Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 23 april 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Umar (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij incidenten uit het leven van Hazrat Uthman (ra) zou belichten.

Familieachtergrond van Hazrat Umar (ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de vader van Hazrat Umar (ra) Khattab bin Nufail heette en dat de naam van zijn moeder Hantama bint Hashim was. Zijne Heiligheid (aba) presenteerde verschillende overleveringen over de geboortedatum van Hazrat Umar (ra). Sommigen zijn van mening dat hij ofwel vier jaar vóór ofwel vier jaar na de Slag bij Fijar werd geboren. Er zijn andere overleveringen die zeggen dat hij werd geboren in 583 n.Chr. Er is een andere overlevering die stelt dat hij de islam accepteerde in 6 AH toen hij 24 jaar oud was, wat zou betekenen dat hij werd geboren in 590 n.Chr. De vierde stelling over zijn geboorte is dat hij werd geboren toen de Heilige Profeet (v.z.m.h.) ongeveer 21 jaar oud was.

Hazrat Umar’s (ra) acceptatie van de islam

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (sa) de titel ‘Farooq’ aan Hazrat Umar (ra) schonk. Eens werd Hazrat Umar (ra) gevraagd hoe hij de titel Farooq kreeg. Hazrat Umar (ra) antwoordde dat Hazrat Hamzah (ra) de islam drie dagen vóór hem accepteerde, en hij ging verder met het vertellen van het incident van Hazrat Hamzah’s (ra) acceptatie. Hazrat Umar (ra) zei dat hij drie dagen later bericht ontving dat zijn zus en zwager ook de islam hadden aanvaard. Hij ging naar hun huis en hoorde de Heilige Koran binnen worden gereciteerd. Hij klopte op de deur en toen deze werd geopend, begon hij zijn zwager te slaan. Volgens een andere overlevering, toen zijn zus naar voren stapte voor haar man, raakte één van de slagen haar per ongeluk. Toen hij het bloed op het gezicht van zijn zus zag, bedaarde zijn humeur. Hij vroeg toen om het boek te zien dat werd voorgedragen. Zijn zus zei hem dat hij eerst de wassing moest uitvoeren. Toen hij dat eenmaal had gedaan, kreeg hij de Heilige Koran overhandigd en las hij de verzen 1-9 van Surah TaHa.

Hij besloot toen de islam te aanvaarden en vervolgde zijn weg naar waar de Heilige Profeet (v.z.m.h.) was. Toen hij aankwam, zei Hazrat Hamzah (ra), die daar aanwezig was, dat de deur geopend moest worden; als hij met goede bedoelingen was gekomen, zouden ze hem verwelkomen, en als hij met slechte bedoelingen was gekomen, zouden ze hem doden. De Heilige Profeet (v.z.m.h.) hoorde dit en kwam naar buiten. Hierop sprak Hazrat Umar (ra) de geloofsbelijdenis uit. Daarop riepen alle metgezellen luidkeels ‘Allah is de Grootste’. Hazrat Umar (ra) vroeg toen aan de Heilige Profeet (v.z.m.h.) of de islam de ware religie is. De Heilige Profeet (v.z.m.h.) antwoordde dat dit natuurlijk zo was. Toen vroeg Hazrat Umar (ra) of, als dit inderdaad het geval was, waarom de moslims dan nog steeds ondergedoken zaten. Hierop vormden de moslims twee rijen en marcheerden in de open lucht naar de Ka’bah. Toen de Quraish Hazrat Hamzah (ra) en Hazrat Umar (ra) onder de moslims zagen, waren ze geschokt.

Hazrat Umar (ra) zei dat hij vanaf die dag de titel Farooq kreeg van de Heilige Profeet (v.z.m.h.), want na zijn aanvaarding kreeg de islam kracht en werd de waarheid onderscheiden van onwaarheid.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) lang en sterk gebouwd was. Voordat Hazrat Umar (ra) de islam accepteerde, won hij vaak de worstelwedstrijden die op het beroemde Ukkaz-festival werden gehouden. Hazrat Umar (ra) behoorde ook tot degenen van de Quraish die leerden lezen en schrijven. Op het moment dat de Heilige Profeet (v.z.m.h.) werd aangesteld, waren er ongeveer slechts zeventien mensen die konden lezen en schrijven.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Umar (ra) enkele spirituele eigenschappen vertoonde zelfs voordat hij de islam accepteerde. Toen de moslims naar Abysinnia migreerden, bereidden zij zich voor om vóór zonsopgang te vertrekken, zodat ze geen last zouden hebben van de Quraish. Het was gebruikelijk dat de stamhoofden van Mekka ’s nachts door de straten liepen om te verzekeren dat er geen berovingen plaatsvonden. Die bewuste nacht zal Hazrat Umar (ra) terwijl hij door de straten liep een huis dat alles leek te hebben ingepakt ter voorbereiding op een lange reis. Hij naderde het huis en vroeg een van de metgezellen (ra) wat er aan de hand was. Ze was stellig in haar antwoord en antwoordde dat ze Mekka gingen  verlaten omdat hij en zijn broers de moslims niet toestonden vrij te leven en te aanbidden wat zij wilden. Hazrat Umar (ra) had de islam destijds nog niet aanvaard. Hazrat Umar (ra) keerde zich om uit pijn voor wat hij zojuist gehoord had en zei: ‘moge God uw Beschermer zijn’.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (sa) ook bad dat Hazrat Umar (ra) de islam zou aanvaarden. De Heilige Profeet (v.z.m.h.) bad dat God de islam mocht helpen met degene die Hem dierbaarder was; ofwel Umar bin al-Khattab of Amr bin Hisham. Toen Hazrat Umar (ra) de islam accepteerde, kwam de engel Gabriël naar de Heilige Profeet (v.z.m.h.) en verkondigde dat de hemelen verheugd waren over Hazrat Umar’s (ra) acceptatie van de islam.

Zijne Heiligheid (aba) vertelde over een ander incident dat wordt overleverd met betrekking tot Hazrat Umar’s (ra) aanvaarding van de islam. Eens verrichtte de Heilige Profeet (v.z.m.h.) zijn gebeden in de Ka’bah. Hazrat Umar (ra) wilde horen wat de Heilige Profeet (v.z.m.h.) zei. Toen hij dichterbij kwam, hoorde hij de Heilige Profeet (v.z.m.h.) Surah ar-Rahman reciteren. Deze recitatie van de Heilige Koran deed het hart van Hazrat Umar (ra) smelten. Toen de Heilige Profeet (v.z.m.h.) vertrok, volgde Hazrat Umar (ra) hem. Toen de Heilige Profeet (v.z.m.h.) besefte dat Hazrat Umar (ra) hem volgde, draaide hij zich om, denkend dat hij slechte bedoelingen had. In plaats daarvan verklaarde Hazrat Umar (ra) zijn geloof in Eén God en dat Muhammad(v.z.m.h.) Zijn Boodschapper was.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er verschillende overleveringen zijn over Hazrat Umar’s (ra) aanvaarding van de islam. De meest prominente en vaak herhaalde is het incident van toen Hazrat Umar (ra) met zijn zwaard op pad ging om de Heilige Profeet (v.z.m.h.) te doden, maar gaandeweg werd geïnformeerd dat zijn zuster de islam had aanvaard. Hij bezocht haar toen, waar hij de recitatie van de Heilige Koran hoorde, die zijn hart deed smelten. Vervolgens ging hij naar de Heilige Profeet (v.z.m.h.) en accepteerde de islam. Zijne Heiligheid (aba) zei dat we accepteren dat dit incident het meest accuraat is.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij in de toekomst door zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Umar (ra).

Gebed voor overledenen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de dodengebed (in afwezigheid) zou leiden van de volgende overledenen: Ahmad Muhammad Usman Shabooti Sahib, Qureshi Zakaullah Sahib, Malik Khalid Daad Sahib, Muhammad Saleem Sabir Sahib, Naeema Latif Sahiba en Safiyya Begum Sahiba.

 

Samengesteld door Afdeling Isha’at van Majlis Khuddam-ul-Ahmadiyya Nederland

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 16 april 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Ramadan – Het begrijpen van de filosofie van het aanvaarden van gebeden

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, reciteerde Zijne Heiligheid (aba) de volgende verzen van de Heilige Koran:

2:184  O, gij gelovigen, het vasten is u voorgeschreven, zoals het degenen die vóór u waren was voorgeschreven, opdat gij vroom zult zijn.

2:185  Voor een zeker aantal dagen (zult gij vasten) maar wie onder u ziek is, of op reis, vaste een aantal andere dagen – er is een losprijs voor degenen, die niet kunnen vasten – het voeden van een arme. Maar hij, die vrijwillig goed doet, het zal beter voor hem zijn. Het vasten is goed voor u, indien gij het beseft.

2:186  De maand Ramadaan is die, waarin de Koran als een richtsnoer voor de mensen werd nedergezonden en als duidelijke bewijzen van leiding en onderscheid. Wie onder u daarom deze maand beleeft, laat hem daarin vasten. Maar wie onder u ziek of op reis is, een aantal andere dagen. Allah wenst gemak voor u en geen ongemak, en opdat gij het aantal zult voltooien en opdat gij Allah’s grootheid zult prijzen, omdat Hij u terecht heeft geleid en opdat gij dankbaar zult zijn.

2:187  En wanneer Mijn dienaren u over Mij vragen, zeg dan: “Ik ben nabij. Ik verhoor het gebed van de smekeling, wanneer hij Mij aanroept.” Daarom moeten zij naar Mij luisteren en in Mij geloven, opdat zij geleid zullen worden.

Vroomheid bereiken

Zijne Heiligheid (aba) zei toen dat we door de genade van Allah opnieuw gezegend zijn met de maand Ramadan. Het gaat er echter niet simpelweg om, om de maand Ramadan te doorlopen, noch vervult simpelweg het eten bij het sluiten van het vasten en bij het openen van het vasten het doel van het vasten. In plaats daarvan heeft de Almachtige God gezegd dat we vroomheid moeten bereiken.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat in de verzen die hij reciteerde, God heeft uitgelegd dat vasten een verplichting is. Tegelijkertijd heeft God verklaard dat degenen die ziek zijn of reizen niet verplicht zijn om te vasten, maar dat zij de gemiste vastendagen op een later tijdstip kunnen voltooien. En degenen die niet kunnen vasten, moeten de fidyah betalen. Zelfs indien iemand in staat is om het vasten op een later tijdstip te voltooien, is het alsnog een goede praktijk om de fidyah te betalen.

Voorwaarde voor de acceptatie van gebeden

Zijne Heiligheid (aba) zei dat God ook zegt dat Hij de gebeden van de smekeling hoort. Als iemand echter wil dat God naar hen luistert, dan moeten wij ook God gehoorzamen en handelen naar Zijn geboden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij enkele uittreksels zou presenteren uit de geschriften van de Beloofde Messias (as) met betrekking tot de filosofie van de acceptatie van gebeden en de voorwaarden die hiermee verbonden zijn. Er zijn velen van ons die aan de bidden en dan denken dat God gebonden is om onze gebeden te horen en te vervullen, en dan verdrietig worden als de gebeden niet worden verhoord. Wat we ons echter moeten realiseren, is dat we eerst ons geloof en onze relatie met God moeten versterken, en onszelf moeten analyseren om te zien of we wel of niet naar Zijn geboden handelen. We moeten bekijken of we standvastige dienaren zijn, of aarzelen bij de minste beproeving.

Zijne Heiligheid (aba) presenteerde een citaat van de Beloofde Messias (as) waarin hij verklaarde dat gebed niet louter het uitspreken van woorden is, maar juist om het hart te vullen met de vrees voor God. Het is wanneer de ziel van de smekeling als water naar de drempel van het Goddelijke stroomt en men de kracht zoekt om zijn zwakheden te bestrijden. Het gaat erom uzelf in een vorm van overlijden te brengen. Dan zal men zien dat de deur van acceptatie wordt geopend voor de smekeling.

