Nieuwe leden van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in Duitsland hebben de Eer gehad om een Virtuele Ontmoeting te hebben met het Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap.

5 JANUARY, 2021  Persbericht

Vrouwelijke bekeerlingen van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap vertellen hun verhaal en zoeken de begeleiding van Zijne Heiligheid

Op 3 januari 2021, heeft het Wereldwijde Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Kalief, Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Hasroor Ahmed een virtuele online ontmoeting gehad met 25 leden van Lajna Imaillah Duitsland die recentelijk zijn bekeerd tot de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap.

Zijne Heiligheid zat de ontmoeting voor vanuit zijn kantoor in Islamabad, Tilford, terwijl de nieuwe bekeerlingen deze bijwoonden vanuit de Baitus Subuh complex in Frankfurt, die dient als het Nationaal Hoofdkwartier van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in Duitsland.

Het evenement begon met het reciteren en vertalen van verzen uit de Heilige Koran, gevolgd door een gedicht in Urdu van de Beloofde Messias (vrede zij met hem) en de vertaling daarvan.

De rest van de ontmoeting, heeft elke bekeerling zichzelf voor kunnen stellen en kunnen spreken met Zijne Heiligheid, sommigen stelden vragen terwijl anderen hun persoonlijke verhaal vertelden over waarom zij de Islam hebben geaccepteerd en toegetreden zijn tot de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap.

Zijne Heiligheid vroeg aan sommige bekeerlingen of zij klaar waren om de ontberingen en de religieuze oppositie van hun families en de maatschappij in brede zin te kunnen verdragen. Allen verklaarden dat zij klaar waren voor welk offer dan ook wat nodig zal zijn inzake van hun geloof en zij denken aan de gebeden van Zijne Heiligheid voor de continuïteit van hun spirituele proces.

Een van de bekeerlingen vertelde dat zij een Sikh achtergrond heeft en dat haar familie tegen haar toetreding was en dat zij niet wilden dat zij een hoofddoek zou dragen of de Islam zou praktiseren. Zij vroeg begeleiding over hoe zij op hen zou moeten reageren.

Als antwoord zei, Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“Vertel uw familie dat “zolang als mijn religie bestaat, zal ik mijn religie praktiseren sinds ik de Islam heb geaccepteerd als de ware religie.’ Maar probeer nooit te discussiëren, ruzie te maken of te vechten met hen op welke manier dan ook. Behandel hen met respect, speciaal uw ouders en ben ook beleefd tegen uw broers en zussen, maar verlaat nooit de leer van de Islam. Blijf de leer van de Islam praktiseren en bid tot Allah de Almachtige dat hij hun gedachten en harten zal veranderen.”

In antwoord op een reactie van een Ahmadi Moslim dame, die recentelijke is toegetreden tot de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, drukte haar angst uit dat zij misschien te kort zal schieten in vergelijking tot diegenen die geboren Ahmadi Moslims zijn, stelde Hazrat Mirza Masroor Ahmad gerust en zei:

“Elke Ahmadi Moslim heeft tekortkomingen. Heb niet het gevoel dat u iets tekort doet. U zult misschien wel beter zijn dan sommige geboren Ahmadi Moslims.”

Als antwoord op een vraag over het verbeteren van iemands aandacht ten aanzien van de vijf dagelijkse gebeden, adviseerde Hazrat Mirza Masroor Ahmad dat wanneer het hoofdstuk Al-Fatiha, welke het openingshoofdstuk wordt gereciteerd, zij de gedeeltes “Gij alleen aanbidden wij en Gij alleen smeken wij om hulp,” en “Begeleid ons op het rechte pad.” moeten herhalen.

Een ander persoon vroeg: Hoe weten wij of een droom alleen ons onderbewuste vertegenwoordigt of dat het een ware droom is. Als antwoord zei Zijne Heiligheid, dat ondanks dat vele dromen een product zijn van ons onderbewuste en dagelijkse ervaringen, hebben sommige dromen een veel grotere impact op de ontvanger. Zijne Heiligheid zei dat als bekeerlingen zulke dromen hebben, waarvan zij voelen dat er een diepere betekenis achter zit, dat zij de droom dan aan hem moeten schrijven of aan iemand die zij vertrouwen.

Een bekeerling zei dat door de Covid-19 restricties, nieuwe bekeerlingen niet in staat zijn om voordeel te hebben van de omgeving van de Moskeeën die kortgeleden gesloten zijn. Zij vroeg hoe zij thuis een Islamitische atmosfeer kunnen creëren, terwijl zij leven te midden van familieleden die geen Moslim zijn.

Als antwoord zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad dat de hedendaagse technologie middelen biedt om verbonden te blijven met het Kalifaat en zo iemands spirituele en religieuze kennis kan verbeteren. Het Ahmadiyya Moslim Gemeenschap TV kanaal, MTA International, is bij voorbeeld breed toegankelijk en Zijne Heiligheid zei dat zij zichzelf moeten verbinden met diens programma’s en met de websites van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap om hun kennis te verbeteren. Zijne Heiligheid adviseerde om regelmatig contact te hebben met andere Ahmadi Moslims om hun kennis te delen en regelmatig met hen te converseren.

Een vrouw noemde dat getrouwd was voor zij is toegetreden en dat haar man een niet-Moslim is gebleven. Toen Zijne Heiligheid vroeg of haar relatie met haar man goed was, vertelde zij dat hij haar toetreding niet fijn vindt, zij blijft echter positief en blijft het goede van haar keus zien. Zijne Heiligheid zei dat zij door moest gaan zoals zij deed en moet bidden voor haar man, dat hij ook een Ahmadi Moslim zal worden. Hij vertelde dat zij zorgzaam moet blijven en van haar man moet blijven houden en zelfs nog meer dan voorheen zodat hij de positieve impact zal herkennen van het feit dat zij de Islam heeft geaccepteerd.

Zijne Heiligheid is ook gevraagd door de moeder van een jong kind, hoe zij kan verzekeren dat de morele opvoeding van haar dochter zo zal zijn dat zij opgroeit tot een gelovige Ahmadi Moslim.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“Wanneer uzelf een goed Ahmadi Moslim zal worden, dan zal uw dochter ook een goede Ahmadi Moslim worden… Bid voor haar dat Allah haar goed zal maken. Wanneer zij zeven jaar oud geworden is, laat haar dan samen met u bidden en laat haar de Heilige Koran lezen. Vertel haar wat de Islam is, waarom de Heilige Profeet ( vrede en zegeningen zijn met hem) is gestuurd als laatste (wetgevende) Profeet en hoe hij de Islam heeft verspreid en hoe hij daarna, volgens zijn profetie, de Beloofde Messias (vrede en zegeningen zij met hem) is gestuurd als zijn ware dienaar. Hij heeft weer verklaard dat de ware leer van de Islam vereist dat u de rechten van Allah en de rechten van Zijn creaties vervult. Leer uw dochter kleine en eenvoudig te begrijpen aspecten van het Islamitische geloof. Leer haar de gebeden en de verklaring van het geloof en geef haar het juiste voorbeeld en behandel haar vriendelijk en vertel haar vrome en goede dingen. Op deze manier zal haar opvoeding op de beste manier gedaan worden.”

Leden Waqfe Nau van Mauritius hebben de Eer van een Virtuele Ontmoeting met het Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap

Leden Waqfe Nau van Mauritius hebben de Eer van een Virtuele Ontmoeting met het Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap

December 15, 2020 persberichten

”Mensen van verschillende naties zullen lijden, ongeacht of ze rechtstreeks betrokken zijn bij de wereldoorlog of niet” – Hazrat Mirza Masroor Ahmad.

Op 13 december 2020 hield het Wereldwijde Hoofd van de Ahmadiyya Moslims Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad, een virtuele online ontmoeting met mannelijke leden van het Waqf-e-Nau Plan van Mauritius.

Zijne Heiligheid zat de bijeenkomst voor vanuit zijn kantoor in Islamabad, Tilford, terwijl de Waqf-e-Nau leden meededen vanuit de Darus Salaam moskee in Rose Hill, die dienst doet als het Nationale Hoofdkwartier van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in Mauritius.

Het evenement begon met de recitatie en vertaling van verzen van de Heilige Quran, gevolgd door een gedicht en een kort rapport over de activiteiten van de Waqf-e-Nau in Mauritius.

Voor de rest van de één uur durende ontmoeting, hadden de Waqf-e-Nau leden de gelegenheid om Zijne Heiligheid een reeks aan vragen te stellen over hun geloof en hedendaagse problemen.

Zijne Heiligheid werd gevraagd hoe kinderen konden voorkomen verslaafd te raken aan hun telefoons of tablets.

In antwoord, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

”Het is een kwestie van begrip en prioriteit. Elke Ahmadi Moslim zou moeten begrijpen dat het zijn belangrijkste verplichting is om de vijf dagelijkse gebeden te verrichten – niet enkel om het gebed te verrichten, maar om de liefde van Allah de Almachtige te bereiken. Dus wanneer je je realiseert dat het doel van je bestaan is om Allah de Almachtige te aanbidden, dan zul je de voorkeur geven aan dat hoofddoel.”

Hazrat Mirza Masroor Ahmad vervolgde:

”Ouders zouden ook te allen tijde moeten opletten om te zien wat hun kinderen aan het doen zijn. Een kind van 10 jaar oud zou niet meer dan één uur moeten besteden aan een mobiele telefoon of online spelletjes. Spelletjes buitenshuis zijn veel beter, aangezien ze kunnen helpen in het verbeteren van je gezondheid. Dus het is ook de taak van de ouders dat ze moeten opletten dat hun kinderen niet te veel tijd spenderen aan mobiele telefoons en hen zich te laten realiseren, met liefde en vriendelijkheid, dat ze een doel hebben en dat ze zouden moeten proberen om dat doel te bereiken in plaats van hun tijd te verspillen aan online games.”

Zijne Heiligheid werd ook gevraagd naar de problemen die een eiland zoals Mauritius zouden kunnen teisteren in geval van een Derde Wereldoorlog.

Als antwoord, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

”Of Mauritius nou rechtstreeks betrokken is bij een toekomstige wereldoorlog of niet, dat maakt niet uit, want tegenwoordig is de wereld zoals een mondiaal dorp (global village) en alle landen zijn afhankelijk van elkaar. Dus als er een wereldoorlog heerst en je een voedselproduct hebt dat wordt geïmporteerd, dan zal het lastig zijn om die voedselproducten te krijgen. Als je handelt met een land dat door de wereldoorlog is getroffen en hun economie is verzwakt, dan zal Mauritius de effecten ook voelen. Dus mensen van verschillende naties zullen lijden, of ze nou rechtstreeks betrokken zijn bij de wereldoorlog of niet.”

Vervolgend, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

”Deze interdependentie zal betekenen dat ieder land zal lijden, omdat economisch de hele wereld de crisis zal voelen. Bijvoorbeeld, de 2008 economische crisis trof Mauritius ook. Ook al zijn er maar heel weinig gevallen van coronavirus in Mauritius, maar toch is ook Mauritius getroffen. De economie is niet zo goed als ze was toen de dagen normaal waren, en dus zal hetzelfde gebeuren tijdens en na een wereldoorlog.”

Een ander jong Waqf-e-Nau lid vroeg Zijne Heiligheid hoe ze zouden moeten reageren als de politici van een land corrupt zijn.

In antwoord, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

”Als je het gevoel hebt dat je leiders en regering hun verantwoordelijkheden niet goed uitvoeren, dan zou je moeten proberen om goede mensen te vinden en je recht om te stemmen gebruiken en die mensen in de regering brengen die niet corrupt zijn – zij die eerlijk en oprecht zijn naar het land.”

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei verder:

‘Als je persoonlijk iemand kent die vroom, oprecht en eerlijk naar het land is, gebruik dan je stem voor hem of voor haar. Maar het is heel moeilijk om onder de politici een persoon te vinden die waar en oprecht naar het land is. De enige oplossing is dat je zelf zou moeten meedoen in een verkiezing en te proberen de complete politieke atmosfeer van het land te veranderen en verbeteren.”

In antwoord op een vraag over de mogelijkheid van buitenaards leven, gaf Hazrat Mirza Masroor Ahmad aan:

”Zelfs de Beloofde Messias (vrede zij met hem) heeft gezegd dat er een behoorlijk aantal andere sterrenstelsels zijn en dat het geheel mogelijk is dat er leven is in een ieder van die andere sterrenstelsels en planeten. Maar we weten voor nu niet de actuele positie van ze. Sommige geleerden zeggen dat van de verzen van de Heilige Quran we afleiden dat een tijd zal komen wanneer er een signaal zal zijn van andere planeten naar onze aarde en dan zal er een wederzijdse communicatie zijn, maar hoe het zal gebeuren en wanneer het zal gebeuren, Allah weet beter, maar er is leven daar.”

Een andere vraagsteller vroeg of de recente Amerikaanse verkiezingen op enige wijze impact zouden hebben op wanneer een Derde Wereldoorlog zou kunnen plaatsvinden.

In antwoord, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

”Als een wereldoorlog in Allah’s plan is en het voorbestemd is te gebeuren, dan zal het gebeuren. Het doet er niet toe of de Amerikaanse President verandert. Niettemin, als de politici verstandig zijn dan kan het worden vertraagd maar uiteindelijk, aangezien de wereld hun verantwoordelijkheden vergeet, zij niet de leerstellingen aan hun gegeven door Allah de Almachtige volgen, zij niet hun verplichtingen verschuldigd jegens Allah de Almachtige en jegens medemensen uitvoeren, dan zou Allah’s toorn en straf kunnen komen in de vorm van een wereldoorlog. Het doet er niet toe wie de Amerikaanse President is – Biden, Trump of wie dan ook.”

Hazrat Mirza Masroor Ahmad vervolgde:

”Maar we moeten bidden dat Allah de Almachtige genade heeft met ons en dat zo een oorlog niet moge plaatsvinden in onze levensduur en dat Allah de Almachtige de gedachten van mensen verandert en dat ze de leerstellingen van islam accepteren en accepteren wat Allah de Almachtige zegt. Anders, onder de huidige omstandigheden, ongeacht wie de President is, lijkt het alsof het gaat gebeuren. Wanneer? Allah weet beter.”

Zijne Heiligheid werd ook gevraagd naar hebzucht en hoe die kan worden overwonnen.

In een veelomvattend antwoord, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

”Allah de Almachtige zegt dat je tevreden moet zijn. Tevredenheid telt. De Heilige Profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) heeft gezegd dat wanneer je iemand ziet die vroom is, die God vrezend is, die zich houdt aan alle geboden van Allah de Almachtige, probeer hem dan te volgen en bid tot Allah de Almachtige dat Hij ook jou die status geeft en je zou ook hard moeten strijden voor dat. Maar als je een wereldse persoon ziet die heel welvarend is en die een miljonair is, maar hij voert niet zijn verantwoordelijkheid jegens zijn medemensen uit maar is enkel geld aan het opeenhopen en verzamelen en zich de rechten van anderen aan het toe-eigenen, bid dan tot Allah de Almachtige dat Allah de Almachtige je van dit redt en volg niet dat voorbeeld.”

Hazrat Mirza Masroor Ahmad vervolgde:

”Vandaag, omdat de overgrote meerderheid van mensen materialistisch zijn, dus zijn ze hun verantwoordelijkheden vergeten jegens hun Schepper. Dat is waarom ze hebzuchtig zijn. Hadden ze hun verplichtingen jegens hun Schepper gekend, dan zouden ze zich niet hebben gedragen zoals dit. Dus wij als Ahmadi Moslims zouden deze banner moeten nemen en deze boodschap naar allen overal in het land en de wereld verspreiden, dat we de verplichtingen zouden moeten uitvoeren die we Allah en onze medemensen verschuldigd zijn.”

