Allah

“Die God (zoals gepresenteerd door de Koran) is een uiterst getrouwe God, Die wonderen verricht voor hen die Hem getrouw blijven. (Kashti Nuh, blz. 20, Ruhani Khazain, deel 19)

“Ons paradijs is in onze God. Onze grootse vreugde is in onze God, want wij hebben Hem gezien en in Hem alle schoonheid gevonden. Deze schat is het waard te worden verkregen, zelfs als men hierbij het leven moet laten. Deze robijn is het waard te worden gekocht, zelfs als men zich hierin geheel moet verliezen. O gij die hiervan verstoken zijt, spoedt u naar deze bron, want zij zal uw dorst lessen. Het is de bron des levens die u zal redden. Wat moet ik doen en hoe zal ik dit goede nieuws zich in de harten doen vestigen? Hoe zal ik de aankondiging doen in de straten dat dit uw God is, zodat de mensen mogen horen? Welke medicijn zal ik voor hun oren gebruiken zodat zij zouden luisteren. Als u tot Allah behoort, wees er van verzekerd dat Allah zeker tot u zal behoren” (Kashti Nuh blz.21-22 Ruhani Khazain, deel 19)

 

“Hoor! U die oren heeft om te horen: Wat is het dat Allah van u verlangt? Alleen dit dat u alleen de Zijne wordt en geen gelijke aan Hem opricht, noch hier op aarde, noch in de hemel.

Onze God is de Ene, Die vandaag evenzeer leeft als in het verleden het geval was.

Evenzo spreekt Hij vandaag zoals Hij in het verleden deed; Hij hoort zoals Hij placht te horen. Te denken dat Hij in deze eeuw alleen luistert maar niet spreekt is een nutteloos geloof. Inderdaad, Hij hoort en spreekt. Al Zijn eigenschappen zijn eeuwig en altijddurend. Geen van Zijn eigenschappen zijn ooit opgeschort. Dit zal ook nooit het geval zijn. Hij is hetzelfde Unieke wezen Dat geen deelgenoot heeft; Hij heeft geen zoon en geen echtgenote; en Hij is hetzelfde Eeuwige Wezen Dat weergaloos is en niemand is Hem in enig opzicht gelijk.

Niemand is Hem qua eigenschappen gelijk.

Geen van Zijn krachten tanen ooit. Hij is dichtbij en toch ver, ver en toch dichtbij. Hij is de Hoogste der hogen, toch kan niet worden gezegd dat er nog iemand anders onder Hem is. Hij is in de hemelen, maar men kan niet zeggen dat Hij niet op de aarde is. Hij verenigt in Zich alle meest volmaakte eigenschappen en Hij manifesteert de deugden die waarlijk lofwaardig zijn. Hij is de bron van alle uitmuntendheid; Hij is de Almachtige. Al het goede is van Hem afkomstig en tot Hem keren alle dingen terug.

Alle bezittingen behoren Hem toe. In Hem worden alle voortreffelijkheden verenigd. Hij is vrij van smetten, zonder zwakheid. Hij is uniek in Zijn recht te worden aanbeden door allen die op de aarde verblijven of tot de hemelen behoren.” (Al-Wasiyyat, blz. 309-310, Ruhani Khazain, deel 20)