Hoe te weten wanneer gebeden zijn aanvaard

Zijne Heiligheid (aba) zei dat velen vragen hoe we kunnen weten dat we vergeven zijn en dat God onze gebeden heeft aanvaard. Hierover heeft de Beloofde Messias (as) verklaard dat wanneer iemand in de ware zin smeekt en getracht heeft een duurzame relatie met God op te bouwen, hij daarvan verzekerd kan zijn. Zijne Heiligheid (aba) zei dat we ernaar moeten streven om dit vooral tijdens de maand Ramadan te bereiken.

Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias (as) die zei dat een echte verbondenheid tot stand komt wanneer twee kanten naar elkaar toe worden getrokken. Met andere woorden, wanneer de genade van God de mens naar Hem toe trekt, en wanneer de waarachtigheid en oprechtheid van de mens God ertoe brengt dichter bij hem te komen, dan kan er een echte verbondenheid tot stand worden gebracht. Wanneer deze verbinding tot stand is gebracht en men smeekt, dan manifesteert God de middelen om dat gebed aan te nemen en te vervullen.

Zijne Heiligheid (aba) citeerde verder de Beloofde Messias (as) die zei dat de Almachtige God heeft verklaard en beloofd dat degenen die op Zijn pad streven, Zijn nabijheid zullen bereiken. God heeft ons ook het gebed ‘Leid ons op de rechte pad’ geleerd. Dit betekent dat men intensief moet streven en vurig moet bidden, dit in gedachten houdend. Verder wordt er gezegd dat iemand die geestelijk blind is in deze wereld, ook in het hiernamaals blind zal zijn. Dit kan iemand zijn die blindelings een religie aanhield, simpelweg omdat die persoon in dat geloof geboren was. Zulke mensen hebben geen ‘geestelijk zicht’ noch bezitten ze liefde voor het geloof. Daarom moeten we ons ‘spirituele zicht’ vanaf onze tijd in deze wereld ontwikkelen, zodat we in de volgende wereld bezitter zullen zijn van dit ‘geestelijk zicht’.

Word ware dienaren van God

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we in deze dagen vooral moeten bidden ‘Leid ons op het rechte pad’ zodat we ware dienaren van God kunnen worden en Zijn schepping waarlijk dienen, in plaats van te worden zoals die extremisten die anderen schade berokkenen in de naam van God en Zijn Boodschapper (vzmh). Zijne Heiligheid (aba) bad dat God ons moge redden van het kwaad van zulke mensen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat sommige mensen denken dat ze zo ver doordrenkt zijn van zonden, dat ze niet langer vergeven kunnen worden. Vanwege deze gedachte blijven ze verdere slechte daden begaan, terwijl dit slechts een gedachte is die door Satan in hun gedachten is geplaatst. Zijne Heiligheid (aba) citeerde die Beloofde Messias (as) die zei dat men nooit zou moeten denken dat ze zoveel verkeerde daden hebben begaan dat ze niet kunnen worden vergeven. In feite is gebed de remedie voor het begaan van slechte daden en dat is de enige manier om Satan uit te roeien. Anders zet deze gedachte zich voort en eindigt men uiteindelijk in de richting van atheïsme. Daarom, wat er ook gebeurt, moet men zich tot gebed wenden, en de maand Ramadan is de perfecte gelegenheid om zich hierop te concentreren.

Raak niet ontmoedigd wanneer u bidt

Zijne Heiligheid (aba) ging door met het citeren van de Beloofde Messias (as) die zei dat men niet ontmoedigd moet raken als ze het gevoel hebben dat hun gebed niet precies is beantwoord zoals ze hadden gewenst. God hoort onze gebeden, maar Hij is niet gebonden aan ons verlangen en hoeft onze gebeden niet precies te vervullen zoals wij verlangen, want Hij weet het best. Het kan worden vergeleken met een kind dat zijn moeder om iets vraagt ​​dat schadelijk voor hem is. Het lijdt geen twijfel dat de moeder van haar kind houdt, maar als het schadelijk is, zou ze het kind nooit geven wat hij heeft gevraagd. De filosofie van het aanvaarden van gebed is vergelijkbaar. God weet wat het beste is.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat veel mensen hem schrijven dat ze baden en zelfs financiële offers brachten, maar dat hun gebed niet werd aanvaard. Zijne Heiligheid (aba) zei dat men eerst moest zien of ze een echte relatie met God hebben opgebouwd. Als ze dat zouden doen dan zouden ze moeten accepteren dat wat er ook gebeurde omwille van het betere was. Zijne Heiligheid (aba) zei dat sommige mensen tot God bidden en zeggen dat zelfs als de zaak waarvoor ze bidden niet goed is, deze toch geaccepteerd moet worden; bijvoorbeeld in huwelijkszaken. Maar wanneer de match is gemaakt, scheiden de twee. Daarom zei Zijne Heiligheid (aba) dat we niet op een dergelijke manier moeten bidden, want God weet het best. Soms is het gebed dat niet precies wordt aangenomen zoals het werd gevraagd, een vorm van aanvaarding van gebed.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat met betrekking tot de voorwaarden voor het aanvaarden van gebed, de Beloofde Messias (as) heeft verklaard dat iemand die een ander vraagt ​​om voor hen te bidden, eerst zelf moet zorgen dat ze altijd de vrees voor God in zichzelf vestigen en vroom zijn. Dan zal de deur voor acceptatie wordt geopend. Als dit niet gebeurt, is de deur niet alleen voor hen gesloten, maar ook voor degenen aan wie ze hebben gevraagd voor hen te bidden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat men bovendien goede daden moet verrichten om gebeden te laten aanvaarden. In verband hiermee zei de Beloofde Messias (as) dat men al het mogelijke moet doen om goede werken te verrichten en zichzelf te hervormen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het nodig is dat de middelen worden gecreëerd, waarvoor we moeten bidden. Dit is wat ons is geleerd in het gebed ‘U alleen aanbidden wij en U alleen smeken wij om hulp’. Het kan niet zo zijn dat iemand bidt en zijn dorst wordt automatisch gelest, echter wordt hiertoe water nedergedaald als een middel om zijn dorst te lessen. God heeft de behoefte aan middelen geschapen, zodat duidelijk wordt dat alles met een doel is geschapen.

Zijne Heiligheid (aba) citeerde verder de Beloofde Messias (as) die zei dat men vroomheid moet aannemen, want vroomheid is de essentie van de goddelijke wet. De Almachtige God heeft beloofd de gebeden van rechtvaardigen te aanvaarden. Daarom moet men vroomheid aannemen en inboezemen om de aanvaarding van gebed te genieten.

Twee aspecten van de barmhartigheid van de Almachtige God

Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias (as) die zei dat er twee soorten barmhartigheid of genade van God zijn; Rahmaniyyat [de algemene genade] en Rahimiyyat [de speciale genade]. Onder Rahmaniyyat schiep God alles wat nodig is om het leven in stand te houden, zelfs voordat het leven werd geschapen. Het eerste omvat dus datgene wat werd geschapen vóór onze schepping, voordat iemand zelfs maar voor zulke dingen kon bidden. Daarnaast is er Rahmiyyat, waaronder God het gebed accepteert wanneer we bidden. Deze genade houdt het meest verband met gebed. Het is het kenmerk van mensen om bij God genade te zoeken en het is het kenmerk van God om de gebeden te aanvaarden. God gaf ons de middelen onder Rahmaniyyat zoals het hart, de tong, de ogen, de oren enz., zodat we ze op de juiste manier konden gebruiken en bij God konden zoeken en gehoord konden worden onder zijn speciale genade, Rahimiyyat. Daarom moeten we datgene wat ons onder Rahmaniyyat gegeven is op de best mogelijke manier gebruiken en deze zegeningen gebruiken om de speciale genade van God te oogsten via Zijn attribuut van Rahimiyyat.

Daarom, waar ons het gebed ‘Leid ons op het rechte pad’ is geleerd, is ons eerder geleerd dat ‘U alleen aanbidden wij en U alleen smeken wij om hulp’. Dit betekent dat we, om ons op het rechte pad te begeven, gebruik moeten maken van de capaciteiten en vermogens die God ons heeft gegeven in plaats van ze verloren te laten gaan. Dan kunnen we hopen het rechte pad te betreden.

Het belang van gebed en smeekbede

Zijne Heiligheid (aba) zei dat met betrekking tot het belang van gebed en smeekbede, de Beloofde Messias (as) zei dat net zoals wanneer een kind huilt en zijn moeder naar hem toe rent om hem melk te geven, zo ook de manier is waarop God een smekeling hoort die huilt aan Zijn deur. De Almachtige God wil dat we aan Zijn deur komen, alles wat Hij van ons verlangt is dat wij de eigenschappen aannemen waardoor onze gebeden kunnen worden aanvaard.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit slechts een paar uittreksels waren die hij uit een schat aan kennis presenteerde. Als we deze adviezen implementeren, kunnen we een revolutionaire verandering in ons leven teweegbrengen en een sterke relatie met God opbouwen. Deze Ramadan zouden we moeten streven om de nabijheid van Allah te bereiken, om naar Zijn geboden te handelen, om ons geloof te versterken, om de filosofie van gebeden te begrijpen, om onszelf te hervormen en om opgenomen te worden onder degenen wiens gebeden door God worden aanvaard. Deze ramadan zou een grote verandering in onze relatie met God teweeg moeten brengen.

De voordelen van bidden voor anderen

Zijne Heiligheid (aba) zei te bidden voor allen in Pakistan, Algerije en waar ook ter wereld waar Ahmadi’s door hun geloof met ontberingen worden geconfronteerd. Zijne Heiligheid (aba) zei dat als u voor anderen bidt, uw eigen gebeden geaccepteerd kunnen worden. In feite bidden engelen voor degenen die voor anderen bidden. Daarom moeten we tijdens deze Ramadan niet alleen voor onszelf bidden, maar ook voor anderen.

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 26 maart 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

De Beloofde Messias(as) – De noodzaak voor de Imam

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwuz en Surah al-Fatihah, reciteerde Zijne Heiligheid (aba) de volgende verzen van de Heilige Koran:

‘Hij is het Die onder de ongeletterden een boodschapper heeft verwekt die Zijn tekenen onder hen verkondigt en hen zuivert en hun het Boek en de wijsheid onderwijst, ofschoon zij voorheen in openbare dwaling verkeerden. En ook anderen die dezen (gelovigen) nog niet hebben ontmoet. Hij is de Almachtige, de Alwijze.’ (Heilige Qur’an 62 : 3-4)

Oprichting van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap

Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) zei dat het een paar dagen geleden 23 maart was en dat deze dag belangrijk is voor de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap aangezien dit de dag was waarop de Gemeenschap werd opgericht.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat we onszelf elk jaar moeten herinneren wat het doel van de komst van de Beloofde Messias (as) was, namelijk om de leerstellingen van de islam te doen herleven en deze aan de wereld te presenteren. Elke Ahmadi moet ernaar streven deel te nemen aan de zegeningen van deze missie. Zijne Heiligheid (aba) zei dat we om dit te kunnen realiseren voornamelijk en vooral onszelf moeten hervormen.

Voorspellingen over de beloofde Messias(as)

Zijne Heiligheid (aba) presenteerde toen enkele voorspellingen over de Beloofde Messias (as) die reeds zijn vervuld en nog steeds worden vervuld. Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Beloofde Messias (as) toen hij zei dat de Almachtige God de Heilige Profeet (vzmh) deed nederdalen in een tijd van volledige duisternis en Hij hen heeft doordrenkt met een geestelijk licht. De Almachtige God stuurde nu Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) – die van Perzische afkomst was – in dit tijdperk van duisternis en misleiding om opnieuw geloof in de wereld te brengen. Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Beloofde Messias (as) de islam verdedigde nadat deze vanuit elke richting werd aangevallen. En het was voorbestemd voor de Beloofde Messias(as) om uit de Moslim Ummah te komen, in overeenstemming met bovengenoemde verzen en de uitspraken van de Heilige Profeet(vzmh).

Zijne Heiligheid (aba) zei dat duizenden mensen getuige waren van het teken van de Dhus-Sineen-ster, het verbod op het verrichten van de Hadj, de aanlegging van het spoorwegsysteem en het uitbreken van de pest – dit waren allemaal profetieën van de Heilige Profeet(vzmh). Hij zei dat bij de vergelijking tussen de metgezellen van de Beloofde Messias(as) en die van de Heilige Profeet(vzmh) geconcludeerd kan worden dat deze erg op elkaar lijken; want beiden moesten vervolging en een kwaadaardige behandeling ondergaan. Net zoals de eerste metgezellen het volk van God waren, zo zijn ook deze metgezellen van de Beloofde Messias(as) hetzelfde, want zij zijn ook het volk van God en Hij draagt zorg voor zulke mensen, die rechtvaardig handelen en zichzelf vaak aan de dood herinneren.