De virtuele ontmoeting concludeerde met een stil gebed geleid door Zijne Heiligheid.  

Het Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap spreekt over de Langdurige Destabiliserende Consequenties van de Covid-19 Pandemie

Zijn Heiligheid dringt er op aan dat Ahmadi Moslims zichzelf informeren en de wereld informeren over de dringende behoefte om af te zien van onrecht en zich naar God de Almachtige

Op Nieuwjaarsdag, heeft het Wereldwijde Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Kalief, Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad zijn aandacht gericht op de ontberingen waar de mensheid in het afgelopen jaar mee is geconfronteerd en hij zei dat de mensheid zich moet realiseren dat dit een waarschuwing is van God de Almachtige voor de mensheid om op te houden met onrechtvaardigheden.

Sprekend vanuit de Mubarak Moskee in Islamabad, Tilford tijdens de Vrijdag Ceremonie op 1 januari 2021, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“Vandaag is de eerste dag van het nieuwe jaar en het is ook het eerste Vrijdag  Gebed en daarom moeten wij speciaal bidden dat dit jaar een zegening blijkt voor de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de wereld en de mensheid. Dat wij mogen voldoen aan onze verplichtingen en ons meer richten naar God de Almachtige en onze normen van aanbidding verhogen. Dat de mensen in de wereld, terwijl zij beseffen wat het doel van hun creatie is, voldoen aan de rechten van anderen, dat zij voldoen aan hun verplichtingen aan God de Almachtige in plaats van de rechten van anderen te overmeesteren. Mogen zij voldoen, volgens de aanbevelingen van God de Almachtige, aan de rechten van anderen. Wanneer materialistische mensen nalaten dit te doen, zal God de Almachtige de aandacht vestigen op hun verplichtingen op Zijn eigen manier. Mogen wij en de mensen in de wereld dit belangrijke punt begrijpen en ons leven goed maken voor deze wereld en de volgende”

Reflecterend op de ongekende veranderingen die de wereld het afgelopen jaar heeft gezien, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“In het afgelopen jaar hebben wij een extreem boosaardige en gevaarlijke ziekte onder ogen moeten zien. Geen een land is vrij van de pandemie en dit heeft voor het ene land meer gevolgen gehad dan voor het andere. Het lijkt er echter op dat de meerderheid in de wereld niet wenst te overwegen dat het mogelijk is dat deze pandemie een teken is van Allah de Almachtige hoe wij onze verplichtingen en verantwoordelijkheden moeten vervullen. Zij wensen niet te overwegen dat Allah de Almachtige ons probeert wakker te schudden, ons te leiden en ons te laten realiseren wat onze taken zijn.

Zijne Heiligheid heeft afgelopen zomer gezegd dat hij heeft geschreven naar verschillende wereldleiders om de aandacht te vestigen op de waarschuwing van de oprichter van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Beloofde Messias (vrede zij met hem) dat natuurlijke rampen en pandemieën het resultaat zijn van overtredingen en toenemende onrechtvaardigheden tegen de mensheid en afzien van de  rechten van God de Almachtige.

Zijne Heiligheid zei dat ondanks dat sommige leiders hebben gereageerd op de brief om hun verlangen naar vrede uit te drukken, zij in werkelijkheid alleen vaag en diplomatiek hebben gereageerd zonder de onderliggende boodschap voor een spirituele en morele hervorming waar te nemen. Zijne Heiligheid zei dat zij het religieuze aspect in zijn brief niet hebben geraakt waarmee Zijne Heiligheid de aandacht op vestigde om de vervulling van de verplichtingen die aan God de Almachtige verschuldigd zijn als middel om vrede te bereiken.

Commentaar gevend op het politiek leiderschap van vandaag de dag, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“Waar Covid-19 de gezondheid van mensen beïnvloedt, is er tevens een enorm economische impact. Dit breekt in feite de ruggen van vele rijke en machtige naties. Wereldse mensen zien maar één oplossing hiervoor. Wanneer zij het punt bereikt hebben dat hun economie is vernietigd, zullen zij proberen beslag te leggen op de rijkdom en economie van andere kleinere landen en zullen zij proberen om hen te verstrengelen in hun web en dan met een of ander excuus hun rijkdom overmeesteren. Om dit te bereiken, zullen zij een blok vormen en zulke allianties zijn al gecultiveerd. Een koude oorlog zal opnieuw verschijnen. In feite is al gezegd dat het op een of andere manier al is begonnen en het is zeker mogelijk dat er uiteindelijk een uitbraak komt waarbij legers en wapens zullen leiden tot een catastrofe.

Reflecterend op hoe zelfhervorming verplicht is vóór iemand een ander advies kan geven, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“Dit jaar zal alleen een jaar van felicitatie aan elkaar kunnen zijn wanneer wij onze verantwoordelijkheden vervullen door andere mensen te informeren en zich te laten realiseren wat hun verantwoordelijkheden naar God zijn en naar elkaar. Het is voor de hand liggend dat gezien dit alles, wij naar onze eigen toestand moeten kijken. Wanneer wij de Beloofde Messias (vrede zij met hem) in ons leven hebben geaccepteerd moeten wij eerlijk onszelf afvragen of onze eigen morele toestand zo is dat wij onze verplichtingen aan God de Almachtige vervullen? Zijn wij de rechten van de mens alleen aan het vervullen voor het belang van Allah? Of, is het zo dat wij in dat geval het nog steeds nodig hebben om onszelf te hervormen en te verheffen tot de liefde voor anderen in ons hart?

Hazrat Mirza Masroor Ahmad gaat verder:

“Dus, elke Ahmadi Moslim zal moeten luisteren naar het feit dat zij gegarandeerd de verantwoordelijkheid van een grote taak en ten aanzien van het vervullen ervan, zij in de eerste plaats een atmosfeer van liefde, affectie en broederschap in hun eigen Ahmadi Moslim omgeving moeten creëren en dan de wereld onderbrengen onder deze vlag, welke is opgericht door de Heilige Profeet Mohammed (vrede en zegeningen zijn met hem), welke de vlag de Eenheid van Allah de Almachtige is”.

Adviserend aan Ahmadi Moslims om een belofte te doen over morele hervorming, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“Elke Ahmadi Moslim man, vrouw, jongere, kind of ouder persoon zou dit jaar met begrip een belofte moeten doen dat zij hun hele vermogen moeten gebruiken om een spirituele en morele revolutie in de wereld teweeg te brengen. Dat Allah het mogelijk maakt dat elke Ahmadi Moslim dit doet.”

Aan het einde van de Vrijdag Ceremonie sprak Zijne Heiligheid over de voortdurende vervolging van Ahmadi Moslims in Algerije en Pakistan. Zijne Heiligheid roept Ahmadi Moslims op om te bidden dat God de daders van de wreedheden brengt naar gerechtigheid.

Sprekend over hen die blasfemie gebruiken als wet om Ahmadi Moslims valselijk te vervolgen om de naam van de Heilige Profeet Mohammed (vrede en zegeningen zijn met hem) hoog te houden zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“In werkelijkheid gebruiken de mensen die ons vervolgen, de naam van de persoon die vereerd is met de titel “Genade voor de mensheid” lasterlijk. In werkelijkheid, zijn Ahmadi Moslims degenen die hun levens opofferen voor het belang van de eer van de Heilige Profeet Mohammed (s)… Dus, deze materialistische mensen kunnen ongerechtigheid gebruiken door wereldse regeringen en rijkdom tegen ons in te zetten. Zij zullen zich echter moeten herinneren dat wij geloven in die God Die ‘een excellente Beschermer en een excellente Helper’ is.”

Hazrat Mirza Masroor Ahmad concludeerde door te herinneren dat de ware oorzaak van vieringen waren in de tijd dat velen de dageraad van het nieuwe jaar aan het vieren zijn.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“De ware viering zal zijn wanneer het hele mensdom de waarden van de mensheid hooghoudt: wanneer de wraak tussen mensen verandert in liefde.”

Persbericht – Het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap(aba) houdt een historische zitting met Jamia Ahmadiyya Indonesië

“Wij zijn niet de mensen die wapens dragen, die geweren of messen vasthouden, maar wij zijn de mensen die ons in gebed ter aarde werpen voor Allah de Almachtige…” – Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba)

Op 31 oktober 2020 zei het internationale Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) het volgende:

Nadat Zijne Heiligheid(aba) werd gevraagd hoe er gereageerd zou moeten worden tegen degenen die de Beloofde Messias(as) bespotten of slecht over hem spreken, legde hij uit dat het niet alleen de Beloofde Messias(as) die ten onrechte het doelwit was, maar ook de Heilige Profeet van de Islam(s) in deze tijd op een wrede wijze wordt aangevallen door de tegenstanders van de Islam en religie.

Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) zei:

“Degenen die doelbewust en kwaadwillig de Heilige Profeet Mohammed(s) of de Beloofde Messias(as) aanvallen, zullen door Allah de Almachtige Zelf worden bestraft – of het nu in dit leven of in het Hiernamaals is. Als het gaat om onze reactie, als Ahmadi Moslims, moeten we volgen wat de Beloofde Messias(as) ons heeft geleerd. Hij instrueerde dat zijn volgelingen geduld moesten tonen in tijden van tegenspoed. Hij leerde dat we nooit op dezelfde manier op geweld of wreedheid mogen reageren en we nooit geweld mogen gebruiken als anderen hem bespotten of belasteren, ongeacht hoeveel liefde we in ons hart voor hem hebben.”

Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) zei verder:

“Natuurlijk is de gezegende persoon die we meer liefhebben dan enig ander, zelfs meer dan de Beloofde Messias(as), de Heilige Profeet Mohammed(s) , en tegenwoordig worden in Frankrijk en bepaalde andere Europese landen, spotprenten gepubliceerd waarin de Heilige Profeet(s) wordt bespot. Wat zou onze reactie hierop moeten zijn? Het is dat we Durood (begroetingen) op de Heilige Profeet(s) moeten aanroepen, zelfs meer dan voorheen en met steeds grotere bezieling. Onthoudt dat wanneer we Durood aanroepen, we ook bidden voor het spirituele nageslacht van de Heilige Profeet(s) en onder zijn spirituele nageslacht is de Beloofde Messias(as) van de hoogste rang. Daarom is het onze plicht om met Durood te antwoorden wanneer mensen de Heilige Profeet(s) of de Beloofde Messias(as) bespotten of belachelijk maken.”

Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba) zei verder:

“Daarnaast moeten we persoonlijk de hoogst mogelijke morele normen in acht nemen, zodat degenen die bespotten op een natuurlijke wijze tot zwijgen worden gebracht als ze zien dat we in reactie op hun beschimpingen vreedzaam reageren door op elk moment de ware leerstellingen van de Islam uit te dragen. Ze zullen zien dat Ahmadi Moslims degenen zijn die vrede, liefde en tolerantie in de samenleving verspreiden. Zij zullen beseffen wanneer zij hatelijk tegen ons spreken, dat wij daartegenover met liefde en vriendelijkheid reageren. Dit is namelijk de reactie die wordt onderwezen door de Heilige Koran.”

Verder zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad(aba):

“Daarom zou onze reactie altijd zo zijn, dat we ons spiritueel hervormen en onszelf verbeteren, ons ter aarde werpen voor Allah de Almachtige en bidden dat Allah de tegenstanders van de Islam leidt, zodat ze kunnen afzien van het bespotten van onze geliefden – zowel de Beloofde Messias(as) en die persoon die de hoogste positie van de gehele mensheid bezit – de Heilige Profeet van de Islam(s). Onthoudt, wat wij ook wensen, wij moeten het alleen bij Allah de Almachtige zoeken. Het is niet aan ons om geweld of hardheid te gebruiken op welke manier dan ook. Wij zijn niet de mensen die wapens dragen, die geweren of messen vasthouden, maar wij zijn de mensen die ons in gebed ter aarde werpen voor Allah de Almachtige, ons spiritueel en moreel verbeteren en begroetingen aanroepen op de Heilige Profeet(s).”

Een elementaire studie van de Islam

Dit boek geeft een introductie tot de vijf fundamentele artikelen van het islamitische geloof. Geloofspunten waar alle moslims in geloven: de Eenheid van God, engelen, profeten, de heilige boeken en het leven na de dood. Dit boek legt uit wat de filosofie is van deze geloofspunten en benadrukt de onderscheidende kenmerken van de Islam. In het bijzonder benadrukt de schrijver het universele karakter van de Islam dat deze in staat stelt om mensen van verschillende naties in de wereld te verenigen. De auteur eindigt met een oproep aan de leiders van de wereldgodsdiensten: “Het zoeken naar vrede is een zaak van menselijk voortbestaan en moet als zodanig niet licht worden opgevat.”

Voor meer informatie, bezoek hier onze site voor de volledige tekst

BEL EEN MOSLIM

24/7 ISLAM HOTLINE

Dialoog doorbreekt barrières!

 

Als het in Nederland over de godsdienst van de Islam gaat komt bij velen een negatief beeld naar boven. Een beeld dat wordt gevoed door aanslagen in Europa en gebeurtenissen in verre landen als Saoedi-Arabië en Iran. Een beeld dat niets van doen heeft met het alledaagse leven van een, zichzelf aan de ware leerstellingen van de Islam onderwerpende, Moslim in Nederland. Middels de #BelEenMoslim campagne brengen wij u graag in contact met Nederlandse moslims over het gehele land. Wij staan klaar om uw vragen over de Islam te beantwoorden en eventuele misvattingen weg te nemen.

Lees meer en download gratis:

HET ANTWOORD VAN DE ISLAM OP HEDENDAAGSE VRAAGSTUKKEN

Het antwoord van de Islam op hedendaagse vraagstukken is een lezing gegeven in het Queen Elizabeth Il Conference Centre (London) door Hazrat Mirza Tahir Ahmad, het hoofd van de internationale Ahmadiyya Moslim Gemeenschap. Gebaseerd op de leerstellingen van de Heilige Koran, betoogt de spreker het volgende:

  • Zwaarden kunnen gebieden winnen, maar niet harten. Kracht kan hoofden buigen, maar niet gedachten;
  • De rol van vrouwen is niet die van bij vrouwen in harems noch die van een gezelschap dat gevangen is tussen de vier muren van hun huizen;
  • Rijke naties verschaffen hulp onder voorwaarden en toch blijft de rijkdom stromen in de richting van de rijken terwijl de armen dieper in het rood zinken;
  • Religie behoeft niet de overheersende wetgevende autoriteit te zijn in de politieke aangelegenheden van een staat;
  • Ongeacht de dooi in de Koude Oorlog, is de kwestie van oorlog en vrede niet uitsluitend afhankelijk van de betrekkingen tussen de supermachten;
  • Zonder God kan er geen vrede zijn.

24/7 ISLAM HOTLINE

Moslims of niet-moslims?

