Persbericht – Het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap(aba) houdt een historische zitting met Jamia Ahmadiyya Indonesië

“Wij zijn niet de mensen die wapens dragen, die geweren of messen vasthouden, maar wij zijn de mensen die ons in gebed ter aarde werpen voor Allah de Almachtige…” – Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba)

Op 31 oktober 2020 zei het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) het volgende:

Nadat Zijne Heiligheid(aba) werd gevraagd hoe er gereageerd zou moeten worden tegen degenen die de Beloofde Messias(as) bespotten of slecht over hem spreken, legde hij uit dat het niet alleen de Beloofde Messias(as) die ten onrechte het doelwit was, maar ook de Heilige Profeet van de Islam(s) in deze tijd op een wrede wijze wordt aangevallen door de tegenstanders van de Islam en religie.

Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) zei:

“Degenen die doelbewust en kwaadwillig de Heilige Profeet Mohammed(s) of de Beloofde Messias(as) aanvallen, zullen door Allah de Almachtige Zelf worden bestraft – of het nu in dit leven of in het Hiernamaals is. Als het gaat om onze reactie, als Ahmadi Moslims, moeten we volgen wat de Beloofde Messias(as) ons heeft geleerd. Hij instrueerde dat zijn volgelingen geduld moesten tonen in tijden van tegenspoed. Hij leerde dat we nooit op dezelfde manier op geweld of wreedheid mogen reageren en we nooit geweld mogen gebruiken als anderen hem bespotten of belasteren, ongeacht hoeveel liefde we in ons hart voor hem hebben.”

Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) zei verder:

“Natuurlijk is de gezegende persoon die we meer liefhebben dan enig ander, zelfs meer dan de Beloofde Messias(as), de Heilige Profeet Mohammed(s) , en tegenwoordig worden in Frankrijk en bepaalde andere Europese landen, spotprenten gepubliceerd waarin de Heilige Profeet(s) wordt bespot. Wat zou onze reactie hierop moeten zijn? Het is dat we Durood (begroetingen) op de Heilige Profeet(s) moeten aanroepen, zelfs meer dan voorheen en met steeds grotere bezieling. Onthoudt dat wanneer we Durood aanroepen, we ook bidden voor het spirituele nageslacht van de Heilige Profeet(s) en onder zijn spirituele nageslacht is de Beloofde Messias(as) van de hoogste rang. Daarom is het onze plicht om met Durood te antwoorden wanneer mensen de Heilige Profeet(s) of de Beloofde Messias(as) bespotten of belachelijk maken.”

Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) zei verder:

“Daarnaast moeten we persoonlijk de hoogst mogelijke morele normen in acht nemen, zodat degenen die bespotten op een natuurlijke wijze tot zwijgen worden gebracht als ze zien dat we in reactie op hun beschimpingen vreedzaam reageren door op elk moment de ware leerstellingen van de Islam uit te dragen. Ze zullen zien dat Ahmadi Moslims degenen zijn die vrede, liefde en tolerantie in de samenleving verspreiden. Zij zullen beseffen wanneer zij hatelijk tegen ons spreken, dat wij daartegenover met liefde en vriendelijkheid reageren. Dit is namelijk de reactie die wordt onderwezen door de Heilige Koran.”

Verder zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba):

“Daarom zou onze reactie altijd zo zijn, dat we ons spiritueel hervormen en onszelf verbeteren, ons ter aarde werpen voor Allah de Almachtige en bidden dat Allah de tegenstanders van de Islam leidt, zodat ze kunnen afzien van het bespotten van onze geliefden – zowel de Beloofde Messias(as) en die persoon die de hoogste positie van de gehele mensheid bezit – de Heilige Profeet van de Islam(s). Onthoudt, wat wij ook wensen, wij moeten het alleen bij Allah de Almachtige zoeken. Het is niet aan ons om geweld of hardheid te gebruiken op welke manier dan ook. Wij zijn niet de mensen die wapens dragen, die geweren of messen vasthouden, maar wij zijn de mensen die ons in gebed ter aarde werpen voor Allah de Almachtige, ons spiritueel en moreel verbeteren en begroetingen aanroepen op de Heilige Profeet(s).”

Advies van de leider van de grootste moslimorganisatie aan de Tweede Kamer over Syrië kwestie.

[embedyt] https://www.youtube.com/watch?v=KKYF1FkQse4[/embedyt]

Dit is een deel van een transcriptie uit een vraag en antwoord zitting van het internationale hoofd van de Ahmadiyya Moslimgemeenschap, de Vijfde Kalief, Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad, voor de Parlementaire Vaste commissie van Buitenlandse Zaken, Den haag, Nederland, op 6 Oktober 2015. (In video te zien vanaf 42ste minuut.)

De heer Omtzigt, CDA: Dank u en dank u voor uw heldere toespraak en voor de bevordering van vrede. (…) Als men vanuit dat perspectief kijkt naar het Midden-Oosten, waar de oorlog in Syrië en Irak naar een aantal landen er omheen verspreidt is. En een flink aantal van de vechtende groepen zichzelf beschouwen als moslims en zij in de naam van hun religie strijden en andere moslims of andere religieuze minderheden doden. Wat is uw standpunt ten opzichte hiervan, en wat kunnen we doen om ze te stoppen?