Zijne Heiligheid (aba) noemde verder andere vervulde profetieën, zoals de nieuwe transportmethoden, de zons- en maansverduisteringen in dezelfde maand Ramadan, de toename van de publicatie van boeken, de toename van faciliteiten voor de mensheid en de vernietiging van bepaalde steden als gevolg van de toorn van God. Precies in dit tijdperk werd voorspeld dat de Beloofde Messias (as) zou verschijnen.

Zijne Heiligheid (aba) haalde de Beloofde Messias (as) aan aangezien hij beweerde exact deze persoon te zijn die door de Almachtige God was aangesteld als een vervulling van deze profetieën. Hij werd hier zo vaak door God van op de hoogte gebracht dat er enkele ruimte meer was voor enige twijfel. De Beloofde Messias(as) zag zelfs dat de vervulling van de profetie dat de kameel niet langer gebruikt zou worden als vervoersmiddel. Dit zag de Beloofde Messias(as) zelf in vervulling gaan aangezien een spoorlijn zou worden aangelegd tussen Mekka en Medina. Ook dit is in vervulling gegaan meer dan 1300 jaar nadat deze voorspelling werd gemaakt door de Heilige Profeet(vzmh).

Een Messias vergelijkbaar met Jezus (as) en de steun van God

Vervolgens noemde Zijne Heiligheid (aba) hoe de Beloofde Messias (as) zou zijn lijken op Jezus (as), aangezien beiden door hun volk zouden worden verworpen terwijl ze de zuivere leerstellingen van hun respectievelijke religies presenteerden. Hij zei dat de mensen zo verdiept zijn in de wereld en weinig oog hebben voor hun geloof of voor de Heilige Koran. Zijne Heiligheid (aba) herinnerde ons eraan dat we ons in dit opzicht allemaal moeten beoordelen, zelfs nadat we de Beloofde Messias (as) hebben aanvaard. Deze leerstellingen zullen en worden altijd beschermd door de Almachtige God en in dit tijdperk werd de Beloofde Messias (as) aangesteld om deze taak voort te zetten om de leerstellingen van de Heilige Koran te beschermen, nadat ze zo verkeerd begrepen waren door de moslims.

Zijne Heiligheid (aba) haalde de Beloofde Messias (as) aan toen hij verklaarde dat hij aan de wereld heeft laten zien hoe de Islam superieur is aan alle andere religies. Maar wanneer hij dit aan moslims verkondigde, zouden ze woedend worden en hem vervloeken. Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit vandaag de dag nog steeds het geval is. Een vals persoon zou vernietigd zijn door alle tegenstand, maar de Almachtige God was waarlijk met de Beloofde Messias (as) en steunde hem overal en plaatste liefde voor hem in de harten van mensen van over de hele wereld. De Beloofde Messias (as) zei dat de moslims hun dankbaarheid aan God moesten tonen voor het sturen van deze zegeningen vanuit de hemelen om hen op het juiste moment te redden in plaats van te proberen zich tegen hem te verzetten.

De herleving van de Islam en een grote revolutie

Zijne Heiligheid (aba) ging door met het citeren van de Beloofde Messias (as) die verklaarde dat het leven van de Islam ligt in het aanvaarden van de dood van Jezus (as), en net zoals de Almachtige God sprak tot de vorige profeten, zo zprak Hij ook tot hem, maar dit was puur te danken aan zijn onderdanigheid aan de Heilige Profeet (vzmh). Hij was de weerspiegeling van de Heilige Profeet (vzmh) en kwam vanuit zijn eigen Ummah (volk). Hierdoor werd ook hij gezonden als een profeet van God. De Beloofde Messias (as) verklaarde toen dat, sinds hij door God was aangesteld, er voor zijn ogen een revolutie plaatsvond toen de mensen de shirk (het toekennen van deelgenoten aan God) verlieten waarin ze zo diep in verwikkeld waren en zich tot de eenheid van God keerden. Hij zei dat dit alle mensen bereikt en dat ze op een dag allemaal één zullen zijn.

Verzoek voor gebeden

Zijne Heiligheid (aba) verrichtte een gebed dat alle mensen, in het bijzonder de moslims, in staat worden gesteld de boodschap van de Beloofde Messias (as) te begrijpen en de Beloofde Messias (as) te aanvaarden die was gezonden om het geloof te doen herleven. Hij zei ook dat we moesten bidden voor de Ahmadi’s in Pakistan en Algerije, waar de situatie blijft verslechteren. Zijne Heiligheid (aba) verrichtte een gebed dat alle Ahmadi’s worden beschermd door God de Almachtige, maar dat elke Ahmadi zich ook tot de Almachtige God moet wenden, de rechten van God en de mensheid moet vervullen en een speciale band met Hem moet vormen.

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 5 februari 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Uthman (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij verder zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Uthman (ra) en de wanorde die destijds ontstond.

Zijne Heiligheid (aba) presenteerde citaten van de Tweede Kalief, Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmad (ra), die dit onderwerp in detail adresseerdde. De ordeverstoorders probeerden om Hazrat Uthman (ra) afstand te laten doen van zijn mantel van Khilafat, maar Hazrat Uthman (ra) zei dat dit niet mogelijk was. De rebellen gingen twintig dagen door met deze poging, maar Hazrat Uthman (ra) zei dat hij de mantel die hem door God was geschonken niet kon verwijderen. Hij probeerde met de rebellen te redeneren en adviseerde hen hun pogingen te staken. Maar aangezien ze niet wilden ophouden, zei Hazrat Uthman (ra) dat er een tijd zou komen wanneer hij weg was, waarin dezelfde mensen zich zijn tijd zouden herinneren en zouden wensen dat hij niet zo snel was vertrokken, want ze zouden met grote moeilijkheden worden geconfronteerd. Dit is precies wat later het geval zou zijn.

Het huis van Hazrat Uthman (ra) belegerd

Zijne Heiligheid (aba) zei dat, aangezien de rebellen geen succes hadden, zij na twintig dagen besloten Hazrat Uthman (ra) in zijn huis gevangen te houden en alle toevoerlijnen naar hem af te snijden. Ze hoopten daarbij dat Hazrat Uthman (ra) aan hun eisen zou toegeven. Tegelijkertijd begonnen de rebellen ook andere moslims ontberingen toe te brengen, in zo een mate dat niemand ongewapend hun huis durfde te verlaten uit angst voor hun eigen veiligheid. De rebellen hadden zelfs alle watertoevoer naar Hazrat Uthman (ra) afgesloten en dus stuurde hij een buurman om water voor hem te halen.

Hazrat Ali (ra) waarschuwt de belegeraars

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen Hazrat Ali (ra) hiervan hoorde hij naar het huis van Hazrat Uthman (ra) ging en aan de rebellen, die op dat moment het huis belegerden, uitlegde dat de manieren die ze hadden aangenomen verkeerd waren en dat ze hiermee moesten ophouden. De rebellen antwoordden echter aan Hazrat Ali (ra) door te zeggen dat ze niet zouden toestaan ​​dat zelfs een enkele druppel water Hazrat Uthman (ra) zou bereiken. Toen zelfs Hazrat Umm Habibah (ra), een vrouw van de Heilige Profeet (sa), met wat water probeerde te spreken en redeneren met de rebellen, begonnen zij de ezel aan te vallen waarop ze reed en keerden zich op zo’n manier tegen haar, dat als bepaalde Madinieten niet in de buurt waren geweest om redding te brengen, Hazrat Umm Habibah (ra) misschien vertrapt zou worden door de rebellen. Dit was de wijze waarop de rebellen zelfs de vrouw van de Heilige Profeet (sa) behandelden.

Hazrat A’ishah (ra) bereidt zich voor op de Hajj

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen de moslims dit gedrag zagen, de moslims zich realiseerden dat er geen kans was om met deze rebellen te redeneren. Hazrat A’ishah (ra) was op weg naar de Hajj, toen de moslims haar vroegen om toch te blijven en af te zien van haar reis, want dat zou kunnen helpen bij het oplossen van de wanorde. Echter antwoordde Hazrat Aisha (ra) met de vraag of ze wilden dat zij op dezelfde wijze zou worden behandeld als Hazrat Umm Habiba (ra). Op haar weg naar de Hajj ondernam Hazrat A’ishah (ra) echter een poging en deed iets dat de wanorde had kunnen verminderen, namelijk een van hen uitnodigen om samen met haar naar de Hajj te gaan, maar de rebel wees dit aanbod af.

Hazrat Uthman (ra) stuurt een circulaire naar provinciale gouverneurs

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Uthman (ra) een brief aan moslims schreef waarin hij zei dat er enkelen waren die wanorde onder de moslims wilden creëren. Deze mensen realiseerden zich echter niet dat het God Zelf was die een Kalief aanwijst, zoals Hij heeft beloofd in de Heilige Koran. Bovendien heeft God geboden om vast te houden aan dit touw van Allah, maar deze rebellen negeren dit volledig. Hij zei dat hij de ondergeschikte van de Heilige Profeet (sa) was, en zoals God heeft gezegd in de Heilige Koran, degene die trouw beloofde aan de Heilige Profeet (sa) in feite trouw beloofde aan God. Deze rebellen bleven echter niet trouw aan hun belofte van trouw. Hazrat Uthman (ra) zei dat de rebellen drie eisen aan hem stelden; dat hij op dezelfde manier zou worden berispt voor elke straf die hij iemand had gegeven. Als hij het hier niet mee eens was, zou hij zijn positie van Kalief moeten opgeven. Als hij het hier ook niet mee eens was, dan zouden de rebellen hun mannen sturen en de gemeenschap vertellen te stoppen met gehoorzaam te zijn aan Hazrat Uthman (ra).

Als antwoord op deze eisen zei Hazrat Uthman (ra) dat eerdere Kaliefen nooit werden berispt voor beslissingen die ze namen, maar de rebellen wilden hem wel berispen. Dit betekende enkel dat dit een excuus was om hem te vermoorden. Wat betreft het verlaten van de mantel om de Kalief te zijn zei hij dat ze zijn lichaam konden verminken als ze dat wilden, maar hij zou deze mantel, die hem door God was geschonken, nooit verlaten. Wat de derde kwestie betreft, zei Hazrat Uthman (ra) dat hij nooit iemand dwong om trouw aan hem te beloven. Maar als ze mensen hun eden wilden laten breken, dan zouden ze zelf de gevolgen daarvan op zich afroepen.

De rebellen bekogelden het huis van Hazrat Uthman (ra) met stenen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen alle andere streken faalden, de rebellen probeerden Hazrat Uthman (ra) aan te zetten tot het nemen van wraak waardoor ze een excuus zouden hebben om tegen hem te vechten. Ze gingen zelfs zo ver dat ze midden in de nacht stenen in zijn huis begonnen te gooien, in de hoop dat iemand in zijn huis een steen naar hen terug zou gooien. Dat zou dan een vrijwaring zijn voor hen om te vechten. Echter had Hazrat Uthman (ra) iedereen de opdracht gegeven om zich te onthouden van represailles in welke vorm dan ook.

Toen ze zagen dat de rebellen een excuus zochten om Hazrat Uthman (ra) te vermoorden, verzamelden moslims zich rond zijn huis en hielden de wacht. Echter was Hazrat Uthman (ra) zo onzelfzuchtig dat hij een leger van 3.000 mannen dat was gekomen om hem te beschermen vertelde dat zij hun levens niet in gevaar moeten brengen, aangezien de rebellen alleen een probleem met hem hadden. Hij wist dat de metgezellen en zoveel als mogelijk andere mensen nodig zouden zijn om de boodschap van de islam in eer te houden en te bevorderen, en daarom verlangde hij niet dat zij hun levens in gevaar zouden brengen. Maar alsnog, telkens wanneer moslims langs zijn huis kwamen, deden ze hun plicht om hun Kalief te beschermen. Bovendien begonnen moslims het woord te verspreiden en elkaar aan te moedigen om op te komen voor de bescherming van de islam. Grote legers van moslims begonnen zich voor te bereiden.

