Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 13 augustus 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Jalsa Salana UK 2021: Zegeningen en dankwoord – Zegeningen van de Jalsa over de hele wereld

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba), dat door de genade van Allah de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap de gezegende gelegenheid had om haar Jalsa Salana vorige week vrijdag aan te vangen. Vanwege het coronavirus werd de Jalsa het jaar ervoor niet gehouden en de kans bestond dat het dit jaar ook niet zou worden gehouden. Zijne Heiligheid (aba) zei dat er misschien verslapping was in de voorbereidingen die eraan voorafgingen, wat er op zijn beurt toe zou leiden dat de vrijwilligers minder voorbereid zouden zijn, maar hij had ook vertrouwen in Allah dat het op een juiste manier zou worden voltooid.

Dank aan alle medewerkers en vrijwilligers

Zijne Heiligheid (aba) zei dat na de arbeiders op hun verantwoordelijkheden te hebben gewezen, veel mensen van onder de mannen en vrouwen zich beschikbaar stelden om vrijwilligerswerk te doen en hun diensten te verlenen. Zijne Heiligheid (aba) zei dat Allah de Almachtige hen allemaal zal belonen volgens hun intenties, zelfs degenen die niet in staat waren om te komen en te dienen ondanks hun verlangen.

Zijne Heiligheid (aba) vermeldde dat veel mensen hem schreven om hun dankbaarheid te betuigen aan alle arbeiders en vrijwilligers. Ze hielpen vooral om de auto’s los te krijgen van de modderige grond, wat inderdaad een enorme klus was. Deze inspanning bleef niet onopgemerkt en MTA zond het zelfs uit, wat een grote indruk op de mensen achterliet.

MTA International zendt de geest van Jalsa Salana uit

Evenzo kwamen veel vrijwilligers helpen op andere afdelingen, zoals hygiëne, koken en eten serveren, de loopplanken op de grond plaatsen enz. Nogmaals, velen waren onder de indruk van deze inspanningen nadat ze op MTA hadden gekeken. Niet alleen werd de Jalsa over de hele wereld uitgezonden, ook werden alle voorbereidingen en handelingen getoond, op een manier die hen verbaasde en een geest van dankbaarheid inboezemde voor hun inspanningen.

Zijne Heiligheid (aba) sprak zijn dankbaarheid uit aan al diegenen die onbaatzuchtig hebben gewerkt en zei dat hij enkele van de gevoelens die hem via de post van over de hele wereld werden geuit, zal presenteren.

Zijne Heiligheid (aba) verklaarde toen dat er echter één ding ontbrak, en dat is de wereldwijde Bai’at [eed van trouw] ceremonie waar velen naar uitkeken.

Daarna zei Zijne Heiligheid (aba) dat mensen deelnamen vanuit 22 plaatsen over de hele wereld behalve het VK, zoals de VS, Canada, Guatemala, Bangladesh, Niger, Mauritius, Gambia, Frankrijk, Duitsland, Finland en vele anderen.

Getuigenis van de zegeningen van Khilafat en de Jalsa

Een persoon uit Niger die een tegenstander was van Ahmadiyyat, keek naar de drie dagen van de Jalsa. Waarna hij toegaf dat als dit alles een bewijs was van de waarachtigheid van de islam en hij erg onder de indruk was, in de hoop dat de hele moslimwereld dit voorbeeld zou kunnen volgen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat een niet-moslim uit Nigeria de Jalsa-procedure gadesloeg en zei dat dit zeer zeker een echte gemeenschap van God is en dat ze zich bij Ahmadiyyat wilden aansluiten.

Een niet-islamitische lerares uit Zambia zei dat ze, na het zien van de Jalsa via MTA, ervan overtuigd was dat de islam de enige religie is die vrouwen hun volledige rechten geeft, en was onder de indruk van de islamitische leer over de verantwoordelijkheden van zowel mannen als vrouwen.

Zijne Heiligheid (aba) herinnerde alle Ahmadi’s eraan dat ze dit niveau van gehoorzaamheid moesten handhaven en ook thuis een goed voorbeeld moesten geven, niet alleen tijdens de drie dagen van Jalsa. Het mag niet zo zijn dat we de wereld bedriegen door dat alleen in die drie dagen te doen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat een persoon zei dat ze zo onder de indruk waren van de sfeer tijdens de Jalsa en de geest van opoffering en dienstbaarheid. Dit is inderdaad iets dat alleen een gemeenschap van God kan tonen.

Zijne Heiligheid (aba) verklaarde toen dat een stamhoofd uit een dorp in Kameroen zei dat hem altijd geleerd was dat wanneer de Imam Mahdi komt, de hele wereld hem zou zien. Nadat hij naar de Jalsa had gekeken, was hij ervan overtuigd dat hij de gemeenschap van de Imam Mahdi en zijn vertegenwoordiger in de kalief van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap had gezien.

Een niet-Ahmadi moslim in Tanzania zei dat het de eerste keer was dat ze naar de Jalsa keken. Alle misvattingen die ze over Ahmadiyyat hadden gehoord, werden weggenomen en zagen niets anders dan liefde en waarheid.

Zijne Heiligheid (aba) vertelde dat een nieuwe bekeerling uit Maleisië zei dat ze, na het zien van de Jalsa Salana UK, Allah zo dankbaar waren dat Hij hen in staat had gesteld om Ahmadiyyat te accepteren en dat ze al deze zegeningen zouden zijn ontnomen als ze er niet bij waren geweest van zo’n gezegende gemeenschap. Ze zeiden ook dat ze nu zullen beloven hun band met Zijne Heiligheid (aba) te versterken.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat veel mensen de prachtige organisatie prezen tijdens de Jalsa, ondanks de moeilijke omstandigheden, en anderen prezen de prachtige voordrachten tijdens de procedure.

Een persoon uit Mauritius zei dat ze zo onder de indruk waren van de hele Jalsa, en dat elk woord van de kalief (aba) tijdens zijn toespraken een indruk op hun hart achterliet.

Hoe de Jalsa zielen naar de waarheid blijft trekken

Een persoon uit Ivoorkust zegt dat hij na het bekijken van de Jalsa en een paar vrienden in een restaurant over de Ahmadiyya-gemeenschap spraken. Na enige tijd sprak een onbekende persoon en zei dat als er één gemeenschap handelt naar de ware leer van de islam vandaag de dag, het de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap is. Dit gezegd hebbende stond hij op en vertrok. Later ontmoette hij de Mu’allim van de Gemeenschap en zei dat hij niet langer van dergelijke zegeningen beroofd wilde zijn en trad zo toe tot de Jama’at van Ahmadiyyat.

Een mu’allim uit Congo zei dat een christelijke vriend samen met zijn vrouw alle Jalsa activiteiten heeft bekeken. Nadat hij dat had gedaan, zei hij tegen haar dat hij niet gelooft dat ze dergelijke leerstellingen en begeleiding ergens anders kunnen vinden. Hij zei toen dat ze een groot deel van hun leven in het christendom hebben verspild en wat ze tijdens deze drie dagen hebben geleerd, konden ze in hun hele leven in het christendom niet vinden. Op deze manier accepteerden zij beiden en hun kinderen Ahmadiyyat.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de voordrachten in Senegal werden uitgezonden via vier radiozenders en op tv. Een zeer goed opgeleide radiopresentator was zo onder de indruk van de woorden van de kalief (aba) en was er zeker van dat hij de waarheid had gevonden. Hij en zijn familie voegden zich daarna allemaal bij Ahmadiyyat.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat een persoon uit Guatemala zei dat ze er zeker van waren, na het bekijken van de Jalsa Salana UK, dat dit een goddelijke gemeenschap is. Hij doceerde jarenlang de bijbel, maar nadat hij onderzoek had gedaan naar Ahmadiyyat, veranderde zijn leven volledig en begon hij regelmatig te bidden en naar de moskee te gaan.

Vervolgens zei Zijne Heiligheid (aba) dat een persoon in Albanië de Jalsa programma’s had gevolgd en zei dat de boodschap van de kalief (aba) de mensheid zal redden en hen zal herinneren aan hun verantwoordelijkheden. Wat hij zag tijdens de Jalsa en de diensten die werden verleend, zoals die van Humanity First over de hele wereld, maakten een diepe indruk op hem.

Zijne Heiligheid (aba) presenteerde verschillende indrukken van anderen die hun verbazing uitten over de leerstellingen waarover ze hadden geleerd, en ze zeiden dat de moslimwereld zeer zeker een kalief nodig heeft om hen samen te brengen, net zoals de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap één verenigde gemeenschap is die de ware leer van de Islam verspreidt. Hij zei dat veel mensen zich later bij Ahmadiyyat voegden uit verschillende landen over de hele wereld, nadat ze voordrachten tijdens de Jalsa hadden geluisterd en de woorden van de kalief (aba) hadden gehoord.

Steun van wereldleiders

Zijne Heiligheid (aba) vermeldde dat vele leidende figuren over de hele wereld hun steun uitspraken, waarvan sommige via video, anderen schriftelijk. De premier van het VK, de premier van Canada, de leider van de Labour Party, de leider van de liberaal-democraten en vele andere ministers hebben allemaal hun steun en goede wil uitgesproken.