Door: Suhaib Akmal

De eerste definitie van een ‘moslim’ die de Heilige Profeet (vrede zij met hem) zelf heeft gegeven luidt: 

الْمُسْلِمُ مَنْ سَلِمَ الْمُسْلِمُونَ مِنْ لِسَانِهِ وَيَدِهِ 

“Een moslim is hij, van wiens hand en tong andere moslims veilig zijn.” (Sahih Muslim 41, Boek 1, Hadith 69) 

In deze overlevering verwijst de ‘tong’ naar de woorden, en de ‘hand’ naar de daden. Volgens de Heilige Profeet (vrede zij met hem) is een ware moslim dus iemand van wiens woorden en daden andere moslims veilig zijn. Hoe dan ook, Ahmadi-moslims zijn de grootste slachtoffers van de tong van de hedendaagse moslims en worden beschuldigt om ongelovig te zijn. De Heilige Profeet heeft bovendien gezegd: 

وَلَعْنُ الْمُؤْمِنِ كَقَتْلِهِ، وَمَنْ رَمَى مُؤْمِنًا بِكُفْرٍ فَهْوَ كَقَتْلِهِ 

“Wie een gelovige beschuldigt van ongeloof staat het gelijk als dat hij hem heeft vermoord.” (Sahih Bukhari Volume 8, Boek 78, Hadith 647) 

De Heilige Profeet vrede zij met hem) heeft duidelijk benadrukt wat het betekent om een gelovige te beschuldigen van ongeloof. Maar toch zijn het de moslims die op de dag van vandaag voorstanders zijn van takfir en de Ahmadis beschuldigen van ongeloof. Ook heeft de Heilige Profeet (vrede zij met hem) gezegd: 

من دعا رجلا بالكفر، أو قال: عدو الله، وليس كذلك إلا حار عليه 

“Als iemand een ander beschuldigt van ongeloof of hem de vijand van Allah noemt, zulk een beschuldiging zal tot hem (de beschuldiger) terugkeren indien de beschuldigde onschuldig is.” (Sahih Bukhari en Sahih Muslim) 

Dit betekent dat als een gelovige, een andere gelovige beschuldigt van ongeloof, het tot hem zal terugkeren en hemzelf een ongelovige zal maken. Dit toont aan dat de Heilige Profeet (vrede zij met hem) de gevaren van takfir duidelijk heeft benadrukt. Volgens de Heilige Koran en Ahadith zijn Ahmadis moslims en niemand kan deze waarheid ontkennen omdat de Heilige Profeet (sa) getuige is hiervan: 

قَالَ ابْنُ أَبِي مَرْيَمَ أَخْبَرَنَا يَحْيَى، حَدَّثَنَا حُمَيْدٌ، حَدَّثَنَا أَنَسٌ، عَنِ النَّبِيِّ صلى الله عليه وسلم. وَقَالَ عَلِيُّ بْنُ عَبْدِ اللَّهِ حَدَّثَنَا خَالِدُ بْنُ الْحَارِثِ قَالَ حَدَّثَنَا حُمَيْدٌ قَالَ سَأَلَ مَيْمُونُ بْنُ سِيَاهٍ أَنَسَ بْنَ مَالِكٍ قَالَ يَا أَبَا حَمْزَةَ، مَا يُحَرِّمُ دَمَ الْعَبْدِ وَمَالَهُ فَقَالَ مَنْ شَهِدَ أَنْ لاَ إِلَهَ إِلاَّ اللَّهُ، وَاسْتَقْبَلَ قِبْلَتَنَا، وَصَلَّى صَلاَتَنَا، وَأَكَلَ ذَبِيحَتَنَا، فَهُوَ الْمُسْلِمُ، لَهُ مَا لِلْمُسْلِمِ، وَعَلَيْهِ مَا عَلَى الْمُسْلِمِ. 

“Wie dan ook zegt, ‘Er is niemand aanbiddingswaardig behalve Allah’, wendt tot de Qibla tijdens het bidden, net als ons de gebeden verricht en onze geslachte dieren eet, dan is diegene een moslim, en heeft dezelfde rechten en plichten zoals andere moslims hebben.” (Sahih Bukhari, Hadith 393) 

Een soortgelijke overlevering luidt:

 مَنْ صَلَّى صَلاَتَنَا، وَاسْتَقْبَلَ قِبْلَتَنَا، وَأَكَلَ ذَبِيحَتَنَا، فَذَلِكَ الْمُسْلِمُ الَّذِي لَهُ ذِمَّةُ اللَّهِ وَذِمَّةُ رَسُولِهِ، فَلاَ تُخْفِرُوا اللَّهَ فِي ذِمَّتِهِ 

“Wie net als ons het gebed verricht, wendt tot de Qibla tijdens het bidden en van onze geslachte dieren eet is een moslim en is onder Allah’s en zijn Profeet’s bescherming. Dus bedrieg Allah niet door hen te bedriegen die in zijn bescherming zijn.” (Sahih Bukhari, Hadith 391) 

Volgens deze overlevering zijn Ahmadis niet alleen moslim, maar zijn bovendien onder de bescherming van Allah en de Heilige Profeet (vrede zij met hem). Met deze woorden waarschuwt de Heilige Profeet de moslims om niet anderen uit te maken als ongelovigen. Ahmadis geloven in al hetgeen staat vermeld in deze overleveringen, toch worden zij beschuldigd. Allah vertelt ons in de Heilige Koran: 

“O, gij die gelooft, wanneer gij voor Allah’s zaak oprukt, onderzoekt dan en zegt niet tegen iemand die u met de vredesgroet begroet: “Gij zijt geen gelovige” (Hoofdstuk 4, Vers 95)

Bovendien staat in de Heilige Koran vermeld:

قَالَتِ الۡاَعۡرَابُ اٰمَنَّا

De Arabieren zouden zeggen, “Wij geloven”. Oftewel zij maakten deze verklaring met betrekking tot hun eigen geloof. Maar Allah zegt hierop:

قُلۡ لَّمۡ تُؤۡمِنُوۡا وَ لٰکِنۡ قُوۡلُوا اَسۡلَمۡنَا وَ لَمَّا یَدۡخُلِ الۡاِیۡمَانُ فِیۡ قُلُوۡبِکُمۡ

“Zeg: “Gij gelooft nog niet, maar zegt liever: Wij hebben ons onderworpen want het geloof is uw hart nog niet binnengedrongen.” (49:15)

Deze Arabieren uit de woestijn dachten misschien te geloven, maar Allah vermeldt dat het ware geloof niet in hun harten was gekomen. Desondanks beveelt Allah de Heilige Profeet (vrede zij met hem) niet om hen als niet-moslim te verklaren. En verteld dat ze in plaats daarvan kunnen zeggen: “We hebben de islam geaccepteerd” of “Wij zijn moslims”. Dus Allah maakt duidelijk dat hoewel deze Arabieren de hogere niveaus van het geloof niet hadden bereikt, hadden ze wel het recht om zichzelf moslim te noemen. Dit is de ongelooflijke zorg die de Koran de Heilige Profeet (vrede zij met hem) de moslims opdraagt bij het verklaren van anderen als ongelovigen. Deze zorg en belangstelling werd ook zichtbaar toen de Heilige Profeet (vrede zij met hem) zei:

‏ اكْتُبُوا لِي مَنْ تَلَفَّظَ بِالإِسْلاَمِ مِنَ النَّاسِ ‏‏‏

“Schrijf de namen van de mensen op die hebben aangekondigd moslim te zijn.” (Sahih Bukhari, Kitabul Jihad, Bab Kitabatil Imamin Nas)

Er wordt hier geen instructie gegeven: Vraag hen eerst wat ze geloven over de finaliteit van het profeetschap. De criteria was daarentegen eenvoudig: als ze zichzelf moslim noemen, zouden ze als moslims moeten worden beschouwd.

Een gebeurtenis dat plaatsvond in het leven van de Heilige Profeet (sa) luidt:

Het is overgeleverd dat een man kwam bij de Heilige Profeet (vrede zij met hem) en vroeg: “Stel ik kom een ongelovige tegen en we vechten, en hij treft mijn hand met zijn zwaard en hakt het af en zoekt vervolgens een schuilplaats onder een boom en zegt: “Ik geef over aan Allah (oftewel ik wordt moslim).’ Zou ik hem kunnen doden nadat hij dit heeft gezegd O’ Allah’s Boodschapper? Allah’s Boodschapper zei: “Je zou hem niet moeten doden” Al Miqdad zei, “O Allah’s Boodschapper maar hij had een van mijn twee handen afgehakt, en zij vervolgens pas die woorden?” Allah’s Boodschapper antwoordde je zou het niet moeten doden, voor als je hem doodt, zou hij als een moslim worden gerekend en jij als een ongelovige.” (Sahih Bukhari 4019) 

Zie het prachtige antwoord van de Heilige Profeet (vrede zij met hem)! 

Het argument dat veel moslims maken is dat Ahmadi-moslims geloven in een Profeet na de Heilige Profeet Mohammed (vrede zij met hem) en dat dit geloofspunt hen buiten de Islam zet. Dit is echter een misverstand, voor uitleg op dit onderwerp bekijk sectie: Profeet na Mohammed

Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (vrede zij met hem) schrijft: “Vrees de Almachtige God en houdt uw tong in bedwang waarmee u mij een ongelovige noemt. Voorzeker de Almachtige God weet dat ik een Moslim ben. Ik getuig dat er niemand waardig is te worden aanbeden, behalve Allah, de Ene zonder deelgenoot; en ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en Boodschapper is. Vrees Allah en zeg niet: U bent géén Moslim. Vrees de Koning naar wie u zal worden teruggebracht.” (Izala-e-Auham, Ruhani Khaza’in, vol.3, blz. 102.) 

Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (vrede zij met hem) schrijft verder: “Geen deel van mijn doctrine is in tegenstelling tot de geboden van Allah en zijn Profeet (vrede zij met hem). Als iemand zulks denkt moet het komen door zijn misverstand. Wie mij nog steeds ziet als een kafir, en niet weerhoudt om mij zulks te noemen, moet onthouden dat hij ter verantwoording zal worden gehouden na zijn dood. Ik roep God, de Glorierijke, tot getuige dat ik zulk standvastig geloof in God en zijn Boodschapper heb dat als het geloof van alle mensen van deze eeuw zou worden gezet aan een kant en mijn geloof aan de andere kant, dan zou, door Allah’s genade, mijn geloof bewezen zijn om zwaarder te wegen.”

Leider van grootste moslimorganisatie toont begrip voor ongerustheid van de bestaande bevolking over immigratie

Voor opgemaakte persbericht, klik op plaatje: 

“Ons doelstelling moet niets anders zijn dan het vestigen van vrede in elke dorp, plaats en stad van elke natie in de wereld”– Hazrat Mirza Masroor Ahmad

  • Hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap houdt een grensverleggende en veelbetekenende toespraak over de Europese immigratiecrisis – hij roept immigranten op bij te dragen aan de maatschappij en de lokale bevolking om mededogen te tonen. 
  • Internationale moslimleider zegt dat ferme actie en strenge straffen van de autoriteiten nodig zijn tegen immigranten die vrouwen mishandelen of lastigvallen. 
  • Hazrat Mirza Masroor Ahmad sprak over veiligheidsuitdagingen van de massa- immigratie. 
  • De Kalief noemt de opkomst van extreem- rechts een bedroevende trend die de vrede en stabiliteit van de wereld bedreigt. 
  • Moslimleider zegt dat vrede alleen tot stand zal komen door de erkenning dat alle mensen ‘de kinderen van God’ zijn. 
  • De Kalief sprak ook duizenden moslimvrouwen aan over de grote offers die vrouwen in de loop van de geschiedenis hebben gebracht.

Op zaterdag 8 september 2018 hield het internationale hoofd van de Ahmadiyya Moslimgemeenschap, de Vijfde Kalief, Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad een grensverleggende en veelbetekenende toespraak over de wereldwijde immigratiecrisis en de daaropvolgende opkomst van extreemrechts in de Westerse wereld voor een publiek van meer dan 1.000 hoogwaardigheidsbekleders en gasten op de tweede dag van de 43e jaarlijkse bijeenkomst (Jalsa Salana) van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in Duitsland.

Zijne heiligheid merkte de steun voor extreemrechts en nationalisme in recente tijden op en zei dat de samenleving niet moet terug deinzen voor kwesties die tot verdeeldheid leiden, integendeel, men zou moeten proberen om onderliggende oorzaken aan te pakken die dergelijke spanningen ten onrechte in stand houden. Zijne Heiligheid zei dat waar er sprake is van massa- immigratie, de autoriteiten ervoor moeten zorgen dat de rechten van de bestaande bevolking niet worden aangetast en dat immigranten moeten proberen zo snel mogelijk aan het werk te gaan.

Tijdens zijn krachtige toespraak, maakte Zijne Heiligheid verschillende suggesties, gebaseerd op de islamitische leer, over hoe we spanningen in de samenleving tussen mensen met verschillende etnische en religieuze achtergronden kunnen bezweren. Zijne Heiligheid reageerde ook op, en weerlegde, de valse beschuldigingen dat de islam een gewelddadige religie is en dat moslims de neiging hebben om vrouwen te misbruiken vanwege hun geloof.

Over een gevoel van angst gesproken die Duitsland en andere westerse naties door immigratie in de grip houdt, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“Veel plaatselijke bevolkingen zijn bang dat hun veranderende samenlevingen hun begrip overstijgt. Ze zijn ook van mening dat de middelen van hun land onevenredig worden aangewend ten gunste van immigranten. Hoewel de term ‘immigrant’ wordt gebruikt, is ‘Islam’ in werkelijkheid het probleem voor de meeste mensen, en het feit dat de overgrote meerderheid van immigranten in Europa moslims zijn die vluchten van de door oorlog verscheurde landen in het Midden-Oosten.”

Zijne Heiligheid verwees naar een recent rapport dat immigranten schuldig waren aan een hoog percentage van seksuele misdrijven in Zweden.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“Helaas suggereerde een recent rapport dat een groot aantal verkrachtingen of poging tot verkrachting in een westers land door immigranten werd gepleegd. God weet beter of de cijfers kloppen, maar wanneer dergelijke rapporten openbaar worden gemaakt, heeft dit ook gevolgen voor andere landen en blijven de zorgen en angsten van de plaatselijke bevolking toenemen.”

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei voorts:

“Laat ik, met dit gegeven, het stellig duidelijk maken dat elke moslim die de eer van een vrouw schendt of haar op enige manier misbruikt, volledig tegen de leer van de islam handelt. Islam beschouwt dergelijk gedrag als kwaad en heeft buitengewoon strenge straffen opgelegd aan degenen die schuldig zijn aan dergelijke immorele en verwerpelijke misdaden.”

Verder sprak Zijne Heiligheid zich uit over veiligheidsproblemen in verband met massa- immigratie en de enorme financiële inspanning die vereist zijn om immigranten op grote schaal opnieuw te vestigen. Hij zei dat dergelijke kwesties direct moeten worden geconfronteerd en rationeel moeten worden besproken, zodat oplossingen worden gevormd die de angsten van de bestaande burgers verlichten.

Verwijzend naar de kosten van de hervestiging van asielzoekers, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“Mensen die hun leven hebben geleefd en hun belastingen in een land hebben betaald, kunnen terecht vragen of het eerlijk is dat hun bijdragen aan de staat worden besteed aan het hervestigen van buitenlandse immigranten, in tegenstelling tot het financieren van projecten die gunstig zijn voor de bestaande bevolking.”

Zijne Heiligheid zei dat de vluchtelingen uit zichzelf moeten beschouwen dat zij ‘dank verschuldigd’ zijn ten opzichte van hun gastlanden en de bestaande bevolking, en de manier om de gunst terug te betalen is dat “zij zo snel mogelijk een bijdrage moeten leveren aan de samenleving”, zelfs als de enige baan die zij kunnen krijgen basiswerk is.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“Het vinden van een baan door immigranten zal hen in staat stellen hun persoonlijke eer en waardigheid te behouden, en het zal ook een middel zijn om de last voor de staat te verlichten en de frustraties van de plaatselijke bevolking weg te nemen. Zeker, elke Moslim zou in gedachten moeten houden dat de Heilige Profeet van de islam (moge de vrede en de zegeningen van God met hem zijn) zei dat de gevende hand veel beter is dan degene die neemt.”

Zijne Heiligheid verklaarde ook dat immigranten in sommige gevallen betere voordelen ontvingen dan belastingbetalende burgers, wat leidde tot “een natuurlijke frustratie bij het publiek”.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad adviseerde regeringen die immigranten ontvangen en zei:

“Frustraties verdwijnen niet vanzelf, want waar er frustratie is, is er altijd een reactie. Daarom moet elke regering een verstandig en rechtvaardig beleid voeren dat rekening houdt met de rechten en eisen van zowel burgers als immigranten.”