Zijne heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba): Kijk, wat er vandaag in de moslimwereld gebeurt en in Syrië en Irak is een conflict tussen de regering en de rebellen, ze noemen zichzelf rebellen en u noemt hen of laat ik zeggen sommige mensen noemen hen “vrijheidstrijders”. Ze willen de leiderschap ofwel de regering afzetten. Maar beide partijen worden bevoorraad met wapens, munitie en logistiek. En ze worden ook voorzien van
financiële fondsen. In die landen hebben zij geen wapenfabrieken, zij hebben niet genoeg geld om door te blijven gaan. Ondanks dat ze olie hebben kunt u sancties op de rebellen en de regering leggen, dan zullen hun middelen (hun olie) nooit verkocht kunnen worden in de markt. Dit is waarom ik enige tijd geleden uitdrukkelijk gezegd heb dat als u sancties oplegt tegen de rebellen en de regering, dat totdat en tenzij zij tot een vreedzame oplossing komen de grote machten hen nooit zullen helpen. En als men sancties kan opleggen tegen Rusland en hun economie daarmee vernietigt of hun economie in enige mate verstoort, waarom kan IS of daesh dan niet gestopt worden? Waar komt de financiering vandaan? En hoe komen zij aan hun wapenarsenaal? Ziet u dat, het is u, de politici die moeten nadenken over hoe u het kan stoppen.

De heer Omtzigt, CDA: Hoe gaan we dat doen? We begrijpen na vier jaar nog steeds niet hoe we het kunnen stoppen. En ik begrijp wat u bedoelt over de verdeeldheid en de grote politieke dimensie van het conflict. De politieke dimensie tussen de rebellen die wat steun van westerse landen krijgen en anderzijds de Syrische regering. (…) Hoe kijkt u, niet zozeer naar het feit dat ze vechten voor de invloed, maar naar hun behandeling van minderheden?

Zijne heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba): Kijk, (…) dit is dus allemaal onislamitisch. Wat ik bedoel is dat als hun financiering wordt gestopt, als een gepaste en stevige maatregel wordt ondernomen tegen hen, dan zullen zij niet op deze manier gedragen. Nu is het probleem (…) aan het escaleren, het is nu verder gegaan dan dat. Rusland is nu in Syrië binnengetreden. Zij hebben daar hun luchtmachtbasis gevestigd. En ze voeren luchtaanvallen uit. En er is een mogelijkheid dat ze hun grondtroepen sturen. En zeer recentelijk, vandaag of gisteren, was er een luchtaanval nabij de Turkse grens. En de NAVO uitte zijn bezorgdheid over deze kwestie. Dus het betekent nu dat deze oorlog zich niet alleen uitstrekt over de grenzen van de islamitische staten, maar verder dan dat gaat. Derhalve worden er nu blokken gevormd. Als er een rechtstreekse botsing ontstaat tussen Rusland en Amerika of andere NAVO-landen, dan zal de wereld in een toestand van grote verwoesting zijn. Dit is wat mij verontrust. Wat de onthoofding betreft, het is zondermeer niet islamitisch.
Ik ben op de hoogte dat zij dat doen. Noch de Koran, noch de overleveringen (Ahadith) van de Profeet rechtvaardigen dit. Zelfs nu kan ik zeggen dat als er een gepaste actie tegen hen wordt ondernomen dan zult u in staat zijn om de situatie te stoppen. Dit is nogmaals de taak van de grote machten. De grote landen. Of u helpt de naburige islamitische landen, geef ze wat hulp zodat ze actie kunnen ondernemen of help hen op zijn minst op een andere manier. Of u moet ervoor zorgen dat de financiering stopgezet wordt. Niets kan worden gedaan zonder fondsen. En niets kan worden gedaan zonder wapens en munitie en
logistieke steun. Ze kunnen het niet zelf opbrengen. Zij kopen wapens uit het westen, via onderhandse handel, ik weet niet hoe ze het doen, maar het lijkt erop alsof er sprake is van een zwarte markt. Of zoals sommige mensen dat zeggen, de offshore handel, via het verkopen van hun olie en hun bronnen. Dus als u een gepaste sanctie op hen legt dan kunt u hen onder controle brengen. (…) Daar moet u goed over nadenken..

Mediabericht Huzur Tweede Kamer

Leider van grootste moslimorganisatie toont begrip voor ongerustheid van de bestaande bevolking over immigratie

Voor opgemaakte persbericht, klik op plaatje: 

“Ons doelstelling moet niets anders zijn dan het vestigen van vrede in elke dorp, plaats en stad van elke natie in de wereld”– Hazrat Mirza Masroor Ahmad

  • Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap houdt een grensverleggende en veelbetekenende toespraak over de Europese immigratiecrisis – hij roept immigranten op bij te dragen aan de maatschappij en de lokale bevolking om mededogen te tonen. 
  • Internationale moslimleider zegt dat ferme actie en strenge straffen van de autoriteiten nodig zijn tegen immigranten die vrouwen mishandelen of lastigvallen. 
  • Hazrat Mirza Masroor Ahmad sprak over veiligheidsuitdagingen van de massa- immigratie. 
  • De Kalief noemt de opkomst van extreem- rechts een bedroevende trend die de vrede en stabiliteit van de wereld bedreigt. 
  • Moslimleider zegt dat vrede alleen tot stand zal komen door de erkenning dat alle mensen ‘de kinderen van God’ zijn. 
  • De Kalief sprak ook duizenden moslimvrouwen aan over de grote offers die vrouwen in de loop van de geschiedenis hebben gebracht.