Wereldwijde dekking van Jalsa Salana UK

Zijne Heiligheid (aba) zei toen dat veel mensen de Jalsa Salana UK via MTA Africa hebben bekeken, maar daarnaast ook live op vele andere tv-zenders. Hij zei dat de boodschap volgens een schatting vele miljoenen mensen heeft bereikt.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat een niet-Ahmadi de Jalsa bekeek om te leren wat het verschil was tussen Ahmadiyyat en andere moslimgroepen. Nadat hij dit had gedaan, was hij ervan overtuigd dat alle propaganda tegen Ahmadiyyat volledig vals was en dat alleen via de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap de ware leerstellingen van de Islam aan de wereld worden gepresenteerd. Hij zei dat hij het zijn verantwoordelijkheid vond om deze boodschap nu over te brengen aan iedereen om hem heen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Jalsa via de afdeling Pers & Media meerdere keren op BBC werd uitgezonden. Volgens een schatting bereikten deze uitzendingen 52 miljoen mensen. 40 websites publiceerden berichtgeving over de Jalsa. 20 kranten wijdden berichtgeving aan de Jalsa. Er werden 16 radioprogramma’s uitgezonden die 16 miljoen mensen hebben bereikt. 12 TV-zenders zonden uit over de Jalsa, waarmee 2,2 miljoen mensen zijn bereikt.

Via het MTA YouTube-kanaal keken ruim 15 miljoen mensen naar de Jalsa-procedure, 35.000 mensen bezochten via hun Instagram en ruim 100.000 bezochten de Twitter-pagina. Meer dan 550.000 mensen bezochten ook de Facebook-pagina.

Zijne Heiligheid (aba) bad toen dat de Jalsa goede resultaten voort zou brengen en steeds meer mensen in staat zou stellen hun aandacht te richten op de ware Islam, en dat de mensen mogen worden beschermd tegen het kwaad van de zogenaamde geestelijken.


Samengesteld door Afdeling Isha’at van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya Nederland

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 30 juli 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar ibn al-Khaṭṭāb (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij zou doorgaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

Overwinning in Madain

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Madain werd veroverd tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra), een overwinning die was voorspeld door de Heilige Profeet (sa). Tijdens de Slag om de Loopgraven, toen hij een rots kapotsloeg die in de weg was gekomen tijdens het graven van de loopgraven, voorspelde de Heilige Profeet (sa) de overwinning van de islam in Syrië, Perzië bij de kastelen Madain en Jemen bij de kastelen van Sana. Hoewel in die tijd sommige mensen grappen maakten en zich afvroegen hoe de moslims zulke grote rijken zouden veroveren. Toch waren dit profetieën, die allemaal zouden worden vervuld.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Madain ten zuiden van Bagdad ligt, en aangezien hier verschillende steden bevolkt waren, noemden de Arabieren het Madain of veel steden. Hier woonde ook Kisra in een wit kasteel. Hazrat Sa’d(ra) leidde een leger daarheen en de rivier de Tigris moest worden overgestoken om daar te komen. De schepen waren al in beslag genomen en dus zocht Hazrat Sa’d(ra) naar een manier om de rivier over te steken. Op een nacht zag hij een droom waarin de moslims op hun paarden de rivier overstaken. Dit was dus precies hoe de moslims het kasteel van Kisra overstaken en vervolgens dit in beslag namen, waardoor de profetie van de Heilige Profeet (s) werd vervuld.

De slag bij Jalulah

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Perzen zich toen verzamelden in een plaats genaamd Jalulah, een stad in Irak waar ze begonnen met de voorbereidingen om de moslims te bestrijden. In opdracht van Hazrat Umar(ra) stuurde Hazrat Sa’d(ra) Hazrat Hashim bin Utbah(ra) met een leger van 12.000 man. Toen de moslims arriveerden, omsingelden ze Jalulah en bleven daar een maand, gedurende welke tijd er veldslagen zouden uitbreken. De moslims wonnen uiteindelijk en vroegen ook aan Hazrat Umar(ra) of ze verder achter die mensen aan moesten gaan, waarop Hazrat Umar(ra) antwoordde dat ze dat niet moesten doen, omdat het de levens van de moslims nog meer in gevaar zou brengen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat bij het zien van de vele oorlogsbuit, Hazrat Umar (ra) begon te huilen. Iemand vroeg waarom hij huilde, want dit was een tijd van grote vreugde. Hazrat Umar (ra) antwoordde dat wanneer mensen zulke rijkdom tegenkomen, het potentieel voor hebzucht en vijandschap toeneemt, en deze angst had hem aan het huilen gemaakt. Zijne Heiligheid (aba) zei dat we in de moslimwereld van vandaag zoveel hebzucht en vijandschap voor wereldse rijkdom zien.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Sa’d(ra) aan Hazrat Umar(ra) de informatie doorgaf dat een Perzisch leger zich verzamelde in een plaats genaamd Masabzan om de moslims aan te vallen. Hazrat Umar (ra) gaf opdracht dat Zaarar bin Khattab met een leger gestuurd moest worden om hen te bestrijden. De moslims gingen daarheen en zegevierden, waarna de lokale bevolking vluchtte. Zaarar bin Khattab nodigde hen echter uit om in hun stad te komen wonen. Er wordt ook vermeld dat deze plaats zonder strijd werd veroverd.

De verovering van Khuzestan

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Khuzestan ook werd veroverd tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra). Onder Utbah bin Ghazwan stuurde Hazrat Umar(ra) een klein leger naar deze plaats omdat hij daar verschillende tactische voordelen zag. Het primaire doel leek te zijn om te voorkomen dat verdere voorraden het Perzische leger zouden bereiken dat ze zouden gebruiken om tegen de moslims te vechten.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat in hun overwinning op Ahwaz, het moslimleger geleid werd door Mughirah bin Sha’bah en Abu Musa Ash’ari. Het is opgetekend dat tijdens deze verovering het moslimleger veel slaven als gevangenen had genomen. Echter, Hazrat Umar (ra) instrueerde dat ze allemaal moesten worden vrijgelaten, aangezien er geen slavernij of gevangenschap mocht zijn.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Romhormoz ook werd veroverd door de moslims. Yazdegard zette de Perzen op tegen de moslims. Nu’man bin Muqarrin werd gestuurd onder de instructie van Hazrat Umar(ra) om het leger te leiden. De moslims versloegen de Perzen op deze plaats, van waaruit de Perzen zich opnieuw verzamelden in Dustar. De moslims wonnen daar ook.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat een van hun leiders, Hormuzan, had gezegd dat hij wenste dat zijn lot werd bepaald door Hazrat Umar (ra). Toen hij daarheen werd gebracht en Hazrat Umar (ra) zag, vroeg Hormuzan waar de lijfwachten en dienaren van Hazrat Umar (ra) waren. Hem werd verteld dat hij zulke zaken niet had. Hierop zei Hormuzan dat hij een profeet leek en dat hij de voorbeelden van profeten volgde. Hazrat Umar (ra) zei dat hij alleen met Hormuzan zou praten als hij al zijn sieraden en versieringen die hij droeg afdeed. Toen informeerde Hazrat Umar(ra) hem dat zijn lot was gerealiseerd vanwege zijn oneerlijkheid en verraad. Hormuzan gaf toe dat de moslims zegevierden omdat ze een verenigd front hadden. Later accepteerde Hormuzan de islam en vestigde zich in Medina. Hij zou later worden geraadpleegd in volgende gevechten tegen de Perzen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij zou doorgaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar(ra) in toekomstige preken.

Gebed voor oveledenen

Huzoor (aba) zei dat hij de begrafenisgebeden (in afwezigheid) van de volgende overleden leden zou leiden.

Prof. Syeda Naseem Syed Sahiba echtgenote van Muhammad Syed Sahib. Zij is onlangs overleden in Pakistan. Haar vader was Hazrat al-Haaj Hafiz Dr. Syed Shafee Sahib die een groot geleerde en auteur was. Hij had de Beloofde Messias(as) aanvaard toen hij twaalf jaar oud was. Naseem Syed Sahiba wordt overleefd door vier zonen en twee dochters. Ze diende de Gemeenschap op verschillende manieren en gedurende vele jaren. Ze was zeer deskundig en heeft eigen publicaties uitgebracht. Ze was regelmatig in het gebed en had een persoonlijke band met vier van de kaliefen van de Gemeenschap uit de tijd vanaf de tweede Khalifa(ra). Zijne Heiligheid (aba) zei dat ze via brieven met hem in contact zou blijven. Ze was regelmatig in het aanbieden van financiële bijdragen en gebood haar kinderen hetzelfde te doen. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah haar met vergeving en genade moge behandelen en haar positie moge verhogen.

Daud Sulaiman Butt Sahib uit Duitsland die aan kanker is overleden. Hij laat zijn vrouw, een dochter en twee zonen na. Hij stond altijd klaar om de gemeenschap te dienen. Hij had werkelijk voorrang gegeven aan zijn geloof boven wereldse zaken. Hij zou regelmatig financiële bijdragen aanbieden. Voordat hij met iets begon, zou hij ervoor zorgen dat hij de Heilige Koran reciteerde. In Duitsland zou hij deel uitmaken van de veiligheidsdienst van Zijne Heiligheid(aba). Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij hem altijd zijn plicht op een uitstekende manier zag uitvoeren. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah zijn kinderen in staat mocht stellen zijn deugden voort te zetten.

Zahida Parveen Sahiba, echtgenote van Ghulam Mustafa Awan Sahib. Zij is overleden in Pakistan. Ze laat een zoon en vier dochters na. Drie van haar schoonzonen dienen als waqf-e-zindighi’s. Als zodanig waren twee van haar dochters het land uit en konden uiteindelijk niet bij haar zijn. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah haar met vergeving en genade zou behandelen en haar kinderen in staat zou stellen haar deugden voort te zetten.

Rana Abdul Waheed Sahib uit Londen die op 26 juni overleed aan een hartaanval. Hij diende de Gemeenschap in verschillende hoedanigheden. Hij werkte met grote ijver en geluk. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem met vergeving en genade zou behandelen en geduld zou schenken aan zijn familie.