Waardige inspanningen van de metgezellen om de wanorde tegen te gaan

Zijne Heiligheid (aba) zei dat toen de rebellen zagen dat de moslims vastberaden waren om hun kalief te beschermen, begonnen de rebellen rebellen zich zorgen te maken om hun eigen bestwil en bedachten dat ze snel zouden moeten handelen in hun poging om Hazrat Uthman (ra) te doden. Zo vielen de rebellen op een nacht het huis van Hazrat Uthman (ra) aan. Er waren een aantal metgezellen buiten zijn huis die dapper verdedigden. Hazrat Uthman (ra) kwam naar buiten met zijn schild en nam die metgezellen mee naar binnen. Hij vertelde hen dat er grotere doelen waren die ze nog moesten vervullen en dat ze dus niet moesten vechten. Toen sommige metgezellen vertrokken in opdracht van Hazrat Uthman (ra), voelden enkele van de seniore metgezellen dat het hoe dan ook hun plicht was om daar te blijven en hun Kalief te beschermen. De rebellen staken vuur aan en brandden de poort aan de voorzijde van het huis af. Toen ze dit zagen, grepen de overgebleven metgezellen hun wapens en gingen naar de rebellen. Hoewel ze met een klein aantal waren, vochten de metgezellen dapper.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij deze incidenten in de toekomst zou blijven belichten.

Zijne Heiligheid (aba) deed opnieuw een oproep voor gebeden voor de Ahmadi’s in Pakistan, die geconfronteerd worden met immer verslechterende omstandigheden.

Gebed voor overledenen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de dodengebed (in afwezigheid) zou leiden van de volgende dienaren: Maulvi Muhammad Najeeb Khan Sahib, Nazir Ahmad Khadim Sahib, Al Hajj Dr Nana Mustafa Boateng Sahib en Ghulam Nabi Sahib

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 12 maart 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Uthman (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij verder zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Uthman (ra).

Amir Mu’awiyyah’s voorstellen aan Hazrat Uthman (ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Uthman (ra) zijn laatste Hajj ongeveer een jaar voor zijn overlijden verrichtte. De rebellen waren toen al begonnen met het creëren van hun wanorde. Amir Mu’awiyyah had Hazrat Uthman (ra) vergezeld en stelde voor dat Hazrat Uthman (ra) met hem naar Syrië zou gaan, aangezien de wanorde aan het toenemen was. Hazrat Uthman (ra) antwoordde dat hij onder geen enkele omstandigheid de nabijheid van de Heilige Profeet (s) zou verlaten. Toen stelde Amir Mu’awiyyah voor dat hij een Syrisch leger zou sturen voor Hazrat Uthman’s (ra) bescherming. Hazrat Uthman (ra) antwoordde dat hij niet zou toestaan ​​dat een dergelijke uitgave zou worden gemaakt uit de financiële kas enkel voor zijn bescherming. Toen antwoordde Amir Mu’awiyyah dat de enige reden waarom deze wanorde kon ontstaan was dat seniore metgezellen aanwezig waren in Medina en de rebellen konden denken dat, nadat ze hadden afgerekend met Hazrat Uthman (ra), een van hen de verantwoordelijkheid zou nemen. Hazrat Uthman (ra) zou ze dus moeten wegsturen en hen over verschillende plaatsen moeten verspreiden. Hazrat Uthman (ra) antwoordde dat hij degenen die de Heilige Profeet (vzmh) had verzameld niet kon verspreiden.

Hierop brak Amir Mu’awiyyah in tranen uit en zei dat Hazrat Uthman (ra) op zijn minst zou moeten aankondigen dat, als er iets met hem zou gebeuren, Amir Mu’awiyyah toestemming had om tot vergelding over te gaan. Hazrat Uthman (ra) antwoordde dat wat er ook bestemd was te gebeuren, zou gebeuren, en hij dat hij geen toestemming had dit te doen.

Hazrat Uthman (ra) vermaant hen die de rebellen wilden aanvallen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat terwijl Hazrat Uthman (ra) door de rebellen in zijn eigen huis gevangen werd gehouden, hij tegen de rebellen die hem gevangen hielden zei dat ze hem niet moesten doden. Hij zei dat als ze dat zouden doen, ze nooit samen zouden kunnen bidden, en dat ze ook nooit verenigd zouden zijn in de strijd tegen de vijand. Hij adviseerde hen om niet te vechten. De rebellen namen de woorden echter niet serieus. En dus bad Hazrat Uthman (ra) tot God, dat God zou noteren welke personen zijn huis hadden belegerd en deze opstand hadden veroorzaakt, en dat God hen dienovereenkomstig zou straffen. Er wordt verhaald dat al degenen die aan deze opstand hadden deelgenomen, uiteindelijk allemaal omkwamen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat op de dag dat het huis van Hazrat Uthman (ra) werd belegerd, enkele metgezellen zich bij zijn huis hadden verzameld en erop stonden dat een groep gelovigen aanwezig zou blijven om Hazrat Uthman (ra) te helpen beschermen tegen de rebellen. Hazrat Uthman (ra) zei echter dat niemand zijn bloed mocht worden vergoten alleen voor hem, noch mocht iemand anders het bloed van anderen vergieten alleen voor hem.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Uthman (ra) op deze manier, tot het einde, de rebellen niet de geringste mogelijkheid gaf om hun gruwelijke daden en het vechten tegen hem en de gelovigen te rechtvaardigen.

De rebelse marteling van Hazrat Uthman (ra)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat, toen de rebellen zagen dat toegewijde Moslims zich hadden verzameld bij de deur van Hazrat Uthman (ra), ze wisten dat het moeilijk zou zijn om zijn huis binnen te komen. Daarop besloten ze het huis van een van de buren binnen te gaan en van daaruit over een muur te klimmen. Toen ze het huis van Hazrat Uthman (ra) binnengingen, troffen ze hem aan terwijl hij de Heilige Koran reciteerde. Hazrat Uthman (ra) wist van tevoren dat dit de dag was waarop hij gemarteld zou worden, en daarom had hij twee mensen aangesteld om de wacht te houden bij de financiële kas, zodat, wat er ook gebeurde, niemand uit de financiële kas kon stelen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat eerst de zoon van Hazrat Abu Bakr (ra) naar voren kwam en Hazrat Uthman (ra) hardhandig aan zijn baard trok. Hierop zei Hazrat Uthman (ra) tegen hem dat als zijn vader (Hazrat Abu Bakr (ra)) had geleefd, hij nooit op deze manier zou hebben gehandeld. Toen hij dit hoorde, ging hij weg en vertrok. De andere rebellen vorderden echter en een van hen sloeg Hazrat Uthman (ra) op het hoofd met een ijzeren staaf, en het bloed begon van zijn hoofd te druppelen. De rebellen schopten zonder enige achting tegen de Heilige Koran die Hazrat Uthman (ra) aan het reciteren was. Het bloed van Hazrat Uthman (ra) viel op het volgende vers:

‘… Allah zal u zeker voldoende zijn tegen hen, want Hij is de Alhorende, de Alwetende.’ (2: 138)

Toen bleven de rebellen hem aanvallen. Ze begonnen met hun zwaarden te slaan. Hazrat Uthman (ra) probeerde zich te verdedigen waardoor zijn hand werd afgesneden. Op dat moment zei Hazrat Uthman (ra) dat dit de hand waarmee voor het eerst de verzen van de Heilige Koran zijn opgeschreven (bij de samenvoeging van de Heilige Koran). Op dat moment kwam de vrouw van Hazrat Uthman (ra) naar voren en ging voor hem staan, maar die rebellen aarzelden niet eens om een ​​vrouw aan te vallen. Bij deze aanval werden haar vingers afgesneden. Daarna bleven ze Hazrat Uthman (ra) aanvallen totdat ze hem martelden. “Voorzeker, wij zijn van Allah en tot Hem zullen wij wederkeren”

Hazrat Uthman’s (ra) onbevreesdheid

Zijne Heiligheid (aba) ging verder met het citeren van de Tweede Kalief (ra) die het incident verhaalde en zei dat, terwijl de rebellen Hazrat Uthman (ra) aanvielen, ze grof taalgebruik gebruikten jegens zijn vrouw, en zelfs verder gingen dan dat door grof taalgebruik te gebruiken jegens Hazrat A’ishah (ra). Maar ondanks dit alles heeft Hazrat Uthman (ra) nooit het martelaarschap gevreesd. Zelfs eerder, toen hij wist dat deze wanorde aan het ontstaan ​​was, ging hij in zijn eentje naar de moskee om te bidden. Zelfs toen hij in zijn eigen huis gevangen zat, gaf hij de metgezellen (ra) de opdracht om terug naar huis te gaan, in plaats van bij hem te blijven om hem te beschermen. Zelfs toen de rebellen zijn huis binnenkwamen, ging hij zonder enige angst door met het reciteren van de Heilige Koran. Toen zelfs de zoon van Hazrat Abu Bakr (ra) naar voren rukte om hem aan te vallen, was hij in staat hem te kalmeren en hem tot rede te brengen. Alle incidenten die tot zijn martelaarschap leidden, laten dus duidelijk zien dat Hazrat Uthman (ra) niet eens de minste vorm van angst had.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat mensen pas na het martelaarschap van Hazrat Uthman (ra) het ware belang van Khilafat begonnen te begrijpen. Zijne Heiligheid (aba) legde vervolgens de buitengewone eigenschappen uit die Hazrat Uthman (ra) bezat. Zijne Heiligheid (aba) legde zijn gewaardeerde rang uit, en dat zelfs de Heilige Profeet (s) hem zeer respecteerde. Bijvoorbeeld, eens lag de Heilige Profeet (sa) en Hazrat Abu Bakr (ra) liep naar binnen, maar de Heilige Profeet (sa) bleef liggen. Toen kwam Hazrat Umar (ra) binnen, maar de Heilige Profeet (vzmh) bleef liggen. Toen kwam Hazrat Uthman (ra) naar binnen, en de Heilige Profeet (vzmh) begon onmiddellijk zijn kleding recht te trekken en zei later dat Hazrat Uthman(ra) een man was die een grote bescheidenheid bezat, en dus deed hij dit omdat hij zijn gevoelens in gedachten hield. Hazrat Uthman (ra) was een van die zes mensen aan wie de Heilige Profeet (sa) de blijde tijding van een verheven status gaf, en hij was een van die tien metgezellen aan wie de Heilige Profeet (sa) de blijde tijding van het paradijs gaf.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij in de toekomst door zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Uthman (ra).

Gebed voor overledenen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij de dodengebed (in afwezigheid) zou leiden van de volgende overledenen: Maulvi Muhammad Idrees Sahib, Amina Nayga Kare Sahib, Noohi Kazak Sahib en Farhat Naseem Sahiba.

Samenvatting van de vrijdagpreek door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (moge Allah zijn Helper zijn) gehouden op 26 februari 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Rechtgeleide Kaliefen – Hazrat Uthman (ra)

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah zei Hazrat Mirza Masroor Ahmad (aba) dat hij door zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Uthman (ra).

Zijne Heiligheid (aba) noemde de slag om Sawari die plaatsvond tussen de moslims en de Romeinen. Constantijn zette een leger van 500 schepen op tegen de moslims. Maar uiteindelijk hadden de moslims de overhand. Evenzo benadrukte Zijne Heiligheid (aba) de overwinningen in verschillende regio’s en landen die de moslims in de tijd van Hazrat Uthman (ra) hebben behaald. Dit zijn onder meer plaatsen als Rome, Armenië en Afghanistan.

De boodschap van de islam bereikt het Indiase subcontinent

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de boodschap van de islam ook het Indiase subcontinent bereikte in de tijd van Hazrat Uthman (ra) . Er is overgeleverd dat Hazrat Uthman (ra) legers naar Mukran en Sindh stuurde, waar de moslims de boodschap van de islam konden verspreiden. Evenzo werd een gezant gestuurd naar wat nu Balochistan in Pakistan is, waar de tegenstanders van de islam werden verslagen. Evenzo werd de boodschap van de islam verspreid naar Kabul, waarvan historici zeggen dat het in die tijd ook deel uitmaakte van het Indiase subcontinent.