Op zaterdag 8 september 2018 hield het internationale hoofd van de Ahmadiyya Moslimgemeenschap, de Vijfde Kalief, Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad een grensverleggende en veelbetekenende toespraak over de wereldwijde immigratiecrisis en de daaropvolgende opkomst van extreemrechts in de Westerse wereld voor een publiek van meer dan 1.000 hoogwaardigheidsbekleders en gasten op de tweede dag van de 43e jaarlijkse bijeenkomst (Jalsa Salana) van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in Duitsland.

Zijne heiligheid merkte de steun voor extreemrechts en nationalisme in recente tijden op en zei dat de samenleving niet moet terug deinzen voor kwesties die tot verdeeldheid leiden, integendeel, men zou moeten proberen om onderliggende oorzaken aan te pakken die dergelijke spanningen ten onrechte in stand houden. Zijne Heiligheid zei dat waar er sprake is van massa- immigratie, de autoriteiten ervoor moeten zorgen dat de rechten van de bestaande bevolking niet worden aangetast en dat immigranten moeten proberen zo snel mogelijk aan het werk te gaan.

Tijdens zijn krachtige toespraak, maakte Zijne Heiligheid verschillende suggesties, gebaseerd op de islamitische leer, over hoe we spanningen in de samenleving tussen mensen met verschillende etnische en religieuze achtergronden kunnen bezweren. Zijne Heiligheid reageerde ook op, en weerlegde, de valse beschuldigingen dat de islam een gewelddadige religie is en dat moslims de neiging hebben om vrouwen te misbruiken vanwege hun geloof.

Over een gevoel van angst gesproken die Duitsland en andere westerse naties door immigratie in de grip houdt, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“Veel plaatselijke bevolkingen zijn bang dat hun veranderende samenlevingen hun begrip overstijgt. Ze zijn ook van mening dat de middelen van hun land onevenredig worden aangewend ten gunste van immigranten. Hoewel de term ‘immigrant’ wordt gebruikt, is ‘Islam’ in werkelijkheid het probleem voor de meeste mensen, en het feit dat de overgrote meerderheid van immigranten in Europa moslims zijn die vluchten van de door oorlog verscheurde landen in het Midden-Oosten.”

Zijne Heiligheid verwees naar een recent rapport dat immigranten schuldig waren aan een hoog percentage van seksuele misdrijven in Zweden.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“Helaas suggereerde een recent rapport dat een groot aantal verkrachtingen of poging tot verkrachting in een westers land door immigranten werd gepleegd. God weet beter of de cijfers kloppen, maar wanneer dergelijke rapporten openbaar worden gemaakt, heeft dit ook gevolgen voor andere landen en blijven de zorgen en angsten van de plaatselijke bevolking toenemen.”

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei voorts:

“Laat ik, met dit gegeven, het stellig duidelijk maken dat elke moslim die de eer van een vrouw schendt of haar op enige manier misbruikt, volledig tegen de leer van de islam handelt. Islam beschouwt dergelijk gedrag als kwaad en heeft buitengewoon strenge straffen opgelegd aan degenen die schuldig zijn aan dergelijke immorele en verwerpelijke misdaden.”

Verder sprak Zijne Heiligheid zich uit over veiligheidsproblemen in verband met massa- immigratie en de enorme financiële inspanning die vereist zijn om immigranten op grote schaal opnieuw te vestigen. Hij zei dat dergelijke kwesties direct moeten worden geconfronteerd en rationeel moeten worden besproken, zodat oplossingen worden gevormd die de angsten van de bestaande burgers verlichten.

Verwijzend naar de kosten van de hervestiging van asielzoekers, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“Mensen die hun leven hebben geleefd en hun belastingen in een land hebben betaald, kunnen terecht vragen of het eerlijk is dat hun bijdragen aan de staat worden besteed aan het hervestigen van buitenlandse immigranten, in tegenstelling tot het financieren van projecten die gunstig zijn voor de bestaande bevolking.”

Zijne Heiligheid zei dat de vluchtelingen uit zichzelf moeten beschouwen dat zij ‘dank verschuldigd’ zijn ten opzichte van hun gastlanden en de bestaande bevolking, en de manier om de gunst terug te betalen is dat “zij zo snel mogelijk een bijdrage moeten leveren aan de samenleving”, zelfs als de enige baan die zij kunnen krijgen basiswerk is.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“Het vinden van een baan door immigranten zal hen in staat stellen hun persoonlijke eer en waardigheid te behouden, en het zal ook een middel zijn om de last voor de staat te verlichten en de frustraties van de plaatselijke bevolking weg te nemen. Zeker, elke Moslim zou in gedachten moeten houden dat de Heilige Profeet van de islam (moge de vrede en de zegeningen van God met hem zijn) zei dat de gevende hand veel beter is dan degene die neemt.”