Al-Haaj Mir Muhammad Ali Sahib, voormalig nationaal voorzitter van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in Bangladesh. Hij diende ook als de lokale president van Dhaka. Hij bezat vele deugdzame eigenschappen. Hij hield veel van Khilafat. Hij laat een zoon en twee dochters na. Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah hem met vergeving en genade zou behandelen en zijn kinderen in staat zou stellen zijn deugden voort te zetten.

Samengesteld door Afdeling Isha’at van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya Nederland

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 23 juli 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar ibn al-Khaṭṭāb (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij zou doorgaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra) en zijn tijdperk van Khilafat.

De slag van Buwaib

Zijne Heiligheid (aba) vertelde over een andere veldslag die plaatsvond tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra): de Slag van Buwaib, die ook plaatsvond in Jisr. Buwaib is een rivier in de buurt van Kufa. Deze strijd werd gestreden tijdens de maand Ramadan. Kufa werd later bewoond na deze slag. Net als bij de vorige veldslag moest er een brug worden overgestoken. Toen hij besliste welke kant zou oversteken, vertelde Hazrat Umar (ra) de tegenpartij dat zij moesten oversteken, aangezien de vorige keer het de moslims waren die de brug overstaken. Terwijl de gelederen zich aan het voorbereiden waren, reed Hazrat Musanna’ (ra) langs en inspecteerde de gelederen en adviseerde hen over de strijd. Er volgde een felle strijd, waarin is opgetekend dat 100.000 Perzen werden gedood en een nederlaag leden. Terwijl de overgebleven Perzen zich terugtrokken naar de brug, volgde Hazrat Musanna’ (ra) hen en brak de brug. Later zou Hazrat Musanna ‘(ra) spijt betuigen dat hij achter Perzen aan was gegaan die zich al terugtrokken en niet langer bereid waren om te vechten. Dit was de moraal waarmee moslims ten strijde trokken.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat op korte afstand van het slagveld op een plaats genaamd Qawadis een kamp was voor de vrouwen en kinderen van degenen die deelnamen aan de strijd. Na de slag, toen sommige moslims terugreden naar het kamp, dachten de vrouwen dat dit soldaten van de andere kant waren. Dus omsingelden ze de kinderen en begonnen ze met stenen te bekogelen, totdat de vrouwen het beseften dat het de moslims waren. Een van de moslimsoldaten zei dat er van de dappere moslimvrouwen niets minder verwacht kon worden.

De slag van Qadisiyyah

Zijne Heiligheid (aba) vertelde vervolgens over de Slag bij Qadisiyyah. Qadisiyyah ligt in het huidige Irak. Dit was een beslissende strijd waardoor het Perzische rijk in handen viel van de moslims. Toen de Perzen de overwinningen van de moslims zagen, begonnen ze hun paleizen en forten te versterken. Hazrat Umar (ra) instrueerde dat de leiders en stamhoofden zich moesten verzamelen en deze strijd tegen de Perzen moesten voeren. Hazrat Umar (ra) overlegde met enkele ervaren adviseurs over de vraag of hij het leger zou vergezellen en velen waren het erover eens dat hij moest gaan en zelfs het leger zou aanvoeren. Er waren echter mensen zoals Hazrat Abdur Rahman bin Auf (ra) die zeiden dat Hazrat Umar (ra) niet moest gaan. Later hield Hazrat Umar (ra) een algemene bijeenkomst, waar hij zei dat hoewel hij het leger wilde vergezellen, hem dit was afgeraden, en zocht toen iemand die het leger zou leiden en leiden. Op aanbeveling benoemde Hazrat Umar (ra) Hazrat Sa’d bin Abi Waqas (ra).

Zijne Heiligheid (aba) zei dat voordat hij het leger wegstuurde, Hazrat Umar (ra) Hazrat Sa’d gedetailleerde begeleiding en instructies gaf over hoe de reis en strijd tactisch uitgevoerd moest worden. Hazrat Umar (ra) stuurde vierduizend man naast Hazrat Sa’d (ra) vanuit Medina, en op weg naar Iran begonnen moslims zich bij het leger aan te sluiten. Bij aankomst bestond het leger van de moslims uit 30.000 soldaten. Het belang van deze strijd blijkt uit het feit dat er 99 metgezellen van de Heilige Profeet (s) waren die deel uitmaakten van het leger.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) tijdens de reis en de strijd door middel van brieven met Hazrat Sa’d zou communiceren om op de hoogte te blijven, zodat hij goed kon adviseren. In feite gaf hij Hazrat Sa’d (ra) de opdracht om hem zo gedetailleerd te schrijven, zodat Hazrat Umar (ra) in staat zou zijn om alles wat er gebeurde te visualiseren.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat 14 mannen werden uitgekozen om naar het paleis van Yazdegerd te gaan om hem uit te nodigen tot de Islam. Hierop weigerde Yazdegard heftig en stuurden ze een mand met aarde terug. Het Iraanse leger, onder bevel van Rustam, sloeg zijn kamp op in Qadisiyyah. Rustam vroeg dat er een moslimvertegenwoordiger naar hem zou worden gestuurd om te onderhandelen. Hazrat Ribi werd naar Rustam gestuurd en hij stelde drie opties voor; de eerste was dat hij de Islam moest accepteren, het tweede was dat hij zou belasting moeten afdragen, en het derde was dat als de Perzen een aanval begonnen, er een strijd zou volgen. Later gingen andere moslimvertegenwoordigers naar Rustam, die allemaal dezelfde drie opties presenteerden. Nadat hij alle vertegenwoordigers had ontmoet, zei Rustam dat hij en zijn leger de moslims zouden vernietigen.

Overwinning van de moslims op de Perzen

En zo vond er een strijd plaats. Nadat de strijd drie dagen had geduurd, bleven de moslims de derde nacht wakker, planden hun aanvalsroute voor de volgende dag en vochten met grote moed. Op deze dag werd Rustam gedood in de strijd, waardoor de Perzen de hoop verloren en zich terugtrokken.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er enkele Perzen waren die vooraf overeenkomsten hadden met moslims, en daarom werd er overlegd wat er met hen moest worden gedaan. Er werd besloten dat als er Perzen waren die vooraf afspraken hadden gemaakt met moslims en niet meededen aan de strijd, hun afspraken moesten worden nagekomen. Evenzo zouden degenen die niet meededen aan de strijd, of degenen die werden gedwongen om mee te doen aan de strijd, ook met mildheid worden behandeld. Degenen die eerdere overeenkomsten hadden, maar deze verbraken en meededen aan de strijd tegen moslims, werden uitgenodigd om nieuwe overeenkomsten te sluiten, en ze mochten hun land opnieuw bewonen, tegen een verhoogd belastingtarief.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij in toekomstige preken door zou gaan met het belichten van gebeurtenissen uit het leven van Hazrat Umar(ra).

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 9 juli 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar ibn al-Khaṭṭāb (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij zou doorgaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

Oprichting van Qadha (Rechtssysteem)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) ook het systeem van Qadha (rechtssysteem) initieerde. In elke regio werden rechterlijke machten opgericht, waar Qadhis (rechters) zouden worden aangesteld. Hazrat Umar (ra) adviseerde dat gerechtigheid altijd voorrang moet krijgen. Er was eens een geschil tussen Hazrat Umar (ra) en Ubayy bin Ka’b (ra). De zaak kwam voor een rechter. Toen Hazrat Umar (ra) binnenkwam, stond de rechter zijn stoel voor hem op. Hazrat Umar (ra) vertelde hem dat dit onrechtvaardig was en ging naast Oebayy bin Ka’b zitten om te laten zien dat ze gelijk behandeld moesten worden.

Oprichting van het Ifta-systeem (uitvaardiging van edicten)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) ook het systeem van Ifta’ (edicten) initieerde. Mensen met kennis van de Shari’ah (islamitische wet) zouden worden aangesteld om beslissingen te nemen en edicten uit te vaardigen. Hazrat Umar (ra) zorgde ervoor dat alleen de aangestelde personen edicten zouden uitvaardigen, om verwarring en valse informatie te voorkomen.

Oprichting van een politiesysteem

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) ook een systeem van politie initieerde. Dit was om de veiligheid van alle burgers te waarborgen en ervoor te zorgen dat de wetten en regels werden nageleefd. Hazrat Umar (ra) richtte ook gevangenissen op, die er eerder niet waren.

Oprichting van een schatkist/kas

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) ook een schatkist initieerde. Voorafgaand aan het tijdperk van Hazrat Umar (ra), zou alle rijkdom die werd ontvangen meteen worden verdeeld. Tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra) werd een groot bedrag ontvangen uit Bahrein, en in overleg werd besloten dat er een schatkist zou worden opgericht om zulke grote hoeveelheden rijkdom veilig te bewaren. Dit systeem van het hebben van een schatkist werd vervolgens ook in alle andere provincies ingevoerd. Hazrat Umar (ra) zou grote gebouwen laten bouwen voor de schatkamer en er zouden bewakers buiten staan.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Uthman (ra) eens een man in extreme hitte buiten zag lopen. Toen de man dichterbij kwam, realiseerde hij zich dat het de Leider van de gelovigen, Hazrat Umar (ra), was. Hazrat Uthman (ra) vroeg hem waarom hij zo heet buiten was. Hazrat Umar (ra) antwoordde dat een kameel uit de schatkamer was ontsnapt, en dus was hij erop uit om ernaar te zoeken.

Initiatieven genomen voor het profijt van de gemeenschap

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er verschillende initiatieven werden ondernomen door Hazrat Umar (ra) ten behoeve van alle mensen. Zo legde hij verschillende rivieren en beken aan om alle mensen van water te voorzien.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) ook verschillende gebouwen oprichtte, zoals moskeeën, rechterlijke macht, kazernes, verschillende kantoren, pensions, hotels enz. Hij richtte ook veiligheidsposten op rond Medina om de veiligheid te waarborgen.