Zijne Heiligheid loofde het besluit van de Duitse regering om een nieuw beleid te overwegen waarbij asielzoekers verplicht zouden worden om een jaar gemeenschapsdienst te verrichten wanneer zij zich vestigen in Duitsland. Zijne Heiligheid zei dat een dergelijk plan “het geloof zal inboezemen dat het de plicht van elke persoon is om hun gemeenschap te dienen en om de leden van de gemeenschap te helpen.”

In een oproep tot mededogen en sympathie voor hen die lijden onder onvervalste vervolging of overweldigd zijn door de oorlog en zij hierin onschuldig zijn, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“De maatschappij mag geen echte vluchtelingen verwerpen die geen blaam treft. De samenleving mag geen onschuldige mensen terzijde schuiven die alleen de mogelijkheid willen hebben om in vrede te leven, die goede burgers willen zijn en de wetten van het land willen volgen waarin zij leven. In plaats daarvan zouden we er moeten zijn om een helpende hand te bieden aan degenen wier leven is verbroken, die gekweld zijn en die volkomen hulpeloos, kwetsbaar en weerloos zijn. Laten we onze menselijkheid bewijzen. Laten we ons mededogen tonen. Laten we er zijn om de lasten te dragen van degenen die wanhopig in nood verkeren.”

Op het gebied van veiligheidsproblemen als gevolg van immigratie zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“Overal waar grootschalige migratie plaatsvindt, leidt dit onvermijdelijk tot veiligheidsproblemen. Inderdaad, het is bewezen dat verborgen tussen de echte vluchtelingen er immigranten zijn die de potentie hebben om grote schade aan te richten… Dit is iets waar ik in het verleden voor gewaarschuwd heb dat elk geval (elke vluchteling) zorgvuldig geanalyseerd moet worden om ervoor te zorgen dat extremisten of criminelen die zich voordoen als vluchtelingen niet binnen kunnen komen. Hoe dan ook, deze kwesties betekenen dat een angst voor massa- immigratie vanuit moslimlanden tot op zekere hoogte gerechtvaardigd is.”

In termen van veiligheid zei Zijne Heiligheid dat de veiligheid van de burgers van een land een van de belangrijkste doelstelling is van een regering en adviseerde dat daar waar een vermoeden is over een immigrant, autoriteiten hen moeten controleren en toezicht dienen te houden totdat ze ervan overtuigd zijn dat ze geen bedreiging vormen.

Kritiek op degenen die de islam de schuld hebben gegeven van het ondermijnen van de vrede in de samenleving en het aanwakkeren van spanningen, zei Zijne Heiligheid dat “een rechtvaardig, intelligente en wijze persoon” naar beide kanten van het verhaal moet kijken en hun indruk van moslims en de islam niet mag baseren op geruchten.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“Analyseer of de slechte daden van sommige zogenaamde moslims worden gemotiveerd door de leer van de islam… Als wordt bewezen dat moslims die verkeerd doen, worden gemotiveerd door hun religie, dan kan worden gezegd dat de zorgen van extreemrechts gerechtvaardigd zijn. Maar wat als hun daden niets met de islam te maken hebben? Wat als anti-islamitische groepen haatdragende mythen verspreiden die alleen gebaseerd zijn op fantasie in plaats van feiten?”

Daarna nam Zijne Heiligheid enkele van de meest voorkomende en valse beschuldigingen tegen de islam weg. Zijne Heiligheid verwees rechtstreeks naar de Heilige Koran en de leer van de profeet van de islam (moge de vrede en de zegeningen van God met hem zijn).

Sprekend over de valse beschuldiging dat de islam geweld en dwang toestaat, zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad:

“In hoofdstuk 10, vers 100 van de Heilige Koran, spreekt Allah de Almachtige, terwijl Hij zich wendt tot de Heilige Profeet van de islam (moge de vrede en de zegeningen van God met hem zijn), dat als Hij wilde dan had Hij zijn wil kunnen opleggen en iedereen er toe dwingen om de islam te accepteren. Maar in plaats daarvan gaf Allah de Almachtige de voorkeur aan de vrije wil om te zegevieren.”

Zijne Heiligheid verwees naar hoofdstuk 18 vers 30 als een ander vers dat de vrijheid van godsdienst benadrukt, en verklaart:

“Hij die geloven wil, gelooft, en hij die niet geloven wil, gelooft niet.”

Toen hij zijn toespraak afsloot, zei het hoofd van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap dat alle wegen die op zoek waren naar vrede, waren afgelegd op één na.

Echte vrede vereist het geloof dat de hele mensheid verenigd is als onderdeel van de schepping van God de Almachtige.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“Dag na dag beweegt de mensheid zich verder weg van religie en spiritualiteit en de resultaten zijn angstaanjagend. Het is mijn vaste overtuiging dat het geloof in God de Almachtige het enige middel van verlossing is en de enige manier om echte vrede tot stand te brengen, zowel op nationaal als internationaal niveau. En dus is het mijn diepste verlangen en vurig gebed dat de wereld haar Schepper gaat erkennen en Zijn ware leer gaat volgen.”

Eerder op de dag sprak Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad, direct de leden van de Lajna Imaillah (hulporganisatie voor vrouwen) toe en reageerde op critici van de islam die beweerden dat de islam de belangrijke rol van vrouwen in de geschiedenis niet heeft erkend.

Integendeel, Zijne Heiligheid zei dat de rol van vrouwen en de offers die ze hebben gebracht omwille van het geloof voor eeuwig in de geschiedenis zouden worden vastgelegd.

Zijne Heiligheid noemde ook talrijke voorvallen van grote opofferingen door de vroege moslimvrouwen ten tijde van de profeet van de islam (moge de vrede en de zegeningen van God met hem zijn) en ook, in dit tijdperk, de rol en offers die vrouwen van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap hebben gebracht omwille van de islam. Hij zei dat ze voorbeelden waren van het geven van voorrang aan iemands geloof boven alle wereldse zaken.

Na de formele afsluiting van de gebeurtenissen van de dag, ontmoette Zijne Heiligheid verschillende delegaties uit het buitenland, waaronder een grote delegatie van Arabische Ahmadi Moslims en gasten.

Het doel van de Jalsa Salana

Het doel van de Jalsa Salana (Jaarlijkse bijeenkomst)

De Beloofde Messias (as) schrijft in zijn boek “Asmani Faisala” (goddelijke besluit):

“Vrienden horen op deze datum te komen; om alleen religieuze onderwerpen te beluisteren en om deel te nemen in het gebed. Tijdens deze bijeenkomst zullen zulke waarheden en religieuze onderwerpen behandeld worden die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van het geloof, geloofsovertuiging en spiritualiteit.”

“Een tijdelijke voordeel van deze bijeenkomsten zal ook zijn dat ieder jaar de nieuwe broeders die de gemeenschap zullen binnentreden, op deze datum anderen broeders kunnen ontmoeten en elkaar kunnen leren kennen, zodoende zal de band van liefde en verbroedering blijven ontwikkelen.”

“Men zal bidden voor de vergiffenis van de broeder die in deze periode1 overleden is.”

“Men zal zich in de Goddelijke Majesteit inspannen om in geestelijke zin allen broeders tot eenheid te verenigen en hun onderlinge misverstand, onwetendheid en hypocrisie weg te nemen.”

“In deze spirituele bijeenkomst zullen er ook anderen spirituele zegeningen en voordelen zijn die Insha’Allah-ul Qadir  van tijd tot tijd gemanifesteerd zullen worden.”

Hoe kan er een profeet komen na Mohammed (vrede zij met hem)?

Door: Suhaib Ahmad Akmal

Bepaalde islamitische stromingen houden het geloof dat de Heilige Profeet Mohammed (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) absoluut de laatste profeet is en dat er na hem geen enkele profeet meer kan komen. Het zijn meestal de volgende verzen uit de Heilige Koran of Ahadith waarnaar wordt verwezen om te bewijzen dat het profeetschap nu ophoudt te bestaan:

– De Heilige Profeet Mohammed (vrede zij met hem) is خاتم النبيين (Khātāmān Nābbiyeen) – Zegel der Profeten (De Heilige Koran, hoofdstuk 33, vers 41)

– De Heilige Profeet Mohammed (vrede zij met hem) heeft gezegd: لاَ نَبِيَّ بَعْدِي (Lāā Nābiya Bādi) – Er is geen Profeet na mij (Sahih Bukhari)

– De Heilige Profeet Mohammed (vrede zij met hem) heeft gezegd: إِنِّي آخِرُ الأَنْبِيَاءِ – Ik ben de Laatste van de Profeten (Sahih Muslim)

ARGUMENT I: KHATAMUN NABBIYEEN

De Heilige Profeet Mohammed (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) is in de Heilige Koran Khatamun Nabbiyeen verklaard. De interpretatie van deze titel verschilt onder de islamitische stromingen. Het gehele vers luidt als volgt:

مَا كَانَ مُحَمَّدٌ أَبَا أَحَدٍ مِّنْ رِّجَالِكُمْ وَلَٰكِنْ رَّسُوْلَ اللَّهِ وَخَاتَمَ النَّبِيِّينَ ۗ وَكَانَ اللَّهُ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيْمًا

“Mohammed is niet de vader van één uwer mannen, maar de boodschapper van Allah en het zegel der profeten; Allah heeft kennis van alle dingen.” (Hoofdstuk 3, vers 41)

Het gebruik van het woord khātam

De term خاتم النبيين bestaat uit twee woorden: ‘khātam’ en ‘nabbiyeen’. Het woord nabbiyeen betekent profeten en het woord khātam bevat vele betekenissen volgens het Arabische woordenboek, waaronder: het zegel, een ring, het beste en het laatste. Het gebruik van dit woord door vroegere Arabieren bewijst dat dit woord gebruikt wordt om de status, rang en vooral de superioriteit van een persoon aan te duiden in zijn vakgebied:

Abu Tammam (188-231 A.H) was een dichter en is Khatamush Shu’ara genoemd, oftewel het Zegel der Dichters. Er is geen moslim die de betekenis geeft aan deze titel dat Abu Tammam de laatste dichter is en dat er geen dichter meer kan bestaan na hem. (Wafiyat-ul-Ayan, Volume 1)

Zelfs Abu Al-Tayyib is Khatamush Shu’ara genoemd, maar geen moslim die de betekenis geeft aan deze titel dat Abu Al-Tayyib de laatste dichter is van het universum. (Muqaddimah Diwan al-Mutanabbi)

De Heilige Profeet Mohammed (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) heeft eens Hazrat Alira Khatamul Auliya genoemd, oftewel het Zegel der Heiligen. Betekent deze titel dat er nu niemand meer een waliyullah (een vriend van God) kan worden na Hazrat Alira? Ook hier weten moslims dat het woord khātam niet de betekenis draagt van ‘het laatste’. (Tafsir e Saifi)

Ibn Hajar-al-Asqalani is Khatam-ul-Huffaz genoemd, oftewel Zegel der Onthouders. Er is geen moslim die gelooft dat Ibn Hajar al-Asqalani de laatste Hafiz is en dat er na hem geen Hafiz kan bestaan. (Titel-pagina van Tabaqat-ul-Mudallisin)

De Heilige Profeet Mohammedsa heeft Hazrat Ibn Abbasra Khatamul Muhajireen genoemd, oftewel Zegel der immigranten/vluchtelingen. Geen moslim die durft te beweren dat er geen immigranten en vluchtelingen zijn ontstaan na Hazrat Ibn Abbasra. De gehele Hadith luidt: “Zoals ik Khatamun Nabbiyeen ben, bent u Khatamul Muhajireen”. Beiden titels waarin het woord khātam is gebruikt moeten dezelfde betekenis dragen. Er is geen andere mogelijkheid dan tot de conclusie te komen dat deze titel de bijzondere rang aanduidt van beiden. (Kanzul Ummal Volume 6, Pagina 178)

Hier volgen nog een aantal voorbeelden waar het woord khatam is gebruikt door vroegere moslims:

Khatam-al-A’immah – Zegel der Religeuze leiders (Tafseer Alfatehah, p. 148), Khatam-atul-Mujahideen – Zegel der Kruisvaarders (Akhbar AlJami’atul Islamiyyah, Palestijn, 27 Muharram, 1352 hijrah), Khatam-atul-Muhaqqiqeen – Zegel der Onderzoekers (op de titelpagina van Commentary Roohul Ma’aanee), Khatam-al-Muhadditheen – Zegel der Overleveraars (‘Ijaalah Naafi’ah, vol. 1), Khatam-atul-Fuqahaa – Zegel der Juristen (Akhbaar Siraatal Mustaqeem Yaafaa, 27 Rajab, 1354 hijrah), Khatam-al-Mufassireen – Zegel der Commentators (Al Jaami’atul Islamia, 9 Jamadiy thaani, 1354 hijrah), Khatam-al-Hukkaam – Zegel der Heersers (Hujjatul Islam, p. 35), Khatam-al-Kamileen – Zegel van het Perfect (Gebruikt voor de Heilige Profeetsa – Hujjatul Islam, p. 35), Khatam-al-Kamaalaat – Zegel der Wonderen (Gebruikt voor de Heilige Profeetsa  – Ibid, p. 140), Khatam-al-Ausiyaa – Zegel der Adviseurs (Gebruikt voor Hazrat Alira Minar Al Hudaa, p. 106), Khatam-al-Mu’allimeen – Zegel der Leraren/Geleerden (Gebruikt voor de Heilige Profeetsa Alsiraatul Sawee door Allama Muhammad Sabtain).

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van het gebruik van het woord khatam door de vroegere moslims. In geen enkele van deze instanties kan het woord khatam genomen worden om te betekenen dat degene absoluut de laatste is om te verschijnen vanuit de groep. Noch geld dat voor de Heilige Profeetsa als Khatamun Nabbiyeen – Zegel der Profeten.

Jezusas (een profeet) moet nog komen na de Heilige Profeet Mohammedsa

Veel islamitische stromingen houden het geloof dat Khatamun Nabbiyeen betekent dat de Heilige Profeet Mohammedsa de Laatste der Profeten is en dat er na hem geen enkele profeet meer kan verschijnen. Tegelijkertijd geloven moslims ook dat Jezusas (een profeet) nog moet verschijnen. Deze twee geloofspunten zijn tegenstrijdig: aan de ene kant beweren dat de Heilige Profeet Mohammedsa de Laatste der Profeten is en daarnaast nog wachten op een profeet na Mohammedsa, namelijk Jezusas.

De Heilige Profeet Mohammedsa mag dan wel later zijn geboren dan Jezusas, maar dat maakt hem niet de laatste profeet als Jezusas nog terugkomt en na hem overlijdt. Bijvoorbeeld: als Ibrahim is geboren in het jaar 2000 en overlijdt in 2001 en Ahmed is geboren in 1998 en overlijdt in 2002, wie van hun wordt dan als ‘de laatste persoon’ gerekend? Degene die later is geboren of degene die later is gestorven? Uiteraard wordt degene als laatste persoon gerekend die later is gestorven.