Zijne Heiligheid verklaarde ook dat immigranten in sommige gevallen betere voordelen ontvingen dan belastingbetalende burgers, wat leidde tot “een natuurlijke frustratie bij het publiek”.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad adviseerde regeringen die immigranten ontvangen en zei:

“Frustraties verdwijnen niet vanzelf, want waar er frustratie is, is er altijd een reactie. Daarom moet elke regering een verstandig en rechtvaardig beleid voeren dat rekening houdt met de rechten en eisen van zowel burgers als immigranten.”

Zijne Heiligheid loofde het besluit van de Duitse regering om een nieuw beleid te overwegen waarbij asielzoekers verplicht zouden worden om een jaar gemeenschapsdienst te verrichten wanneer zij zich vestigen in Duitsland. Zijne Heiligheid zei dat een dergelijk plan “het geloof zal inboezemen dat het de plicht van elke persoon is om hun gemeenschap te dienen en om de leden van de gemeenschap te helpen.”

In een oproep tot mededogen en sympathie voor hen die lijden onder onvervalste vervolging of overweldigd zijn door de oorlog en zij hierin onschuldig zijn, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“De maatschappij mag geen echte vluchtelingen verwerpen die geen blaam treft. De samenleving mag geen onschuldige mensen terzijde schuiven die alleen de mogelijkheid willen hebben om in vrede te leven, die goede burgers willen zijn en de wetten van het land willen volgen waarin zij leven. In plaats daarvan zouden we er moeten zijn om een helpende hand te bieden aan degenen wier leven is verbroken, die gekweld zijn en die volkomen hulpeloos, kwetsbaar en weerloos zijn. Laten we onze menselijkheid bewijzen. Laten we ons mededogen tonen. Laten we er zijn om de lasten te dragen van degenen die wanhopig in nood verkeren.”

Op het gebied van veiligheidsproblemen als gevolg van immigratie zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“Overal waar grootschalige migratie plaatsvindt, leidt dit onvermijdelijk tot veiligheidsproblemen. Inderdaad, het is bewezen dat verborgen tussen de echte vluchtelingen er immigranten zijn die de potentie hebben om grote schade aan te richten… Dit is iets waar ik in het verleden voor gewaarschuwd heb dat elk geval (elke vluchteling) zorgvuldig geanalyseerd moet worden om ervoor te zorgen dat extremisten of criminelen die zich voordoen als vluchtelingen niet binnen kunnen komen. Hoe dan ook, deze kwesties betekenen dat een angst voor massa- immigratie vanuit moslimlanden tot op zekere hoogte gerechtvaardigd is.”

In termen van veiligheid zei Zijne Heiligheid dat de veiligheid van de burgers van een land een van de belangrijkste doelstelling is van een regering en adviseerde dat daar waar een vermoeden is over een immigrant, autoriteiten hen moeten controleren en toezicht dienen te houden totdat ze ervan overtuigd zijn dat ze geen bedreiging vormen.

Kritiek op degenen die de islam de schuld hebben gegeven van het ondermijnen van de vrede in de samenleving en het aanwakkeren van spanningen, zei Zijne Heiligheid dat “een rechtvaardig, intelligente en wijze persoon” naar beide kanten van het verhaal moet kijken en hun indruk van moslims en de islam niet mag baseren op geruchten.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“Analyseer of de slechte daden van sommige zogenaamde moslims worden gemotiveerd door de leer van de islam… Als wordt bewezen dat moslims die verkeerd doen, worden gemotiveerd door hun religie, dan kan worden gezegd dat de zorgen van extreemrechts gerechtvaardigd zijn. Maar wat als hun daden niets met de islam te maken hebben? Wat als anti-islamitische groepen haatdragende mythen verspreiden die alleen gebaseerd zijn op fantasie in plaats van feiten?”

Daarna nam Zijne Heiligheid enkele van de meest voorkomende en valse beschuldigingen tegen de islam weg. Zijne Heiligheid verwees rechtstreeks naar de Heilige Koran en de leer van de profeet van de islam (moge de vrede en de zegeningen van God met hem zijn).

Sprekend over de valse beschuldiging dat de islam geweld en dwang toestaat, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“In hoofdstuk 10, vers 100 van de Heilige Koran, spreekt Allah de Almachtige, terwijl Hij zich wendt tot de Heilige Profeet van de islam (moge de vrede en de zegeningen van God met hem zijn), dat als Hij wilde dan had Hij zijn wil kunnen opleggen en iedereen er toe dwingen om de islam te accepteren. Maar in plaats daarvan gaf Allah de Almachtige de voorkeur aan de vrije wil om te zegevieren.”

Zijne Heiligheid verwees naar hoofdstuk 18 vers 30 als een ander vers dat de vrijheid van godsdienst benadrukt, en verklaart:

“Hij die geloven wil, gelooft, en hij die niet geloven wil, gelooft niet.”