Oprichting van een georganiseerd leger

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) het leger formeel had opgericht en georganiseerd. Hij splitste het leger in twee delen; degenen die ten strijde zouden trekken en degenen die vrijwilligers waren. Hazrat Umar (ra) zou ervoor zorgen dat de morele training van soldaten werd verzorgd. Hazrat Umar (ra) instrueerde dat geen enkele soldaat naar een veroverd gebied zou gaan om financiële zaken te doen, aangezien dit hun vaardigheden als soldaten zou verminderen. Zijne Heiligheid (aba) zei dat we tegenwoordig zien dat mensen in het leger altijd financiële zaken willen doen in gebieden waar ze verdedigingskolonies hebben.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) ervoor zorgde dat elke soldaat bedreven was in zwemmen, boogschieten en dat ze blootsvoets konden rennen. Hij instrueerde dat soldaten niet met hun voeten in de stijgbeugels van het zadelpaard moesten rijden, zodat ze gemakkelijk de strijd in konden springen. Soldaten zouden om de vier maanden verlof krijgen om hun families te bezoeken.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra), zelfs degenen die geen moslim waren of die niet Arabisch waren, op hoge posten zouden worden aangesteld. Er zijn verhalen dat er mensen met verschillende achtergronden in hoge rangen in het leger waren aangesteld. Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Pakistaanse regering tegenwoordig niet toestaat dat Ahmadi’s deel uitmaken van het leger, terwijl als we naar de geschiedenis kijken, Ahmadi-officieren de grootste offers hebben gebracht in het belang van Pakistan.

Marktprijscontrolesysteem

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) zou zorgen voor controle van de marktprijzen en ervoor zou zorgen dat de prijs van goederen niet te laag zou worden, omdat dat andere verkopers zou kunnen onderbieden. Eens liep Hazrat Umar (ra) door de markt toen hij iemand gedroogde druiven zag verkopen tegen een zeer lage prijs, wat andere verkopers niet konden doen. Hazrat Umar (ra) instrueerde dat hij ofwel zijn goederen van de markt moest halen, of ze tegen een vergelijkbare prijs moest verkopen zoals andere verkopers van Medina, namelijk een geschikte en redelijke prijs.

Hazrat Umar’s (ra) aandacht voor educatie

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) veel aandacht schonk aan onderwijs, er werden scholen opgericht in alle provincies, waar opgeleide mensen werden aangesteld als leraren, en er werd ook een salaris toegekend aan deze leraren.

Oprichting van de Hijri-kalender

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de formele Hijri-kalender werd vastgesteld tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra). De metgezellen begonnen met het noteren van datums vanaf de tijd van de migratie van de Heilige Profeet (sa). Later voelde Hazrat Umar (ra) de behoefte om de datums vast te leggen. Iemand vertelde Hazrat Umar (ra) dat hij mensen in Jemen de datum per jaar en maand zag noteren. Hazrat Umar (ra) zei dat deze stijl moest worden aangenomen. Er zijn verschillende overleveringen die aantonen dat de Heilige Profeet (sa) bij bepaalde gelegenheden datums heeft vastgelegd. Het was echter tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra) dat een formele Hijri-kalender werd vastgesteld. Er werd besloten om de kalender te starten vanaf het moment van migratie, omdat andere momenten, zoals de geboorte van de Heilige Profeet (sa) of de datum van aanstelling als profeet, niet helemaal duidelijk waren.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat islamitische munten ook werden opgericht tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra). Deze zouden teksten zoals Alhamdulillah (alle lof behoort aan Allah) en Muhammad Rasoolullah (Muhammad (sa), de Boodschapper van Allah) erop gegraveerd hebben.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij het leven van Hazrat Umar (ra) in toekomstige preken zou blijven belichten.

Gebed voor overledenen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de dodengebed (in afwezigheid) van de volgende overleden leden zou leiden: Sarpito Hadi Sahib, Chauhdary Bashir Ahmad Bhatti Sahib, Hameedullah Khadim Malhi Sahib, Muhammad Ali Khan Sahib, Sahibzada Mahdi Latif Sahib en Faizan Ahmad Samir Sahib.

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 16 juli 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar ibn al-Khaṭṭāb (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij zou doorgaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra) en zijn tijdperk van Khilafat.

Deelname van Hazrat Umar(ra) aan verschillende expedities

Huzoor (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) tien en een half jaar Khalifa was. Gedurende deze tijd werden verschillende landen en regio’s veroverd, zoals Syrië, Egypte, Iran, Irak, Armenië, Azerbeidzjan enz. Tijdens het tijdperk van zijn Khilafat vergezelde Hazrat Umar(ra) het moslimleger op alle expedities. Hoewel hij zelf niet deelnam aan de strijd, gaf hij via de commandanten leiding aan het leger en communiceerde via brieven met de soldaten. Hazrat Umar (ra) zei dat hij tijdens zijn gebeden bad voor de overwinningen van het moslimleger.

Hazrat Umar’s (ra) krachtige invloed

Huzoor (aba) zei dat Hazrat Abu Bakr (ra) ziek werd tijdens een slagveld tegen de Perzen. Op dat moment riep Hazrat Abu Bakr(ra) Hazrat Umar(ra) bij zich en vertelde hem dat hij spoedig zou overlijden. Hazrat Abu Bakr(ra) gaf opdracht dat zodra hij zou sterven, Hazrat Umar(ra) aan de moslims moest aankondigen dat ze aan de Jihad moesten deelnemen, en dat zijn overlijden geen vertraging zou mogen veroorzaken bij het uitvoeren van hun verantwoordelijkheden. Dus, nadat Hazrat Abu Bakr(ra) overleed en Hazrat Umar(ra) vervolgens tot Khalifa verkozen werd, hield hij een krachtige toespraak waarin hij de moslims aanmoedigde om de Jihad te ondernemen. Er is vastgelegd dat duizend mensen zichzelf opofferden en hun namen presenteerden om deel uit te maken van het leger dat naar Irak ging. Tegen de tijd dat dit leger Irak bereikte was het gegroeid tot zo’n vijfduizend manschappen.

De slag bij Namariq

Huzoor (aba) zei dat in 13 Hijri de Slag bij Namariq plaatsvond. Tijdens deze slag werd de Perzische commandant Jaban gevangengenomen. Zijn gevangennemer herkende hem echter niet en dus werd Jaban vrijgelaten na het betalen van een boete. Later werd hij echter opnieuw gevangengenomen. Toen Hazrat Abu Ubaid(ra), die het bevel voerde over het moslimleger, vernam dat Jaban al eerder was gevangengenomen en ook was vrijgelaten vanwege zijn boetedoening, zei hij dat het ongepast zou zijn om hem nogmaals gevangen te houden. Dit toont het hoge morele gedrag van het moslimleger.

Huzoor (aba) zei dat Hazrat Abu Ubaid(ra) zijn leger na de overwinning in Namariq naar Kashgar bracht waar hij zich aansloot bij een bestaande gezant en dat het moslimleger ook daar zegevierde.

De slag bij Jisr

Huzoor (aba) zei dat de Slag bij Jisr ook plaatsvond in 13 Hijri, waarin de Moslims de Perzen versloegen. Het moslimleger telde tienduizend manschappen, terwijl het Perzische leger uit dertigduizend soldaten en driehonderd olifanten bestond. Deze veldslag vond plaats vlakbij de beroemde rivier de Eufraat. Vanwege de ligging van deze rivier werd de strijd vertraagd. Vervolgens werd er een ‘Jisr’ (brug) over de rivier heen gebouwd, daarom staat dit bekend als de Slag om Jisr. De moslims waren de slag initieel aan het winnen, toen de Perzische legercommandant het bevel gaf de olifanten voorwaarts te laten stormen. Dit veroorzaakte grote chaos in de strijdlinies van de moslims en dreef deze uit elkaar. De Perzen zetten hun aanval voort en als gevolg hiervan sneuvelden ook verschillende moslimcommandanten. Toen Hazrat Umar(ra) hiervan hoorde, verzamelde hij de mensen van Medina en zei dat de stad nu blootgesteld was en dat de Perzen ieder moment konden arriveren. Hazrat Umar (ra) stelde voor om als commandant ten strijde te trekken, maar Hazrat Ali(ra) raadde dit echter af. Derhalve stuurde Hazrat Umar(ra) Hazrat Sa’d(ra) als commandant naar Jisr met een leger.

Huzoor (aba) zei dat het huidige onderwerp ‘het leven van Hazrat Umar (ra)’ in toekomstige preken zou worden voortgezet.

Gebed voor oveledenen

Huzoor (aba) zei dat hij de begrafenisgebeden van de volgende overleden leden zou leiden.

Fathi Abdus Salam Mubarak Sahib uit Egypte, die onlangs is overleden. Zijn vader was een volgeling van de Naksh Bandi-sekte en wijdde zijn zoon aan het bestuderen van het geloof. Fathi Sahib werd gestuurd om de Heilige Koran te memoriseren. Zijn vader leerde ook de Heilige Koran uit zijn hoofd en later zou hij Ahmadiyyat aanvaarden. Hij studeerde af als ingenieur aan de universiteit van Caïro. Later verhuisde hij naar Egypte, waar hij werd voorgesteld aan Ahmadiyyat, wat hij later aanvaardde en tot de Jamaat toetrad. Hij had vroeger veel vragen die voor hem allemaal door Ahmadiyyat werden beantwoord. Hij heeft de Gemeenschap in verschillende hoedanigheden gediend. Hij vertaalde het boek ‘Life of Muhammad’ in het Arabisch. Hij nam ook deel aan verschillende MTA-programma’s zoals ‘al-Hiwar al-Mubashir’. Hij diende de Gemeenschap in verschillende andere hoedanigheden en wijdde later ook zijn leven aan het dienen van het geloof. Hij had erg veel liefde voor Khilafat en zag het als de bron en oplossing voor alle hedendaagse problemen. Hij bezat diepe kennis omdat hij voortdurend verschillende onderwerpen en kennisgebieden bestudeerde. Hij had een grote passie voor het dienen van het geloof. Zelfs tijdens zijn ziekte, toen hij in het ziekenhuis lag, zou hij ondanks dat hij moeite had met ademhalen, de boodschap van Islam Ahmadiyyat prediken aan de verpleegsters.

