom, wat er ook gebeurt, moet men zich tot gebed wenden, en de maand Ramadan is de perfecte gelegenheid om zich hierop te concentreren.

Raak niet ontmoedigd wanneer u bidt

Zijne Heiligheid (aba) ging door met het citeren van de Beloofde Messias (as) die zei dat men niet ontmoedigd moet raken als ze het gevoel hebben dat hun gebed niet precies is beantwoord zoals ze hadden gewenst. God hoort onze gebeden, maar Hij is niet gebonden aan ons verlangen en hoeft onze gebeden niet precies te vervullen zoals wij verlangen, want Hij weet het best. Het kan worden vergeleken met een kind dat zijn moeder om iets vraagt ​​dat schadelijk voor hem is. Het lijdt geen twijfel dat de moeder van haar kind houdt, maar als het schadelijk is, zou ze het kind nooit geven wat hij heeft gevraagd. De filosofie van het aanvaarden van gebed is vergelijkbaar. God weet wat het beste is.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat veel mensen hem schrijven dat ze baden en zelfs financiële offers brachten, maar dat hun gebed niet werd aanvaard. Zijne Heiligheid (aba) zei dat men eerst moest zien of ze een echte relatie met God hebben opgebouwd. Als ze dat zouden doen dan zouden ze moeten accepteren dat wat er ook gebeurde omwille van het betere was. Zijne Heiligheid (aba) zei dat sommige mensen tot God bidden en zeggen dat zelfs als de zaak waarvoor ze bidden niet goed is, deze toch geaccepteerd moet worden; bijvoorbeeld in huwelijkszaken. Maar wanneer de match is gemaakt, scheiden de twee. Daarom zei Zijne Heiligheid (aba) dat we niet op een dergelijke manier moeten bidden, want God weet het best. Soms is het gebed dat niet precies wordt aangenomen zoals het werd gevraagd, een vorm van aanvaarding van gebed.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat met betrekking tot de voorwaarden voor het aanvaarden van gebed, de Beloofde Messias (as) heeft verklaard dat iemand die een ander vraagt ​​om voor hen te bidden, eerst zelf moet zorgen dat ze altijd de vrees voor God in zichzelf vestigen en vroom zijn. Dan zal de deur voor acceptatie wordt geopend. Als dit niet gebeurt, is de deur niet alleen voor hen gesloten, maar ook voor degenen aan wie ze hebben gevraagd voor hen te bidden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat men bovendien goede daden moet verrichten om gebeden te laten aanvaarden. In verband hiermee zei de Beloofde Messias (as) dat men al het mogelijke moet doen om goede werken te verrichten en zichzelf te hervormen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het nodig is dat de middelen worden gecreëerd, waarvoor we moeten bidden. Dit is wat ons is geleerd in het gebed ‘U alleen aanbidden wij en U alleen smeken wij om hulp’. Het kan niet zo zijn dat iemand bidt en zijn dorst wordt automatisch gelest, echter wordt hiertoe water nedergedaald als een middel om zijn dorst te lessen. God heeft de behoefte aan middelen geschapen, zodat duidelijk wordt dat alles met een doel is geschapen.

Zijne Heiligheid (aba) citeerde verder de Beloofde Messias (as) die zei dat men vroomheid moet aannemen, want vroomheid is de essentie van de goddelijke wet. De Almachtige God heeft beloofd de gebeden van rechtvaardigen te aanvaarden. Daarom moet men vroomheid aannemen en inboezemen om de aanvaarding van gebed te genieten.

Twee aspecten van de barmhartigheid van de Almachtige God

Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias (as) die zei dat er twee soorten barmhartigheid of genade van God zijn; Rahmaniyyat [de algemene genade] en Rahimiyyat [de speciale genade]. Onder Rahmaniyyat schiep God alles wat nodig is om het leven in stand te houden, zelfs voordat het leven werd geschapen. Het eerste omvat dus datgene wat werd geschapen vóór onze schepping, voordat iemand zelfs maar voor zulke dingen kon bidden. Daarnaast is er Rahmiyyat, waaronder God het gebed accepteert wanneer we bidden. Deze genade houdt het meest verband met gebed. Het is het kenmerk van mensen om bij God genade te zoeken en het is het kenmerk van God om de gebeden te aanvaarden. God gaf ons de middelen onder Rahmaniyyat zoals het hart, de tong, de ogen, de oren enz., zodat we ze op de juiste manier konden gebruiken en bij God konden zoeken en gehoord konden worden onder zijn speciale genade, Rahimiyyat. Daarom moeten we datgene wat ons onder Rahmaniyyat gegeven is op de best mogelijke manier gebruiken en deze zegeningen gebruiken om de speciale genade van God te oogsten via Zijn attribuut van Rahimiyyat.

Daarom, waar ons het gebed ‘Leid ons op het rechte pad’ is geleerd, is ons eerder geleerd dat ‘U alleen aanbidden wij en U alleen smeken wij om hulp’. Dit betekent dat we, om ons op het rechte pad te begeven, gebruik moeten maken van de capaciteiten en vermogens die God ons heeft gegeven in plaats van ze verloren te laten gaan. Dan kunnen we hopen het rechte pad te betreden.