Toen hij zijn toespraak afsloot, zei het hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap dat alle wegen die op zoek waren naar vrede, waren afgelegd op één na.

Echte vrede vereist het geloof dat de hele mensheid verenigd is als onderdeel van de schepping van God de Almachtige.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“Dag na dag beweegt de mensheid zich verder weg van religie en spiritualiteit en de resultaten zijn angstaanjagend. Het is mijn vaste overtuiging dat het geloof in God de Almachtige het enige middel van verlossing is en de enige manier om echte vrede tot stand te brengen, zowel op nationaal als internationaal niveau. En dus is het mijn diepste verlangen en vurig gebed dat de wereld haar Schepper gaat erkennen en Zijn ware leer gaat volgen.”

Eerder op de dag sprak Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad, direct de leden van de Lajna Imaillah (hulporganisatie voor vrouwen) toe en reageerde op critici van de islam die beweerden dat de islam de belangrijke rol van vrouwen in de geschiedenis niet heeft erkend.

Integendeel, Zijne Heiligheid zei dat de rol van vrouwen en de offers die ze hebben gebracht omwille van het geloof voor eeuwig in de geschiedenis zouden worden vastgelegd.

Zijne Heiligheid noemde ook talrijke voorvallen van grote opofferingen door de vroege moslimvrouwen ten tijde van de profeet van de islam (moge de vrede en de zegeningen van God met hem zijn) en ook, in dit tijdperk, de rol en offers die vrouwen van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap hebben gebracht omwille van de islam. Hij zei dat ze voorbeelden waren van het geven van voorrang aan iemands geloof boven alle wereldse zaken.

Na de formele afsluiting van de gebeurtenissen van de dag, ontmoette Zijne Heiligheid verschillende delegaties uit het buitenland, waaronder een grote delegatie van Arabische Ahmadi Moslims en gasten.

De Heilige Koran over de instelling van het Kalifaat

Wij lezen in de Heilige Qor’aan in Surat-ul-Baqarah, vers 31 over de instelling van het Khalifaat het volgende: “En toen uw Heer tot de engelen zeide: “Ik wil een stedehouder op aarde plaatsen”, zeiden zij: “wilt Gij er iemand plaatsen die er onheil zal stichten en bloed zal vergieten, terwijl wij U verheerlijken met de lof die U toekomt en Uw Heiligheid prijzen? antwoorde Hij: “Ik weet wat gij niet weet”.

Het woord “Khalifa”, dat “plaatsvervanger” of “stedehouder” betekent, is afgeleid van het woord Galafa, dat betekent “hij kwam nل” of “hij kwam in de plaats van”. Het woord “Khalifa” wordt in drie verschillende betekenissen gebruikt: Ten eerste, iemand die later komt en iemand vervangt, ten tweede, een Imam of een godsdienstig hoofd, en ten derde, een heerser, regeerder of koning. Het woord wordt ook gebruikt voor iemand die vََr iemand anders komt en door de laatstgenoemde wordt opgevolgd.

Hazrat Adam, die ongeveer 6000 jaar geleden leefde wordt gewoonlijk beschouwd als de eerste mens die door God op deze aarde was geschapen. Dit gezichtspunt wordt echter niet gesteund door een grondige studie van de feiten. De waarheid is dat de wereld verschillende stadia in de schepping en beschaving heeft doorgemaakt en dat Hazrat Adam, de voorvader van het tegenwoordige menselijke ras, alleen de eerste schakel was in de tegenwoordige cyclus en niet de eerste mens in de schepping van God. Naties zijn opgekomen en ten onder gegaan, beschavingen zijn verschenen en verdwenen. Er kunnen andere Adams zijn geweest voor onze Adam, andere rassen kunnen hebben geleefd en kunnen ten onder zijn gegaan, en evenzo kunnen er andere cyclussen van beschaving zijn verschenen en verdwenen. Dit standpunt is ook ingenomen door eminente Moslim geleerden, Muhyi al-Din ibn ‘Arabi, de grote mysticus, zegt dat hij zichzelf eens in een droom zag terwijl hij een rondgang in de Ka’ba maakte. In deze droom verscheen een man voor hem die er aanspraak op maakte een van zijn voorouders te zijn. “Hoe lang geleden bent u gestorven? “vroeg ibn ‘Arabi. De man antwoordde: “Meer dan veertigduizend jaar”. “Maar deze periode is veel groter dan die welke ons van Adam scheidt “zei ibn ‘Arabi. De man antwoordde hierop: “over welke Adam spreekt u? Over de Adam die het dichtst bij u staat, of over een andere Adam?” “Toen herinnerde ik mij”, zegt Ibn Arabi, “het gezegde van de Heilige Profeet (vzmh) dat God niet minder dan 100.000 Adams heeft geschapen en sprak ik tot mijzelf: “Misschien was deze man, die er aanspraak op maakte een van mijn voorouders te zijn, een van de vorige Adams”.