Sommige moslims beweren dat Jezusas bij zijn wederkomst geen profeet zal zijn en andere moslims beweren dat hij wel een profeet zal zijn. Volgens de authentieke overleveringen van de Heilige Profeet Mohammedsa zal de Messias die in de Laatste Dagen zal verschijnen om de spirituele glorie van de Islam te herstellen wel een Nabi (een profeet) zijn. De Heilige Profeet Mohammedsa heeft gezegd:

حَدَّثَنَا هُدْبَةُ بْنُ خَالِدٍ، حَدَّثَنَا هَمَّامُ بْنُ يَحْيَى، عَنْ قَتَادَةَ، عَنْ عَبْدِ الرَّحْمَنِ بْنِ آدَمَ، عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ، أَنَّ النَّبِيَّ صلى الله عليه وسلم قَالَ لَيْسَ بَيْنِي وَبَيْنَهُ نَبِيٌّ – يَعْنِي عِيسَى – وَإِنَّهُ نَازِلٌ‏.‏

“Er is geen profeet tussen mij en hem, oftewel Jezus en hij zal nederdalen.” (Sunan Abi Dawud 4324)

Dit maakt duidelijk dat de Messias die zal verschijnen in de Laatste Dagen een profeet moet zijn. Het is belangrijk om hier te vermelden dat het hier niet om een wetgevende profeet gaat die een nieuwe sharia, boek of een nieuwe leer brengt. De Messias zal onderworpen zijn aan de Heilige Profeet Mohammedsa. Hij zal komen om de glorie van de Islam te herstellen. Dus Khatamun Nabiyeen kan nooit in de absolute zin de laatste profeet betekenen omdat de Heilige Profeet Mohammedsa zelf heeft geprofeteerd dat er nog een profeet na hem zal verschijnen. Als men kiest voor de betekenis ‘de laatste’ in de titel Khatamun Nabiyeen dan is de juiste interpretatie dat de Heilige Profeet Mohammedsa de laatste profeet is onder de wetgevende profeten. Er kan geen profeet meer komen met een nieuwe wet en een nieuwe religie. Wel kan er een profeet verschijnen die onderworpen en ondergeschikt is aan de wetgeving van de Heilige Profeet Mohammedsa.

In Sahih Muslim staat de volgende uitspraak van de Heilige Profeet Mohammedsa vermeld:

نَبِيُّ اللَّهُ عِيسَى وَأَصْحَابُهُ حَتَّى يَكُونَ رَأْسُ الثَّوْرِ لأَحَدِهِمْ خَيْرًا مِنْ مِائَةِ دِينَارٍ لأَحَدِكُمُ الْيَوْمَ فَيَرْغَبُ نَبِيُّ اللَّهِ عِيسَى وَأَصْحَابُهُ فَيُرْسِلُ اللَّهُ عَلَيْهُمُ النَّغَفَ فِي رِقَابِهِمْ فَيُصْبِحُونَ فَرْسَى كَمَوْتِ نَفْسٍ وَاحِدَةٍ ثُمَّ يَهْبِطُ نَبِيُّ اللَّهِ عِيسَى وَأَصْحَابُهُ إِلَى الأَرْضِ فَلاَ يَجِدُونَ فِي الأَرْضِ مَوْضِعَ شِبْرٍ إِلاَّ مَلأَهُ زَهَمُهُمْ وَنَتْنُهُمْ فَيَرْغَبُ نَبِيُّ اللَّهِ عِيسَى وَأَصْحَابُهُ إِلَى اللَّهِ

“Jezus, de Profeet van Allah, en zijn metgezellen zullen belegerd worden …. vervolgens zal Jezus, de Profeet van Allah, en zijn metgezellen wenden tot Allah …. vervolgens zal Jezus, de Profeet van Allah, en zijn metgezellen ….. en tenslotte zal Jezus, de Profeet van Allah, en zijn metgezellen opnieuw wenden tot Allah” (Sahih Muslim vol 4 pagina 2254)

In deze overlevering heeft de Heilige Profeet Mohammedsa niet de Jezus uit het verleden, maar de Jezus over wiens komst de Heilige Profeet Mohammedsa heeft voorspeld viermaal aangeduid met Nabiyullah, oftewel een Profeet van Allah. Dit maakt duidelijk dat de ‘Jezus’ die in de Laatste Dagen gaat komen een Profeet van Allah moet zijn.

Wij geloven dat de Heilige Profeet Mohammedsa Khatamun Nabiyeen is!

Ahmadi Moslims geloven in alle betekenissen die Khatamun Nabbiyeen omvat, maar een betekenis die zorgt voor tegenstijdigheden in de uitspraken van de Heilige Profeet Mohammedsa of in de Heilige Koran (het woord van God) wordt door ahmadi moslims niet ondersteund:

– Zegel der Profeten: vroegere profeten brachten een boodschap bestemd voor specifieke volken, maar de Heilige Profeet Mohammedsa bracht een leer bestemd voor het gehele mensdom. Door de komst van de Heilige Profeet Mohammedsa is religie en profeetschap vervolmaakt. Een profeet die nu zal verschijnen zal de afdruk en het zegel van de Heilige Profeet Mohammedsa moeten dragen.

– Beste der Profeten: de Heilige Profeet Mohammedsa bevat alle kwaliteiten van alle profeten. Hij overtreft alle profeten in uitmuntendheid. Zijn leer is perfect, beschermd en bestemd voor alle tijden en volkeren.

– Laatste der Profeten: de Heilige Profeet Mohammedsa is de laatste wetgevende profeet. Er kan nu geen enkele profeet verschijnen die de leer van de Heilige Profeetsa ongeldig kan verklaren, als er ooit iemand verschijnt zal dat ondergeschikt zijn aan de Heilige Profeet Mohammedsa.

Grammaticale analyse van khatam

De qira’at is ook een discussiepunt onder de moslims, sommige moslims vinden dat de ware qira’at van het woord khatim moet zijn en niet khatam. Hoewel de uitspraak van het woord geen invloed kan hebben op het standpunt van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap. De constructie van het woord khatam wordt in de Arabische grammatica aangeduid als Ism Alah en de constructie van het woord khatim wordt aangeduid als Ism Fa’il. Als resultaat, betekent khatam zegel, en khatim degene die verzegelt. Beide van deze betekenissen zijn gelijkwaardig toepasbaar aan de Heilige Profeetsa en zijn slechts verschillende manieren om het zelfde te zeggen, dat wil zeggen, degene die de waarachtigheid van de voorafgaande en toekomstige profeten getuigd.

Hiernaast moet men onthouden dat de qira’at anders dan de Hijazi qira’at niet direct afkomstig is van de Heilige Profeetsa. De reeks van overleveraars van de verschillende qira’at bereiken niet de metgezellen van de Heilige Profeetsa, er is geen bewijs van enig andere qira’at, anders dan de Hijazi qira’at, die overgeleverd is direct van de Heilige Profeetsa, waarin het woord duidelijk staat vermeld als khatam met een fatha’ op de ta en niet khatim.

Er was een incident dat plaats vond in de aanwezigheid van Hazrat Alira dat deze zaak opheldert:

وأخرج ابن الأنباري في المصاحف عن أبي عبد الرحمن السلمي قال: كنت اقرىء الحسن والحسين، فمر بي علي بن أبي طالب رضي الله عنه وأنا اقرئهما فقال لي: اقرئهما وخاتم النبيين بفتح التاء

“Abu Abdur Rahman overlevert dat hij Hazrat Hasan en Hussain les gaf. Eens liep Hazrat Ali bin Abu Talib langs toen de leraar hen les zat te geven, dus zij hij tegen hem (de leraar) “Leer hen Khatamun Nabbiyeen met een fatha’ op de ta” (Durre-e-Manthoor, onder 33:40)

Het woord komt van خ ت م en met een fatha’ op de ta spreek je het uit als khatam.

Hazrat Mirza Bashirudeen Mahmood Ahmadra schrijft in Tafsīr Kabīr Volume 10, Pagina 382:

“Dit was de fatwa van Hazrat ‘Alira dat de qira’at van Khatim-an-Nabbiyeen met een kasra onder de ta’ ondergeschikt is aan de qira’at met een fatah op de ta’. Echter, de (hedendaagse) geleerden zeggen dat de qira’ah van Khatam-an-Nabbiyeen met de fatah op de ta’ ondergeschikt is aan de qira’ah met de de kasra onder de ta’. Als khatam had betekend wat de geleerden zeggen, dan zou Hazrat ‘Alira blij moeten zijn dat ‘Abd-ur-Rahman Aslami zijn zonen onderwijst om met de kasra onder de ta’ te reciteren. Integendeel, geeft hij de instructies dat zijn kinderen niet onderwezen zouden moeten worden om te reciteren met een kasra onder de ta’. Dit bewijst dat volgens Hazrat ‘Alira, de woorden Khatam-an-Nabbiyeen met een fatah op de ta’ veiliger was. In het algemeen, is de kasra onder de ta’ ook toelaatbaar. Echter, sinds er het gevaar was dat Hazrat Hassanra of Hazrat Hussainra het nemen te betekenen dat er geen profeet is na de Heilige Profeet Mohammedsa ook al is hij een student van hem, vertelde hij de leraar om zijn kinderen aan te leren om te reciteren met een fatah op de ta’ en niet met de kasra onder de ta’. Dit helpt ons ook te begrijpen dat volgens Hazrat Alira, Khatam-an-Nabbiyeen niet betekent wat [mogelijk] begrepen zou kunnen worden met de kasra onder de ta’, dat is, “degene die een einde brengt aan de profeten.” Anders, zou hij de leraar niet hebben onderbroken om het hen aan te leren met de kasra onder de ta’.”

De Ahmadiyya Moslim Gemeenschap vertaald Khatamun Nabbiyeen als Zegel der Profeten gebaseerd op de fundamentele betekenis van het woord khatam zoals staat vermeld in wel bekende woordenboeken zoals Lane’s Lexicon en Lisan-ul ‘Arab. Wij menen ook dat het verwijst naar de Beste der Profeten, gebaseerd op de afgeleide connotatie en idiomatische gebruik van het woord khatam. Wanneer het woord khatam voorkomt in Mudaf van een groep mensen (Mudaf Ilaih) dan is de idiomatische betekenis van het woord de beste van de groep. Deze idiomatische gebruik van het woord khatam is in feite afgeleid van, als een logische resultaat, de primaire betekenis “zegel”. Degene die de “Zegel der Profeten” is, is vrij duidelijk, ook de beste onder hen.

Hoe dan ook, het argument moet niet genomen worden om te betekenen dat de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap het feit dat khatim ook laatste kan betekenen verwerpt. Wij accepteren dat er meerdere betekenissen zijn van het woord en “laatste” is zeker een van die betekenissen. Echter, wanneer het vers in zijn bijbehorende context wordt bestudeerd wordt duidelijk, als er rekening wordt gehouden met andere verzen die spreken over de komst van profeten, de betekenis laatste der profeten simpelweg niet kan worden toegepast aan Khatamun Nabbiyeen, en de enige mogelijkheid is om de letterlijke betekenis te nemen, en dat is, degene die de waarachtigheid van de profeten getuigd.

Als conclusie, de Hijazi qira’ah, dat de meest superieure qira’ah is, zoals geaccepteerd door alle moslims van de wereld, zou in gebruik moeten worden genomen om de woorden Khatam-an-Nabbiyeen te vertalen en er is geen noodzaak om de ondergeschikte qira’at raad te plegen om een andere interpretatie op te dringen in verband met deze woorden, en al mocht de andere qira’at worden toegepast, zou het op geen enkele manier in tegenstrijd zijn met de standpunt van de  Ahmadiyya Moslim Gemeenschap.

Uitspraken van de Heilige Profeet Mohammedsa bewijzen dat er een profeet na hem kan komen!

Er zijn een aantal uitspraken van de Heilige Profeet Mohammedsa die deze kwestie verder ophelderen. Bij het overlijden van de zoon van de Heilige Profeet Mohammedsa, namelijk Hazrat Ibrahimra, zei de Heilige Profeet Mohammedsa:

لَوْ عَاشَ لَكَانَ صِدِّيقًا نَبِيًّا‏‏

“Als hij had geleefd was hij een waarachtig profeet geweest.” (Ibn-e-Maja Vol 1, Boek 6, Overlevering 1511)

Dit heeft de Heilige Profeet Mohammedsa gezegd nadat hem het vers Khatamun Nabbiyeen al was geopenbaard. Dit betekent dat de komst van een profeet na de Heilige Profeetsa niet in tegenstrijd is met de titel Khatamun Nabiyeen. Anders had de Heilige Profeet Mohammedsa nooit de bovenstaande uitspraak kunnen doen. Ook heeft de Heilige Profeet Mohammed gezegd:

ابو بكر افضل ھذہ الامة الا ان یكون نبی

“Abu Bakr is de beste in mijn Ummah, behalve als er een profeet verschijnt.” (Kanzul Ummal)

Een andere versie van deze overlevering luidt:

ابو بكر خیر الناس الا ان یكون نبی

“Abu Bakr is de beste onder de mensen, behalve als er een profeet verschijnt.”

Visie van moslimgeleerden

Hazrat Abu Abdullah Muhammad Bin Ali Hussain Al Hakim Al Tirmidhi

Een zeer eminente moslimgeleerde, beweert het volgende:

يقول الصوفي المعروف محمد بن علي الحسن الحكيم الترمذي (المتوفى عام 308 هـ (

فإن الذي عَمِيَ عن خبرِ هذا يظنّ أن خاتم النبيين تأويله أنه آخرهم مبعثا. فأي منقبة في هذا؟ وأي علم في هذا؟ هذا تأويل البُلْهِ الجَهَلة

كتاب ختم الأولياء، ص341 المطبعة

Hoe kan de glorie en superioriteit van Mohammad, vrede en zegeningen van Allah zij met hem, gemanifesteerd worden als we beweren dat Hij de laatste was om te verschijnen. Dit is zonder twijfel, een interpretatie van de dwazen en onwetenden. (Kitab Khatamul Auliya, Pagina 341)

Veel andere geleerden hadden dezelfde visie met betrekking tot de titel Khatamun Nabbiyeen hier volgen een aantal andere geleerden die spreken over dit onderwerp:

Hazrat Imam Mulla Ali Qari

ومع هذا لو عاش إبراهيم وصار نبيا، وكذا لو صار عمر نبيا لكانا من أتباعه عليه الصلاة والسلام كعيسى والخضر وإلياس عليهم السلام. فلا يناقض قولَه تعالى: (وخاتم النبيين) إذ المعنى أنه لا يأتي نبي بعده ينسخ ملته ولم يكن من أمته.” (الأسرار المرفوعة في الأخبار الموضوعة لملا علي القاري ص192 دار الكتب العلمية بيروت)

“Als Ibrahimra had geleefd zou hij een profeet zijn geweest, en op gelijke wijze zou Umarra een profeet zijn geweest zij zouden volgers zijn van de Heilige Profeet, vrede en zegeningen van Allah zij met hem, zoals Isa, Khizar en Ilyas vrede zij met hun. Het is niet in tegenstrijd met het goddelijke woord ‘Khatamun Nabbiyeen’ wat betekent dat er geen profeet zal zijn die zijn wet zal afschaffen of niet uit een van zijn volgelingen zal zijn.” (Al Asrar al Marfuah fil Akhbr al Mauzuah Pagina 192)

Hazrat Imam Jalal-ud-Din

U schrijft met betrekking tot de komst van de messias en zijn profeetschap:

حقا كفر  ته نبو بسلب قال من

“Wie zegt dat hij geen profeet zal zijn, diegene pleegt ongeloof.” (Hijajul Karamah Pagina 431)

Hazrat Shah Waliullah Muhaddith

De erkende Mujadid van de 12e islamitische eeuw schrijft:

أما الشاه ولي الله الدهلوي فيقول:

“وخُتم به النبييون.. أي لا يوجد من يأمره الله سبحانه بالتشريع على الناس.”

