Vrijdagpreek van 9 oktober 2020: ‘Mannen van Excellentie – Hazrat Abu Ubaidah bin Jarahra’

Dit is een korte samenvatting. Degenen die de Khutba hebben gemist, moeten ernaar kijken wanneer het zal worden herhaald, in sha ’Allah.

Hazrat Amin-ul-Ummah, Abu ‘Ubaidah ibn al Jarrah (ra)

De Khutba van vandaag was een voortzetting van de vorige Khutba over Hazrat Amin-ul-Ummah, Abu ‘Ubaidah ibn al Jarrah (ra).

Met betrekking tot zijn streven tijdens het kalifaat van Hazrat Abu Bakr (ra) en Hazrat ‘Umar (ra): Hazrat Abu ‘Ubaidah ibn al Jarrah (ra) nam deel aan de Slag om Yarmuk.

Slag van Yarmuk

Hazrat Abu Bakr al Siddiq (ra) stierf een paar dagen of weken voor de slag om Yarmuk. Hazrat ‘Umar ibn al Khattab (ra) initieerde zijn Khilafat met het benoemen van Hazrat Abu’ Ubaidah (ra) als legergeneraal in de plaats van Hazrat Khalid ibn Walid (ra). Hazrat Abu ‘Ubaidah (ra) kon toentertijd de boodschapper van Hazrat ‘Umar’s (ra) niet toestaan om deze boodschap aan te kondigen, dus hij zei hem het geheim te houden. Zelf hield hij het ook (met een reden) geheim in zijn hart. Pas nadat Hazrat Khalid ibn Walid (ra), de legergeneraal, de grote verovering had voltooid (en Damscus werd veroverd), kwam Hazrat Abu ‘Ubaidah (ra) met het grootste respect naar hem toe en presenteerde de brief van Hazrat Amir al Mu’minin (ra) en informeerde hem over het nieuws.

Hazrat Khalid ibn Walid (ra) zei toen tegen hem: “Moge Allah genadig met u zijn. Wat weerhield u ervan mij op de hoogte te stellen zodra u de instructie ontving? ” Hazrat Abu ‘Ubaidah (ra) antwoordde: “Ik vond het niet prettig om uw oorlogsoverwinningen te onderbreken. Ik verlang niet naar de soevereiniteit van de wereld, noch streef ik naar de wereld. Wat u ziet, zal uiteindelijk vergaan en vervallen. Wij zijn broeders. Het kan een man niet schaden dat zijn broeder de autoriteit over hem heeft in religie of wereldse aangelegenheden.”

Hazrat Abu ‘Ubaidah (ra) werd de opperbevelhebber over de leiders en soldaten in Sham en de meerderheid van de moslimlegers.

Desondanks verzamelde hij de troepen en stond op om een lezing te houden waarin hij zei:

“O mensen, ik ben maar een man uit Quraysh. Of degenen onder jullie nu een lichte of donkere huid heeft, indien hij mij overtreft in Taqwa (godvrezendheid), zou ik graag in zijn schoenen willen staan. “

Aantal Romeinse troepen en de moslimtroepen
In 636 na Christus vond de slag om Yarmuk plaats (een van de grootste oorlogen die in de geschiedenis heeft plaastgevonden) tussen moslims tegen het Romeinse rijk aan de Syrische grens of nu meer bekend bij ons als Syrië. Het moslimleger van slechts 33.000 soldaten verzette zich dapper tegen het Romeinse leger van 250.000 man.

Een commandant van het Romeinse leger bekeert zich tot de islam na een ontmoeting met Abu ‘Ubaidah ibn al Jarrah (ra)

Op een gegeven moment ontmoette Gregorius Theodorus, een Romeinse commandant, Hazrat Amin-ul-Ummah, Abu ‘Ubaidah ibn al Jarrah (ra). Hij vroeg naar de positie van Jezus (as) in de islam.

Hazrat Abu ‘Ubaidah ibn al Jarrah (ra) reciteerde de volgende verzen uit de Heilige Koran:

Surah An-Nisa ‘, vers 172 en 173:

“O, mensen van het Boek, overdrijft in uw godsdienst niet en zegt van Allah niets dan de waarheid. Voorwaar, de Messias, Jezus, zoon van Maria was slechts een boodschapper van Allah en Zijn woord tot Maria gegeven als barmhartigheid van Hem. Gelooft dus in Allah en Zijn boodschappers en zegt niet: “Drie (in één).” Houdt op, dat is beter voor u. Voorwaar, Allah is de enige God. Het is verre van Zijn heiligheid, dat Hij een zoon zou hebben. Aan Hem behoort wat in de hemelen en op aarde is en Allah is als Bewaarder afdoende.”

“Voorzeker, de Messias zal het nooit versmaden, een dienaar van Allah te zijn, noch zullen de nabijzijnde engelen dit doen en wie het versmaadt Hem te aanbidden, en hoogmoedig is, Hij zal hen toch allen tot Zich roepen.”

De Romeinse commandant was onder de indruk en bekeerde zich tot de islam.

Ontmoeting van Hazrat Abu ‘Ubaidah ibn al Jarrah (ra) met Hazrat‘ Umar (ra)
Toen Hazrat ‘Umar (ra) in Sham aankwam, ontmoetten de mensen en de prominenten hem. Hazrat ‘Umar (ra) vroeg:” Waar is mijn broer? “. “Wie bedoelt u?” vroegen ze. “Abu‘ Ubaidah, “zei hij. Ze zeiden: “Hij zal zometeen naar u toe komen.” Hazrat Abu ‘Ubaidah (ra) kwam, hij daalde af van de kameel en omhelsde Hazrat‘ Umar (ra). Later verzocht Hazrat ‘Umar (ra) iedereen om te vertrekken en ging met Hazrat Abu‘ Ubaidah (ra) mee om zijn huis te bezoeken. Hij ging zijn huis binnen. Hij zag alleen zijn zwaard, schild en zadel. Hazrat ‘Umar (ra) zei tegen hem dat hij wat comfort in zijn huis moest hebben. Hazrat Abu ‘Ubaidah (ra) antwoordde het hetgeen hij bezit voldoende  voor hem is.

Een brief van Hazrat ‘Umar (ra)
Hazrat Abu ‘Ubaidah (ra) overlijdt in de plaag van‘ Amwas tijdens het kalifaat van Hazrat ‘Umar ibn al Khattab (ra). Hazrat ‘Umar (ra) schreef aan Hazrat Abu‘ Ubaidah (ra) toen de plaag uitbrak in Sham: ‘Ik heb een dringende taak en ik heb uw nodig om er aandacht aan te besteden. Dus als deze brief van mij u nachts bereikt, u voor zonsopgang komt, en als hij u overdag bereikt, u vóór zonsondergang naar mij toe komt.”

