Vrijdagpreek van 30 oktober 2020 | ‘Mannen van Excellentie: Hazrat Mu’adh bin Jabal(ra) en Hazrat Abdullah bin ‘Amr (ra)’

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Vrijgevigheid van Hazrat Mu’adh bin Jabalra

Zijne Heiligheidaba zei dat Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra in de loop van de tijd een grote schuld had opgelopen omdat hij erg vrijgevig was met zijn rijkdom. Degenen aan wie hij iets verschuldigd was, gingen naar de Heilige Profeets en informeerden hem. De Heilige Profeets liet Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra komen en vernam dat de schuld die hij had opgelopen groter was dan de hoeveelheid die hij bezat. Derhalve zei de Heilige Profeetsdat degene die de schuld van Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra kwijtscheldt de genade van Allah zou krijgen. Zo hebben sommige mensen de schuld van Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra kwijtgescholden. Sommigen eisten echter nog steeds dat de schuld werd betaald. Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra betaalde hen alles wat hij kon van de eigendommen die hij bezat, maar zelfs nadat hij alles had gegeven wat hij bezat, was het nog steeds niet genoeg om het volledige bedrag te betalen dat hij verschuldigd was. Toen het volledige bedrag werd geëist, vertelde de Heilige Profeets hen om Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra wat uitstel te verlenen, aangezien hij niets meer had.

Het vertrouwen van de Heilige Profeets in Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra

Later stuurde de Heilige Profeets Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra naar Jemen als een Amir en hij een van de vijf metgezellen was die belast waren met het toezicht op de zaken van Jemen. Voor zijn vertrek vertelde de Heilige Profeets hem dat als iemand hem een ​​geschenk aanbood, hij het moest accepteren, aangezien hij nog steeds een bedrag aan schulden had. Met deze toestemming zou Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra uiteindelijk zijn schuld volledig kunnen terugbetalen. (Sunan Ibn Majah 2357, In-boek referentie: Boek 13, Hadith 50, Engelse vertaling: Vol. 3, Book 13, Hadith 2357)

Zijne Heiligheidaba presenteerde nog een overlevering van Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra die zei dat toen hij naar Jemen vertrok, de Heilige Profeets naast hem liep, en tegen hem zei dat als hij terugkeerde uit Jemen, het mogelijk zou zijn dat ze elkaar niet zullen kunnen ontmoeten en Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra langs het graf de Heilige Profeets zal gaan. Toen Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra dit hoorde, begon hij te huilen.

Zijne Heiligheidaba zei dat later, tijdens het tijdperk van het Kalifaat van Hazrat Abu Bakrra, Hazrat Umarra suggereerde dat sinds Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra zijn schulden had afgelost en nu de noodzakelijke levensbehoeften bezat vanwege de rijkdom die hij via de geschenken ontving, hij geen overtollige rijkdom zou moeten bezitten. Hij stelde voor dat de overtollige rijkdom van hem zou moeten worden teruggenomen. Hazrat Abu Bakrra zei dat aangezien de toestemming aan Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra was verleend door de Heilige Profeets zelf om deze rijkdom te gebruiken, hij niets van hem terug zou nemen. Tenzij Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra zelf aanbood om de rijkdom terug te geven. Hazrat Umarra gaf dit door aan Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra, die uiteindelijk besloot dat hij alle overtollige rijkdom die hij had ontvangen via giften terug zou geven. Toen hij naar Hazrat Abu Bakrra ging, en zei dat hij de rijkdom die hij had ontvangen in Jemen terug zou geven antwoordde Hazrat Abu Bakrra dat hij het geld niet zou accepteren. Hazrat Abu Bakrra zei dat Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra het als een geschenk van hem mocht houden. Toen Hazrat Umarra dit hoorde en zag dat Hazrat Abu Bakrra hem dit cadeau gaf, was Hazrat Umarra ook volledig tevreden met de beslissing.

Tien adviezen van de Heilige Profeets aan Hazrat Mu’adh  Ibn Jabalra

Zijne Heiligheidaba presenteerde een overlevering van Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra die zei dat de Heilige Profeets bij zijn vertrek naar Jemen hem tien zaken adviseerde, waarvan er één was om zich te onthouden van een leven van buitensporigheid. Hij adviseerde hem ook om te gaan met de bevolking van Jemen door een hoog moreel karakter te tonen.