Verdeeldheid voorspeld door de Heilige Profeet (sa)

Zijne Heiligheid (aba) zei dat de Heilige Profeet (sa) het feit had voorspeld dat er oppositie zou zijn tegen Hazrat Uthman (ra). De Heilige Profeet (vzmh) zei tegen Hazrat Uthman (ra) dat het zou kunnen zijn dat God hem op een dag een mantel zou schenken om te dragen, en er zouden mensen zijn die zouden willen dat hij het mantel uitdoet. Echter, de Heilige Profeet (vzmh) zei dat als de huichelaars probeerden Hazrat Uthman (ra) deze mantel, die hem door God was gegeven, af te doen, hij die niet moest afdoen. Volgens een andere verhaling vermeldde de Profeet (sa) over een wanorde die spoedig zou ontstaan. Op dat moment liep er een man met bedekte kleding langs. De Profeet (sa) dat wanneer deze wanorde zou ontstaan, zou die persoon zich op het recht geleide pad bevinden.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat tijdens de dagen van zijn ziekte de Heilige Profeet (sa) Hazrat Uthman (ra) riep. Zij zaten alleen en de Heilige Profeet (sa) sprak tot hem. Er is overgeleverd dat toen de Heilige Profeet (sa) tot hem sprak, de kleur in zijn gezicht veranderde. Later, op Yaumud Dar (de dag waarop Hazrat Uthman (ra) werd gemarteld) zei Hazrat Uthman (ra) dat de Heilige Profeet (sa) hem had voorspeld en gewaarschuwd over wat er ging gebeuren.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat het in de tijd van Hazrat Uthman (ra) was dat wanorde onder de moslims begon te ontstaan. Zijne Heiligheid (aba) citeerde de Tweede Kalief (ra), die zei dat sommigen ofwel Hazrat Uthman (ra) ofwel Hazrat Ali (ra) de schuld gaven als de reden van deze wanorde, maar Zijne Heiligheid (aba)  legde uit dat een dergelijke claim volkomen onjuist is, want beiden waren grote dienaren van de islam en hadden zulke hoogten van spiritualiteit bereikt dat ze geen enkele daad konden begaan die in tegenspraak zou zijn met de leerstellingen van de islam.

Bovendien waren de eerste 6 jaar van het kalifaat van Hazrat Uthman (ra) een periode van grote vrede. Hij was ontzagwekkend en onder iedereen enorm gerespecteerd vanwege de grote diensten die hij voor de islam leverde. Hazrat Uthman (ra) stond ook bekend als iemand die de rechten vervulde die aan anderen verschuldigd waren.

Verspreiding van onheil

Er was een groep mensen die valse dingen over de metgezellen van de Heilige Profeet (sa) verspreidden. Ze gingen de mensen rond en uitten hun klachten aan iedereen die wilde luisteren. Langzaam begon deze groep te groeien en werd gemakkelijk beïnvloed omdat ze in de val zouden lopen zodra ze de islam accepteerden en hun geloof zwak bleek te zijn. Bovendien hadden ze nooit de Heilige Profeet (sa) of zelfs zijn seniore metgezellen (ra) ontmoet of enige tijd met hen doorgebracht, derhalve waren ze gemakkelijk te beïnvloeden. Degenen die deze valsheden verspreidden, waren onder meer een aantal van het Joodse volk en ook de minder geleerde moslims.

Barmhartigheid en wijsheid van Hazrat Uthman (ra)

Gedurende de tijd van Hazrat Uthman (ra) broeide deze wanorde op, maar zelfs de daders van de stoornis accepteerden het feit dat ze deze wanorde niet openlijk zouden kunnen verspreiden terwijl Hazrat Oethman (ra) aan de macht was. Hazrat Uthman (ra) rzamelde deze bewuste mensen evenals de metgezellen (ra). Op dat moment begonnen degenen die deze wanorde waren gestart om vergeving te vragen van Hazrat Uthman (ra). De Metgezellen (ra) zeiden echter dat het zelfs toegestaan ​​zou zijn om degenen te doden die deze wanorde aan het veroorzaken waren. Echter, Hazrat Uthman (ra) zei dat hij hun verontschuldigingen zoud aanvaarden en dat er geen reden was om een dergelijke actie te ondernemen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat Hazrat Uthman (ra) de verschillende beschuldigingen die tegen hem werden gemaakt door de huichelaars verhelderde. Er was bijvoorbeeld een bewering dat Hazrat Uthman (ra) tijdens het reizen zijn gebeden niet zou verkorten zoals geïnstrueerd door de Heilige Profeet (vzmh). Hazrat Uthman (ra) verhelderde dat dit maar één keer plaatsvond toen hij naar Mina reisde, en hij hoefde zijn gebed daar niet in te korten omdat hij daar eigendommen bezat, en zijn schoonfamilie woonde ook in Mina. Bovendien was een andere aantijging dat hij jongeren op hoge posities zou benoemen. Hij verduidelijkte echter dat hij alleen degenen benoemde die een hoge mate van vroomheid bezaten en de capaciteit hadden om de verantwoordelijkheid van de gegeven positie op zich te nemen.

Alsnog stonden de Metgezellen (ra) erop dat de mensen die verantwoordelijk waren voor de wanorde zouden worden gedood, maar Hazrat Uthman (ra) zei resoluut dat een dergelijke actie niet zou moeten worden ondernomen, want hij hoopte op de hervorming van die mensen. Dit was het niveau van barmhartigheid getoond door Hazrat Uthman (ra). Helaas deed de getoonde vergeving en barmhartigheid niets bij de huichelaars, en in plaats nam hun onenigheid en de wanorde toe.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij in de toekomst door zou gaan met het belichten van incidenten uit het leven van Hazrat Uthman (ra).

Gebed voor overledenen

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij het dodengebed (in afwezigheid) zou leiden van de volgende dienaren: Abdul Qadir Sahib, Akbar Ali Sahib, Khalid Mahmood-ul-Hassan Bhatti Sahib en Mubarak Ahmad Tahir Sahib.

Vrijdagpreek van 15 januari 2021 | ‘Mannen van excellentie: Hazrat Ali(ra); Lancering van MTA Ghana.’

Samenvatting uit de vrijdagpreek gehouden door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (Moge Allah zijn Helper zijn) op 15 Januari 2021.

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering. 

Rechtgeleide Khulafa (Kaliefen) – Hazrat Alira en de lancering van MTA Ghana

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah, zei Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmadaba, dat hij in deze vrijdagpreek verder zal gaan met het belichten van de incidenten uit het leven van Hazrat Alira.

Hazrat Ali’sra Liefde voor God

Zijne Heiligheidaba vertelde over een incident waarin Hazrat Husseinra zijn vader Hazrat Alira vroeg of hij van hem hield, waarop Hazrat Alira antwoordde dat hij dat deed. Hazrat Husseinra vroeg toen of Hazrat Alira van God hield, waarop hij antwoordde dat hij dat ook deed. Hazrat Hussainra vroeg zich af of dit dan niet als Shirk [deelgenoten aan God toekennen] zou kunnen worden beschouwd? Hazrat Alira antwoordde dat dit geen Shirk was, want als hij zou moeten kiezen tussen de liefde voor God en de liefde voor zijn zoon dan zou hij kiezen voor de liefde voor God.

Zijne Heiligheidaba vertelde over een incident waarin Hazrat Alira eens een van zijn werknemers tot zich riep en de werknemer niet reageerde. Hij riep enkele keren, maar kreeg geen alsnog antwoord terug. Later zag hij de werknemer langslopen en vroeg hem waarom hij niet had gereageerd. De werknemer antwoordde door te zeggen dat hij wist dat Hazrat Alira vriendelijk was en hem niet zou straffen, maar hem met vriendelijkheid en mededogen zou bejegenen. Hazrat Alira vond dit antwoord zo mooi dat hij hem bevrijdde.

Zijne Heiligheidaba zei dat Hazrat Alira eens langs zijn zonen kwam terwijl iemand hen de Heilige Koran onderwees. Toen hij langskwam, hoorde hij dat hun werd geleerd om ‘Khatimun Nabiyyin’ te zeggen in plaats van ‘Khatamun Nabiyyin’ [Zegel van de profeten]. Hazrat Alira zei dat hoewel er andere dialecten kunnen zijn (andere variaties waarop ‘Khatam’ uitgesproken kan worden), het zeggen van Khatimun Nabiyyin (ook kan betekenen) dat het degene zou zijn die het profeetschap beëindigde, terwijl Khatamun Nabiyyin (primair) het zegel van profeten betekent, en dat is de juiste uitspraak en betekenis.

Verlangen om de geboden van de Heilige Koran te vervullen

Zijne Heiligheidaba zei dat er in de Koran een gebod is dat men aalmoezen moet geven voordat men de Heilige Profeets over een bepaalde kwestie raadpleegt. Hazrat Alira had de Heilige Profeets niet geraadpleegd over enige kwestie vóór de openbaring van dit gebod, maar nadat het gebod werd geopenbaard, ging hij naar de Heilige Profeets, gaf aalmoezen en zei dat hij de Heilige Profeets wilde raadplegen over een kwestie. Dus nam de Heilige Profeets hem aan de kant en sprak met hem. Later vroeg iemand aan Hazrat Alira waarover hij de Heilige Profeets had geraadpleegd. Hazrat Alira antwoordde en zei dat er in feite geen specifieke kwestie was, hij wilde alleen dit gebod van de Heilige Koran dat instrueert om aalmoezen te geven voordat de Heilige Profeets geraadpleegd wordt in praktijk brengen en vervullen.

Zijne Heiligheidaba zei dat dit de manier was waarop de metgezellen trachtten de geboden van de Heilige Koran te vervullen. Er was een metgezel die het Korangebod had willen vervullen, waarin vermeldt staat dat als u naar iemands huis gaat en ze u niet binnenlaten, u op een vrolijke manier weg moet gaan. Hazrat Alira zei echter dat niemand hem ooit de toegang weigerde wanneer hij bij iemand op bezoek ging. Zijne Heiligheidaba zei dat dit de manieren waren van de metgezellen. Als iemand tegenwoordig zou zeggen dat ze het druk hebben en het bezoek weigeren, dan zal de ander het erg vinden en zich beledigd voelen.

Zijne Heiligheidaba zei dat de Heilige Profeets eens advies gaf aan Hazrat Alira, dat als hij zelfs maar één persoon naar het juist pad zou leiden, het beter zou zijn dan een gebied tussen twee bergen gevuld met schapen te hebben (een uiterst waardevol bezit).

Zijne Heiligheidaba zei dat de Heilige Profeets eens zei dat iedereen die van Hazrat Alira hield, van de Heilige Profeets hield, en dat iedereen die van de Heilige Profeetsa hield, van Allah hield; en iedereen die vijandschap had jegens Hazrat Alira, vijandschap had jegens de Heilige Profeets, en iedereen die vijandschap had met de Heilige Profeets vijandschap met Allah had. De Heilige Profeets zei ook dat alleen ware gelovigen van Hazrat Alira zouden houden, terwijl de hypocrieten vijandschap tegen hem zouden hebben.

Hazrat Ali’sra verlangen naar rechtvaardigheid en onpartijdigheid

Zijne Heiligheidaba zei dat Hazrat Alira altijd betrouwbare mensen zou benoemen op gezaghebbende functies. Als hij echter ooit hoorde van de oneerlijkheid van een bepaalde persoon, dan zou hij hem een brief schrijven met verzen uit de Heilige Koran die betrekking hebben op rechtvaardigheid en onpartijdigheid.

Zijne Heiligheidaba vertelde over een incident toen Hazrat Alira door een markt liep, en hij iedereen adviseerde die hij ontmoette om altijd de waarheid te spreken, rechtvaardig en onpartijdig te zijn en zaken te doen met volledige transparantie en eerlijkheid.