Nadat hij de brief had gelezen, merkte Hazrat Abu ‘Ubaidah (ra) op:“ Ik weet waarom Hazrat Amir al Mu’minin (ra) mij nodig heeft. Hij wil iemand (Abu Ubaidah) sparen die niet gespaard kan worden.” Hij schreef toen: ‘Inderdaad, ik ken de behoefte waarmee u wordt geconfronteerd. Maar verlos me alstublieft van uw bevel, o Amir al Mu’minin, want ik behoor tot de moslimtroepen en mijn hart verlangt er niet naar hen te verlaten. “

Toen Hazrat ‘Umar (ra) de brief las, huilde hij bitter. Er werd hem gevraagd: “Is Hazrat Abu‘ Ubaidah (ra) overleden? ” Hazrat ‘Umar (ra) antwoordde:” Nee, maar het heeft hem omringd”.

Hazrat ‘Umar (ra) schreef hem dat Jabiyah een hoog land is, zuiver van de pest, en verzocht hem de Moslims mee te nemen naar Jabiyah.

Laatste woorden van Hazrat Abu ‘Ubaidah ibn al Jarrah (ra)
Toen Hazrat Abu Ubaidah (ra) op zijn sterfbed lag, instrueerde hij:
“Laat me u wat advies geven, waardoor u voor altijd op het pad van goedheid zult verblijven – Verricht het gebed. Vast in de maand Ramadan. Geef Sadaqah. Voer de hadj en umrah uit. Blijf verenigd en steun elkaar. Wees oprecht tegen uw leiders en verberg niets voor hen. Laat de wereld u niet vernietigen, want zelfs als de mens duizend jaar zou leven, zou hij nog steeds eindigen in deze staat waarin u mij ziet. Vrede zij met u en de genade van God.”

Huzoor (aba) sprak vervolgens over Ahmadi’s die recentelijk zijn overleden

Na dit verslag noemde Huzoor (aba) enkele vrome Ahmadi’s die waren overleden. Moge Allah hun ziel zegenen, ameen.

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh Vaba op 16 oktober 2020: ‘mannen van Excellentie – Hazrat Mu`awwidh bin Harithra en Hazrat Ubay Ibn Ka’bra.

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering. Vertaald door Youssef Ikhlaf. Nagezien door Ahmad Said Ikhlaf sahib.

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmadaba, dat hij in deze vrijdagpreek incidenten uit het leven van de metgezellen van de Heilige Profeets zou belichten. De metgezellen zijn Hazrat Mu’awwidhra en Hazrat Ubay Ibn Ka’bra

Hazrat Mu`awwidh bin Harithra
Zijne Heiligheidaba zei dat Hazrat Mu’awwidhra van de Khazraj stam was. De naam van zijn vader was Harith bin Rifa’ah en de naam van zijn moeder was Afra bint Ubaid. Hazrat Mu’adh en Hazrat Auf waren beiden zijn broers, die ook bekend stonden onder de naam van hun moeder, en dus bekend stonden als Banu Afra.

Zijne Heiligheidaba zei dat er één overlevering is die vertelt dat Hazrat Mu’awwidhra deelnam aan de Tweede Belofte in Aqabah. Hij was gezegend om samen met zijn twee broers deel te nemen aan de Slag bij Badr. Er wordt verteld dat de drie broers één kameel hadden die ze om de beurt zouden rijden. Hazrat Mu’awwidhra en Hazrat Mu’adhra waren de twee jonge metgezellen die Abu Jahl aanvielen tijdens de Slag bij Badr, en het was na deze aanval dat Abdullah bin Mas’udra Abu Jahl in zijn laatste momenten vond op het slagveld en uiteindelijk een eind aan zijn leven maakte. Zijne Heiligheidaba belichtte enkele van de gebeurtenissen rond dit incident.

Hazrat Mu’awwidh ra stierf vervolgens op het slagveld bij Badr.

Hazrat Ubayy Ibn Ka’bra
Hij had een normaal postuur. Zijn baard was grijs en wit, hij verfde zijn baard namelijk niet.

Zijne Heiligheidaba zei dat Hazrat Ubay Ibn Ka’bra tot de Banu Mu’awiyah tak behoorde van de Khazraj stam. De naam van zijn vader was Ka’b bin Qais en de naam van zijn moeder was Suhailah bint Aswad. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra was bekend onder twee namen; de eerste was Abu Mundhir, een naam aan hem gegeven werd door de Heilige Profeet (s), en de tweede naam was Abu Tufail, die Hazrat Umarra hem noemde vanwege zijn zoon Tufail.

Broederschap werd opgericht tussen hem en Hazrat Talha ibn Ubaidullahra in Medina door de Heilige Profeet (s).

De vier metgezellen die de Heilige Koran rechtstreeks van de Heilige Profeets leerden gedurende zijn levenstijd
Zijne Heiligheid (aba) vertelde Hazrat Ubay Ibn Ka’bra grote kennis had van de Heilige Koran. De Tweede Khalifa ra, Hazrat Musleh Mau’ūdra, zei dat de Heilige Profeets zei dat dat Hazrat Ubayy Ibn Ka’abra een van de vier personen was over wie de Heilige Profeets de mensen adviseerde om de Heilige Koran van hem te leren. Hij was ook een van de vijftien metgezellen die gezegend waren als schrijvers van de Heilige Koran. Telkens wanneer de Heilige Profeets een Koranopenbaring ontving, riep hij een van deze vijftien schrijvers op om het op te schrijven.

Vier metgezellen die de Heilige Koran leerden van de Heilige Profeets tijdens zijn levenstijd worden genoemd in sahih Bukhari.

De volgende overleveringen:

“Qatadara overleverde: ik vroeg Anas bin Malikra: “Wie heeft de Koran verzameld ten tijde van de profeets?” Hij antwoordde: “Vier, die allen vanuit de Anṣār kwamen: Ubayy bin Ka’b, Mu’ādh bin Jabal, Zaid bin Thābit en Abū Zaid”. (Sahīh Bukhārī, Kitāb Fadhā’il-ul-Quran, Bābul Qurrā min Ashābin-Nabi (sa))

Anas bin Malikra overleverde: Toen de profeet (sa) stierf, had niemand de Heilige Koran verzameld, behalve vier personen: Abū Ad-Dardā ‘, Mu’ādh bin Jabal, Zaid bin Thābit en Abū Zaid.

Hazrat Ubayy Ibn Ka’bra was dus één van hen.

Goddelijke bevel om de Heilige Koran te onderwijzen
Eens zei de Heilige Profeets dat hij graag de openbaring van de Heilige Koran aan Hazrat Ubayy ibn Ka’bra wilde vertellen omdat zijn naam door Allah werd genoemd. Hazrat Ubayy bin Ka’bra zei: “Heeft Allah mij bij naam genoemd?” Hij (de Heilige profeets) zei: “ja”. Hazrat Ubayy bin Ka’bra zei: “Ik werd genoemd door de Heer der Werelden?!” De Heilige Profeets zei, “ja”. Hazrat Ubayy bin Ka’bra kreeg tranen in zijn ogen toen hij dit hoorde. Dus gebood Allah door middel van de engel Gabriël aan de Heilige Profeets dat de Surah eerst door Hazrat Ubayy bin Ka’bra uit het hoofd moet worden geleerd. Dat was een bijzondere eer. [Al-Bukhari, hadith nr. 4961 en Muslim, hadith nr. 799].