(التفهيمات الإلهية، ج2 ص85 بتصحيح وتحشية الأستاذ غلام مصطفى القاسمي، أكادمية الشاه ولي الله الدهلوي حيدر آباد باكستان)

 “De beëindiging van profeetschap met de Heilige Profeetsa betekent dat er geen goddelijk geïnspireerde hervormer na hem kan komen wie aangesteld wordt door Allah met een nieuwe wet.” (Tafheemat-e-Ilahiyya Deel 2 Pagina 85)

Verder schrijft hij:

“De betekenis van de Heilige Profeet zijnde het Khatamun Nabbiyeen is dat er nu geen persoon zal verschijnen wie God zal aanstellen met een nieuwe wet voor de mensheid, dat is om te zeggen, er zal geen profeet komen met een nieuwe wet.” (Tafhimate Ilahiyya Volume II, pagina 53, 72-73)

“Er kan geen onafhankelijke profeet zijn na de Heilige Profeetsa wie niet uit zijn volgelingen is en zijn aanhanger.” … “Het einde van het profeetschap van de Heilige Profeetsa betekent slechts dat er geen wet gevende profeet of een profeet buiten zijn Ummah kan zijn.” (Al Khairul Kathir, page 111)

Hazrat Mohyuddin Ibn Arabi 

De profeetschap dat is beëindigd met de persoon van de Profeet van Allahsa en zijn zegeningen, was geen andere dan de wet gevende profeetschap niet profeetschap zelf en dit is de betekenis van “waarlijk boodschapperschap en profeetschap is gezegeld met mij daarvoor zal er noch een boodschapper noch een profeet na mij zijn”, dat wil zeggen, er zal na mij geen profeet zijn met een wet anders dan die van mij maar zal onderworpen zijn aan mijn wet.” (Al Fatuhat ul Makiyya Volume 2 pagina 3)

Verder schrijft u:

“Jezusas zal nederdalen onder de moslim ummah als een rechtvaardige heerser zonder een nieuwe wet. Voorzeker, hij zal een profeet zijn. Daar is geen twijfel over.”  (Fatuhati Makiyyah Volume 1, Hoofdstuk 73, Pagina 570)

“In hoeverre het gaat over de wet gevende profeetschap, het is zeker verzegeld en ten einde gekomen in Mohammed, vrede en zegeningen van Allah zij met hem, en daarvoor is er geen wet gevende profeet na hem … maar Allah heeft uit barmhartigheid voor zijn dienaren, overige profeetschap voortgezet zonder de wetgevende elementen.” (Fusus ul Hikam, Pagina 134-135)

Hazrat Maulana Rumi

“De Heilige Profeetsa was de Khatam omdat er nooit iemand is geweest zoals hem, noch zal er (ooit zo een iemand) na hem zijn. ”(Miftah Ul Ulum Volume 15 Pagina’s 56-57)

Verder schrijft u:

“Maak plannen om rechtvaardig te zijn op de weg van God zodat u profeetschap kunt verkrijgen in de Ummah.” (Masnawi, Daftar I, Pagina 53, Vol V pagina 42)

Hazrat Maulana Abul Hasanat Abdul Hayee

“Na het overlijden van de Heilige Profeet, vrede en zegeningen van Allah zij met hem, of zelfs tijdens zijn leven, is het niet onmogelijk voor iemand verheven te worden tot de positive van een eenvoudige profeet. Maar een profeet met een nieuwe wet is, inderdaad, verboden.” (Dafe al Wasawis Fi Athar ibn Abbas Pagina 16)

Hazrat Sheikh Ahmad Farooqi

“Het verschijnen van profeten na de Khatamar Rasul Hazrat Mohammed, de uitverkorenesa vanuit zijn eigen volgelingen en als een weerspiegeling, gaat op geen enkele wijze tegen zijn status als Khatamar Rasul. Daarvoor, O lezer, wees niet onder degenen die twijfelen.” (Maktubat Imam Rabani Vol 1)

De Heilige Profeet Mohammedsa is de beste onder de profeten

Dat de titel Khatamun Nabbiyeen de superioriteit en volmaaktheid van de Heilige Profeet Mohammedsa aangeeft ten opzichte van andere profeten kan verder worden aangetoond met de volgende overlevering:

وَحَدَّثَنَا يَحْيَى بْنُ أَيُّوبَ، وَقُتَيْبَةُ بْنُ سَعِيدٍ، وَعَلِيُّ بْنُ حُجْرٍ، قَالُوا حَدَّثَنَا إِسْمَاعِيلُ، – وَهُوَ ابْنُ جَعْفَرٍ – عَنِ الْعَلاَءِ، عَنْ أَبِيهِ، عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ، أَنَّ رَسُولَ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم قَالَ ‏ “‏ فُضِّلْتُ عَلَى الأَنْبِيَاءِ بِسِتٍّ أُعْطِيتُ جَوَامِعَ الْكَلِمِ وَنُصِرْتُ بِالرُّعْبِ وَأُحِلَّتْ لِيَ الْغَنَائِمُ وَجُعِلَتْ لِيَ الأَرْضُ طَهُورًا وَمَسْجِدًا وَأُرْسِلْتُ إِلَى الْخَلْقِ كَافَّةً وَخُتِمَ بِيَ النَّبِيُّونَ‏‏

“Ik heb superioriteit gekregen ten opzichte van andere profeten in zes opzichten: ik heb woorden gekregen die beknopt zijn maar uitgebreid in betekenis; Ik ben geholpen met angst (in de harten van vijanden); oorlogsbuit is mij geoorloofd; de aarde is voor mij schoon en een plaats voor aanbidding gemaakt; Ik ben gezonden naar de gehele mensheid en de waarheid van de profeten is door mij getuigd.” (Sahih Muslim)

Hazrat Mirza Ghulam Ahmadas schrijft in zijn boek Barahin-e-Ahmadiyya: “Zonder twijfel, er kan geen mens of engel overeenkomen met de goddelijke eigenschappen geschonken aan de Heilige Profeet, vrede en zegeningen van Allah zij met hem.” (Barahin-e-Ahmadiyya blz. 226)

Khatamun Nabbiyeen verwijst naar de perfectie, voortreffelijkheid en uitmuntendheid van de Heilige Profeet Mohammed (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) onder de groep van de profeten. Dit is de ware betekenis van Khatamun Nabbiyeen.

ARGUMENT II: LAA NABI BADI

Een Hadith die herhaaldelijk wordt aangehaald ter bevestiging van de beëindiging van profeetschap is de Hadith waarin de Heilige Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd dat er geen profeet na hem zal zijn. Deze Hadith wordt herhaaldelijk door de tegenstanders onderwezen in hun boeken, toespraken en artikels hoewel zij onwetend zijn over de achtergrond en context van de hadith.

Achtergrond van de Hadith

Wanneer de ahadith verzamelingen bestudeerd worden blijkt echter dat dit geen algemene uiting is. Bij deze Hadith hoort namelijk een achterliggend verhaal. Hiervan wordt hieronder een referentie gegeven:

حَدَّثَنَا مَحْمُودُ بْنُ غَيْلاَنَ، حَدَّثَنَا أَبُو أَحْمَدَ الزُّبَيْرِيُّ، حَدَّثَنَا شَرِيكٌ، عَنْ عَبْدِ اللَّهِ بْنِ مُحَمَّدِ بْنِ عَقِيلٍ، عَنْ جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللَّهِ، أَنَّ النَّبِيَّ صلى الله عليه وسلم قَالَ لِعَلِيٍّ ‏ “‏ أَنْتَ مِنِّي بِمَنْزِلَةِ هَارُونَ مِنْ مُوسَى إِلاَّ أَنَّهُ لاَ نَبِيَّ بَعْدِي ‏”‏ ‏.‏ قَالَ أَبُو عِيسَى هَذَا حَدِيثٌ حَسَنٌ غَرِيبٌ مِنْ هَذَا الْوَجْهِ ‏.‏ وَفِي الْبَابِ عَنْ سَعْدٍ وَزَيْدِ بْنِ أَرْقَمَ وَأَبِي هُرَيْرَةَ وَأُمِّ سَلَمَةَ ‏.‏

De Heilige Profeetsa  vertrok naar Tabuk en liet Ali achter als zijn vertegenwoordiger. Hazrat Alira zei: Laat u mij achter tussen kinderen en vrouwen. De Heilige Profeetsa zei: Zou het jou niet behagen om tegenover mij te zijn zoals Aaron was tegenover Mozes? Echter is er geen profeet tegenover mij. (Sahih al-Bukhari #4416, Sahih Muslim Kitab Al Fazail, Arabisch, v4, pp 1870-71 Sunan Ibn Majah, p12 Musnad Ahmad Ibn Hanbal, v1, p174 al-Khasa’is, by al-Nisa’i, pp 15-16 Mushkil al-Athar, door al-Tahawi, v2, p309, Jami’at-Tirmidhi  Hadith #3731)

Maar wat is nu de achtergrond en context van deze uitspraak van de Heilige Profeetsa? De moslims waren in gevaar om aangevallen te worden door de Romeinen. De Heilige Profeetsa vertrok met zijn metgezellen naar Tabuq (om oorlog te voorkomen). Hierbij moest de Heilige Profeetsa iemand de verantwoordelijkheid van Medina overhandigen. De Heilige Profeetsa stelde Hazrat Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) als zijn vertegenwoordiger in Medina. Hazrat Alira was een zeer dappere persoon en was altijd bereid om met de moslims mee te vechten tegen de aanvallers. Het was dus moeilijk voor hem om te accepteren dat hij achter gelaten werd met vrouwen en kinderen, terwijl de rest het gevaar mocht bestrijden met de Profeetsa. In de geschiedenis staat dat Hazrat Alira achter de rest aanging toen zij al een tijdje vertrokken waren. Hazrat Alira haalde hen in en ging naar de Heilige Profeetsa en klaagde dat hij niet achter wou blijven met de vrouwen en kinderen. Op dit moment zei de Heilige Profeetsa de woorden die hierboven staan vermeld.

Hazrat Alira vond het een vernedering dat hij achtergelaten was met bejaarden, zieken, kinderen en vrouwen. De Heilige Profeetsa stelde hem gerust en dat deed hij door te zeggen:

أَنْتَ مِنِّي بِمَنْزِلَةِ هَارُونَ مِنْ مُوسَى

“Jij bent tegenover mij zoals Aaron was tegenover Mozes”

De Heilige Profeetsa geeft hier een argument ter geruststelling van Hazrat Alira. U verteld dat de taak die aan hem is overhandigd hetzelfde is welke Mozesas ook overhandigde aan Aaronas. Aldus door Hazrat Alira met profeet Aaron te vergelijken geeft de Heilige Profeetsa hem de rank van Profeet Aaronas. De Heilige Profeetsa voegt daar alleen nog iets aan toe en dat zijn de woorden:

إِلاَّ أَنَّهُ لاَ نَبِيَّ بَعْدِي

“(het verschil is) alleen dat (Ali) geen profeet is tegenover mij”

In de aanwezigheid van profeet Mozesas was profeet Aaronas een assisterende profeet. Hoewel Hazrat Alira ook de taak is overhandigd die profeet Aaronas was overhandigd door profeet Mozesas, betekend dit niet dat Hazrat Alira nu een profeet is. Door de bovenstaande woorden te gebruiken benadrukt de Heilige Profeetsa het verschil tussen Hazrat Alira en Profeet Aaronas, namelijk: er kan geen profeet zijn in mijn aanwezigheid. Dit is simpelweg de boodschap van de Heilige Profeetsa , welke vermeld staat in deze Hadith. En de tegenstanders misbruiken deze Hadith om aan te tonen dat profeetschap nu volledig is beëindigd, terwijl hier iets heel anders wordt besproken.

Het was niet de bedoeling van de Heilige Profeetsa om aan te geven dat er geen profeet meer kan komen tot aan de Dag des Oordeels. Zeker niet! U had namelijk zelf geprofeteerd dat de Messias die in de moslim ummah zou verschijnen een Profeet van Allah zou zijn. Ten eerste was dit geen algemene uitspraak en ten tweede heeft de Heilige Profeetsa niet alleen de woorden لاَ نَبِيَّ بَعْدِي gebruikt, maar de woorden إِلاَّ أَنَّهُ لاَ نَبِيَّ بَعْدِي. Aldus wanneer de woorden in hun context worden bekeken komt men tot de conclusie dat u deze woorden alleen hebt gebruikt om een misverstand weg te nemen die had kunnen ontstaan, namelijk dat Hazrat Alira een profeet is. U zegt daarom ook: إِلاَّ أَنَّهُ لاَ نَبِيَّ بَعْدِي: de woorden verwijzen naar Hazrat Alira! Hazrat Alira was geen profeet tegenover of naast u, deze betekenis wordt ook bevestigd door een andere overlevering:

“Jij bent tegenover mij zoals Aaron was tegenover Mozes, alleen is er geen profeet naast mij.” (Musnad Ahmad 331/l)

In deze Hadith is het woord maa’ gebruikt (naast mij). En dit woord lost de puzzel op en bevestigd dat uw doel was om aan te geven dat Hazrat Alira geen profeet is en kan zijn zoals Aaronas was in de aanwezigheid van profeet Mozesas. Want als we nu stellen dat de Heilige Profeetsa إِلاَّ أَنَّهُ لاَ نَبِيَّ بَعْدِي niet had gezegd, dan had de Heilige Profeetsa de vergelijking van Aaronas (een profeet) gebruikt voor Hazrat Alira. Dit zou de misvatting kunnen creëren dat Hazrat Alira een profeet is naast de Heilige Profeetsa, maar de Heilige Profeetsa doet deze misvatting zelf teniet met deze woorden.

Een andere versie van de Hadith luidt:

 “Jij bent tegenover mij zoals Aaron was tegenover Mozes, echter ben jij geen profeet.”

Het is duidelijk de Heilige Profeetsa ontkent dat Hazrat Alira geen profeet is naast hem, en zeker niet dat er absoluut geen profeten meer kunnen verschijnen die tot zijn volgelingen behoren.

Grammaticale analyse van de Hadith

Hoewel hierboven de ware betekenis van de Hadith duidelijk wordt, zullen wij ons niet slechts schuilen achter deze Hadith. Het klopt dat er ook overleveringen te vinden zijn waarin de Heilige Profeetsa slechts de woorden لاَ نَبِيَّ بَعْدِي heeft gebruikt. De letterlijke vertaling van deze zin in het Nederlands is: “er is geen profeet na mij”. Echter betekent deze zin niet dat er na de Heilige Profeetsa geen enkel profeet kan of zal komen. Het standpunt van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap is dat deze Hadith geen algemene profeten betreft. Het gaat hier om een specifiek soort profeet die niet kan en zal komen na de Heilige Profeetsa en dat is een wetgevende profeet. Deze betekenis zal er ook voor zorgen dat er geen tegenstrijdigheid meer bestaat tussen de gezegdes van de Heilige Profeetsa, want u heeft zelf voorspeld dat de Messias als een profeet zal verschijnen in de moslim ummah. De Arabische grammaticale structuur van deze zin steunt ook de redenering van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, die hieronder uiteen wordt gezet.