Zijne Heiligheidaba citeerde Hazrat Mirza Bashiruddin Mahmud Ahmadra die zei dat tijdens het Khilafat (Kalifaat) van Hazrat Abu Bakrra en Hazrat Umarra er minder onrust was die ontstond omdat er meer mensen waren die baat hadden bij het gezelschap van de Heilige Profeets. Maar later in het Khilafat (Kalifaat) van Hazrat Uthmanra en Hazrat Alira was het aantal mensen die in het gezelschap leefden van de Heilige Profeets minder, en als gevolg hiervan nam wanorde toe. Toen iemand Hazrat Alira vroeg waarom er tijdens de tijdperken van de vroegere Khulafa (Kaliefen) minder wanorde was, antwoordde Hazrat Alira door te zeggen dat “tijdens hun Khilafat ze mensen zoals ik onder zich hadden, en tijdens mijn Khilafat, ik mensen onder mij heb zoals u.”

Zijne Heiligheidaba zei dat toen de Romeinse keizer de onenigheid zag tussen Hazrat Alira en Amir Mu’awiyahra, hij een kans zag om de Moslims aan te vallen. Een priester adviseerde de keizer echter dat hij zich moest onthouden van elke vorm van aanval, want zelfs als er verdeeldheid onder de Moslims leek te zijn, zouden ze zich verenigen om zich tegen hem te verdedigen. Toen Hazrat Mu’awiyahra op de hoogte was van de bedoelingen van de Romeinse keizer, schreef hij hem een ​​brief waarin hij zei dat, hoewel er een meningsverschil kan zijn tussen hemzelf en Hazrat Alira, als de Romeinse keizer toch besloot de Moslims aan te vallen, hij de eerste persoon zou zijn die samen met het leger van Hazrat Alira  in de verdediging zou staan.

Nobele kwaliteiten van Hazrat Alira

Zijne Heiligheidaba zei dat Amir Mu’awiyahra eens iemand vroeg om te vertellen over de kwaliteiten van Hazrat Alira. Hij zei dat Hazrat Alira standvastig was en grote kracht had. Hij maakte moedige en rechtvaardige besluiten. Hij was een bron van kennis en wijsheid. Hij had geen verlangen naar materiële zaken, maar hield liever van de eenzaamheid van het nachtelijk gebed. Hij was erg wijs; hij droeg eenvoudige kleren en at eenvoudig voedsel en leefde onder de mensen als een gewoon mens. Hij stond altijd klaar om alle vragen die hem werden gesteld te beantwoorden. Hoewel hij altijd veel medeleven met de mensen toonde en de mensen veel genegenheid voor hem hadden, zouden mensen nog steeds het ontzag voelen voor zijn aanzien. Hij hield van degenen die geestelijk waren en hield de armen dichtbij. Zelfs de grootste machten konden hem niet overtuigen met hun valse verhalen, en zelfs de zwakste zou nooit teleurgesteld zijn in zijn hoge niveau van rechtvaardigheid.

Zijne Heiligheidaba citeerde de Beloofde Messiasas, die over Hazrat Alira zei dat hij rechtvaardig, zuiver en van degenen was die Allah het meest dierbaar zijn. Hij was een leeuw van God en was erg vrijgevig. Hij was buitengewoon dapper in de strijd, zozeer zelfs dat hij nooit van zijn plaats op het slagveld zou weggaan. Hij was ook zeer bekwaam in zijn spraak, en zijn woorden zouden de harten doordringen. Zijn kennis was zo groot dat niemand ooit met hem kon concurreren. Hij adviseerde mensen altijd om de minder bedeelden te helpen en was daar zelf voorbeeldig in. Hij was buitengewoon spiritueel dichtbij tot God de Almachtige.

Zijne Heiligheidaba zei dat hij nu het belichten van de incidenten uit het leven van Hazrat Alira voltooid had.

Lancering van MTA Ghana

Zijne Heiligheidaba zei dat hij na het vrijdaggebed een nieuw televisiekanaal zou lanceren; MTA Ghana.

De Wahab Adam Studio in Ghana werd in 2017 voltooid en genoemd ter ere van wijlen Ameer en Missionaris In-charge, de heer Abdul Wahab Adam. De studio produceert meer dan 60 procent van de huidige programma’s voor de ‘MTA Africa’ kanalen. De studio heeft 17 fulltime medewerkers en ruim 60 vrijwilligers die op de verschillende afdelingen worden opgeleid. De Wahab Adam Studio is een van de meest geavanceerde studio’s in Ghana en heeft enkele van de beste faciliteiten. Diverse mediaorganisaties en omroepen sturen hun personeel naar de studio voor trainingsdoeleinden en om werkervaring op te doen. De studio heeft veel LIVE programma’s geproduceerd, waaronder de eerste Afrikaanse Koranwedstrijd, Ramadan- programma’s en vele andere.

Er wordt nu een nieuw zender gelanceerd onder de naam MTA Ghana. MTA Ghana wordt een nieuwe nationale Tv-zender die 24 uur per dag uitzendt op het digitale platform in Ghana. MTA Ghana kan worden bekeken zonder dat een satellietschotel nodig is en is toegankelijk via een normale antenne. Dit betekent dat Ghanezen gemakkelijk toegang hebben tot de zender. De zender zal zich op dezelfde locatie bevinden als de andere grote reguliere zenders in Ghana en zal toegankelijk zijn voor miljoenen huizen in het land. De belangrijkste dekkingsregio’s zijn Accra, groter Accra, Central Region, Kumasi en omliggende gebieden zoals Tamale en Wa.

Programma’s worden geproduceerd vanuit de Wahab Adam Studio in verschillende talen van Ghana, waaronder Engels, Twi, Ga, Hausa en anderen. De uitzending en planning van de zender zal lokaal worden uitgevoerd vanuit de Wahab Adam Studio via vrijwillgers die behoren tot de Lajna vrouwenorganisatie en andere teams. Er zijn veel programma’s gemaakt om morele training te geven en Ghanezen te onderwijzen in de ware en mooie leerstellingen van de Islam. De toespraken van Huzur-e-Anwar [Zijne Heiligheid] worden in de taal Twi vertaald en de LIVE vrijdagpreek wordt uitgezonden met Twi vertalingen in verschillende missiehuizen. MTA Ghana wordt het enige toegewijde islamitische kanaal op het digitale platform in Ghana.

Oproep voor gebeden

Zijne Heiligheidaba zei dat de tegenstanders van de Gemeenschap onze vooruitgang proberen te belemmeren, maar de Almachtige God nieuwe wegen blijft openen.

Zijne Heiligheidaba deed opnieuw een oproep voor gebeden, voor de Ahmadi’s in Pakistan en Algerije die ten onrechte zijn gevangengezet. Zijne Heiligheidaba zei ook te bidden voor de algemene toestand in Pakistan, moge Allah de Ahmadi’s gemak schenken en de tegenstanders in staat stellen om redelijk te zijn, en als het niet voorbestemd is dat zij redelijk worden, mogen de Ahmadi’s dan uit hun greep worden gered. Zijne Heiligheidaba zei dat de Ahmadi’s in Pakistan speciale nadruk moeten leggen op het de vrijwillige gebeden en het geven van aalmoezen.

(Na het vrijdaggebed heeft Zijne Heiligheidaba MTA Ghana ingehuldigd en stille gebeden geleid)

Voor de Engelse vertaling, zie: https://www.alislam.org/friday-sermon/2020-10-16.html
Voor de Khutba in het Arabisch, zie: https://www.islamahmadiyya.net/cat.asp?id=116
Voor de Khutba in het Urdu, zie: https://www.alislam.org/urdu/khutba/2020-10-16/

                                                                                                                 

Vrijdagpreek van 8 januari 2021 | Financiële opoffering & Waqf-e-Jadid 2021

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Financiële opoffering & Waqf-e-Jadid 2021

Na het reciteren van Tashahhud, Ta’awwudh en Surah al-Fatihah, reciteerde Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmadaba, het volgende vers uit de Heilige Koran:

‘Wie aan Allah het goede deel afstaat, Hij zal het voor hem vele malen vermenigvuldigen en Allah vermindert en vermeerdert en tot Hem zult gij worden teruggebracht.’ [De Heilige Koran, 2:246]

De betekenis van het ‘goede deel (goede lening)’

Zijne Heiligheid (aba) zei toen dat dit vers betrekking heeft op het geven van een lening aan Allah, maar dit betekent niet dat, God het verhoede, God onze wereldse rijkdom nodig heeft. Een andere betekenis van het woord qarz (lening) is goede of slechte beloning. Dus in deze context betekent het vers ‘Wie is diegene die geld uitgeeft voor de zaak van Allah zodat Hij hem ervoor kan belonen?’

Zijne Heiligheid (aba) zei dat er veel gevallen zijn waarin financiële offers worden genoemd in de Heilige Koran. Inderdaad, geld uitgeven voor de zaak van de godsdienst, of geld uitgeven dat ten goede komt aan God Zijn scheppingen, is gelijk aan uitgeven ter wille van Allah. En alles wat voor de zaak van Allah wordt uitgegeven, gaat nooit verloren. Het betreft eerder een soort lening die Allah in veelvoud teruggeeft. Dus, God heeft geen wereldse rijkdommen nodig, maar wanneer Hij het woord ‘goede deel (lening)’ gebruikt, verwijst Hij naar uitgaven voor Zijn zaak, zodat Hij kan teruggeven en belonen door middel van veelvoudige zegeningen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat God bovendien, door de woorden ‘goede deel (goede lening)’ te gebruiken, verwijst naar datgene wat men uitgeeft en offert uit eigen wil, dat God vervolgens veelvuldig teruggeeft. Daarom wordt het woord goede deel (goede lening) gebruikt om aan te geven dat wat men ook uitgeeft voor de zaak van God, er in veelvoud zal worden teruggegeven ten opzichte van men offert. Het betreft hier dus een zegswijze, want leningen moeten worden terugbetaald. Dit concept wordt verder uitgelegd door een ander vers van de Heilige Koran waarin de Almachtige God zegt dat iemand de beloning zal ervaren van zelfs maar een atoomgewicht aan goeds dat hij heeft gedaan. Dus, iemand wordt als antwoord op zijn goede gedragingen en daden beloond door God, vandaar de metafoor van een lening.

Voorbeelden van financiële opofferingen van Ahmadi-moslims

Zijne Heiligheid (aba) zei dat, aangezien het gaat over financiële offers, er geen mensen in de wereld zijn die meer ervaring hebben dan Ahmadi’s. Hun offers zijn enkel om het genoegen van God te bereiken. Ze brengen hun offers niet met de gedachte dat God hun meer wereldse rijkdom zal schenken, maar zijn doen dit uitsluitend ter wille van God. Er zijn zelfs mensen met benarde financiële omstandigheden te maken hebben, maar toch brengen zij financiële opofferingen, met het vertrouwen dat God voor hen en hun behoeften zal zorgdragen.

Zijne Heiligheid (aba) zei dat hij enkele voorbeelden zal geven van degenen die baat hebben gehad bij deze belofte van God; zij die alleen ter wille van God offers brachten, sommigen niet eens overwegend hoe zij zichzelf en hun kinderen zouden kunnen voeden, maar toch droeg Almachtige God zorg voor hun zaken en beloonde hen veelvuldig. Deze voorbeelden, van degenen die het plezier van God zoeken, zijn alleen te vinden binnen de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap.

Zijne Heiligheid (aba) presenteerde verschillende incidenten van over de hele wereld. Een van die incidenten was afkomstig uit Guinee; Zijne Heiligheid (aba) zei dat nadat hij vorig jaar de vrijdagpreek over Waqf-e-Jadid had gehouden, een persoon naar de missionaris ging en hem al het geld gaf dat hij op zak had. De missionaris zei hem dat hij op zijn minst een deel van het bedrag bij zich moest houden voor zijn reis terug naar huis. Hij antwoordde door te zeggen dat Zijne Heiligheid (aba) in de vrijdagpreek de Beloofde Messias (as) citeerde, die zei dat iemand niet zowel de liefde voor God als de liefde voor rijkdom in zijn hart kan hebben, en daarom wilde hij de vruchten plukken van de liefde voor God. Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit de ware geest is van niet alleen opoffering, maar ook de aandacht waarmee men naar de vrijdagpreek moet luisteren, waarvan deze persoon een voorbeeld was.