Hazrat Umarra herinnerde zich dit incident. Hij zei ooit dat de grootste qaree (reciteerder van de koran) Hazrat Ubayy bin Ka’abra is.

Zijn kennis van de Heilige Koran
Bij een andere gelegenheid tijdens een vrijdagpreek tijdens de Khilafat van Hazrat ‘Umarra, zei Hazrat‘ Umarra dat wie de Heilige Koran wil leren, naar Hazrat Ubayy bin Ka’abra moet komen.

De Heilige Profeets zei bij een gelegenheid dat de grootste gelovige Hazrat Abu Bakrra is. Degene die strict is in religie is Hazrat Umarra. Wat bescheidenheid betreft, in de hoogste mate, dat is Hazrat Uthmanra. Muaz bin Jabbalra werd ook met een bepaalde kwaliteit genoemd. Wat de verplichtingen betreft, is het Hazrat Zaid bin Thabitra. En degene die een expert is in de Heilige Koran, dat is Hazrat Ubay Ibn Ka’bra. En de betrouwbare van de Ummah is Hazrat Ubaidah ibn Al-Jarrahra Huzoor (aba) zei dat hij het de vorige week over Hazrat (aba) Hazrat Ubaidah ibn Al-Jarrahra had.

Hazrat Ubay Ibn Ka’bra begon de gewoonte om zijn naam onder te zetten wanneer hij iets schreef (zodat mensen weten wie het heeft geschreven). Andere schriftgeleerden volgden dit voorbeeld ook.

Hazrat Ubay Ibn Ka’bra ten allen tijde al datgene wat hij wilde vragen van de Heilige Profeets. Echter stelde hij geen irrelevante vragen vanwege de grootsheid van het profeetschap (van de Heilige Profeets). De Heilige Profeets wist dit en op een bepaalde gelegenheid toen de Heilige Profeets ooit één vers vergat te reciteren gedurende het gebed vroeg hij na het gebed, “heeft iemand mijn recitatie opgemerkt?” Hazrat Ubay Ibn Ka’bra was laat aanwezig tijdens het gebed en haalde de gemiste raka’ah in. Toen Hazrat Ubay Ibn Ka’bra het gebed beëindigde antwoordde hij, “ja”. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra was de enige metgezel bij wie het opgevallen was dat de Heilige Profeets een vers vergeten was. Sommige metgezellen vroegen de Heilige Profeets of het was geannuleerd (door Allah) of vergeten? Hij zei dat het gewoon was vergeten. De Heilige Profeets zei: “Ik wist behalve u, O Ubayy ibn Ka’b, dat niemand het had het opgemerkt”.

De Heilige Profeets zei ooit: “O Allah, vergeef mijn ummah”. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra was zo deskundig in het reciteren van de Heilige Koran. de Heilige Profeets luisterde naar zijn recitatie, zelfs op zijn sterfbed. Eens hield de Heilige Profeets een preek. Hij reciteerde een soera die Hazrat Ubay Ibn Ka’bra en Hazrat Abu Dardara niet kenden. Iemand vroeg: “wanneer werd dit geopenbaard?” Hazrat Ubay Ibn Ka’bra zei, “praat nu alstublieft niet” (met een gebaar met zijn hand). De persoon die de vraag stelde, zei na de Khutba: “waarom hebt u niet geantwoord?”. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra antwoordde dat zijn gebed vandaag verspild is omdat hij tijdens de Khutba sprak. Zij gingen beiden naar de Heilige Profeets en hij zei dat Hazrat Ubay Ibn Ka’bra gelijk had, aangezien niemand tijdens de Khutba mocht spreken.

Zijn rol in de georganiseerde samenstelling van de Heilige Koran
De georganiseerde samenstelling van de Heilige Koran begon in de tijd van de Khilafat van Hazrat Abu Bakrra. Soms was er discussie over bepaalde verzen. Eens werd er een vers geschreven, sommigen waren van mening dat dit aan het einde van het profeetschap was geopenbaard. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra zei, “nee, twee andere verzen werden mij onderlegd, en dit vers werd niet aan het einde geopenbaard.”

Hazrat Umarra vestigde het de Shura (raadgevend orgaan) op tijdens zijn Khilafat. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra werd aangesteld als lid van de Shura. Ansar en Muhajireen waren beiden vertegenwoordigd in de Shura.

Eens vergezelden enkele mensen Hazrat Umarra en ontmoetten een persoon wiens kleren en haar blank waren. De persoon zei tegen hen: “Wij hebben alle voorzieningen om goede daden te verrichten en als wij goede daden verrichten, zullen wij worden beloond”. “Wie is dit?” vroegen de mensen. Hazrat Umarra zei dat dit “sayyid van de moslims” is, d.w.z. de leider van moslims, Hazrat Ubay Ibn Ka’bra.

Verschillende Qirā’āt d.w.z. variatie in uitspraken van de Heilige Koran
Hazrat Ubay Ibn Ka’bra hoorde eens twee mensen de Heilige Koran reciteren op een manier die anders was dan hij had geleerd. Na enige discussie gingen beide partijen naar de Heilige Profeets en reciteerden hetzelfde gedeelte voor hem. De Heilige Profeet (sa) keurde de recitaties van beide partijen goed. Op dit punt vertelt Hazrat Ubay Ibn Ka’bra: “(…) er kwam in mijn geest een soort ontkenning en twijfel voor die zelfs in de tijd van Jahiliyyah (pre-islamitische tijd) niet bestond. Toen de Boodschapper van Allahs zag hoe ik werd beïnvloed, legde hij zijn hand op mijn borst. Toen zei de Heilige Profeets: ‘O Ubayy! De realiteit is dat ik een openbaring ontving om de Heilige Koran in één Qirā’ah te reciteren, maar ik vroeg (Allah) om het mijn volk gemakkelijk te maken. Een tweede openbaring kwam dat ik de Heilige Koran in twee Qirā’at moest reciteren, maar ik deed opnieuw hetzelfde verzoek. Ik kreeg toen de opdracht om de Heilige Koran te reciteren in zeven Qirā’at ”.

Hazrat Ubay Ibn Ka’bra had respect voor Khilafat.

Hazrat Uthmanra benoemde twaalf mensen voor het reciteren van de Heilige Koran. Er was verschil van mening over de manier waarop de Heilige Koran gereciteerd moest worden. Hazrat Uthmanra luisterde naar de zeven manieren (Qirā’at) waarop de Heilige Koran werd gereciteerd. Hazrat Uthmanra vond tijdens zijn Khilafat dat er één manier moest zijn om de Moslims te verenigen door één Qirā’ah te reciteren. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra werd onder andere aangesteld in de commissie.