In de zin “er is geen profeet na mij” is het lidwoord la gebruikt. Het woord la in het Arabisch wordt ook gebruikt voor La nafi lil-kamal; het aantonen van de volmaaktheid van iemand of iets, door het ontkennen van een ander soort. Er zijn twee gelijksoortige voorbeelden te vinden van deze grammaticale structuur vanuit de gezegdes van de Heilige Profeetsa:

(1)- لاَ هِجْرَةَ بَعْدَ الْفَتْحِ‏:

Er is geen migratie na de overwinning van Mekka. (Sahih al-Bukhari 2783, Boek 56, Hadith 2)

In deze gezegde is ook gebruik gemaakt van La nafi lil-kamal: het ontkennen van perfectie. Dit betekent dat in deze uitspraak een specifiek soort migratie ontkend wordt die niet meer plaats zal vinden. De zin betekent dus dat een dergelijke voortreffelijke en heilige migratie niet meer plaats zal vinden na de overwinning van Mekka. En de heiligheid van deze migratie was dat de Profeetsa samen met zijn metgezellen vanwege geloofsachtervolging vanuit zijn land moest immigreren naar een ander land. Aldus gaat het ook hier niet om een algemene uitspraak, en wat ontkent word is de voortreffelijkheid (kamaal) van een dergelijk soort migratie. Imam Razi schrijft over deze gezegde:

 “En wat betreft deze uitspraak “er is geen migratie na overwinning”, hiermee word een specifiek migratie bedoeld.” (Tafseer Kabir onder Hoofdstuk 8, Vers 73)

Hetzelfde regel is toegepast in de woorden “er is geen profeet na mij”. Het gaat hier ook over een specifiek soort profeetschap, het betekend dus dat er geen wetgevende profeetschap meer zal zijn na de Heilige Profeetsa. De gezegde betekent niet dat er geen enkel soort profeet meer zal komen.

(2)- ‏ “‏ هَلَكَ كِسْرَى ثُمَّ لاَ يَكُونُ كِسْرَى بَعْدَهُ، وَقَيْصَرٌ لَيَهْلِكَنَّ ثُمَّ لاَ يَكُونُ قَيْصَرٌ بَعْدَهُ، وَلَتُقْسَمَنَّ كُنُوزُهَا فِي سَبِيلِ اللَّهِ ‏”‏‏:

Wanneer Chosor zal sterven zal er geen Chosor na hem zijn en wanneer Caesar zal sterven zal er geen Caeser na hem zijn. (Sahih Bukhari, Volume 4, Boek 52, Hadith #267)

Op het eerste gezicht lijkt dit een algemene uitspraak, desondanks gaat het hier om een specifieke Caesar en Chosor. De titels die de Heilige Profeetsa heeft gebruikt werden destijds gebruikt voor de regeerders van Iran en de Romeinen. En het is een historische feit dat na hen velen Caesars en Chosors zijn geweest. De betekenis van deze gezegde zoals geleerden ook aangeven is niet dat na het overlijden van Caesar en Chosor er geen Caesar of Chosor meer zal bestaan, want dit is tegen de feiten in. De ware betekenis die ook door geleerden aan deze gezegde is toegeschreven is dat er geen enkel regeerder van gelijksoortige aard zal komen als hen. Na hen zal er geen enkel Caesar of Chosor komen die een dergelijk soort glorierijke macht, rijkdom een bestuur zal bezitten.

De grammaticale constructie van deze gezegde komt precies overeen met de grammaticale constructie van het gezegde “er is geen profeet na mij”. De betekenis van het gezegde “er is geen profeet na mij” draagt dezelfde betekenis als het gezegde “er is geen Caesar na hem”. Aldus de betekenis van de woorden “er is geen profeet na mij” is dat er geen wetgevende profeet zoals de Heilige Profeetsa meer kan komen.

Er is nog een vergelijkbaar voorbeeld te vinden in de Arabische grammatica met het gebruik van la:

“Er is geen jongenspersoon slechts Ali en er is geen zwaard slechts de Zul-fi-qaar”.

Uiteraard betekent deze zin niet dat er geen jongenspersoon meer kan bestaan na Hazrat Alira. Het betekent slechts dat er geen dapper persoon zoals Alira ooit zal ontstaan, dit betekent niet dat jongenspersonen zullen ophouden te bestaan. Hetzelfde geld voor het zwaard zul-fi-qaar. De betekenis is slechts dat er nooit dergelijk soort mooi zwaard zoals de zul-fi-qaar gemaakt zal worden. Deze zin is alleen gebruikt om de hoge rank van Alira en zul-fi-qaar aan te tonen. Hetzelfde geld voor de Hadith “er is geen profeet na mij”, dit betekent slechts dat er geen enkel profeet zoals de Heilige Profeetsa ooit geboren zal worden. De Heilige Profeetsa was een wetgevende profeet, en het gaat daarom dus ook om wet gevende profeetschap. Deze zin is alleen gebruikt om de hoge rank van het profeetschap van de Heilige Profeetsa aan te duiden.

Nogmaals, word de lezer erop geattendeerd dat de redenering van deze gezegde slechts een specifiek soort profeetschap afschaft, naast vele andere feiten ook vanwege het feit dat de Heilige Koran en de Ahadith van de Heilige Profeetsa bewijzen dat een komst van een profeet weldegelijk mogelijk is. De reden dat de betekenis van de tegenstanders niet geaccepteerd kan worden is dat deze in regelrechte tegenstrijd is met de Heilige Koran en Hadith. Daarin staat namelijk dat een komst van een niet-wetgevende afhankelijke profeet wel mogelijk is in de moslim ummah.  Het is daarom van uiterst belang om deze zogenaamde tegenstrijd die ontstaat door de beredenering van de tegenstanders naast de Heilige Koran, Hadith en referenties van heilige leiders en geleerden ook te verwijten in het licht van de Arabische grammatica. En zodoende te bewijzen dat ook het grammaticale gebruik in de gezegdes het standpunt van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap ondersteunt.

Naast het lidwoord la zijn de woorden Ba’di (na mij) ook zeer belangrijk. Het woord dat hiervoor is gebruikt kent in het Arabische taal meerdere betekenissen. En een van die betekenissen is in tegenstrijd of in oppositie van. Volgens deze betekenis zal het gezegde betekenen dat er geen enkel profeet in tegenstrijd of in oppositie van de Heilige Profeetsa kan komen. Aldus een profeet die volledig onderworpen is aan de Heilige Profeetsa en tot uw ummah behoord kan wel verschijnen.

Ook in de Heilige Koran is het woord Ba’d gebruikt in de vorm in tegenstrijd of in oppositie van:

فَبِأَيِّ حَدِيثٍ بَعْدَ اللَّهِ وَآيَاتِهِ يُؤْمِنُون

“In welk woord buiten Allah en Zijn tekenen zullen zij dan geloven?” (Hoofdstuk 45, Vers 7)

In dit vers zijn de woorden Ba’d’Allah gebruikt de vraag is nu: wat betekent dit? Na God? Oftewel na het vergaan van God of in de afwezigheid van God? God Verbied! Uiteraard kunnen beide betekenissen niet kloppen. Ba’d’Allah betekent in oppositie en tegenover God, buiten zijn gehoorzaamheid. Het woord van God getuigd dat het woord Ba’d, ook in tegenstrijd of in oppositie van kan betekenen. Als deze betekenis wordt toegepast aan “er is geen profeet na mij”, verwijst dat ook naar de betekenis dat er geen wetgevende profeet meer kan komen, want de komst van een wetgevende profeet na de Heilige Profeetsa of de komst van iemand buiten uw ummah zal tegenover u komen te staan. Door uw komst is het geloof volmaakt, daarom zal er geen enkel wetgevende profeet na u komen. En er zal ook geen profeet komen die buiten uw ummah en buiten uw gehoorzaamheid zal zijn.

حَدَّثَنَا أَبُو الْيَمَانِ، أَخْبَرَنَا شُعَيْبٌ، عَنْ عَبْدِ اللَّهِ بْنِ أَبِي حُسَيْنٍ، حَدَّثَنَا نَافِعُ بْنُ جُبَيْرٍ، عَنِ ابْنِ عَبَّاسٍ ـ رضى الله عنهما ـ قَالَ قَدِمَ مُسَيْلِمَةُ الْكَذَّابُ عَلَى عَهْدِ رَسُولِ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم فَجَعَلَ يَقُولُ إِنْ جَعَلَ لِي مُحَمَّدٌ الأَمْرَ مِنْ بَعْدِهِ تَبِعْتُهُ‏.‏ وَقَدِمَهَا فِي بَشَرٍ كَثِيرٍ مِنْ قَوْمِهِ، فَأَقْبَلَ إِلَيْهِ رَسُولُ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم وَمَعَهُ ثَابِتُ بْنُ قَيْسِ بْنِ شَمَّاسٍ، وَفِي يَدِ رَسُولِ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم قِطْعَةُ جَرِيدٍ، حَتَّى وَقَفَ عَلَى مُسَيْلِمَةَ فِي أَصْحَابِهِ فَقَالَ ‏”‏ لَوْ سَأَلْتَنِي هَذِهِ الْقِطْعَةَ مَا أَعْطَيْتُكَهَا، وَلَنْ تَعْدُوَ أَمْرَ اللَّهِ فِيكَ، وَلَئِنْ أَدْبَرْتَ لَيَعْقِرَنَّكَ اللَّهُ، وَإِنِّي لأَرَاكَ الَّذِي أُرِيتُ فِيكَ مَا رَأَيْتُ ‏”‏‏.‏ فَأَخْبَرَنِي أَبُو هُرَيْرَةَ، أَنَّ رَسُولَ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم قَالَ ‏”‏ بَيْنَمَا أَنَا نَائِمٌ رَأَيْتُ فِي يَدَىَّ سِوَارَيْنِ مِنْ ذَهَبٍ، فَأَهَمَّنِي شَأْنُهُمَا، فَأُوحِيَ إِلَىَّ فِي الْمَنَامِ أَنِ انْفُخْهُمَا، فَنَفَخْتُهُمَا فَطَارَا فَأَوَّلْتُهُمَا كَذَّابَيْنِ يَخْرُجَانِ بَعْدِي ‏”‏‏.‏ فَكَانَ أَحَدُهُمَا الْعَنْسِيَّ وَالآخَرُ مُسَيْلِمَةَ الْكَذَّابَ صَاحِبَ الْيَمَامَةِ‏.‏

De Heilige Profeetsa heeft gezegd: “Terwijl ik aan het slapen was zag ik dat ik in mijn beide handen twee gouden armbanden droeg. Ik was bezorgd over hen. Ik was toen door goddelijke instructie bevolen in mijn droom om deze weg te blazen. Ik blies hen weg en zij vlogen weg. Ik interpreteer dezen als twee leugenaars die tegenover mij zullen verschijnen.” (Sahih Bukhari, Volume 4, Book 56, Hadith #817)

De Heilige Profeetsa zag in een droom dat hij twee gouden armbanden droeg die hij interpreteerde als twee valse leugenaars Aswad Al-‘Ansari en Musailma Al-Kadhdhab (zij hadden een valse claim gemaakt van profeetschap). Beiden waren aanwezig in uw leven en hadden hun claim al verkondigd in uw leven. Desondanks heeft de Heilige Profeetsa de woorden “Ba’dee” gebruikt.  Dit bewijst dat hier ook het woord “Ba’dee” gebruikt is met de betekenis “in oppositie van”. Zij hadden namelijk tegenover u profeetschap verkondigd. Het woord “Ba’dee” in het gezegde “er is geen profeet na mij” heeft dezelfde betekenis zoals de Heilige Profeetsa het woord hierboven heeft gebruikt. De betekenis is dus, dat er geen profeet na de Heilige Profeetsa zal komen die vrijgesteld zal zijn van uw gehoorzaamheid.

Hoe de Heilige Profeetsa omging met valse profeten dient als een voorbeeld voor de tegenstanders van Ahmadiyyat. De Heilige Profeetsa heeft nooit tegen hen gestreden vanwege hun valse verkondiging. Als Mirza Ghulam Ahmadas God Verhoede een valse verkondiging heeft gemaakt, waar maken de tegenstanders zich dan zorgen om? Zij horen het voorbeeld op te volgen van de Heilige Profeetsa en horen de zaak te overhandigen aan God, want God zelf zegt dat hij valse verkondigers van profeetschap zal vernietigen.

Het huidige gedrag dat tegenstanders vertonen komt overeen met de tegenstanders van profeten zoals vermeld staat in de Heilige Koran. Zij verzinnen talloze onnozele redenen en baseren zich op ongegronde redenen om een persoon die aangesteld is door God te weigeren en misleiden andere onschuldige onwetende mensen zodat zij ook tegen hem en zijn volgelingen opstaan. Zoveel moeite om iemand vals te bewijzen? Als de tegenstanders dezelfde energie hadden verbruikt in de zoektocht naar de ware uitverkorene, zouden zij zeker gezegend zijn met goddelijke zegeningen.

Laten wij nu de betekenis van het woord “Ba’dee” behandelen die door de tegenstanders wordt aangehaald. Volgens de tegenstanders is de regel van zarf zamaan toegepast in deze Hadith. Dit betekent dat het bijwoord “Ba’dee” is gebruikt om een periode aan te geven. De betekenis van de Hadith wordt dan: “na mijn periode zal er geen profeet meer zijn”. De periode van de Heilige Profeetsa is bestemd voor de gehele mensheid en voor alle tijden tegemoet. De Heilige Profeetsa heeft deze feit velen malen benadrukt. De Heilige Profeetsa heeft elders zijn periode aangegeven met de woorden:

بُعِثْتُ أَنَا وَالسَّاعَةَ كَهَاتَيْنِ ‏.‏

“Ik en het uur zijn samen als deze twee vingers herrezen” (Sahih Bukhari 6504, Boek 81, Hadith 93)

De periode van de Heilige Profeetsa omtrent tot het uur, namelijk tot aan de Dag des Oordeels.

Aldus, als deze redenering aanvaardt word betekend dit dat er geen profeet zal komen die uw periode zal beëindigen. En dit kan alleen gebeuren door de komst van een profeet die buiten uw gehoorzaamheid komt. De komst van een profeet die komt in uw vertegenwoordiging zal niet beschouwd worden als een ander profeet of een “nieuwe profeet”.  Hij zal beschouwd worden als uw spirituele wederkomst, welke bestemd was te komen zoals geprofeteerd in Surah Jummah.

Visie van moslimgeleerden

De Ahmadiyya standpunt met betrekking tot deze Hadith is niet nieuw zoals wordt verondersteld door de tegenstanders, maar is door de eeuwen heen door verschillende geleerden en heiligen ook onderwezen. Deze geleerden worden ook erkend door de tegenstanders van Ahmadiyyat. Laat het voor de lezer wel duidelijk zijn dat het aanvaarden van al hetgeen wat voorafgaande geleerden en heiligen hebben onderwezen niet een verplichting is voor ons zoals hetgeen wat vermeld is in de Heilige Koran en de overleveringen van de Heilige Profeetsa.

Deze referenties worden getoond om aan te tonen dat deze leer omgaand het profeetschap van de Heilige Profeetsa niet geheel nieuw en uniek zoals de tegenstanders dat beweren. Nog een reden voor het aanhalen van deze referenties is vanwege een profetie, de Heilige Profeetsa heeft geprofeteerd dat er een tijd zal komen dat de gedachten van zijn ummah zullen afdwalen van het rechte pad, desondanks zal er altijd wel een deel zijn van zijn ummah zijn die op het rechte pad zal blijven, die altijd het juist zal blijven onderwijzen. De Heilige Profeetsa heeft gezegd:

لاَ تَزَالُ طَائِفَةٌ مِنْ أُمَّتِي قَوَّامَةً عَلَى أَمْرِ اللَّهِ لاَ يَضُرُّهَا مَنْ خَالَفَهَا

“Er zal altijd een groep vanuit mijn ummah standhoudend blijven op Gods bevel. Zij die hen bevechten zullen hen geen kwaad kunnen doen, totdat Gods besluit zal komen en zij de mensen zullen overwinnen.” (Ibn Majah Vol. 1, Book 1, Hadith 7 & Sahih al-Bukhari)

Er zullen een aantal referenties worden gegeven van betrouwbare geleerden en hun betrouwbaarheid wordt ook aanvaard door de tegenstanders.