Hij had een diepe liefde voor Qadian en kende tot in detail alle historische monumenten. Hij had de jaarlijkse bijeenkomst van Qadian in 2018 bijgewoond en toen het tijd was om te vertrekken, werd hij ontzettend emotioneel en wilde hij niet vertrekken. Hij was vurig aan het bidden en later kreeg hij te horen dat de organisatoren zich hadden vergist en dat het voor hem nog geen tijd was om te vertrekken.

Huzoor (aba) zei dat het aan de Beloofde Messias(a) was geopenbaard dat er oprechte mensen van onder de Arabieren zouden zijn die voor hem zouden bidden. Huzoor (aba) zei dat dit voorbeeld van Fathi Sahib laat zien dat er echt mensen zijn onder de Arabieren die oprecht zijn en bidden voor de Beloofde Messias(a). Huzoor (aba) zei dat hij zelf de diepe liefde had gezien die Fathi Sahib voor Khilafat koesterde. Huzoor (aba) zei dat Fathi Sahib buitengewoon vriendelijk en verdraagzaam was. Als hij ooit streng tegen iemand sprak zou hij zijn excuses aanbieden. Hij was buitengewoon nederig, ondanks dat hij een groot geleerde was. Hij had een zeer krachtige stem, die velen gehoord zullen hebben, aangezien hij vaak leuzen riep tijdens de slotsessies van de ‘Jalsa Salana’ (jaarlijkse bijeenkomsten).

Huzoor (aba) bad dat zijn kinderen in zijn voetsporen mogen treden, en dat Allah zijn plek in het paradijs moge verhogen.

Razia Begum Sahiba, echtgenote van Khalil Mubashar Sahib, voormalig hoofdmissionaris van Canada. Ondanks een langdurige ziekte bleef ze aan de zijde van haar man en steunde ze hem te allen tijde. Ze was erg vroom. Ze laat haar man, een zoon en drie dochters als nabestaanden achter. Huzoor (aba) bad dat Allah haar met vergeving en genade moge behandelen en haar plek in het Paradijs moge verhogen.

Saira Sultan Sahiba, echtgenote van dr. Sultan Mubashar Sahib. Ze diende de Gemeenschap in verschillende hoedanigheden onder de Ahmadiyya Vrouwenorganisatie in Pakistan. Ze zorgde voor de armen, in die mate dat ze soms zelf in de schulden zou raken terwijl ze hen hielp. Ze stond vooraan bij het brengen van financiële offers. Ze bezat veel deugdzame eigenschappen. Huzoor (aba) bad dat Allah haar met vergeving en genade moge behandelen. Huzoor (aba) bad voor haar twee zonen en haar man, moge Allah hen geduld en standvastigheid schenken.

Ghusoon al-Mahzawani Sahiba, die oorspronkelijk uit Syrië kwam en recentelijk in Turkije verbleef. Ze diende de gemeenschap als voorzitter van de Ahmadiyya Vrouwenorganisatie. Ze bezat veel deugdzame eigenschappen en was geliefd bij iedereen. Huzoor (aba) bad dat Allah haar met vergeving en genade moge behandelen en haar plek in het Paradijs moge verhogen.

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 2 juli 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar ibn al-Khaṭṭāb (ra) & lancering van de nieuwe Ahmadiyya-encyclopedie

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij verder zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

Zijne Heiligheid (aba) zei dat eens, toen Hazrat Umar (ra) de Christenen en het Joodse volk van Jemen overwon, hij hun land niet van hen afnam, maar afkocht.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat in de Heilige Koran, de Almachtige God zegt:

Gij wenst de goederen van deze terwijl Allah het Hiernamaals voor u wenst.’  (De Heilige Koran, 8:68)

In het licht van dit vers zei Zijne Heiligheid (aba) dat de Tweede Kalief (ra) heeft bewezen dat de Islam niet toestaat om iemand gevangen te nemen buiten tijden van oorlog. Eens kwam een groep uit Jemen naar Hazrat Umar (ra) en zei dat ze door de Christenen gevangen waren genomen in hun land. Hazrat Umar (ra) zei dat hij het zou onderzoeken, en als dit waar zou blijken te zijn, hij hen zeker van deze gevangenschap zou bevrijden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Tweede Kalief (ra) dit vergeleek met Europa waar de slavernij voortduurde tot de 19e eeuw, terwijl de Islam al dergelijke vormen van gevangenschap en slavernij afschafte.

Onbaatzuchtigheid van Hazrat Umar(ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat eens tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra), een hongersnood Medina en de omliggende gebieden trof, waardoor dit jaar bekend staat als het ‘Jaar van de As’. Gedurende deze tijd schreef Hazrat Umar (ra) een brief aan de gouverneur van Egypte, Hazrat Amr bin Aas (ra), waarin hij om hulp en assistentie vroeg. Amr bin Aas(ra) antwoordde door te zeggen dat hij een afvaardiging met kamelen zou sturen, die zo lang was dat de eerste kameel in Medina zou zijn en de laatste kameel in de rij nog steeds in Egypte zou zijn. Evenzo stuurde de gouverneur van Irak en Syrië hulp. Toen de hulp hen bereikte, zou Hazrat Umar (ra) opdragen dat het eerst aan de mensen in de dorpen zou worden gegeven. Hazrat Umar (ra) zou ook eten laten bereiden en een aankondiging doen voor iedereen die voedsel nodig had om te komen en te nemen wat ze nodig hadden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er eens wat voedsel dat vlees bevatte werd aangeboden aan Hazrat Umar (ra). Hij vroeg waar het vandaan kwam en kreeg te horen dat het van een van de kamelen was die was geslacht. Hazrat Umar (ra) vroeg wat voor soort leider hij zou zijn, als hij het beste deel van het voedsel voor zichzelf hield en de overige delen aan zijn volgelingen gaf. Daarom vroeg hij om het weg te laten halen en om iets anders naar hem te brengen. Het is vastgelegd dat Hazrat Umar (ra) geen vlees of boter at totdat alle anderen goed waren gevoed en in hun normale toestand waren teruggekeerd. Het is ook vastgelegd dat de kleur van zijn huid donkerder begon te worden vanwege de beperkte hoeveelheden voedsel die hij at.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) vroeg om het aantal mensen, dat was komen eten, te tellen. Bij het tellen bleek dat er 7.000 mensen met hem waren komen eten, en op een andere dag liep dat aantal op tot 10.000. Dit ging door totdat het uiteindelijk, na gebeden van Hazrat Umar (ra), regende en de hongersnood voorbij was.

Het voorbeeldige leiderschap van Hazrat Umar (ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat aanvankelijk in moskeeën gebeden op de grond zouden worden verricht, waardoor de voorhoofden van de aanbidders vaak bedekt zouden zijn met modder. Het is vastgelegd dat Hazrat Umar (ra) de eerste was die instrueerde dat gebedsmatten op de grond moesten worden gelegd om het bidden te vergemakkelijken. Het was ook tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra) dat de Moskee van de Profeet (Masjid Nabawi) werd gerenoveerd en uitgebreid.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het ook tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra) was dat hij begon met het nemen van volkstellingen van burgers en het was ook in deze tijd dat Hazrat Umar (ra) een rantsoeneringssysteem instelde. Dit was in overeenstemming met dezelfde gelijkheid die door de Heilige Profeet (vzmh) werd vastgesteld toen hij in Medina aankwam. Eens tijdens een veldslag vernam de Heilige Profeet (vzmh) dat sommige mensen niet genoeg te eten hadden, terwijl er sommigen waren die genoeg te eten hadden. Toen hij dit zag, instrueerde de Heilige Profeet (vzmh) iedereen die iets te eten had om het te verzamelen, en toen werd het gelijk verdeeld zodat iedereen kon eten. Iedereen at apart zolang het mogelijk was om dit te doen, maar toen het risico ontstond dat sommigen hongerig zouden blijven, instrueerde de Heilige Profeet (vzmh) dat iedereen even veel moest eten. Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit niet was om enige vorm van socialisme of communisme te vestigen, maar dat het een beslissing was die werd genomen op basis van de omstandigheden op dat moment. Vandaar dat dit het voorbeeld was dat door de Heilige Profeet (vzmh) werd gegeven.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het gebaseerd was op de voorbeelden van de Heilige Profeet (vzmh), dat toen de Islam zich wijd en zijd begon te verspreiden en verschillende naties zich bij de Islam begonnen te voegen, Hazrat Umar (ra) een systeem van volkstelling instelde in om het aantal burgers te bepalen, en vervolgens het verdelen van voedsel onder een rantsoeneringssysteem om ervoor te zorgen dat iedereen die zich bij de Islam voegde, kon eten. Zo heeft de Islamitische regering een systeem opgezet, waarbij het levensonderhoud van elke persoon de verantwoordelijkheid van de regering werd. Er wordt gezegd dat de Sovjetunie de eerste was die voor zijn burgers zorgde na een volkstelling. Het is echter een bewezen feit dat dit concept voor het eerst werd ingesteld door de Islam en zijn regering.