Het grootste vers van de Heilige Koran
Eens zei de Heilige Profeet (vzmh): “O Abu Mundhir! (Een andere naam van Hazrat Ubay Ibn Ka’bra) welk vers van het Boek van Allah is het grootst?”. “Allah en Zijn Boodschapper (sa) weten het het beste”, was het antwoord. De Heilige Profeets herhaalde de vraag en Hazrat Ubay Ibn Ka’bra reciteerde als antwoord de Ayat al- de troon:

“Allah! Er is geen God dan Hij, de Levende, de Zelfbestaande. Sluimer, noch slaap overmant Hem. Al wat in de hemelen en wat op aarde is, behoort Hem. Wie kan bij Hem bemiddelen zonder Zijn verlof? Hij kent hetgeen voor hen is en wat achter hen is en zij kunnen niets van Zijn kennis omvatten, dan wat Hij wil. Zijn troon strekt zich uit over hemelen en aarde en het waken over beide vermoeit Hem niet; Hij is de Verhevene, de Grote.” (Surah al-Baqarah, 2: 256)

De Heilige Profeets legde zijn hand op zijn borst met zijn rechterhand ter goedkeuring bij het horen van het antwoord en met zijn gelaat stralend van geluk, zei hij tegen Hazrat Ubay Ibn Ka’bra: “Moge kennis u verheugen en u ten goede komen, O Abu Mundhir.”

Hazrat Ubay Ibn Ka’bra accepteerde geen geld voor het onderwijzen van de Heilige Koran
Hazrat Ubay Ibn Ka’bra heeft nooit geld aangenomen om de Heilige Koran te onderwijzen. Hij zei dat niemand betaling mocht accepteren voor het onderwijzen van de Heilige Koran.

Hij vocht altijd aan de zijde van de Heilige Profeets. Eens werd hij op het slagveld geraakt door een pijl en had hij overal bloed. De Heilige Profeets vroeg een arts om voor hem te zorgen en de arts maakte een insnede in de ader van Hazrat Ubay Ibn Ka’bra zodoende werd hij behandeld, alhamdullilah.

Een metgezel raakte ernstig gewond en op het moment dat hij stierf, zei hij (waarschijnlijk tegen Hazrat Ubay Ibn Ka’bra): “Beloof me dat u mijn boodschap en mijn salam overbrengt naar mijn broeders, mijn volk en mijn familieleden. Vertel hen dat de Heilige Profeets het beste vertrouwen is wat wij hebben ontvangen. Wij hebben dit vertrouwen veiliggesteld. Nu ga ik heen en ik zal u dit vertrouwen geven. Toon geen zwakte bij het vervullen van dit vertrouwen.”

Salat Al-Taraweeh
Op een avond vergezelde een metgezel de Khalifa, Hazrat Umarra. Sommigen aanbidders in de moskee baden alleen, anderen baden samen. Dit was tijdens de Ramadan. Hazrat Umarra merkte dit op en verenigde ze onder één qaree (reciteerder van de Heilige Koran). Hazrat Ubay Ibn Ka’bra werd door Hazrat Umarra aangesteld om die Tarawih gebeden te leiden.

Hazrat Ubay Ibn Ka’bra onderwees de moslims na de gebeden als er behoefte was aan onderwijs. Na de gebeden stond hij altijd klaar om het een en ander uit te leggen en/of een of andere taak te vervullen. Hij gaf altijd een oordeel over kwesties die verband hielden met jurisprudentie. Hazrat Umarra vertrouwde op de mening van Hazrat Ubay Ibn Ka’bra.

Eens voltooide Hazrat Ubay Ibn Ka’bra het reciteren van de Heilige Koran in acht nachten. Hij hield van Allah en de Heilige Profeets.

De stronk van een palmboom
Tijdens het leven van de Heilige Profeets leunde hij tegen een stronk van een palmboom maar toen er een Minbar werd gebouwd voor de Heilige Profeets, verliet hij de stronk van de palmboom (hij leunde er niet meer op). De metgezellen zeiden dat ze de stronk hoorden huilen (dit voorval zou een visioen kunnen zijn geweest). De Heilige Profeets legde zijn hand op de stronk en het begon te kalmeren. (Sahih al-Bukhari 3584. Boek referentie: boek 61, Hadith 93. USC-MSA web (Engelse) referentie: Vol. 4, Book 56, Hadith 784) Hazrat Ubay Ibn Ka’bra nam later na de dood van de Heilige Profeets de stronk mee naar zijn huis, en zei dat dit de stronk was in de tijd van de Heilige Profeets. Zelfs toen de stronk verrot was, bewaarde hij hem. Het was enkel uit zijn liefde voor de Heilige Profeets dat hij deze stronk hield, totdat het rotte en uiteenviel. (Ibn Majah, Hadith 1414).

De Sunnah van de Heilige Profeets
Een metgezel zweeg enkele momenten nadat hij tijdens de gebeden takbier had uitgesproken (wanneer hij het gebed leidde). Sommige mensen bekritiseerden hem hiervoor. Hij schreef aan Hazrat Ubay Ibn Ka’bra. Hazrat Ubay Ibn Ka’bra zei dat hij gelijk had, dwz dat het volgens de Sunnah.

Dit incident was zes kilometer van Qadisiyah: Verteld door Suwaid bin Ghafala: Terwijl ik mij in het gezelschap van Salman bin Rabi’a en Suhan, in een van de heilige veldslagen bevond, vond ik een zweep. Een van hen zei dat ik het moest laten liggen, maar ik weigerde dat te doen en zei dat ik het aan de eigenaar zou geven als ik hem vond, anders zou ik het gebruiken. Bij onze terugkeer verrichtten we de hadj en toen ik langs Medina liep, vroeg ik Hazrat Ubay bin Ka’bra ernaar. Hij zei: “Ik vond een zak met honderd dinar tijdens het leven van de Heilige Profeets en nam die mee naar de Heilige Profeets die tegen mij zei: “Maak voor de periode van een jaar een openbare aankondiging hierover.” Dus kondigde ik het voor een jaar aan en ging vervolgens (na een jaar) weer naar de Heilige Profeets die verder zei: “Maak het nog een jaar in het openbaar bekend.” Dus ik kondigde het aan voor nog een jaar. Ik ging weer naar hem toe en hij zei: “Kondig aan voor een ander jaar.” Dus kondigde ik het wederom voor nog een jaar. Ik ging voor de vierde keer naar de Heilige Profeets en hij zei toen: “(…) als de eigenaar komt, geef het hem of gebruik het anders (in het geval dat er geen eigenaar is gekomen).”