Zijne Heiligheidaba merkte op dat Moslims door de Heilige Profeets worden onderwezen om een ​​hoog moreel karakter te tonen, maar zien wij ze tegenwoordig naar deze leer handelen? En toch herdenken Moslims over de gehele wereld Eid Miladun Nabi om de geboorte van de Heilige Profeets te vieren.

De Heilige Profeets vroeg hoe Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra zou oordelen in Jemen

Sommige metgezellen van Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra zeiden: “Toen de Boodschapper van Allahs van plan was Hazrat Mu’adh ibn Jabalra naar Jemen te sturen, vroeg hij: Hoe zult u oordelen wanneer de gelegenheid zich voordoet om een zaak te beslissen? Hij antwoordde: Ik zal oordelen in overeenstemming met het Boek van Allah (de Heilige Koran). Hij vroeg: (Wat gaat u doen) als u geen antwoord vindt in het Boek van Allah? Hij antwoordde: (Ik zal handelen) in overeenstemming met de Sunnah van de Boodschapper van Allahs. De 4Heilige Profeets vroeg vervolgens: (Wat gaat u doen) als u geen antwoord vindt in de Sunnah van de Boodschapper van Allahs en in het Boek van Allah? Hij antwoordde: ik zal mijn best doen om een mening te vormen en ik zal alles hiervoor in het werk stellen. De Boodschapper van Allahs klopte hem op zijn borst en zei: Geprezen zij Allah die de vertegenwoordiger van de Boodschapper van Allahs heeft geholpen iets te vinden dat de Boodschapper van Allahs behaagt.” (Sunan Abi Dawud 3592, In-boek referentie: Book 25, Hadith 22. Engelse vertaling: Boek 24, Hadith 3585)

Afscheid tussen de Heilige Profeets en Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra

Toen het tijd was om afscheid te nemen, zei de Profeets tegen Muadh, “O Muadh, wellicht zult u mij na dit jaar niet meer ontmoeten. Wellicht ziet u bij uw terugkeer alleen mijn moskee en mijn graf. “ Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra huilde bij het horen hiervan omdat hij in zijn hart wist dat hij de Heilige Profeets nooit meer in deze wereld zou ontmoeten. Een gevoel van verdriet en verlatenheid overviel hem toen hij afscheid nam van de Heilige Profeets. Het voorgevoel van de Heilige Profeets was correct, de ogen van Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra hebben de Heilige Profeets na dat moment nooit meer gezien. De Heilige Profeets overleed voordat Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra terugkeerde uit Jemen.

Onzelfzuchtigheid van Hazrat Mu’adh  Ibn Jabalra

Zijne Heiligheidaba zei dat Hazrat Umarra ooit iemand naar Hazrat Abu Ubaidah bin al-Jarrahra stuurde met 400 dinar en hem vertelde dit geld aan hem te geven en te kijken hoe hij het zou besteden. Toen hij het geld aan Hazrat Abu Ubaidahra gaf, riep Hazrat Abu Ubaidahra een van zijn arbeiders tot zich en droeg haar op om de rijkdom te verdelen onder verschillende huishoudens die het geld nodig hadden. Vervolgens stuurde Hazrat Umarra hetzelfde bedrag naar Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra en Hazrat Umarra gaf opnieuw de instructie dat de persoon die het geld gaf daar moest blijven om te zien hoe Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra het besteedde. Toen Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra het geld ontving, instrueerde ook hij dat het geld moest worden verdeeld onder verschillende huishoudens die het nodig hadden. Op dat moment zei de vrouw van Hazrat Muadh Ibn Jabalra dat ook zij erg arm waren en geld nodig hadden omdat zij bijna niets hadden. Tegen die tijd had Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra het geld al verdeeld en had hij nog maar twee dinar over, die hij aan zijn vrouw gaf. Toen Hazrat Umarra hoorde dat dit de manier was waarop hij het geld besteedde onder de armen, was hij zeer tevreden.