Het belang van gebed en smeekbede

Zijne Heiligheid (aba) zei dat met betrekking tot het belang van gebed en smeekbede, de Beloofde Messias (as) zei dat net zoals wanneer een kind huilt en zijn moeder naar hem toe rent om hem melk te geven, zo ook de manier is waarop God een smekeling hoort die huilt aan Zijn deur. De Almachtige God wil dat we aan Zijn deur komen, alles wat Hij van ons verlangt is dat wij de eigenschappen aannemen waardoor onze gebeden kunnen worden aanvaard.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit slechts een paar uittreksels waren die hij uit een schat aan kennis presenteerde. Als we deze adviezen implementeren, kunnen we een revolutionaire verandering in ons leven teweegbrengen en een sterke relatie met God opbouwen. Deze Ramadan zouden we moeten streven om de nabijheid van Allah te bereiken, om naar Zijn geboden te handelen, om ons geloof te versterken, om de filosofie van gebeden te begrijpen, om onszelf te hervormen en om opgenomen te worden onder degenen wiens gebeden door God worden aanvaard. Deze ramadan zou een grote verandering in onze relatie met God teweeg moeten brengen.

De voordelen van bidden voor anderen

Zijne Heiligheid (aba) zei te bidden voor allen in Pakistan, Algerije en waar ook ter wereld waar Ahmadi’s door hun geloof met ontberingen worden geconfronteerd. Zijne Heiligheid (aba) zei dat als u voor anderen bidt, uw eigen gebeden geaccepteerd kunnen worden. In feite bidden engelen voor degenen die voor anderen bidden. Daarom moeten we tijdens deze Ramadan niet alleen voor onszelf bidden, maar ook voor anderen.

Majlis Khuddamul Ahmadiyya Bangladesh krijgt de eer om een Virtuele ontmoeting met het Wereldhoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap te houden.

De Nationale Amila van Majlis Khuddamul Ahmadiyya heeft een officiële ontmoeting met Zijne Heiligheid

Op 7 februari 2021 hield het Wereldhoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (kalief), Zijne Heiligheid Hazrat Mirza Masroor Ahmad een virtuele online bijeenkomst met de Nationale Amila (Executive) van Majlis Khuddamul Ahmadiyya Bangladesh (Ahmadiyya Muslim Youth Auxiliary).

Zijne Heiligheid Hazrat Mirza Masroor Ahmad, nam deel aan de vergadering vanuit zijn kantoor in Islamabad, Tilford, terwijl de vertegenwoordigers van Amila zich bij het Darut Tabligh Moskee-complex in Dhaka aanwezig waren, dat dienst doet als het nationale hoofdkwartier van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in Bangladesh. Tijdens de bijeenkomst konden de Khuddam-vertegenwoordigers een rapport presenteren van hun respectieve afdelingsactiviteiten en voorstellen voor toekomstplannen. Zijne Heiligheid gaf instructies met betrekking tot de morele en religieuze training van Ahmadi moslimjongeren en adviezen om ervoor te zorgen dat Majlis Khuddamul Ahmadiyya nog meer vorderingen kan maken.

Zijne Heiligheid moedigde de hoofden van de nationale afdelingen aan om ijverig en regelmatig feedback te geven op de rapporten die worden ontvangen van regionale en lokale afdelingen van Majlis Khuddamul Ahmadiyya Bangladesh om hun activiteiten te analyseren en hen te helpen verbeteren.

Zijne Heiligheid adviseerde ook Ahmadi Moslimjongeren om hun dienst aan de mensheid te vergroten en, in overeenstemming met de leer van de Islam, proactief proberen mensen in nood te helpen en bij te staan, ongeacht kaste, geloof of huidskleur.

Zijne Heiligheid vroeg ook verder dat de regering van Majlis Khuddamul Ahmadiyya zou kunnen samenwerken met ziekenhuizen en andere relevante instanties om Ahmadi moslimjongeren als bloeddonor te registreren, zodat ze de mensen van het land kunnen helpen in tijden van nood.

Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

Onze Ahmadi-moslimjongeren zouden niet alleen bloed moeten doneren om onze eigen leden te helpen, maar het zou ook aan andere leden van de samenleving moeten worden geschonken en je zou met ziekenhuizen en bloedbanken kunnen samenwerken om onze leden te registreren voor deze dienst aan de mensheid. De mensen moeten weten dat Ahmadi-moslims degenen zijn die de hele mensheid dienen.

Zijne Heiligheid zei ook dat een groter aantal jonge mensen moet worden aangemoedigd om lichamelijke activiteiten te doen en te bewegen om een ​​goede lichamelijke gezondheid te behouden.

In een gesprek met het hoofd van de afdeling Studentenzaken zei Zijne Heiligheid dat de afdeling Studentenzaken universitaire seminars zou moeten organiseren waar zowel Ahmadi-moslims als anderen worden uitgenodigd om nieuw onderzoek over seculiere onderwerpen te presenteren, zodat innovatieve ideeën kunnen worden gedeeld terwijl religieuze verschillen opzij worden geschoven.

Zijne Heiligheid stelde ook erg op prijs dat tijdens de Covid-19-pandemie de Ahmadi-moslimjongeren contact hadden opgenomen met ziekenhuizen en zich vrijwillig hadden aangemeld voor het schoonmaken ervan.