Zijn overlijden
Er was eens iets dat Hazrat Ubay Ibn Ka’bra beloofde voor de volgende vrijdag aan een andere metgezel te vertellen. Hij wilde er aanvankelijk niets over zeggen, maar de metgezel wilde het graag weten. Echter overleed Hazrat Ubay ibn Ka’bra de volgende vrijdag. Allah beschermde Hazrat Ubay Ibn Ka’bra met betrekking tot datgene dat hij aanvankelijk niet wilde vertellen. Allah weet het beste wat het was.

Toen Hazrat Ubay Ibn Ka’bra overleed waren er veel mensen aanwezig. De metgezellen zeiden dat de leider van moslims is overleden.

Voor de Engelse vertaling, zie: https://www.alislam.org/friday-sermon/2020-10-16.html
Voor de Khutba in het Arabisch, zie: https://www.islamahmadiyya.net/cat.asp?id=116
Voor de Khutba in het Urdu, zie: https://www.alislam.org/urdu/khutba/2020-10-16/

Vrijdagpreek van 2 oktober 2020: ‘Mannen van Excellentie – Hazrat Abu Ubaidah bin Jarahra’

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmadaba, dat hij in deze vrijdagpreek incidenten uit het leven van de metgezel van de Heilige Profeetsaw, Hazrat Abu Ubaidah bin Jarah (ra), zou belichten.

Hazrat Abu Ubaidah bin Jarah (ra)
Zijn naam was Amir bin Abdullah, en zijn vader heette Abdullah bin Jarah. Zijn moeder haar naam was Umaimah bint Ghanam. Hij stamde uit de familie Banu Harith bin Fihr van de Quraish-stam.

Zijne Heiligheidaba zei dat Hazrat Abu Ubaidahra de negende persoon was die de Islam accepteerde en onder degenen was die blijde tijdingen van het paradijs ontvingen.

De Amin van de moslim Ummah
Zijne Heiligheidaba presenteerde een overlevering waarin de Heilige Profeetsa zei dat elk volk een Amin (curator) heeft en de Amin van zijn volk was Hazrat Abu Ubaidahra.

Zijne Heiligheidaba presenteerde een andere overlevering waarin aan Hazrat Aishahra werd gevraagd welke van de metgezellen de Heilige Profeetsa het meest dierbaar waren. Zij antwoordde hierop zeggende Hazrat Abu Bakrra, daarna Hazrat Umarra en daarna, als derde, Hazrat Abu Ubaidahra.

Vijandschap van zijn vader
Zijne Heiligheidaba zei dat Hazrat Abu Ubaidahra de Heilige Profeetsa vergezelde in alle veldslagen. Op de dag van de Slag bij Badr vocht hij aan de zijde van de moslims, terwijl zijn eigen vader aan de zijde van de Mekkanen vocht. Zijn vader viel hem, vanwege zijn geloof in de eenheid van God, gedurende deze strijd aan, maar Hazrat Abu Ubaidahra deed zijn best om hem te ontwijken. Aldus overwon zijn toewijding aan de eenheid van God en uiteindelijk overmeesterde en doodde hij zijn vader in de strijd. 

Het verzorgen van de verwondingen van de Heilige Profeetsa
Zijne Heiligheidaba vertelde dat de Heilige Profeetsa tijdens de slag om Uhud werd geraakt door stenen welke zijn voortanden braken. De stenen raakten hem met zo een kracht, dat de haken van zijn pantser in zijn gezicht bleven steken. Hazrat Abu Bakrra verhaalt dat hij, toen de Heilige Profeetsa werd geraakt, naar de Heilige Profeetsa rende. Tegelijkertijd zag hij een andere persoon met zo een snelheid naar de Heilige Profeetsa rennen dat het leek alsof hij vloog. Bij het bereiken van de Heilige Profeetsa realiseerde Hazrat Abu Bakrra zich dat deze persoon Hazrat Abu Ubaidahra was. Met zijn tanden greep Hazrat Abu Ubaidahra één van de haken die in het gezegende gezicht van de Heilige Profeetsa vast zat en hij trok hieraan. Hij moest hier zo hard aan trekken dat, toen de eerste haak eruit kwam, hij achterover viel en één van zijn tanden brak. Toen hij de tweede haak eruit trok, brak er weer één van zijn tanden. Zijne Heiligheidaba merkte aan dat dit aangaf hoe diep die haken zich in het gezegende gezicht van de Heilige Profeetsa hadden vastgezet.

Expeditie van Dhul-Qassah
Zijne Heiligheidaba vehaalde een incident van een expeditie naar Dhul-Qassah bestaande uit tien metgezellen onder leiding van Hazrat Muhammad bin Maslamahra. Ondanks dat zij niet waren vertrokken voor het voeren van oorlog, stuitten de ongelovigen op hen en hierbij werden allen behalve Mohammed bin Maslamahra gemarteld. Toen de Heilige Profeetsa hier kennis van kreeg, riep hij een van zijn seniore metgezellen, Hazrat Abu Ubaidah (ra), op om veertig metgezellen aan te voeren ter vergelding van deze ernstige daad die tegen de metgezellen was begaan. Hazrat Abu Ubaidahra was succesvol in deze expeditie. De mensen van Dhul-Qassah gaven zich over en zodoende keerde hij terug naar Medina met oorlogsbuit.

Expeditie van Dhat-us-Salasil
Zijne Heiligheidaba verhaalde over de incidenten bij een andere expeditie bekend als Dhat-us-Salasil (die van kettingen). De expeditie stond als zodanig bekend omdat wordt overgeleverd dat de moslims zich aan elkaar vastketenden, zodat zij in eendrachtigheid konden vechten en niemand zich zou terugtrekken. Dit vond plaats in Banu Qudah, op een afstand van Medina welke ongeveer tien dagen kostte om te bereiken. De Heilige Profeetsa kreeg bericht dat de tegenstanders in een veel groter aantal waren dan de moslims. Zodoende stuurde de Heilige Profeetsa 200 moslims onder leiding van Hazrat Abu Ubaidahra. Eenmaal daar aangekomen ontstond de vraag wie het hele leger zou leiden, aangezien het eerste konvooi werd geleid door Hazrat ‘Amr bin al-‘Aasra. Ondanks dat Hazrat Abu Ubaidahra een veel hogere rang genoot, gaf hij het bevel over het gehele leger aan Hazrat ‘Amr bin al-‘Aasra. Toen zij terugkeerden naar Medina en de Heilige Profeetsa hoorde van het grote vertoon van gehoorzaamheid van Hazrat Abu Ubaidahra, bad hij in de volgende woorden: ‘Moge God genade hebben met Abu Ubaidah’ vanwege zijn gehoorzaamheid.