Oprichting van het officiële systeem van Shura

Zijne Heiligheid (aba) zei dat tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra), landen werden verdeeld in provincies om het bestuur te vergemakkelijken. Evenzo was het tijdens het tijdperk van Hazrat Umar (ra) dat het systeem van Shura werd ingesteld. Tijdens deze overlegvergaderingen ontmoetten de ministers van verschillende departementen en gouverneurs van verschillende gebieden elkaar. Hazrat Umar (ra) heeft bepaalde regels en richtlijnen opgesteld voor ambtsdragers, om ervoor te zorgen dat ze niet vervallen in arrogantie of wereldsgezindheid. Het was ook tijdens het tijdperk van Hazrat Umar(ra) dat de belasting gematigd werd om het voor de burgers gemakkelijker te maken om te betalen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij het leven van Hazrat Umar (ra) in toekomstige preken zou blijven benadrukken.

Lancering van de nieuwe Ahmadiyya-encyclopedie

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij een aankondiging zou doen met betrekking tot de lancering van de Ahmadiyya Encyclopedia, opgericht door het centrale Ahmadiyya Archive and Research Center. Ze begonnen een tijdje geleden aan dit project en nu is deze website beschikbaar voor leden. De website die wordt gelanceerd is https://www.ahmadipedia.org/, waar een zoekmachine op aanwezig is om gemakkelijk materiaal te zoeken. De zoekresultaten bevatten links naar verschillende Jama’at-websites en relevante video’s enz. Er is ook een optie op deze website waar mensen historische verslagen kunnen insturen die ze hebben en die nog niet eerder zijn vastgelegd. Na verificatie zullen deze accounts worden opgenomen in de website, waardoor het een project wordt dat zal worden voortgezet met de hulp van leden van de Gemeenschap. Mocht iemand bepaalde content of informatie op de website niet kunnen vinden, dan kan men contact opnemen met het centrale team, die zal werken aan het vinden en beschikbaar stellen van die informatie. Zowel de centrale ICT-afdeling als de missionarissen in het Ahmadiyya Archive and Research Center hebben een grote rol gespeeld bij het voorbereiden van het materiaal voor deze website. Zijne Heiligheid (aba) bad voor alle betrokkenen en zei dat hij na het vrijdaggebed deze website zou lanceren.

Samengesteld door Afdeling Isha’at van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya Nederland

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 18 juni 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar ibn al-Khaṭṭāb (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij verder zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

Het testament van Hazrat Abu Bakr (ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat voordat hij stierf, Hazrat Abu Bakr (ra) Hazrat Uthman (ra) riep zodat hij zijn testament kon opschrijven. Terwijl Hazrat Uthman (ra) net begon te schrijven, raakte Hazrat Abu Bakr (ra) bewusteloos. Hazrat Uthman (ra) schreef dat Hazrat Umar (ra) de volgende Khalifa zou zijn. Toen Hazrat Abu Bakr (ra) weer bij bewustzijn kwam, vroeg hij Hazrat Uthman (ra) om voor te lezen wat hij had opgeschreven. Hij las vervolgens voor wat hij had geschreven over Hazrat Umar (ra). Hazrat Abu Bakr (ra) veranderde dit niet en gaf te kennen dat hij juist en goed heeft gehandeld.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het testament van Hazrat Abu Bakr (ra) aan de mensen was voorgelezen, en Hazrat Abu Bakr (ra) hen vroeg of ze het eens waren met de beslissing die hij had genomen, waarop iedereen antwoordde dat ze deze beslissing zouden gehoorzamen en de volgende Khalifa ook.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat iemand ooit Hazrat Umar (ra) vroeg naar zijn woede en dat deze er niet langer leek te zijn. Hazrat Umar (ra) antwoordde dat het er nog steeds was, maar het manifesteerde zich alleen tegen de ongelovigen.

Hazrat Umar’s (ra) eerste toespraak als de Khalifa

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) in zijn eerste toespraak nadat hij Khalifa was geworden, zei dat hij over elke kwestie die hem zou overkomen, zelf zou beslissen. En elke kwestie die ver weg was, zou hij vertegenwoordigers aanwijzen om ermee om te gaan. Hij zei dat wie goed deed beloond zou worden, maar wie kwaad deed, diegene zou dienovereenkomstig worden behandeld.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat op de derde dag nadat hij de Khalifa was geworden, Hazrat Umar (ra) een toespraak hield waarin hij zei dat hij had gehoord dat mensen bang waren voor zijn vurige temperament en dat mensen dachten dat hij hard zou zijn als leider.

Hazrat Umar (ra) zei dat in de tijd van de Heilige Profeet (sa) niemand de vriendelijkheid en mededogen van de Heilige Profeet (sa) kon evenaren, en op het moment van zijn overlijden was de Heilige Profeet (sa) tevreden met Hazrat Umar (ra). Met betrekking tot Hazrat Abu Bakr (ra) zei hij dat iedereen zich ervan bewust was dat hij erg aardig was en dat hij zijn dienaar en helper was. En op het moment van zijn overlijden was Hazrat Abu Bakr (ra) tevreden met Hazrat Umar (ra). Hazrat Umar (ra) zei dat hij buitengewoon vriendelijk zou zijn, maar tegelijkertijd vastberaden zou zijn om ervoor te zorgen dat gerechtigheid altijd zou worden gediend.

Grote nederigheid van Hazrat Umar (ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Tweede Kalief, Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad (ra) met betrekking tot het Khilafat van Hazrat Umar (ra) verklaarde dat hij er buitengewoon hard naar streefde om ervoor te zorgen dat de waarden en leerstellingen van de islam werden nageleefd. Hazrat Umar (ra) bad tot God dat hem een grote taak was toevertrouwd, en hij bad om vergeving voor het geval hij geen recht deed aan het uitvoeren van deze plicht.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen Iran werd veroverd, korenmolens naar Medina werden gebracht, en Hazrat Umar (ra) zei dat het eerste meel van de molens naar Hazrat A’ishah (ra) moest worden gestuurd. Dit toonde het grote respect dat hij had voor de vrouwen en familie van de Heilige Profeet (sa). De vrouwen van Medina hadden nog nooit zo’n fijn meel gezien, en dus verzamelden ze zich rond Hazrat A’ishah (ra) om het te zien. De Tweede Kalief (ra) zei dat dit geen speciaal meel was, maar van nog mindere kwaliteit dan het meel dat de armsten der armen te eten hadden. Toen Hazrat A’ishah (ra) de gekookte bloem in haar mond stopte, begon ze te huilen. Toen haar werd gevraagd waarom ze huilde, zei ze dat ze aan de Heilige Profeet (sa) dacht die zelfs in zijn laatste levensdagen niet veel te eten had. De persoon door wie alle giften mogelijk waren was verdwenen, maar zij konden blijven profiteren van deze giften en gunsten. Later zei Hazrat A’ishah (ra) dat ze niet verder kon eten.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij het leven van Hazrat Umar (ra) in toekomstige preken zou blijven belichten.

Gebed voor overledenen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de dodengebed (in afwezigheid) zou leiden van de volgende overledenen: Suhaila Mahbob Sahiba, Raja Khurshid Ahmad Munir Sahib, Zameer Ahmad Nadeem Sahib, Isa Muakitilima Sahib, Sheikh Mubashar Ahmad Sahib, Saif Ali Shahid Sahib en Masood Ahmad Hayat Sahib.

Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah de overledene met vergeving en genade moge behandelen, hun kinderen in staat moge stellen gehecht te blijven aan Ahmadiyyat en dat hun gebeden voor hun nageslacht mogen worden aanvaard.

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 4 juni 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar ibn al-Khaṭṭāb (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij verder zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

De slag bij Hamra al-Asadi

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) ook deelnam aan de Slag bij Hamra al-Asad die na de Slag bij Uhud plaatsvond. Er was een dreiging dat de Quraish Medina zouden gaan aanvallen. Ze waren van mening dat ze daarmee de islam helemaal konden elimineren. Dus toen de moslims hoorden dat er een mogelijkheid van een aanval was, bleven ze Medina bewaken. De volgende ochtend hoorden ze dat de Quraish inderdaad in de buurt waren en een aanval beraamden. De Heilige Profeet (sa) maakte bekend dat al degenen die hadden deelgenomen aan de Slag om Uhud zich opnieuw moesten voorbereiden op de strijd. Vervolgens riep de Heilige Profeet(sa) Hazrat Abu Bakr(ra) en Hazrat Umar(ra) bijeen om hen over de situatie te informeren.  Ze stelden allebei voor om de bedreiging voor Medina te kunnen neutraliseren, naar de Quraish toe te gaan. Vandaar dat de moslims vertrokken en stopten bij een plaats genaamd Hamra al-Asad. Omdat het avond was brachten de moslims daar de nacht door en werd besloten om kampvuren aan te steken. Toen de Quraish alle vuren zag die waren aangestoken, leek het alsof er een groot leger aanwezig was.  Dus toen een van de Quraish deze branden zag en verslag uitbracht, besloten de Quraish om zich terug te trekken naar Mekka.