Zijne Heiligheid (aba) gaf het voorbeeld van een vrouw uit Frankrijk die zei dat ze al geruime tijd op zoek was naar een goede en duurzame baan. Desalniettemin offerde ze haar bijdrage voor Waqf-e-Jadid. Ze vertelt dat ze slechts tien minuten nadat ze dit bedrag had opgeofferd, een telefoont ontving van een grote organisatie dat haar een baan aanbood.

Zijne Heiligheid (aba) merkte op dat mensen zich soms afvragen waarom dergelijke gevallen van beloning en compensatie niet bij hen voorkomen. Zijne Heiligheid (aba) zei dat iedereen vergeving moet zoeken en zichzelf moet analyseren om te bezien of hun intenties op het moment van het brengen van financiële opofferingen alleen waren om het genoegen van God te bereiken. Als er met deze intentie financiële opofferingen worden gebracht, beloont God altijd op de ene dan wel de andere manier; en indien niet onmiddellijk dan wel op een later tijdstip dat Hij passend acht.

Zijne Heiligheid (aba) presenteerde voorbeelden van opofferingen gebracht door jonge studenten in Sierra Leone, vooral nadat Zijne Heiligheid (aba) vorig jaar de gemeenschap in Sierra Leone had aangemoedigd door te zeggen dat ze een groot potentieel hadden. Zijne Heiligheid (aba) presenteerde dergelijke voorbeelden, zoals dat van een jong meisje dat vijftigduizend Leones opofferde met het verzoek om Zijne Heiligheid (aba) te vragen voor haar te bidden. Of het voorbeeld van twee jongeren die werk hadden aangenomen, enkel om het verdiende bedrag als financiële bijdrage te kunnen opofferen. Zijne Heiligheid (aba) zei dat dit ware liefde en waar respect voor Khilafat is, en dit zijn voorbeelden van degenen die luisteren naar de roep van hun Khalifa. Hoewel ze hem misschien nooit hebben ontmoet, lopen ze toch vooraan als het gaat om het opvolgen van de woorden en instructies van de Khalifa.

Zijne Heiligheid (aba) presenteerde een voorbeeld uit Tanzania van een persoon die voor het einde van het jaar herinnerd werd aan financiële bijdragen voor Waqf-e-Jadid. Op dat moment had hij echter geen werk en ook geen geld, maar hij zei dat zijn naam genoteerd moest worden onder degenen die hun volledige belofte hebben volbracht. Slechts twee dagen later vergaarde hij een baan als chauffeur, en al na de eerste werkdag kon hij gemakkelijk zijn volledige belofte voor Waqf-e-Jadid betalen.

Zijne Heiligheid (aba) presenteerde een ander voorbeeld uit de Iringa-regio in Tanzania van een persoon die 600.000 Tanzaniaanse shilling had toegezegd voor Waqf-e-Jadid. Op dat moment had hij echter te maken met benarde financiële omstandigheden en daarom schreef hij een brief aan Zijne Heiligheid (aba) om gebeden te vragen zodat hij zijn belofte zou kunnen nakomen. Zijne Heiligheid (aba) gaf aan dat mensen hem niet alleen schrijven voor persoonlijke zaken, maar ook voor gebeden zodat ze in staat worden gesteld om financiële offers kunnen brengen. Deze persoon zei dat hij zich na het schrijven van deze op zijn gemak voelde dat er op de een of andere manier financiële middelen zouden worden verkregen. Slechts een dag later had hij weer contact met een oude schoolvriend en ze bespraken de mogelijkheden voor een baan. Als gevolg hiervan kreeg deze persoon een contract van 6 miljoen Tanzaniaanse shilling, waarmee hij direct zijn belofte kon nakomen. God schonk hem dus tien keer meer dan hij beloofd had.

Zijne Heiligheid (aba) gaf het voorbeeld van een vrouw uit Australië, die, nadat ze in haar huis was komen wonen, niet eens genoeg geld had om het naar behoren in te richten omdat haar financiële omstandigheden dat niet toelieten. Hiernaast was de huur die ze voor haar huis moest betalen ook erg hoog. Toen het financiële jaar voor Waqf-e-Jadid echter ten einde liep, bood ze het bedrag aan dat ze had beloofd en plaatste daarbij haar volledige vertrouwen in God. Slechts een korte tijd later gaf haar werkgever haar een bonus, die volgens hem alleen aan haar werd toegekend en aan niemand anders. Dit bedrag was het dubbele van wat ze had opgeofferd voor Waqf-e-Jadid.

Zijne Heiligheid (aba) gaf het voorbeeld van een tienjarige jongen uit India, die aardig wat geld had gespaard. Hij besloot dit bedrag aan Waqf-e-Jadid te geven. Er werd hem gevraagd waarom had hij besloten had zijn geld aan Waqf-e-Jadid te schenken, aangezien als kinderen geld sparen ze dit normaal gebruiken om iets voor zichzelf te kopen? De jonge jongen antwoordde door te zeggen dat hij dit deed, omdat dit is wat God, Zijn Boodschapper (sa) en zijn kaliefen ons opdragen te doen. Zijne Heiligheid (aba) gaf aan dat, als dit de mentaliteit van onze jongeren is, welke mogelijke schade kunnen de tegenstanders van Ahmadiyyat ons dan nog toebrengen?

Zijne Heiligheid (aba) presenteerde vele andere voorbeelden van financiële opofferingen van over de hele wereld en de manier waarop de Almachtige God ‘leningen terugbetaalt’. Zijne Heiligheid (aba) bad dat onze Jama’at altijd in staat mag zijn om zulke opofferingen te brengen en zulke zegeningen te zien van God Almachtig.

Aankondiging voor het nieuwe jaar van Waqf-e-Jadid & Rapport van Waqf-e-Jadid 2020

Zijne Heiligheid (aba) kondigde het begin van het nieuwe jaar aan voor Waqf-e-Jadid. Het 63e jaar van Waqf-e-Jadid eindigde op 31 december 2020 en nu is het 64e jaar aangevangen. Met de genade van Allah werd in het voorgaande jaar £10,53 miljoen gecollecteerd onder het stelsel van Waqf-e-Jadid, wat een stijging is van £ 887 duizend ten opzichte van het voorgaande jaar. Zijne Heiligheid (aba) benadrukte de toename en inspanningen van verschillende landen.

De volgorde van de landen qua inzameling is als volgt; het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Pakistan, Canada, de Verenigde Staten van Amerika, India, Australië, een land uit het Midden-Oosten, Indonesië en Ghana. Zijne Heiligheid (aba) zei dat het totale aantal deelnemers dat financiële opofferingen heeft gebracht voor Waqf-e-Jadid 1.452.000 is.

Zijne Heiligheid (aba) bad voor allen die financiële opofferingen brachten.

Verzoek voor gebeden

Zijne Heiligheid (aba) deed opnieuw een oproep voor gebeden voor alle Ahmadi’s in Pakistan, die nog steeds met moeilijkheden moeten doorstaat, evenals de Ahmadi’s in Algerije, vooral voor degenen die ten onrechte gevangen zijn gezet. Zijne Heiligheid (aba) drong erop aan dat Ahmadi’s zich moesten toeleggen op het verrichten van veel aanvullende gebeden en het geven van aalmoezen. Zijne Heiligheid (aba) drong ook aan op gebeden voor de algemene toestand van de hele wereld, die steeds verder verslechteren. Zijne Heiligheid (aba) bad dat God genade moge hebben met de hele mensheid.

Vrijdagpreek van 1 januari 2021 | ‘Martelaarschap van Hazrat Alira; Belangrijke boodschap aan de wereld voor 2021’.

Samenvatting uit de vrijdagpreek gehouden door Hazrat Khalīfa-tul-Masīh V (Moge Allah zijn Helper zijn) op 1 January 2021.

OPMERKING: Deze samenvatting is niet de complete vertegenwoordiging van de oorspronkelijke tekst en dient slechts als een herinnering.

Zijne Heiligheidaba citeerde de Tweede Kaliefra bij het vertellen van de incidenten rond het martelaarschap van Hazrat Alira. Zijne Heiligheidaba zei dat de Khawarij [degenen die de gelofte aan Hazrat Alira hadden verbroken] besloten dat ze Hazrat Alira en Hazrat Mu’awiyah en Hazrat Amr bin ‘Aasra moesten doden. De Khawarij die naar Hazrat Mu’awiyah en Hazrat Amr bin Aasra gingen, waren beide niet succesvol in hun pogingen. De persoon die Hazrat Alira ging doden viel hem aan terwijl hij het gebed leidde en verwondde hem ernstig.

Profetie van de Heilige Profeets over het martelaarschap van Hazrat Alira

Zijne Heiligheidaba zei dat de Heilige Profeets het martelaarschap van Hazrat Alira had voorspeld. De Heilige Profeets zei ooit dat de ergste van de vroegere mensen de persoon was die de kameel van Hazrat Salehra verlamde, en de ergste van de latere mensen zou hij zijn die Hazrat Alira aanviel met zijn speer (dat hoeft niet per definitie een speer te zijn, het kan ook een zwaard impliceren zei Huzooraba). De Heilige Profeets gaf ook aan op welke plek op zijn hoofd Hazrat Alira aangevallen zou worden.

Zijne Heiligheidaba zei dat de persoon die Hazrat Alira wilde vermoorden een man was genaamd Abdur Rahman bin Muljam. In de ochtend voor het Fajr-gebed positioneerde Ibn Muljam zichzelf in de buurt van de plek waar Hazrat Alira vandaan kwam. Terwijl Hazrat Alira op weg ging om het gebed te leiden en de deur uit kwam, riep hij om mensen eraan te herinneren dat het tijd was voor gebed. Het was op dat moment dat Hazrat Alira werd aangevallen en zwaar gewond raakte. Ibn Muljam werd gearresteerd en naar Hazrat Alira gebracht, die zei dat hij goed behandeld en gevoed moest worden, en dat als hij het zou overleven, hij over hem zou oordelen. Hij zei echter dat als hij zou overlijden, Ibn Muljam ook zou worden gedood, zodat de kwestie tussen de twee door God kon worden beslist.

Advies van Hazrat Alira in zijn testament

Zijne Heiligheidaba zei dat Hazrat Alira in zijn testament zijn familie adviseerde dichtbij te blijven, bang voor God en standvastig te blijven. Hij adviseerde dat alle geschillen moesten worden vermeden, omdat hij ooit de Heilige Profeets hoorde zeggen dat het onderhouden en herstellen van wederzijdse relaties belangrijker is dan het vrijwillig bidden en vrijwillig vasten. Zijne Heiligheidaba zei dat dit iets is waarover moet worden nagedacht en dat het buitengewoon belangrijk is, dat onderlinge relaties altijd moeten worden verbeterd. Hazrat Alira adviseerde in zijn testament dat er voor de armen en behoeftigen moet worden gezorgd en dat ze als leden van de samenleving moeten worden opgenomen. Hij adviseerde dat men alleen de Almachtige God moet vrezen. Zijne Heiligheidaba zei dat ook dit erg belangrijk is. Hazrat Alira adviseerde verder om altijd het goede aan te bevelen en het kwade te verbieden; Als u dit niet doet, zullen de verkeerde mensen leiders en heersers worden. Zijne Heiligheidaba zei dat ook dit een ander punt is om over na te denken.

Zijne Heiligheidaba zei dat toen Hazrat Alira gewond raakte, sommige mensen hem gingen bezoeken en hun verdriet uitten over de pijn die hij doormaakte. Hazrat Alira zei dat hij geen verdriet voelde, want het was al voorspeld door De Heilige Profeets dat hij zou worden aangevallen, en er werd zelfs precies verteld waar hij zou worden geraakt.

Zijne Heiligheidaba zei dat toen een andere persoon Hazrat Alira ging bezoeken, Hazrat Alira hem vertelde dat hij spoedig zou vertrekken. Zijn dochter zat vlakbij, en toen ze haar vader dit hoorde zeggen, begon ze te huilen. Hazrat Alira zei haar niet te huilen; hij zei dat als ze kon zien wat hij zag, ze niet zou huilen. Hij zei dat hij engelen en de profeten zag, en ook de Heilige Profeets zag die hem vertelde dat de plaats waar hij naartoe ging veel beter was dan de huidige staat waarin hij zich bevond.