Expeditie van Seef al-Bahr
Zijne Heiligheidaba vertelde over de incidenten bij een andere expeditie genaamd Seef al-Bahr. Deze expeditie stond onder bevel van Hazrat Abu Ubaidahra en had als doel een vesting te vestigen ter bescherming van een karavaan van de Quraish, aangezien dit plaatsvond in het tijdperk van het Verdrag van Hudaibiyah. Tijdens deze expeditie werden de metgezellen door grote honger geteisterd en hadden op enig moment alleen bladeren om te eten. Vervolgens vonden zij een walvis die reeds dood was en aan land was aangespoeld. Hazrat Abu Ubaidahra instrueerde dat, hoewel de walvis al dood was, het vlees als voedsel moest worden gebruikt. Toen hij terugkeerde naar Medina en dit incident aan de Heilige Profeetsa werd vermeld, zei de Heilige Profeetsa dat zij gelijk hadden ten aanzien van het gebruik van het walvisvlees, aangezien God hun toestand zag en hen voedsel had toegestuurd. De Heilige Profeetsa zei verder dat, indien er nog enig vlees over was, het ook aan hem moest worden gepresenteerd.

Een vervulde profetie
Zijne Heiligheidaba vertelde over een ander incident waarbij Hazrat Abu Ubaidahra naar Bahrein werd gestuurd om Jizyah (belasting) te innen. Toen hij terugkeerde, zag de Heilige Profeetsa de metgezellen glimlachen. De Heilige Profeetsa zei dat hij minder bang was dat zijn metgezellen in armoede zouden vervallen en juist banger was dat zij rijkdommen zouden vergaren en daardoor hebzuchtig zouden worden. Zijne Heiligheidaba merkte aan dat dit precies de toestand is waarin de moslimwereld zich vandaag de dag verkeert. Daarom moeten wij hier altijd voor op onze hoede zijn, opdat wij niet als gevolg van welvaart ons geloof vergeten.

Gewaardeerde rang van Hazrat Abu Ubaidahra
Zijne Heiligheidaba vertelde dat Hazrat Abu Ubaidahra door Hazrat Abu Bakrra werd voorgesteld als eerste Khalifa, voordat hij zelf unaniem werd verkozen. Dit toonde de gewaardeerde rang aan die Hazrat Abu Ubaidahra had.

Zijne Heiligheidaba benadrukte verdere expedities en veroveringen onder leiding van Hazrat Abu Ubaidahra na het overlijden van de Heilige Profeetsa.

Zijne Heiligheidaba zei dat hij het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Abu Ubaidah (ra) zal voortzetten in de toekomst.

Gebed voor Ahmadi’s in Pakistan
Aan het eind van de vrijdagpreek drong Zijne Heiligheidaba er bij iedereen op aan om in het bijzonder voor Ahmadi’s in Pakistan te bidden, aangezien de vijandigheid weer toeneemt. Zijne Heiligheidaba zei dat als deze geestelijke leiders niet ophouden met hun gedragingen, hun vernietiging verzekerd is. Degenen die gerechtigheid zouden moeten verdedigen, hebben hier niet naar gehandeld. Zij lijken bang te zijn en zich te conformeren aan wat de geestelijke leiders willen. Ahmadi’s hebben in ieder geval altijd moeilijkheden moeten doorstaan en zullen dat blijven doen. Zijne Heiligheidaba bad dat de Ahmadi’s veilig mogen blijven van het kwaad van zulke mensen en bevrijd mogen worden van deze onderdrukking en vijandschap.


Persbericht – Lajna Imaillah Nederland heeft de eer om twee virtuele bijeenkomsten met het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap bij te wonen

  • Op zaterdag heeft de Nationale Amila (uitvoerend orgaan) van Lajna Imaillah Nederland (Ahmadiyya Moslim Vrouwen Organisatie) een officiële bijeenkomst gehouden met Zijne Heiligheid(aba).
  • Op zondag heeft een groep studenten van Lajna Imaillah en nieuwe bekeerlingen de gelegenheid gekregen om Zijne Heiligheid(aba) te ontmoeten.

Op zaterdag 22 augustus 2020 en zondag 23 augustus 2020 hield het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (kalief), Zijne Heiligheid Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) afzonderlijke virtuele online bijeenkomsten met de leden van Lajna Imaillah Nederland.

Op zaterdag kregen leden van de Nationale Amila van Lajna Imaillah Nederland een audiëntie bij Zijne Heiligheid(aba), terwijl op zondag meer dan 30 studenten van  Lajna Imaillah en bekeerlingen tot de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap de gelegenheid kregen om Zijne Heiligheid(aba) te ontmoeten en hem vragen te stellen en zijn advies te zoeken over verschillende religieuze- en hedendaagse kwesties.

Zijne Heiligheid(aba) zat beide bijeenkomsten voor vanuit zijn kantoor in Islamabad, Tilford, terwijl de leden van Lajna Imaillah bijeen kwamen in de Lajna hal bij de Moskee Baitun-Noer in Nunspeet, Nederland.

Tijdens de bijeenkomst met de Nationale Amila van Lajna Imaillah Nederland konden de vertegenwoordigsters van Lajna een verslag presenteren over de activiteiten van hun respectieve afdeling en de voorgestelde plannen voor de toekomst.

Zijne Heiligheid(aba) gaf gedetailleerde instructies met betrekking tot de morele en religieuze training van Ahmadi Moslims.

Met betrekking tot de Hijab zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba):

“Het is belangrijk om de leden van Lajna duidelijk te maken dat de Hijab niet iets is dat in het leven werd geroepen door de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, maar een duidelijk gebod is dat vermeld is in de Heilige Koran en geïnstrueerd werd door de Heilige Profeet van de Islam(s)… Het essentiële punt dat moet worden benadrukt, is dat de Heilige Profeet(s) onderwees dat bescheidenheid een fundamenteel onderdeel is van iemands geloof als Moslim.”

Zijne Heiligheid(aba) moedigde de leden van Lajna Imaillah aan die interesse of aanleg hadden, om artikelen te schrijven waarin de waarde en voordelen van de leerstellingen van de Islam worden benadrukt, en om aantijgingen te weerleggen die doorgaans aan de Islam worden toegeschreven, in het bijzonder met betrekking tot vrouwenrechten.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) zei:

“Zelfs één persoon kan een ware positieve verandering teweegbrengen, dus maakt u zich geen zorgen, indien u slechts met enkele leden begint die ter verdediging van de Islam schrijven. Als uw team met passie en ijver werkt, zal het anderen inspireren om zich bij deze inspanning aan te sluiten om de ware en vreedzame leerstellingen van onze religie te verdedigen.”

Zijne Heiligheid(aba) moedigde Lajna Imaillah Nederland ook aan om haar dienst aan de mensheid te vergroten en te streven naar het financieren van humanitaire projecten in afgelegen dorpen in Afrika. Hij stelde bijvoorbeeld voor dat zij een aantal projecten zouden kunnen financieren die bedoeld zijn om afgelegen gebieden in de wereld van water te voorzien door de installatie of het herstel van waterpompen. Zijne Heiligheid zei dat het dienen van anderen en degenen die in nood zijn een fundamenteel onderdeel was van de islamitische leer.