De slag bij Banu Mustaliq

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) ook deelnam aan de Slag bij Banu Mustaliq. Dit vond plaats in een tijd dat de stammen van Hijaz, die aanvankelijk sympathie hadden voor de zaak van de moslims, ten prooi vielen aan de ophitsingen van de Quraish. De belangrijkste onder hen was de stam van Banu Mustaliq die van plan was Medina aan te vallen. Toen de Heilige Profeet (sa) hoorde van dit plan en dat er een groot leger werd voorbereid. Vandaar dat de Heilige Profeet(sa) met een leger van moslims op weg ging naar de stam van Banu Mustaliq. Toen Banu Mustaliq hoorde van de komst van het moslimleger, werd Banu Mustaliq bang, omdat hun plan een verrassingsaanval op Medina was geweest. Vandaar dat de andere stammen die Banu Mustaliq hadden gesteund, vluchtten toen ze dit nieuws hoorden. Banu Mustaliq bleef echter vastbesloten om te vechten. De Heilige Profeet (sa) stopte bij een plaats in de buurt van Banu Mustaliq genaamd Muraisi. De Heilige Profeet (sa) gaf vervolgens Hazrat Umar(ra) de opdracht om de Banu Mustaliq te informeren dat als ze zouden ophouden met hun verzet tegen de islam, er vrede zou zijn en de moslims zouden terugkeren naar Medina. De Banu Mustaliq ontkende dit vredeoffer echter en ze begonnen pijlen te schieten. Dus schoten de twee partijen enige tijd heen en weer pijlen, en toen beval de Heilige Profeet (sa) een onmiddellijke aanval, die Banu Mustaliq uitschakelde.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er op de terugweg van de Slag bij Banu Mustaliq een geschil was tussen twee mannen, een van de Muhajireen (migranten naar Medina) en Ansar (inwoners van Medina) en beiden riepen hun mensen op om hen te helpen. Toen vertelde de Heilige Profeet (sa) hen dat ze geen ruzie moesten maken over zulke onbeduidende zaken. Abdullah bin Ubayy (hoofd van de hypocrieten) was ook aanwezig, en zei dat bij terugkeer naar Medina, de eervolle de oneervolle zou uitschakelen. Hazrat Umar(ra) verzocht de Heilige Profeet(sa) om deze hypocriet te doden, maar de Heilige Profeet(sa) zei dat hij geen toestemming zou geven, opdat mensen niet zouden zeggen dat hij zijn eigen volk vermoordde. Later werden de hypocrieten zelf moe van Abdullah bin Ubayy en begonnen zich tegen hem te keren.  De Heilige Profeet (sa) vertelde Hazrat Umar (ra) dat hij zijn verzoek die keer had stopgezet, omdat hij wist dat de mensen die Abdullah bin Ubayy steunden zich tegen hem zouden keren bij het zien van de realiteit en hem zelf zouden doden.

Een verduidelijking met betrekking tot de gebeden tijdens de slag om Uhud

Zijne Heiligheid (aba) zei dat tijdens de Slag om de Sloot, Hazrat Umar(ra) naar de Heilige Profeet (sa) ging nadat de zon was ondergegaan, en zei dat hij niet in staat was geweest om het Asr-gebed (laat middaggebed). De Heilige Profeet (sa) zei dat hij ook niet in staat was geweest om het Asr-gebed te verrichten, en dus deden ze het, en deden toen het Maghrib-gebed (gebed na zonsondergang).  Zijne Heiligheid (aba) zei dat er verschillende meningen en verslagen zijn over hoeveel gebeden ze die dag niet hadden kunnen verrichten. Er zijn enkele overleveringen en verslagen die zeggen dat de Heilige Profeet (sa) vier gebeden tegelijk verrichtte.  De Beloofde Messias(as) heeft echter al zulke verslagen als zwak aangemerkt en verklaard dat het in feite alleen het Asr-gebed was dat werd opgedragen tegen het verstrijken van de vastgestelde tijd.

Hazrat Umar’s(ra) deelname aan het Verdrag van Hudaibiyah

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) ook deel uitmaakte van het Verdrag van Hoedaibiyah. De Heilige Profeet (sa) riep Hazrat Umar(ra) bijeen zodat hij naar Mekka kan gaan en de Quraish kan informeren over de bedoelingen van de moslims. Hazrat Umar (ra) zei dat hij voor zijn leven vreesde, omdat de Quraish wisten hoeveel hij tegen hen was. Hazrat Umar(ra) zei dat als de Heilige Profeet(sa) dat wenste, hij ondanks dit toch naar Mekka zou gaan, maar de Heilige Profeet(sa) bleef stil. Toen stelde Hazrat Umar(ra) voor om Hazrat Uthman(ra) te sturen, aangezien hij zeer gerespecteerd werd door de Quraish.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat terwijl het verdrag werd geschreven, Abu Jundal, de zoon van Suhail bin Amr, de vertegenwoordiger van de Quraish, besloot te vluchten naar de Heilige Profeet (sa), omdat hij de islam had aanvaard echter werd hij hiervoor gemarteld door de Quraish. Abu Jundal arriveerde in Hudaibiyah net op het moment dat in het verdrag de voorwaarde werd geschreven dat elke Mekkaanse die naar de moslims vluchtte, zou worden teruggestuurd. Daarom eiste Suhail bin Amr dat Abu Jundal zou worden teruggestuurd. Abu Jundal smeekte om niet teruggestuurd te worden, maar de Heilige Profeet (sa) vertelde hem met veel pijn dat, omdat ze zojuist hadden ingestemd met de voorwaarden van de overeenkomst, ze niet konden voorkomen dat hij werd teruggebracht.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het Hazrat Umar (ra) veel pijn deed om dit te zien. Hij vroeg de Heilige Profeet (sa) of hij inderdaad eerlijk was. Waarom moesten de moslims dan zo’n schande dragen? De Heilige Profeet (sa) antwoordde hem dat hij natuurlijk de waarheidsgetrouwe Boodschapper was die door God was gezonden, en als zodanig was hij op de hoogte gebracht van Gods wil voor de moslims. Toen vroeg Hazrat Umar(ra) of de Heilige Profeet(sa) niet had gezegd dat ze een bedevaart zouden maken naar de Heilige Ka’bah. De Heilige Profeet (sa) zei dat hij dat inderdaad had gedaan, maar hij had niet gespecificeerd dat het datzelfde jaar zou zijn. Hij vertelde hem toen dat de moslims zeker Mekka zouden binnenkomen en de pelgrimstocht zouden uitvoeren. Later zei Hazrat Umar(ra) dat hij spijt had van deze zwakte die tot stand kwam als gevolg van grote emotie en veel berouw had.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) ook het Verdrag van Hudaibiyah als getuige heeft ondertekend. Er waren twee kopieën van het verdrag gemaakt, één die Suhail bin Amr meenam naar Mekka en de andere met de Heilige Profeet (s) terugbracht naar Medina.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat op de terugweg van Hudaibiyah, de Heilige Profeet (sa) de moslims de volgende verzen informeerde:

Voorwaar, Wij hebben u een klaarblijkelijke overwinning verleend. Zodat Allah u tegen uw voorafgaande en toekomstige (aan u toegeschrevene) zonden moge behoeden en dat Hij Zijn gunst aan u moge vervolmaken en u op het juiste pad moge leiden, En dat Allah u met een machtige hulp moge ondersteunen. (De Heilige Koran, 48:2-4)

Voorwaar, Allah vervulde het visioen van Zijn boodschapper naar waarheid. Voorzeker gij zult de Heilige Moskee (te Makka) in vrede binnengaan met haar geknipt of geschoren zonder vrees. Dus Hij wist wat u onbekend was en Hij heeft u hiervoor een nabijzijnde overwinning toegezegd. (De Heilige Koran, 48:28)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat deze verzen aantoonden dat als de moslims dat jaar Mekka waren binnengekomen, het niet in vrede zou zijn geweest.  Nu echter, als gevolg van de totstandkoming van een vredesverdrag, zouden de moslims Mekka kunnen binnenkomen en in vrede de bedevaart kunnen uitvoeren. Na het Verdrag van Hudaibiyah waren er enkele metgezellen (ra) die zich ongemakkelijk voelden en zich afvroegen hoe dit als een overwinning voor hen kon worden beschouwd, maar toen ze deze verzen hoorden, werd de zaak overduidelijk gemaakt en ze werden er zeker van dat dit zeker een grote overwinning was.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat nadat deze verzen waren geopenbaard, de Heilige Profeet (sa) Hazrat Umar (ra) bijeenriep en de geopenbaarde verzen voor hem reciteerde, waarop Hazrat Umar (ra) er ook van overtuigd was dat dit verdrag dat hij aanvankelijk had beschouwd als een bron van schande was voor moslims, in feite een grote overwinning was.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij in de toekomst zou doorgaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

Gebed voor overledenen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de dodengebed (in afwezigheid) zou leiden van de volgende overledenen: Malik Muhammad Yusuf Saleem, Shuaib Ahmad, Maqsood Ahmad Bhatti, Javaid Iqbal en Madiha Nawaz.

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 28 mei 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Khilafat en onze verantwoordelijkheden

Vrees veranderen in vrede – De vestiging van het Khilafaat en de zegeningen van Khilafat

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, reciteerde Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) de volgende verzen van de Heilige Koran:

Allah heeft aan degenen onder u die geloven en goede werken verrichten beloofd, dat Hij hen voorzeker tot stedehouders op aarde zal stellen, zoals Hij degenen die vóór hen waren tot stedehouders maakte en dat Hij de godsdienst, die Hij voor hen heeft gekozen, zeker zal bevestigen, en dat Hij hun na hun vrees, vrede en veiligheid zal geven; Mij zullen zij aanbidden en niets met Mij vereenzelvigen. Maar wie daarna het geloof verwerpen, zullen overtreders zijn. En houdt het gebed en betaalt de Zakaat en gehoorzaamt de boodschapper, opdat gij barmhartigheid moogt ontvangen. (Heilige Koran, 24:56-57)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het gisteren 27 mei was, welke dag in de Jama’at bekend staat als Khilafat-dag. Op deze dag worden er programma’s/evementen gehouden zodat we de betekenis van Khilafat kunnen begrijpen en de zegen hiervan kunnen begrijpen, zodat we er de vruchten van kunnen blijven plukken. Wij hebben het geluk dat we de Beloofde Messias(as) hebben geaccepteerd en daardoor Khilafat hebben aanvaard, wat ons in staat stelt tot het blijven volgen van de leerstellingen van de Beloofde Messias(as) en deze ook in de wereld verder te verspreiden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat door verbonden te zijn met Khilafat, elke Ahmadi een verantwoordelijkheid heeft die moet worden nageleefd. In de gereciteerde verzen heeft God vrede en zekerheid beloofd op voorwaarde dat men een standvastig geloof heeft, goede daden doet, recht doet aan hun aanbidding en geen deelgenoten aan God toekent. Om dit te bereiken zijn aanbidding van God en gebeden essentieel. Men moet salat (gebed) verrichten, financiële opofferingen maken omwille van Allah en de leerstellingen van de Heilige Profeet (s) volgen.