Zijne Heiligheidaba merkte op dat dit incident, in het bijzonder de opmerkingen die gemaakt werden door de vrouw van Hazrat Muadh Ibn Jabalra over de eenvoud waarmee zij leefden, aantoont dat Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra het geld dat hij ontving in Jemen niet gebruikte om een ​​luxe en buitensporige leven te leiden.

Overlijden van Hazrat Mu’adh  Ibn Jabalra

Zijne Heiligheidaba presenteerde overleveringen over de momenten voorafgaand aan het overlijden van Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra. Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra lag op zijn sterfbed toen hij tenslotte de uitspraak vertelde die de Heilige Profeets tegen hem had gezegd, namelijk dat iedereen die accepteerde dat er één God is en dat Mohammed (s) Zijn boodschapper was het paradijs zal binnentreden. Hij zei dat hij dit niet eerder had verteld uit vrees dat mensen op een zodanige wijze de nadruk hierop zouden kunnen leggen waarna het risico zou kunnen bestaan dat zij geen goede daden meer zouden verrichten. Volgens een andere overlevering begon Hazrat Mu’adh Ibn Jabalra op zijn laatste momenten te huilen. Hij zei dat hij niet huilde uit angst voor de dood, maar huilde omdat er twee groepen waren; degenen die naar de hemel gingen en degenen die naar de hel gingen, en hij wist niet waarvan hij deel van zou uitmaken. Hij zei dat hij alleen huilde uit vrees voor Allah.

Hazrat Abdullah bin ‘Amr (ra)

Zijne Heiligheidaba zei dat de tweede metgezel wiens leven hij zou benadrukken Hazrat Abdullah bin ‘Amrra is.

Hazrat Abdullah bin ‘Amrra was van de Banu Salamah tak van de Khazraj stam. Zijn vader was ‘Amr bin Haram en zijn moeder Rubab bint Qais. Hij was de vader van Hazrat Jabir bin Abdullahra en stond dus ook bekend als Abu Jabir. Hij accepteerde de Islam tijdens de gelegenheid van de tweede gelofte (van Bai’ah) in Aqabah. Hij nam deel aan de Slag bij Badr en stierf als een martelaar tijdens de Slag om Uhud.

De tweede gelofte in Aqaba

Zijne Heiligheidaba presenteerde overleveringen met betrekking tot de tweede gelofte in Aqabah en presenteerde ook details over het leven en het karakter van het zegel der profetens. Na de belofte zei de Heilige Profeets dat hij twaalf vertegenwoordigers zou aanstellen die verantwoordelijk zouden zijn voor hun volk (ten aanzien van predikingwerk), net zoals Mozesas dat had gedaan. Hij zei dat deze twaalf vertegenwoordigers ook vergelijkbaar zouden zijn met de twaalf discipelen van Jezusas. Het is vermeld dat Hazrat Abdullah bin ‘Amrra een van de twaalf vertegenwoordigers was.

Toewijding aan de Heilige Profeets

Zijne Heiligheidaba presenteerde een verhaal over de zuster van Hazrat van Abdullah bin ‘Amrra, wiens vader, broer, echtgenoot en zoon allen de marteldood stierven in de Slag bij Uhud. Toen ze hoorde van hun martelaarschap, maakte ze zich toch meer zorgen over het welzijn van de Heilige Profeets (omdat het verhaal de ronde ging dat de Heilige Profeets gedood werd). Toen ze hoorde dat de Heilige Profeets veilig was, ging ze naar hem toe en zei ze dat ze niet om het martelaarschap van iemand anders gaf, zolang de Heilige Profeets maar veilig was.

Zijne Heiligheidaba presenteerde een verhaal van Hazrat Jabir bin Abdullahra wiens vader, Hazrat Abdullah ‘Amrra voordat hij vertrok naar de Slag bij Uhud, zijn zoon Hazrat Jabir bin Abdullahra adviseerde om zijn schulden terug te betalen en goed voor zijn zusters te zorgen. De volgende ochtend was Hazrat Abdullah bin ‘Amrra de eerste die de martelaarsdood stierf door de vijand. Zijn begrafenis werd geleid door de Heilige Profeets.

Zijne Heiligheidaba zei dat hij in de toekomst verder zou vertellen over de incidenten uit het leven van Hazrat Abdullah bin ‘Amrra.