Overlijden van Hazrat Alira

Zijne Heiligheidaba zei dat volgens een overlevering, nadat hij zijn testament had voltooid, Hazrat Alira de groeten van vrede aan iedereen gaf, en daarna zijn geloof in de eenheid van God uitte en het geloof in Zijn Boodschappers, waarna hij stierf. Het is vermeld dat Hazrat Alira stierf op de 27ste dag van de Ramadan in 40 A.H.

Zijne Heiligheidaba zei dat Hazrat Ali’sra begrafenis werd geleid door zijn zoon Hazrat Hasanra. Het is vermeld dat Hazrat Alira enige musk bezat die gezegend was door de Heilige Profeets. Het maakte ook deel uit van zijn wil dat dezelfde muskus vóór zijn begrafenis zou worden aangebracht. Zijne Heiligheidaba presenteerde verschillende overleveringen over de verblijfplaats van Hazrat Ali’sra graf.

Vrouwen en kinderen van Hazrat Alira

Zijne Heiligheidaba zei dat Hazrat Alira acht keer op verschillende tijdstippen trouwde. Een van zijn vrouwen was Hazrat Fatimahra, dochter van de Heilige Profeets, en Umamah bin Abul Aas bin Rabi, die de kleindochter was van de Heilige Profeets. Uit deze meerdere huwelijken kreeg Hazrat Alira meer dan 30 kinderen; 14 jongens en 19 meisjes.

Zegeningen van God over Hazrat Alira Zijne Heiligheidaba zei dat eens De Heilige Profeets een stad van kennis was en Hazrat Alira de poort naar die stad was. Hazrat Alira wordt ook genoemd als één van de moedigste onder alle metgezellen. Vaak als er een gevecht zou beginnen, werd Hazrat Alira aangesteld als de vaandeldrager van de Islam. Terwijl hij de zegeningen van God herinnerde, zei Hazrat Alira eens dat er een tijd was dat hij stenen aan zijn maag vastbond vanwege de hevige honger, maar God hem zegende, zozeer zelfs dat het bedrag dat hij zou willen geven aan aalmoezen veertigduizend dinars was. Zijne Heiligheidaba vertelde een verhaal, waarin de Heilige Profeets eens tegen Hazrat Alira zei dat hij zijn broer en vriend was. De Heilige Profeets had Hazrat Alira ook de blijde tijding gegeven dat hij het Paradijs zou binnengaan. Er staat opgetekend dat De Heilige Profeets eens tegen Hazrat Alira zei, dat God hem een uitstekende kwaliteit had gegeven, namelijk dat hij niet om de materiële dingen van deze wereld gaf, en de mensen die alleen om materiële zaken gaven niets met Hazrat Alira van doen wilden. De Heilige Profeets zei degenen gelukkig waren die Hazrat Alira liefhadden en de waarheid over hen spraken, en zij zouden naast hem in de hemel zijn, en degenen die vijandschap koesteren en liegen over Hazrat Alira onder degenen zouden zijn die in een ellendige toestand zullen zijn in het hiernamaals. Zijne Heiligheidaba zei dat Hazrat Alira de moslims adviseerde dat ze zich moesten ontdoen van persoonlijke passies (ego), en dat de enige passie die ze zouden moeten hebben datgene is dat voor de zaak van God is. Dit werd geïllustreerd door zijn eigen voorbeeld, toen hij tijdens een gevecht vocht tegen een onwankelbare tegenstander. Dit gevecht tussen de twee duurde uren, waarna Hazrat Alira hem uiteindelijk overwon en op het punt stond de genadeslag toe te brengen. Echter, net toen hij op het punt stond de genadeslag toe te brengen, spuugde de tegenstander in Hazrat Ali’sra gezicht waarop Hazrat Alira onmiddellijk wegging. De tegenstander vroeg waarom hij dit had gedaan, waarop Hazrat Alira antwoordde dat hij tot dat moment had gevochten voor de zaak van God, maar sinds hij in zijn gezicht had gespuugd, Hazrat Alira vreesde dat als hij zijn tegenstander hierna doodde dit uit persoonlijke passie (ego) zou zijn voortgekomen. Dus stapte hij weg en doodde hij zijn tegenstander niet. Dit had zo’n diepgaand effect op de tegenstander dat hij de Islam zou accepteren. Zijne Heiligheidaba zei dat dit ware godvrezendheid is. Zijne Heiligheidaba zei dat hij incidenten uit het leven van Hazrat Alira in de toekomst zou blijven benadrukken. 

Een belangrijke boodschap voor het nieuwe jaar

Zijne Heiligheidaba zei dat deze dag het begin van een nieuw jaar markeert en ook de eerste vrijdag is. Zijne Heiligheidaba zei dat we allemaal moeten bidden dat het nieuwe jaar gezegend blijkt te zijn voor onze Gemeenschap en voor de gehele wereld. Mogen wij ons meer dan voorheen voor God blijven wenden en ons neerwerpen, en mogen de wereldse mensen God ook herkennen. Mogen we in staat zijn om de rechten te vervullen die we elkaar en de mensheid in het algemeen verschuldigd zijn. Zijne Heiligheidaba zei dat we het afgelopen jaar een ernstige pandemie hebben doorstaan, waarvan geen enkele plaats ter wereld veilig is. Zijne Heiligheidaba zei dat ondanks dit, velen het feit in beschouwing te willen nemen dat deze pandemie kan zijn ontstaan als een waarschuwing van God om te beginnen met het vervullen van de rechten die we aan God verschuldigd zijn, en de rechten te vervullen die we aan elkaar verschuldigd zijn. Zijne Heiligheidaba zei dat hij een paar maanden geleden brieven naar verschillende wereldleiders stuurde waarin hij hun aandacht vestigde op het feit dat dergelijke rampspoeden ontstaan doordat men God niet in de gaten heeft en door onrechtvaardigheid groeit. Zijne Heiligheidaba zei dat hoewel sommige leiders antwoordden, hun antwoorden beperkt waren tot het wereldse aspect van deze crisis. In hun antwoord ontbrak het aspect van God en het geloof dat Zijne Heiligheidaba had genoemd. Zijne Heiligheidaba zei dat deze leiders geen enkele stap te lijken zetten om hun manier van doen te veranderen, noch willen ze de aandacht van hun mensen vestigen op het ware doel dat zij (de leiders) voor ogen hebben. Dit ondanks het feit dat ze allemaal weten wat er na deze pandemie gaat komen; iets dat iedereen weet. Hun inspanningen zijn echter beperkt tot het wereldse aspect en gaan niet verder dan dat. Deze pandemie heeft niet alleen gevolgen voor de gezondheid van mensen, maar tegelijkertijd wordt iedereen op maatschappelijk niveau getroffen. Wereldse mensen hebben hier maar één oplossing voor, en dat is dat wanneer hun eigen middelen uitgeput raken, ze de middelen van kleinere naties afnemen, waardoor oorlogen zullen uitbreken. Sommigen zeggen zelfs dat oorlogen al zijn begonnen. Als gevolg hiervan zal de wereld in een nog diepere put vallen. Dus voordat de wereld in een dergelijke toestand terechtkomt, moeten we ons steentje bijdragen door de wereld te waarschuwen en te helpen. Zijne Heiligheidaba zei dat het dus alleen goed zal zijn om elkaar te feliciteren met het nieuwe jaar als we ons deel vervullen, namelijk als we de wereld waarschuwen. Om dit te kunnen doen, moeten we eerst onszelf analyseren. Wij, die de Messias van het tijdperk hebben aanvaard, dragen ons steentje bij in het vervullen van de rechten die God toekomen, vervolgens dienen wij ter wille van God, de rechten van Zijn schepselen te vervullen. Elke Ahmadi moet dus nadenken en beseffen dat ze de verantwoordelijkheid hebben om een grote taak te vervullen, waarvan de vervulling vereist dat ze eerst een liefdevolle gemeenschap onder de Ahmadi’s vestigen. Dan moeten we de wereld onder die vlag brengen die werd gehesen door de Heilige Profeets, die van de eenheid van God is. Alleen dan zullen we de belofte van trouw vervullen die we hebben gedaan; alleen dan zullen we in staat zijn om de zegen van de Almachtige God te ontvangen, en alleen dan is het gepast dat we elkaar feliciteren met het aanbreken van een nieuw jaar. Zijne Heiligheidaba zei dat elke Ahmadi man, vrouw en kind dit moet begrijpen en beloven ernaar te streven al hun vermogens en capaciteiten te gebruiken om een revolutionaire verandering in de wereld teweeg te brengen. Zijne Heiligheidaba bad dat elke Ahmadi de mogelijkheid mag krijgen om dit te doen. Zijne Heiligheidaba drong er opnieuw bij de Gemeenschap op aan te blijven bidden voor Ahmadi’s in Pakistan en Algerije, die nog steeds met moeilijkheden te maken hebben. Zijne Heiligheidaba zei dat in Pakistan bepaalde overheidsfunctionarissen en andere geestelijken anderen in toenemende mate verdriet aandoen. Zijne Heiligheidaba bad dat God spoedig zulke mensen ter verantwoording mag roepen die niet over het vermogen beschikken om rechtvaardigheid en vrede te vestigen. (Huzooraba) bad ook dat degenen onder hen die alle grenzen overschrijden en voorbij het punt zijn gekomen dat zij niet meer hervormd kunnen worden dat Allah hen moge stoppen). Moge Allah de obstakels wegnemen die zij blijven opwerpen voor Ahmadi’s in Pakistan. Ze proberen dit allemaal te doen onder wetten die tegen Ahmadi’s zijn opgesteld op basis van valse voorwendselen dat Ahmadi’s de Heilige Profeet (s) onteren. Hun eigen daden zijn echter volledig in strijd met het voorbeeld van de Genade voor de hele mensheid (sa). Ahmadi’s zijn degenen die bereid zijn hun leven op te offeren ter wille van de Heilige Profeet (s). In feite zijn het alleen Ahmadi’s in de wereld die er werkelijk naar streven om de wereld onder de vlag van de Heilige Profeet (s) te brengen. Deze mensen kunnen dergelijke onrechtvaardigheden tegen ons blijven plegen, maar we geloven in een God die de grootste Helper is. Als die hulp zich manifesteert, blijft er niets over van degenen die zulke daden plegen. Zijne Heiligheidaba zei dat een andere rechtbank in Algerije Ahmadi’s heeft vrijgelaten die valselijk werden aangeklaagd, maar er zijn er nog steeds die gevangen zitten. Zijne Heiligheidaba drong er bij de Gemeenschap op aan te bidden voor hen die in Algerije en in Pakistan in gevangenschap zijn. Zijne Heiligheidaba zei dat of het nu het nieuwe jaar of Eid is, ons ware geluk zal zijn wanneer we de vlag van de eenheid van God verrijzen in alle uithoeken van de wereld, waarvoor de Heilige Profeets in deze opdracht werd aangesteld. Ons ware geluk zal zijn wanneer de mensheid de rechten begint te erkennen die we elkaar verschuldigd zijn, wanneer haat verandert in liefde. Zijne Heiligheidaba bad dat we binnenkort zulk geluk mogen zien. Moge de moslim Ummah de Beloofde Messiasas erkennen. Moge de wereld de aandacht van elke natie en elke persoon richten op het vervullen van de rechten die ze aan elkaar verschuldigd zijn. Zijne Heiligheidaba bad dat Allah de Almachtige alle Ahmadi over de gehele wereld in Zijn bescherming moge houden, en moge dit jaar een bron van zegeningen zijn voor elke persoon. Mogen we worden beschermd tegen die tekortkomingen uit het verleden waardoor we misschien het ongenoegen van God hebben opgelopen of waardoor we verstoken zijn gebleven van het verkrijgen van bepaalde zegeningen. Moge Allah Zijn zegeningen over iedereen uitstorten. Ameen.

Voor de Engelse vertaling, zie: https://www.alislam.org/friday-sermon/2020-10-16.html
Voor de Khutba in het Arabisch, zie: https://www.islamahmadiyya.net/cat.asp?id=116
Voor de Khutba in het Urdu, zie: https://www.alislam.org/urdu/khutba/2020-10-16/