Als we de periode van het nageslacht van iedere Adam op gemiddeld 7000 jaar stellen, dan moet de leeftijd van het menselijke ras op grond van het gezegde van de Heilige Profeet (vzmh) dat hier is aangehaald, op 700 miljoen jaar worden gesteld, en dit is alleen de leeftijd van het nageslacht van de Adams, terwijl geen rekening is gehouden met de rassen die mogelijk voor de schepping van de eerste Adam hebben bestaan en zijn heengegaan. In tegenstelling hiermee zien wij dat de moderne wetenschap de leeftijd van het menselijke ras op een miljoen jaar stelt.

De Beloofde Messias, de Heilige stichter van de Ahmadiyya Beweging in de Islam, heeft in een van zijn toespraken gezegd: “Wij volgen de Bijbel niet bij het standpunt dat de wereld met de geboorte van Adam begon, zes – of zevenduizend jaar geleden, en dat er hiervoor niets was en dat God toen als het ware niets deed. Ook maken wij er geen aanspraak op dat het gehele mensdom dat nu in verschillende delen van de wereld wordt gevonden de nakomelingen zijn van een en dezelfde Adam. Integendeel, wij gaan er van uit dat deze Adam niet de eerste mens was. Het mensdom bestond zelfs vََr hem, waar- op de Heilige Qor’aan zelf wijst in het vers “Ik wil een Khalifa op aarde plaatsen “. Als “Khalifa” “opvolger” betekent is het duidelijk dat de mensen zelfs vََr Adam bestonden. Daarom kunnen we niet zeggen of de oorspronkelijke bewoners van Amerika, Australië, enz. het nageslacht zijn van deze laatste Adam, of een Adam die voor hem is heengegaan”. (Deze aanhaling van de Beloofde Messias lezen wij in Al Hakam van 30 mei 1908).

Het woord “Khalifa” dat over Hazrat Adam in het aangehaalde Qor’aanvers wordt gebezigd verwijst naar het feit dat hij een overblijfsel of een opvolger was van het oude ras en door God was uitverkoren een nieuw ras tot leven te brengen. Het woord betekent ook een stedehouder van God – een Imam of leider die door God werd benoemd om een speciale opdracht te vervullen.

Men zal opmerken dat het woord “Khalifa” dat in dit Qor’aanvers wordt gebruikt de betekenis van een profeet heeft; want waarlijk spekende profeten zijn ook de “Khalifa’s” van God, die de goddelijke eigenschappen uiteenzetten in overeenkomst met de eisen van hun tijd. Het woord “Khalifa” zoals al eerder is uiteengezet, heeft in feite drie betekenissen:

Ten eerste wordt het gebruikt om een profeet van God aan te geven. Profeten zijn als het ware, de afbeeldingen van God. Hazrat Adam was in deze betekenis ook een Khalifa genoemd.
Wij lezen namelijk in de Heilige Qor’aan in hoofdstuk 38, vers 27: “O David, wij hebben u als stedehouder op aarde aangewezen”.

Ten tweede wordt het woord “Khalifa” gebruikt voor een volk dat via een ander volk komt en er voor in de plaats treedt.

Ten derde worden ook de opvolgers van een Profeet Khalifa’s genoemd omdat zij in zijn voetsporen treden en zijn wet versterken en eenheid onder zijn volgelingen handhaven.

Zo’n Khalifa kan door de mensen worden gekozen; door de Profeet worden benoemd, of rechtstreeks door God worden opgewekt als een profeet die de zaak van de voorafgaande profeet dient. Hazrat Abu Bakr was een Khalifa van de Heilige Profeet (vzmh) die door de mensen na hem was gekozen. Hazrat Mozes benoemde Aaron als zijn Khalifa toen hij de berg opging. Wij lezen in de Heilige Qor’aan in hoofdstuk 7, vers 143, namelijk:
“En Mozes zeide tot zijn broeder Aaron: “Wees mijn plaatsvervanger onder mijn volk in mijn afwezigheid en beheer wel en volg de weg der onruststokers niet”.
Hoewel Hazrat Aaron zelf een profeet was, trad hij ook op als Khalifa tijdens de afwezigheid van Mozes. Op gelijke wijze doet God soms een profeet opstaan om de volgelingen van een andere profeet te hervormen. Zo’n profeet brengt geen nieuwe wet, maar bekrachtigt alleen de bestaande wet. Omdat hij het werk van zijn voorganger uitvoert wordt hij “Khalifa” of opvolger genoemd. Hij is niet door zijn voorganger benoemd, noch door zijn volk gekozen, maar is direct door God aangesteld. Er zijn onder de Israëlieten veel van dergelijke Khalifa’s geweest. Zij waren profeten van God, maar brachten geen nieuwe wet en dienden slechts de wet van Mozes. Wij lezen hierover in hoofdstuk 5, vers 45:
“Waarlijk, wij zonden de Torah neder, waarin leiding en licht was, waarmede de profeten die gehoorzaam waren rechtspraken voor de Joden en de rabbijnen en de wetgeleerden, omdat hun de bewaking van Allah’s Boek was opgelegd en zij waren daarvan getuigen”.
Jezus was de laatste van deze Khalifa’s. Hij bracht geen nieuwe wet, zoals hij zelf zegt:
“Denk niet dat ik ben gekomen om de wet of de profeten te ontbinden, ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want waarlijk ik zeg u: eer de hemelen en de aarde zullen vergaan zal niet één komma of letter van de wet veranderen, totdat alles zal zijn geschied”. Dat lezen wij in Matth. hoofdstuk 5., de verzen 17 en 18.