Bovendien moedigde Zijne Heiligheid(aba) de leden van Lajna Imaillah aan om duizenden gezichtsmaskers te produceren die aan lokale liefdadigheidsinstellingen geschonken kunnen worden, omdat zij mensen steunen gedurende de pandemie van het coronavirus.

Toen de bijeenkomst ten einde liep, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba):

“Tracht te allen tijde recht te doen aan uw werk en de belofte na te komen die u heeft gedaan om uw geloof voorrang te geven boven wereldse zaken. Als u in het Hiernamaals gelooft en bedenkt dat de Almachtige God te allen tijde over u waakt, dan zult u met de nodige geest en passie werken. Moge Allah de Almachtige u daartoe in staat stellen.”

Tijdens de ontmoeting met bekeerlingen en studenten, werd Zijne Heiligheid(aba) gevraagd of Ahmadi Moslims zich moesten blijven inzetten voor Tabligh (outreach) met mensen die voortdurend beledigende woorden gebruiken en haatdragend spreken in oppositie tegen de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap.

Hierop zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba):

“Het heeft geen zin om de boodschap te blijven uitdragen aan mensen die gewoon doorgaan met debatteren en discussiëren voor de zaak hiervan, of met degenen die ons geloof beledigen. Het is tijdverspilling om voortdurend met zulke mensen bezig te houden. Onze inspanningen voor Tabligh zouden eerder gericht moeten zijn aan degenen die wensen op een beschaafde en beleefde manier deel te nemen en die oprechte vragen hebben. Er zijn veel van zulke deugdelijke mensen, verspil daarom uw tijd en inspanningen niet aan degenen die onze overtuigingen trachten te beledigen of die haatdragend van aard zijn.”

Met betrekking tot de kwestie van transgenderrechten zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba):

“Het kan nooit moreel juist zijn voor de samenleving om de jongeren aan te moedigen hun biologische geslacht of sekse te veranderen. Dit is volledig in strijd met de leerstellingen van de Islam. Echter zijn er sommige mensen die interseksueel worden geboren en die door de samenleving moeten worden ondersteund en geholpen, zodat zij hun leven op de best mogelijke manier kunnen leiden. Zij moeten worden beschermd tegen discriminatie of misbruik van hun mensenrechten.”

Om het volledige persbericht (in het Engels te lezen), verwijst de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap u naar de bijgaande link: https://www.pressahmadiyya.com/press-releases/2020/08/lajna-imaillah-holland-have-honour-of-two-virtual-meetings-with-world-head-of-ahmadiyya-muslim-community/
(Vertaald door dhr. Youssef Ikhlaf en nagezien door Ahmad Said Ikhlaf)

Safeer Siddiqui, missionaris
Mediacontact Ahmadiyya Moslim Djamaat Nederland safeer.siddiqui@gmail.com
Tel: 06-40422256
www.islamnu.nl
www.alislam.org

N.B. In de tekst komen de volgende afkortingen voor:

(s)      salla llaahu ‘alaihi wa-sallam
Vertaling: d.i. mogen de vrede en de zegeningen van Allah met hem zijn

(aba)  ayyadahu llaahu ta aala bi-nasrihil-‘aziz
Vertaling: d.i. moge Allah, de Verhevene, hem helpen met Zijn machtige Hand

“LIEFDE VOOR IEDEREEN, HAAT VOOR NIEMAND”

Persbericht – Meer dan 125 leden van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya Nederland hebben een virtuele bijeenkomst bijgewoond met Zijn Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad

Het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap drong er bij Ahmadi Moslims op aan de aandacht te vestigen op het gebed nu de wereld met politieke en economische onrust wordt geconfronteerd.

Op 30 augustus 2020 hield het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) een virtuele online bijeenkomst met meer dan 125 leden van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya Nederland.

Zijne Heiligheid had de inspirerende sessie voorgezeten vanuit zijn kantoor in Islamabad, Tilford, terwijl de leden van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya in het Witte Huis zaten, een conferentiecentrum in de buurt van de Baitul Aafiyat Moskee in Almere.

De bijeenkomst begon met de recitatie en de vertaling van verzen uit de Heilige Koran, gevolgd door een gedicht. Daarna hadden de leden van Majlis Khuddamul-ul-Ahmadiyya voor de rest van de bijeenkomst die een uur zou duren de gelegenheid om Zijne Heiligheid een reeks vragen te stellen over hun geloof, religie en hedendaagse kwesties.

Tijdens de bijeenkomst werden verschillende vragen gesteld aan Zijne Heiligheid(aba), waaronder hoe ouders het beste een geloof in de Almachtige God konden bijbrengen onder jonge kinderen; politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten; of er behoefte was aan meer akkerbouw en landbouw in een wereld na COVID-19 en Zijne Heiligheid werd ook gevraagd om een ​​persoonlijke reflectie uit zijn jeugd te delen.

Toen gevraagd werd naar de juiste manier om religieuze en morele training te geven aan jonge kinderen, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba):

“Allah de Almachtige heeft gezegd dat de morele training van een kind vanaf de geboorte zou moeten beginnen. Daarom leerde de Heilige Profeet van de Islam (mogen de vrede en de zegeningen van Allah met hem zijn) dat wanneer een moslimkind wordt geboren, de Adhan en Iqamah (oproepen tot gebed) aan het kind moeten worden gereciteerd, zodat de naam van Allah vanaf de geboorte zijn oor binnentreed. De morele training van een kind begint derhalve op de eerste dag en denk dus niet dat een jong kind niets kan begrijpen.”

Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) zei verder:

“Als het kind ouder wordt, leg hem dan uit dat alles wat ze hebben door Allah de Almachtige is geschonken en dat Hij aan al hun behoeften heeft voldaan en dat ze hun dankbaarheid aan Hem zouden moeten uiten. Als een kind de leeftijd van zeven jaar bereikt, moet u ze aanmoedigen om zoveel mogelijk het gebed te verrichten, echter mag u een jong kind niet onder druk zetten of ongerust maken. Behandel ze met liefde en tederheid. Het belangrijkste punt om te onthouden is dat de lessen die iemand in de kindertijd leert, vaak de lessen zijn die een leven lang meegaan.”

Met betrekking tot recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba), na de recente officiële erkenning van Israël door de Verenigde Arabische Emiraten:

“Het fundamentele probleem zijn de bedoelingen van elke partij. Als hun bedoelingen goed en oprecht zijn, is alles wat de vrede kan vergemakkelijken, goed. Dit zijn hoe dan ook politieke kwesties en als Ahmadi Moslims zouden we ons aandacht altijd moeten vestigen op het gebed. We zouden moeten bidden voor iedereen wiens rechten zijn ontnomen.”

Zijne Heiligheid werd ook gevraagd of de mogelijke economische onrust na COVID-19 betekende dat individuen of naties zouden moeten streven naar een verhoging van hun landbouwproductie als een middel om voedselzekerheid te garanderen.