Hazrat ‘Aishara (de vrouw van de Heilige Profeetsa)

قولوا خاتم النبيين، ولا تقولوا لا نبي بعده

“Zeg dat hij (de Heilige Profeetsa) Khatamun Nabbiyeen is, maar zeg niet dat er geen profeet na hem zal zijn.” (Durre Mansoor Volume 5 & Takmilah Majma’ul-Bihar, blz. 85)

Hazrat Imam Mohammed Tahir (overleden in 986 hijrah)

ويقول الإمام محمد طاهر (المتوفى عام 986 هـ) أحد الصلحاء المعروفين، في شرح قول السيدة عائشة رضي الله عنها:

“هذا ناظر إلى نـزول عيسى، وهذا أيضا لا ينافي حديث “لا نبي بعدي”، لأنه أراد لا نبي ينسخ شرعه.”

(تكملة مجمع بحار الأنوار، لمحمد طاهر الغجراتي، ص 502)

“De uitspraak van Hazrat ‘Aisha moge Allah haar zegenen: “zeg dat hij Zegel der profeten is, maar zeg niet dat er geen profeet na hem zal zijn”. Dit verwijst naar de zending van Jezus. En deze uitspraak is niet in tegenstrijd met het gezegde “er is geen profeet na mij”, want deze betekent dat er geen profeet zal komen die zijn wetgeving zal afschaffen.” (Takmilah Majmaʻ biḥār al-anwār fī gharāʼib at-tanzīl wa-laṭāʼif al-akhbār)

Sheikh-ul-Imam Hazrat ibn Khtaieba (overleden in 267 hijrah)

 “(De Heilige Profeetsa ) bedoelde met “er is geen profeet na mij” er zal geen profeet komen die zal afschaffen met wat ik kwam.” (Taqil Mukhtaliful Ahadith Pagina 236)

Imam Abdul Wahab Sharani (overleden in 976 hijrah)

يشرح الشيخ عبد الوهاب الشعراني (المتوفى 976 هـ) حديث “لا نبي بعدي” ويقول:

“فقوله صلى الله عليه وسلم “لا نبي بعدي ولا رسول بعدي”، أي ما ثمّ مَن يشرع بعدي شريعة خاصة.”

(اليواقيت والجواهر للشعراني ج 2 ص 35 دار المعرفة للطباعة والنشر بيروت 1900م)

“Laat het bekend zijn dat de orde van profeetschap niet volledig is gesloten; het is de wet dragende profeetschap dat nu is stopgezet.” Vervolgens verklaarde hij tijdens het uitleggen van de Hadith la nabiyya badi en La rasoola badi dat er geen wet dragende profeet na hem zal zijn.” (Al Yawaqit wal Jewahir, Volume 2, Pagina 39)

In hetzelfde boek beweert u:

“Waarlijk, profeten en boodschappers zijn heengegaan en zullen voortzetten te verschijnen in deze wereld in de toekomst, maar zij zullen zeker onder de Sharia van de Heilige Profeet Mohammedsa onderworpen zijn. Maar meeste mensen zijn onwetend over deze waarheid.” (Pagina 27)

Nawaab Sadeeq Hasan Khan Sahib

Een bekende geleerde van de Ahle-Hadith schrijft:
ويقول السيد نواب نور الحسن خان بن نواب صديق حسن خان

“الحديث “لا وحي بعد موتي” لا أصل له، غير أنه ورد “لا نبي بعدي”، ومعناه عند أهل العلم أنه لن يأتي بعدي نبي بشريعة تنسخ شريعتي.”

 “Het gezegde “er is geen openbaring na mij” is onjuist. Hoewel “Er is geen profeet na mij” wel voorkomt.  De betekenis volgens de geletterden (die commentaar hebben geleverd op deze hadith) is dat er na mij geen profeet zal zijn die een wetgeving met zich mee zal brengen.” (Iqtrab ul Saat Pagina 162)

Sharh van Mishkat al Masabih staat geschreven:

‎وقال شارح “مشكاة المصابيح” محمد بن رسول الحسيني البرزنجي: “ورد “لا نبي بعدي” ومعناه عند العلماء أنه لا يحدث بعده نبي بشرع ينسخ شرعه.”
‎(الإشاعة لأشراط الساعة ص149 دار الكتب العلمية بيروت)

Ook dit verteld ons dat Laa Nabi Badi relateert tot het afschaffen van de wet van de Heilige Profeetsa.

ARGUMENT III: IK BEN DE LAATSTE VAN PROFETEN

Een citaat dat vaak wordt aangehaald om te bewijzen dat er geen profeet meer kan verschijnen na de Heilige Profeet Mohammedsa is de uitspraak ‘Ik ben de laatste van de profeten’. Deze uitspraak is echter incompleet en de volledige uitspraak luidt als volgt:

‏ فَإِنِّي آخِرُ الأَنْبِيَاءِ وَإِنَّهُ آخِرُ الْمَسَاجِدِ

“Ik ben de Laatste van de Profeten, en mijn moskee is de Laatste van de moskeeën.” (Sunan an-Nissa’i 694, Book 8, Hadith 7 & Sahih Muslim 1394 c)

De betekenis van deze beiden uitspraken moeten dezelfde zijn. Wat de betekenis is van ‘laatste der profeten’ is ook de betekenis van ‘laatste der moskeeën’. De moskee van de Heilige Profeetsa is niet de laatste moskee, er worden tot op de dag van vandaag vele moskeeën gebouwd. Maar ongetwijfeld is de moskee van de Heilige Profeet Mohammedsa in glorie en wat betreft zegeningen de laatste van zijn soort. Zo ook is de Heilige Profeetsa de laatste profeet wat betreft meest verheven rang.

Overlevering van Hazrat Abu Hurairahra

In Sahih Muslim staat een overlevering van Hazrat Abu Hurairahra vermeld:

أَخْبَرَنَا كَثِيرُ بْنُ عُبَيْدٍ، قَالَ حَدَّثَنَا مُحَمَّدُ بْنُ حَرْبٍ، عَنِ الزُّبَيْدِيِّ، عَنِ الزُّهْرِيِّ، عَنْ أَبِي سَلَمَةَ بْنِ عَبْدِ الرَّحْمَنِ، وَأَبِي عَبْدِ اللَّهِ الأَغَرِّ، مَوْلَى الْجُهَنِيِّينَ وَكَانَا مِنْ أَصْحَابِ أَبِي هُرَيْرَةَ أَنَّهُمَا سَمِعَا أَبَا هُرَيْرَةَ يَقُولُ صَلاَةٌ فِي مَسْجِدِ رَسُولِ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم أَفْضَلُ مِنْ أَلْفِ صَلاَةٍ فِيمَا سِوَاهُ مِنَ الْمَسَاجِدِ إِلاَّ الْمَسْجِدَ الْحَرَامَ فَإِنَّ رَسُولَ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم آخِرُ الأَنْبِيَاءِ وَمَسْجِدُهُ آخِرُ الْمَسَاجِدِ

Abu Hurairahra heeft gezegd: “Gebed in de moskee van Allah’s Profeetsa is meer waard dan duizend gebeden in andere moskeeën behalve de Masjid al-Haram, voor Allah’s Boodschappersa is de laatste van de Profeten, en zijn moskee is de laatste van de moskeeën.” 

Abu Hurairahra heeft duidelijk verklaard wat hij verstond onder deze Hadith van de Heilige Profeet Mohammedsa. Als commentaar op de Hadith: ‘Ik ben de laatste van de profeten en mijn moskee is de laatste van de moskeeën’ zegt Abu Hurairahra ‘Gebed in de moskee van Allah’s Profeet is meer waard dan duizend gebeden in andere moskeeën’. Dit maakt verder duidelijk dat er werd gesproken over de rank van de Moskee als de Heilige Profeetsa.

BEWIJS UIT DE HEILIGE KORAN DAT PROFETEN KUNNEN VERSCHIJNEN

Ahmadi-moslims geloven dat de Heilige Profeet Mohammedsa de perfecte wet heeft gebracht, de Heilige Koran, en dat na dit Perfecte Boek geen nieuwe wet meer kan komen voor de mensheid. De komst van een nieuwe wet is beëindigd. Ahmadi-moslims geloven dat profeetschap na de Heilige Profeet Mohammedsa uitsluitend te verkrijgen is door volledige gehoorzaamheid van Allah en de Heilige Profeet Mohammedsa. Dit is in volledige harmonie met de Heilige Koran en Ahadith.

Allah verteld ons in de Heilige Koran:

وَمَنْ يُطِعِ اللَّهَ وَالرَّسُولَ فَأُولَٰئِكَ مَعَ الَّذِينَ أَنْعَمَ اللَّهُ عَلَيْهِمْ مِنَ النَّبِيِّينَ وَالصِّدِّيقِينَ وَالشُّهَدَاءِ وَالصَّالِحِينَ ۚ وَحَسُنَ أُولَٰئِكَ رَفِيقًا

 “En wie Allah en deze boodschapper gehoorzaamt, zal zijn onder degenen wie Allah Zijn zegeningen heeft geschonken, namelijk, de profeten, de waarachtigen, de getuigen (martelaars) en de goeden en dezen zijn uitstekende metgezellen.” (Hoofdstuk 4, vers 70)

Dit vers verteld ons dat degene die Allah en de Heilige Profeet Mohammedsa gehoorzaamt ‘onder degenen zal zijn aan wie Allah zijn zegeningen heeft geschonken’. En aan wie schenkt Allah zijn zegeningen? Allah verteld ons: “de profeten, de waarachtigen, de getuigen (martelaars) en de goeden en dezen zijn uitstekende metgezellen.”

Dit vers verteld ons over vier titels die te verkrijgen zijn door Allah en de Heilige Profeetsa te gehoorzamen. Onder deze vier titels valt ook de titel Nabbiyeen, oftewel de Profeten. Dit vers maakt ook duidelijk degene die verheft wordt tot een profeet onderschikt zal zijn aan de Heilige Profeetsa.

Allah zegt in de Heilige Koran:

اللَّهُ يَصْطَفِي مِنَ الْمَلَائِكَةِ رُسُلًا وَمِنَ النَّاسِ ۚ إِنَّ اللَّهَ سَمِيعٌ بَصِيرٌ

“Allah kiest boodschappers uit het midden der engelen, eveneens uit het midden der mensen. Voorzeker, Allah is Alhorend, Alziend.” (Hoofdstuk 22, Vers 76)

Dit vers beschrijft de Sunnah van Allah de Almachtige. Allah heeft ons duidelijk verteld dat hij zijn boodschappers kiest uit het midden der engelen eveneens uit het midden der mensen. In dit vers is het woord yastafi gebruikt. Dit is in mudari, dat zowel het heden evenals de toekomst betreft. Als het alleen voor het verleden bestemd was had het woord Istafa hebben gebruikt in plaats van Yastafi.

Ook verteld Allah ons in de Heilige Koran:

يَا بَنِي آدَمَ إِمَّا يَأْتِيَنَّكُمْ رُسُلٌ مِنْكُمْ يَقُصُّونَ عَلَيْكُمْ آيَاتِي ۙ فَمَنِ اتَّقَىٰ وَأَصْلَحَ فَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ

“O, kinderen van Adam, als boodschappers vanuit uw midden tot u komen, die Mijn tekenen aan u voordragen, dan, wie Allah zal vrezen en goede daden verrichten, over hen zal geen vrees komen, noch zullen zij treuren.” (Hoofdstuk 7, Vers 36)

Dit vers maakt ook duidelijk dat dit niet alleen in het verleden gebeurde maar Allah dit zal blijven doen, anders had Allah niet gezegd: “Als boodschapper vanuit uw midden tot u komen”. Wat duidelijk naar de toekomst verwijst in plaats van naar het verleden. Ook verteld Allah ons in de Heilige Koran:

هُوَ الَّذِي بَعَثَ فِي الْأُمِّيِّينَ رَسُولًا مِنْهُمْ يَتْلُو عَلَيْهِمْ آيَاتِهِ وَيُزَكِّيهِمْ وَيُعَلِّمُهُمُ الْكِتَابَ وَالْحِكْمَةَ وَإِنْ كَانُوا مِنْ قَبْلُ لَفِي ضَلَالٍ مُبِينٍ وَآخَرِينَ مِنْهُمْ لَمَّا يَلْحَقُوا بِهِمْ ۚ وَهُوَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ

Hij is het Die onder de ongeletterden een boodschapper heeft verwekt die Zijn tekenen onder hen verkondigt en hen zuivert en hun het Boek en de wijsheid onderwijst, ofschoon zij voorheen in openbare dwaling verkeerden. En ook anderen die dezen (gelovigen) nog niet hebben ontmoet. Hij is de Almachtige, de Alwijze. (Hoofdstuk 62, Vers 4-5)

Allah verteld ons in dit vers dat de Heilige Profeet Mohammedsa nogmaals zou worden gezonden ‘onder anderen die dezen nog niet hebben ontmoet’, in Sahih-al Bukhari zien we het moment van openbaring van dit vers terug en wat de Heilige Profeet Mohammedsa hierop heeft gezegd:

حَدَّثَنِي عَبْدُ الْعَزِيزِ بْنُ عَبْدِ اللَّهِ، قَالَ حَدَّثَنِي سُلَيْمَانُ بْنُ بِلاَلٍ، عَنْ ثَوْرٍ، عَنْ أَبِي الْغَيْثِ، عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ، رضى الله عنه قَالَ كُنَّا جُلُوسًا عِنْدَ النَّبِيِّ صلى الله عليه وسلم فَأُنْزِلَتْ عَلَيْهِ سُورَةُ الْجُمُعَةِ ‏{‏وَآخَرِينَ مِنْهُمْ لَمَّا يَلْحَقُوا بِهِمْ‏}‏ قَالَ قُلْتُ مَنْ هُمْ يَا رَسُولَ اللَّهِ فَلَمْ يُرَاجِعْهُ حَتَّى سَأَلَ ثَلاَثًا، وَفِينَا سَلْمَانُ الْفَارِسِيُّ، وَضَعَ رَسُولُ اللَّهِ صلى الله عليه وسلم يَدَهُ عَلَى سَلْمَانَ ثُمَّ قَالَ ‏”‏ لَوْ كَانَ الإِيمَانُ عِنْدَ الثُّرَيَّا لَنَالَهُ رِجَالٌ ـ أَوْ رَجُلٌ ـ مِنْ هَؤُلاَءِ

“Gedurende (de tijd) zaten wij met de Heilige Profeet Mohammedsa toen Surah Al-Jumu’a werd geopenbaard, en het vers, “En Hij (Allah) heeft hem (Mohammed) ook gezonden naar anderen (moslims)…..’ (62.3) was gereciteerd door de Profeet, Ik (Abu Hurairah) zei, “Wij zijn zij, O Allah’s Boodschapper?” De Profeet antwoordde niet totdat ik mijn vraag voor de derde keer had herhaald. Op dat moment, was Salman De Pers ook onder ons. Allah’s Boodschapper zette zijn hand op Salman, zeggend, “Als het geloof bij de  pleiades bereikt, zelfs dan zal een man vanuit deze mensen (o.a Salman’s volk) het terughalen.” (Sahih Bukhari, Volume 6, Boek 60, Hadith #4897)

De Heilige Profeet Mohammedsa maakt duidelijk, dat het geloof volledig zal verdwijnen en dat in deze tijd de Messias zal verschijnen. Deze persoon zal onder de niet-Arabieren zijn en van perzische afkomst. Dit is niemand anders dan Hazrat Mirza Ghulam Ahmadas. Volgens de Heilige Koran was Jezusas slechts een boodschapper voor بني إسرائيل oftewel, de mensen van Israël (Hoofdstuk 3, Vers 50). Dus als Jezusas daadwerkelijk terugkeert druist dit in tegen dit vers. De beloofde persoon is verschenen: Hazrat Mirza Ghulam Ahmadas uit Qadian (de Beloofde Messias en Imam Mahdi).