Aan de Moslims zijn al deze drie soorten van Khalifa’s beloofd. Wij lezen namelijk in het Heilige Boek, hoofdstuk 24., vers 56: “Allah heeft aan degenen onder u die geloven en goede werken verrichten beloofd, dat Hij u hen voorzeker tot stedehouders op aarde zal stellen, zoals Hij degenen die voor hen waren tot stedehouders maakte en dat Hij de godsdienst, die Hij voor hen heeft gekozen, zeker zal bevestigen, en dat Hij hun na hun vrees, vrede en veiligheid zal geven”.

God maakte de Moslims tot erfgenamen van de aarde tijdens het leven van de Heilige Profeet (vzmh). Toen vestigde Hij na de Heilige Profeet (vzmh) het khalifaat van Hazrat Abu Bakr, Umar, Uthman en Ali, en tenslotte heeft Hij Hazrat Ahmad tot een Khalifa van de Heilige Profeet (vzmh) gemaakt in dezelfde betekenis als Hij Jezus tot Khalifa van Mozes maakte. Hazrat Ahmad heeft het profeetschap bereikt door het volgen van de voetstappen van de Heilige Profeet (vzmh) en heeft geen nieuwe wet gebracht. Hij is opgewekt om de Islam te dienen en deze over de wereld te verspreiden. De belofte van de vestiging van het Khalifaat is duidelijk en onmiskenbaar. Omdat thans de Heilige Profeet (vzmh) de enige leiding is voor de mensheid voor alle tijden, moet zijn khalifaat op de een of andere wijze in de wereld tot het einde der tijden voortbestaan.

Onze tijd heeft haar grootste geestelijke Khalifa gezien in de persoon van Hazrat Ahmad, de Beloofde Messias, de stichter van de Ahmadiyya Beweging in de Islam. Het Khalifaat is een grote goddelijke zegening. Zonder het Khalifaat kan er geen solidariteit, samenhang en eenheid onder de Moslims bestaan en zij kunnen zonder het Khalifaat geen werkelijke vooruitgang maken.

Als de Moslims geen gepaste waardering voor het Khalifaat opbrengen door onvoorwaardelijke steun en gehoorzaamheid aan hun Khalifa’s te betuigen zullen zij deze grote goddelijke gunst verbeuren en het misnoegen van God op zich laden.

Khilafat en Goddelijke leiding

Hazrat Maulvi Noer-ud-Din zei in zijn toespraak van 27 december 1911:

“Het is alleen door de Genade van God dat ik in staat ben om deze last te dragen. U kunt geen idee hebben van mijn lijden of van de last die op mijn schouders is gelegd”

In de Heilige Qor’aan, hoofdstuk 24:56, lezen wij:

“Allah heeft aan degenen onder u die geloven en goede werken doen beloofd dat Hij hen voorzeker tot stedenhouders op aarde zal aanstellen, zoals Hij degenen die voor hen waren tot stedenhouders maakte, en dat Hij de godsdienst die Hij voor hen gekozen heeft zeker zal bevestigen, en dat Hij hen na hun vrees, vrede en veiligheid zal geven. Mij zullen zij aanbidden en niets met Mij vereenzelvigen, maar wie daarna het geloof verwerpen zullen overtreders zijn”

Hieruit leren we heel duidelijk dat het Islamitische begrip van leiderschap niet alleen wereldse macht inhoudt om zich van zijn taak te kwijten, doch dat het veel meer de goddelijke leiding is die het in staat stelt zijn taak tot succes te brengen. Het boven geciteerde vers beschrijft het juiste begrip van het Islamitische leiderschap in de hoedanigheid van wereldlijke en geestelijke opvolger van de Heilige Profeet v.z.m.h. . Het vers zet ook duidelijk uiteen dat Allah zelf de taak op Zich heeft genomen om khalifa’s aan te stellen of uit te kiezen met behulp van tussenpersonen die deze verkiezing tot stand brengen. Het is geen erfelijk ambt. En Allah belooft tevens dat door middel van deze khalifa’s de godsdienst versterkt zal worden totdat wederom vrede, rust en veiligheid stevig op aarde gevestigd zal zijn.

Slechts het onvoorwaardelijk geloof in de Eenheid van God en hun vast vertouwen in de leiding die God hun zendt zullen de khalifa’s tot steun zijn. De autoriteit die hun van de zijde van het volk, de gemeente, wordt gegeven komt op de tweede plaats. De khalifa’s die op deze wijze geestelijke en wereldlijke macht in zich verenigt, en die door Allah hiertoe uitverkoren en geleid wordt, kan onder geen enkele omstandigheid uit deze macht gezet worden.