Als antwoord zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba): “Zeker, in het Verenigd Koninkrijk, nu ze geen lid meer zijn van de Europese Unie, zou het verstandig zijn als de Britse regering akkerbouw en landbouw promoot. Ten aanzien van de leden van de Europese Unie: als ze verenigd blijven en met elkaar blijven samenwerken op het gebied van voedselzekerheid, zal dat zeker in hun belang zijn. Desalniettemin moeten we bidden dat de onvermijdelijke economische onrust niet tot oorlog leidt. God verhoede, als er ooit een kernwapen zou worden gebruikt, dan zou het tevergeefs zijn, hoeveel landbouw of akkerbouw er ook werd gedaan. Dus als we naar de toekomst kijken, is het essentieel dat we de genade van Allah de Almachtige zoeken.”

Zijne Heiligheid(aba) spoorde Ahmadi Moslims aan om een ​​evenwichtig en voedzaam eetpatroon te volgen. Hij adviseerde degenen die het zich konden veroorloven om biologisch voedsel te eten en ook groene bladgroenten zoals spinazie of boerenkool te eten.

Toen de klas ten einde liep, werd Zijne Heiligheid(aba) gevraagd om een ​​speciale herinnering aan zijn tijd als Ahmadi Moslim jongere te delen. Als antwoord zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba):

“Ik herinner me met genegenheid die tijd, tijdens mijn kindertijd, toen er geen grote beperkingen waren voor Ahmadi Moslims in Pakistan. Elk jaar hielden we de Khuddam Ijtema (Jaarlijkse Jongeren Bijeenkomst) en we kampeerden op het terrein van de Ijtema. We hadden echter geen goede tenten en daarom bouwden we onze tent en kamp met lakens! Als kinderen waren we verheugd om de mogelijkheid te hebben om te kamperen en te verblijven op het terrein van de Ijtema. Het waren werkelijk speciale momenten die ik erg leuk vond.”

Om het volledige persbericht (in het Engels te lezen), verwijst de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap u naar de bijgaande link: https://www.pressahmadiyya.com/press-releases/2020/08/over-125-members-of-majlis-khuddamul-ahmadiyya-holland-have-virtual-meeting-with-his-holiness-hazrat-mirza-masroor-ahmad/ (Vertaald door dhr. Youssef Ikhlaf)

Safeer Siddiqui, missionaris
Mediacontact Ahmadiyya Moslim Djamaat Nederland
safeer.siddiqui@gmail.com
Tel: 06-40422256
www.islamnu.nl
www.alislam.org

N.B. In de tekst komen de volgende afkortingen voor:

(s)      salla llaahu ‘alaihi wa-sallam
Vertaling: d.i. mogen de vrede en de zegeningen van Allah met hem zijn

(aba)  ayyadahu llaahu ta aala bi-nasrihil-‘aziz
Vertaling: d.i. moge Allah, de Verhevene, hem helpen met Zijn machtige Hand

“LIEFDE VOOR IEDEREEN, HAAT VOOR NIEMAND”

Persbericht – Het Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap veroordeelt stellig de vreselijke daad van Koranverbranding in Malmö.

PERSBERICHT

Hazrat Mirza Masroor Ahmad veroordeelt de “aanstootgevende daad” tijdens een ontmoeting met de Nationale Majlis Amila (uitvoerend orgaan) van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in Zweden, terwijl hij oproept tot een vreedzaam antwoord.

Op 29 augustus 2020 kregen de leden van de Nationale Majlis Amila van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in Zweden een virtuele ontmoeting en audiëntie met het Internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de vijfde khalifa (kalief), Zijne Heiligheid Hazrat Mirza Masroor Ahmad.

Zijne Heiligheid heeft de bijeenkomst voorgezeten vanuit zijn kantoor in Islamabad, Tilford, terwijl de leden van de Zweedse Nationale Amila de bijeenkomst bijwoonden vanuit het Mahmood Moskee complex in Malmö.

Tijdens de bijeenkomst van een uur hadden de Amila leden de gelegenheid om een rapport te presenteren over hun respectievelijke afdelingen en om de leiding en instructies van Zijne Heiligheid in te winnen over een reeks van kwesties.

Terwijl hij sprak met de Nationale Secretaris Tabligh (Outreach- afdeling), veroordeelde Zijne Heiligheid in de sterkste bewoordingen rechts-extremisten die een dag eerder een kopie van de Heilige Koran in Malmö hadden verbrand.

Zijne Heiligheid maakte ook duidelijk dat het verkeerd was van Moslims om op zulke vreselijke en provocerende daden te reageren met geweld of wanorde. In plaats daarvan zouden Moslims mensen moeten voorlichten over de ware leerstellingen van de Heilige Koran, zodat anti- Moslim extremisten de Islam niet kunnen trachten te belasteren door afzonderlijke Koranverzen volledig uit hun verband te halen om hun eigen kwaadaardige doelen en doelstellingen te bevorderen.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“De waarheid is dat de meeste mensen in Zweden en andere westerse landen zich nog niet bewust zijn van de ware leerstellingen van de Islam en dit stelt extremisten in staat om afzonderlijke verzen van de Heilige Koran volledig uit hun verband te halen omwille van hun valse propaganda. Mensen die zulke aanstootgevende handelingen verrichten, hebben geen kennis van de Islam of van de feitelijke voorwaarden die in de Heilige Koran zijn vastgelegd voor Jihad. Ze negeren het feit dat de Bijbel veel meer verzen bevat die uit hun verband kunnen worden gehaald om het gebruik van geweld te rechtvaardigen. Hoe het ook zij, het is de plicht van Ahmadi Moslims om de ware en vreedzame leerstellingen van de Islam in elke stad en dorp te presenteren en toe te lichten, zodat mensen de realiteit van onze religie begrijpen.”

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei voorts:

“Bovendien moeten we andere mensen waarschuwen dat we er stellig van overtuigd zijn dat door deze pandemie de mensheid zijn aandacht terug zou moeten wenden naar de Almachtige God. Alle tekenen wijzen erop dat zelfs als de pandemie eenmaal voorbij is, er een wereldwijde economische crisis zal zijn die zal resulteren in meer concurrentie en rivaliteit tussen landen. Dergelijke spanningen zouden gemakkelijk de weg kunnen effenen voor verdere onrechtvaardigheid en, God verhoede, uiteindelijk ontbranden en leiden tot oorlog en conflicten.”

Om het volledige persbericht (in het Engels) te lezen, verwijs ik u naar de bijgaande link:
https://www.alislam.org/press-release/head-of-ahmadiyya-muslim-community-strongly-condemns-horrific-act-of-quran-burning-in-malmo/ 
(Vertaald door Dhr. Youssef Ikhlaf)

Voor verdere informatie;
Safeer Siddiqui, missionaris
Mediacontact Ahmadiyya Moslim Djamaat Nederland

“LIEFDE VOOR IEDEREEN, HAAT VOOR NIEMAND”