We moeten dus nadenken of onze goede daden worden gedaan ter wille van God of voor vertoon.

Alleen wanneer onze daden voor de zaak van God zijn, zullen we in staat zijn om de zegeningen van deze belofte van God te verkrijgen. Dit is de ware betekenis van ‘goede werken doen’ zoals in de Heilige Koran staat.

Elke Ahmadi moet God dankbaar zijn voor het schenken van dit gezegende Khilafat.

Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias (as) die zei dat een G

goddelijke gemeenschap twee manifestaties ziet:

  1. De eerste is de komst van een Profeet.
  2. De tweede manifestatie is het Khilafat; dat komt wanneer de Profeet overlijdt en de Gemeenschap grote moeilijkheden ondervindt. Zoals toen de Heilige Profeet (s) stierf en Hazrat Abu Bakr (ra) hem opvolgde.

De afgelopen 113 jaar hebben we de vervulling gezien van deze belofte van het Khilafat die de Almachtige God aan de Beloofde Messias (as) heeft gedaan.

De tegenstanders dachten dat de gemeenschap niet zou ontwikkelen, maar ze weten niet dat de hand van God onze Gemeenschap leidt.

De vooruitgang van de Gemeenschap die in dit tijdperk wordt gezien, door de genade van God heeft te maken met de belofte die God deed aan de Beloofde Messias (as).

Vooruitgang wordt geboekt onder leiding van Khilafat.

Huzoor (aba) deed een oproep om te bidden voor de Ahmadi’s in Pakistan en voor alle Moslims die te maken hebben met onrecht in de wereld, zoals die in Palestina.

Zijne Heiligheid (aba) bad dat Allah de Ahmadi’s in staat moge stellen om de Beloofde Messias (as) waarlijk te volgen, en dat de moslims die de Beloofde Messias (as) nog niet hebben herkend de waarheid zullen inzien en hem zullen aanvaarden.

Als laatst bad Huzoor (aba) dat Allah ons in staat moge stellen om de vlag van de Islam en van de Heilige Profeet (s) in de hele wereld te hijsen, en mogen we de Eenheid van God over de gehele wereld vestigen. Ameen.

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 14 mei 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Ahmadiyyat: De genezing voor vijandschap

Beantwoorden van vervolging en onderdrukking met gebeden en mededogen

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat de afgelopen dagen een moslimgeestelijke op sociale media zei dat als er enige wanorde in de wereld is, dat dit wordt veroorzaakt door de ‘Qadianis’. Hij gebruikte dit als een middel om wreedheden tegen Ahmadi’s te rechtvaardigen en hen zelfs te vermoorden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit de tactieken zijn die zij gebruiken en dit is al het geval sinds het ontstaan van Ahmadiyyat. Maar het is de genade van God waardoor wij de Imam van de tijd (as) hebben aanvaard die ons heeft geleerd dat we geduldig moeten blijven bij het horen van hun woorden en het zien van hun inspanningen tegen ons. Het zijn deze ‘Leiders van de ongelovigen’ die de algemene moslimgemeenschap, die niet beter weet, hebben misleid waardoor zij de Ahmadi’s op een wrede manier behandelen. Maar die geestelijken, die goed geïnformeerd zijn, weten dat wat ze zeggen niet op waarheid is gebaseerd; ze willen enkel en alleen wanorde aanwakkeren, zodat ze hun positie onder de mensen kunnen behouden.

Het is onze plicht om te bidden

Zijne Heiligheid (aba) zei dat God beter weet wat hun einde zal zijn; onze enige plicht is te bidden. Zijne Heiligheid (aba) zei dat, zoals hij eerder in zijn Eid-preek zei, het onze plicht is om zelfs voor onze tegenstanders te bidden. Deze oppositie is niets nieuws, het is immers al aanwezig sinds de tijd van de Beloofde Messias (as). Hij werd constant aangevallen en dat gold ook voor degenen die hem volgden. De tegenstanders maakten zich zorgen dat als mensen hoorden wat de Beloofde Messias (as) aan te kondingen had, ze hem zouden accepteren. Daarom zouden ze niet alleen degenen die naar hem reisden om naar hem te luisteren tegenhouden, maar hen zelfs aanvallen. Als reactie hierop zou de Beloofde Messias (as) echter voor zulke mensen bidden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat ondanks deze inspanningen, mensen nog steeds de Beloofde Messias (as) zouden accepteren, en dat is tot vandaag het geval. We zullen altijd blijven bidden, en zo zullen we liefde over de wereld verspreiden. Ondanks dat we de brutale woorden over ons hebben aanhoord, blijven we voor hen bidden. De Almachtige God informeerde de Beloofde Messias (as) dat hun daden te wijten zijn aan een gebrek aan begrip en hun misleide liefde voor de Heilige Profeet (vzmh). Hoewel ze misleid zijn, beweren ze wel dat ze van hem (vzmh) houden. Daarom instrueerde God de Almachtige de Beloofde Messias (as) dat hij niet tegen hen moest bidden, maar eerder vóór hen zou moeten bidden.

Verdraagzaamheid van de Beloofde Messias (as)

Zijne Heiligheid (aba) vertelde over een incident dat verteld werd door Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad (ra) die zei dat de Beloofde Messias (as) eens, toen hij jong was, in Lahore was, en terwijl hij door de straten liep, mensen op hun daken stonden en de Beloofde Messias (as) vervloekten. Hij vertelt dat hij zelfs een oudere man voortdurend dezelfde vloeken hoorde herhalen. Bij een ander incident viel iemand de Beloofde Messias (as) van achteren aan en er wordt zelfs verteld dat hij soms met stenen werd bekogeld. Dit waren dus de de ontberingen waarmee de Beloofde Messias (as) te maken kreeg. Echter, in een couplet geopenbaard aan de Beloofde Messias (as), zei God dat hoewel deze mensen hem kwaad deden, ze dit deden omdat ze geloofden dat het uit liefde was voor de Heilige Profeet (vzmh) was, daarom moest de Beloofde Messias ( as) niet tegen hen bidden, maar juist vóór hen.

Zijne Heiligheid (aba) citeerde verder Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad (ra) die zei dat als deze tegenstanders zouden weten hoeveel hij van de Heilige Profeet (vzmh) hield, ze zich naar Ahmadiyyat zouden haasten. De Beloofde Messias (as) zei dat als zulke mensen ons tegenwerken, dit te wijten is aan hun misvattingen. Daarom moeten we vóór hen bidden en hen verlichten.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we voor onze tegenstanders moeten bidden, want het is uit hun midden dat mensen uiteindelijk de Beloofde Messias (as) zullen accepteren. Eens hoorde een metgezel van de Beloofde Messias (as) de Beloofde Messias (as) hevig huilen in gebed. Hij hoorde hem tot God bidden dat de plaag zich had verspreid, en als al deze mensen daardoor stierven, wie zou er dan overblijven om God te aanvaarden? Deze plaag was voorspeld door de Heilige Profeet (vzmh) als gevolg van het ongeloof van de mensen en werd ook voorspeld in profetieën die aan de Beloofde Messias (as) waren geopenbaard. Maar toen de plaag zich verspreidde, bad de Beloofde Messias (as) juist voor die mensen voor wie de plaag zich manifesteerde.

Mensen redden met gebeden

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we daarom niet tegen zulke mensen kunnen bidden, maar dat we hen moeten helpen gered te worden door voor hen te bidden. Ahmadiyyat is gevestigd om de moslims te redden. Daarom hebben we de taak gekregen mensen te helpen om grote hoogten te bereiken, hoe zouden we dan tegen hen kunnen bidden? We weten dat er een deel van onze tegenstanders is die door hen is beïnvloed, maar daarnaast is er ook een deel dat klakkeloos hun voorbeeld heeft gevolgd. Maar als ze eenmaal beseffen hoeveel Ahmadi’s de Heilige Profeet (vzmh) liefhebben, zullen ze zelf bevestigen dat Ahmadi’s diegenen in de wereld zijn die de eer van de Heilige Profeet (vzmh) hoog houden. En we zien dat diegenen die ooit door de tegenstanders waren beïnvloed, nu de waarheid beseffen en Ahmadiyyat accepteren.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er veel mensen zijn die brieven naar hem schrijven en zeggen dat, toen ze oprecht nadachten en naar de waarheid zochten, ze uiteindelijk het licht zagen en nu Ahmadiyyat willen accepteren. Dit is het geval sinds de tijd van de Beloofde Messias (as) en ook bij alle andere Kaliefen. Dus als de tegenstanders zich uitspreken en acties tegen ons ondernemen, doen ze ons werk door onze boodschap te verspreiden op manieren die we misschien niet eens hadden kunnen doen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het onze verantwoordelijkheid is om te bidden en geduldig te blijven. Dit is de beste manier van handelen en deze zal ons naar succes leiden. Het is onze plicht om onze gedachten en harten schoon te houden van kwaadwilligheid jegens andere moslims. We moeten blijven bidden opdat Allah hen in staat stelt de waarheid in te zien en dat zij de Imam van de tijd (as) mogen accepteren.