De eerste vier opvolgers van Heilige Profeet v.z.m.h. van de Islaam, Hazrat Abu Baker, Hazrat Umar, Hazrat Usman, Hazrat Ali, alsmede de opvolgers van de Beloofde Messias, Hazrat Maulvi Noer-ud-Din, Hazrat Mirza Bashir-ud-Din Mahmud Ahmad, Hazrat Mirza Nasir Ahmad en tegenwoordige khalifa, Hazrat Mirza Tahir Ahmad vallen allen binnen deze wet.

Een groep Moslims vroeg Hazrat Usman af te treden, want volgens hen was hij niet tegen zijn taak opgewassen. Dit was echter zonder resultaat en ook de rebellie tegen Hazrat Ali liep op niets uit. Dit bewijst overduidelijk de goddelijk bescherming van het ambt. In de recente geschiedenis zien we dat in de geschiedenis van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap de rebellie van Khwaja Kamal-ud-Din en Mohammad Ali wel leidde tot een splitsing in de Ahmadiyya Gemeenschap, doch dat de groepering onder leiding van de door Allah aangewezen khalifa tot werkelijk grote bloei kwam, en dat het werk dat Allah tot stand wil brengen alleen door deze groepering tot werkelijke bloei kon komen.

Het is jammer dat het overgrote deel van de Moslims tegenwoordig niet het belang van het khalifaat onderschrijven. Zij denken dat alleen werkelijke leiders van belang zijn. Zij denken dat de Islaam een politiek systeem voorstaat en dat het gebruik van geweld binnen dit systeem in overeenstemming is met de geest van de Islaam. Wij zijn er de getuigen van welke treurige gevolgen deze ideeën voor Moslims in de wereld thans hebben. Op dit wanbegrip de wereld uit te helpen, heeft Allah in Zijn oneindige Genade en Wijsheid Hazrat Mirza Ghulam Ahmad als Mahde en Beloofde Messias onder de Moslims doen opstaan. En Hij heeft hem tevens de middelen verschaft om de wereld de oorspronkelijke glorie van de Islaam te tonen. Zijn opvolgers ,zijn  khalifa’s, tonen ons de ware aard van het khalifaat. Geestelijk leiderschap gaat ver uit boven het leiden van de dagelijkse gebeden of het in audiëntie ontvangen van volgelingen. De Islamitische khalifa is de leider van de gelovigen aanvoerder van getrouwe dienaren van God in alles wat goed is. Hij is de opvolger van de Heilige Profeet v.z.m.h, en als zodanig de vertegenwoordiger van Allah in deze wereld. Hij is geen koning, hij is zelfs gewoon onderdaan, maar hij is iemand die gehoorzaamd moet worden door koningen en presidenten als deze Allah’s zegen over hun werk willen afsmeken. Hij is een mens en dus niet zonder menselijke tekortkomingen. Toch bekleedt hij een ambt en een positie die Allah’s speciale aandacht hebben; want hij is aangesteld om Allah’s wil uit te voeren, de mensheid te dienen en hun zielen te zuiveren, door zijn voorbeeld, gebeden en wijsheid. Daarom kunnen we zeggen dat een ieder die zich tegen de door Allah aangestelde khalifa verzet, zich tegen Allah Zelf opstelt.

De gelovigen moeten onder leiding van de khalifa hun strijd leveren tegen aanvallen van binnenuit of van buitenaf. De khalifa is hun schild. De tenuitvoerlegging van de wet en het in praktijk brengen van hun geloof komt tot de gelovigen door een Profeet of door een khalifa. Deze laatste heeft de taak de gelovigen te inspireren en te leiden, zodat dit uiteindelijk tot het succes van de Islaam zal leiden.

De Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in de Islaam is slechts een kleine gemeenschap, en toch door de zegeningen van Allah en de gezamenlijke inspanning van de volgelingen onder khalifaat hebben de Ahmadi’s iets tot stand gebracht wat de rest van de Moslim gemeenschap niet in staat is geweest tot stand te brengen. Ik doel hier op het tabligwerk (zendingswerk) dat zich tot bijna alle landen van de wereld heeft uitgebreid. Zij zouden dit nooit hebben kunnen volbrengen als zij niet de inspirerende leiding van hun khalifa hadden gehad, en als zij niet de discipline hadden kunnen opbrengen om hem onvoorwaardelijk te gehoorzamen. Deze houding van de leden van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap is het gevolg van hun onwankelbaar geloof in de Ene Almachtige, Alwetende God, Die in oneindige wijsheid alles beheerst. Dit onwankelbaar geloof is het touw van Allah waarmee alle Ahmadi’s samengebonden zijn. Houdt allen tezamen vast aan dit touw van Allah, want alleen hierdoor, door khalifaat, zal de mensheid naar vrede en veiligheid worden geleid.

Ik roep hierbij alle Moslims over de gehele wereld op zich te scharen onder de door Allah aangestelde khalifa en hun verschillen, hun onderling twisten te vergeten voor een groter doel, namelijk de vestiging van de Islaam in de wereld met vredige middelen. Hebt een rotsvast geloof in de Eenheid en Almacht van God. Schaart u onder de leiding van zijn Khalifa.