Gods behandeling van mensen die hem getrouw zijn

Selectie uit de geschriften van de Beloofde Messias

Voorwaar, Almachtig is de God

Wiens aanbidders niet verloren zullen gaan: zij die met liefde en trouw tot Hem komen. De vijand pocht dat hij hen met zijn kwaad zal vernietigen, en hij die kwade bedoelingen heeft verklaard plechtig hen te zullen vernietigen. Dwaas, zegt God, waagt u het Mij te bestrijden en hem te vernederen die Mij dierbaar is? Voorwaar, op deze aarde kan niets geschieden tenzij dit in de hemel is verordend en geen aardse hand kan zich uitstrekken buiten de sfeer die voor haar in de hemelen is vastgesteld. Zij die kwade en wrede plannen beramen zijn daarom uiterst dwaas, zij die zich tijdens hun afschuwelijke en schaamteloze samenzweringen niet dat Opperwezen herinneren zonder Wiens uitdrukkelijke verordening geen blad mag vallen. Zij blijven daarom zonder succes en hun doelstellingen worden verijdeld. De rechtgeleiden worden door hun kwaad niet geschaad. In plaats hiervan worden de tekenen van God alom duidelijk en het begrip van de mensen van Gods wegen wordt vergroot. Die Almachtige God Die door de ogen ongezien blijft, manifesteert Zich inderdaad door Zijn wonderlijke wegen. (Ruhani Khazain, deel 13: Kitabul-Bariyyah, Muqaddama, blz. 19-20)

God is het licht van de hemelen en de aarde.

Ieder licht dat wordt gezien, hetzij groot of klein, of het tot de zielen behoort of betrekking heeft op lichamen, of het een voorwerp of een doel is, is louter een overvloed van Zijn Genade. Dit is een teken dat er op duidt dat de milddadigheid van Al­lah alles omvat. Hij is de Bron van alle Genade en Hij is de uiteindelijke oorzaak van ieder licht, de Bron van alle zegeningen. Zijn Wezen ondersteunt het heelal en is de toevlucht van allen, hoog en laag. Hij is het Die alles uit de duisternis van het niets voortbracht en alles met de mantel van het zijn bedekte. Geen ander wezen dan Hij bestaat uit zichzelf of is eeuwig; alle andere wezens zijn de ontvangers van Zijn genade. Aarde en hemel, mens en dier, stenen en bomen, zielen en lichamen, alle worden door Zijn Genade onderhouden. (Ruhani Khazain, deel 1: Barahin-e-Ahmadiyya, voetnoot, blz. 191-192)

Alle lof behoort Hem Die de Eeuwigdurende is.

Niemand is Zijn gelijke, noch gelijkt iemand op Hem. Hij blijft voor altijd, de rest is vergankelijk. Het beminnen van anderen dan Hem is louter een fantasie. Hij alleen is het verlangen van mijn hart, ik ken niemand anders. Mijn hart roept uit: Heilig is Hij Die mij in het zicht houdt. Hij voorziet voor allen, Zijn Genade is duidelijk. In Hem ligt onze vertroosting; Hij alleen is ons lief. Zonder Hem kunnen wij niet leven. Al het andere is vals. Gezegend is deze dag. Heilig is Hij die mij in het zicht houdt. (Ruhani Khazain, deel 12: Mahmud ki Amin, blz. 319)

De Goddelijke verschijning

Selectie uit de geschriften van de Beloofde Messias

Hij die niet zonder twijfel is, is ook niet veilig voor straf. Hij wiens lot het is God in deze wereld niet te zien, zal ook in het Hiernamaals de duisternis als lot hebben. God zegt:

“Maar wie blind is geweest in deze wereld, zal blind zijn in het Hierna­maals”. (Koran 17.73) Ruhani Khazain, deel 13: Kitabu-Bariyya, blz. 65

Ik spreek de waarheid en niets dan de waarheid. Als zielen worden begiftigd met een oprecht verlangen te zoeken en de harten dorstig worden naar kennis, dan zal de mensheid verlangen dat Pad en die Weg te ontdekken. Maar hoe kan men toegang hebben tot dat Pad en hoe kan de sluier worden opgelicht? Ik verzeker allen die zoeken dat het alleen de Islam is die blijde tijdingen geeft van de Weg. De andere geloven heb­ben reeds lang de instelling van openbaring van God beëindigd. Weest er dus van verzekerd dat het niet God is Die openbaring heeft afgesloten. Maar het is de mens die om zijn verlies te rechtvaardigen toevlucht zoekt tot dit valse excuus. Beseft ten voile dat aangezien het niet mogelijk is zonder ogen te zien, zonder oren te horen of zonder tongen te spreken, het ook niet mogelijk is om de blik op onze geliefde God te werpen zon­der de hulp van de Heilige Koran. Eens was ik jong. Nu ben ik oud. Maar ik heb niemand gevonden die zonder toegang tot deze zuivere bron, de Koran, te hebben, heeft gedronken uit de beker van zulke duidelijke en heldere leiding. (Ruhani Khazain, deel 1: Barahin-e-Ahmadiyya, blz. 191-192)

Ziet, hoe duidelijk is het Licht van God, Die de uiteindelijke Bron van alle licht is. Het gehele universum wordt een reflecterende spiegel voor de ogen om Hem waar te nemen. De afgelopen nacht raakte ik terwijl ik de maan aanschouwde zo opgewonden. In de schoonheid van de maan waren de sporen van de schoonheid van mijn Geliefde. Onder invloed van die volmaakte Schoonheid verkeert mijn hart in een toestand van opwinding; Noemt mij niet de bevalligheid van de Turk of de Tartaar. O mijn Geliefde! Hoe prachtig is Uw scheppende kracht die zich overal manifesteert. In welke richting ik ook zie, ik zie dat iedere weg naar Uw aanwezigheid leidt. In de bron van de zon is men getuige van de getijden van Uw macht; Ie­dere ster twinkelt met Uw Glorie. Met Uw eigen hand heeft U zout gestrooid over pijnlijke harten hetgeen resulteert in kwellende uitroepen van smachtende minnaars. Niemand kan het uiteindelijke ontwerp van Uw schepping bevatten. Wie kan het web van dit verbijsterende raadsel ontwarren? Het is Uw bekoring die de essentie van iedere schoonheid is. Iedere bloem die bloeit, ontleent haar kleur aan de pracht van Uw eigenschappen. De zachte, in vervoering brengende ogen van allen die met schoonheid zijn begiftigd doen ons U ieder moment herinneren. De schoonheid van Uw gouden lokken wijst in Uw richting. Met welke mysterieuze hoedanigheden hebt Gij ieder deeltje vervuld? Wie kan de omvangrijke verslagen van deze mysteriën doorzien? (Ruhani Khazain, deel 2: Surma-e-Chashme-Arya, blz. 4; uit het gedicht “Een hymne aan God”)

De Eenheid van God is een licht dat het hart alleen verlicht na de ontkenning van alle godheden, of zij tot het innerlijk of tot het uiterlijk behoren. Het dringt ieder deeltje van het wezen van de mens binnen. Hoe kan dit worden verkregen zonder de hulp van God en Zijn Boodschapper. Het is alleen de plicht van de mens om zijn ego te doden en duivelse trots zijn rug te tonen. Hij moet zich er niet op beroemen te zijn grootgebracht in de wieg van kennis, maar hij moet zichzelf beschouwen alsof hij louter een onwetende persoon was en zich bezighouden met smekingen. Dan zal God het licht van Eenheid op hem doen nederdalen en hem nieuw leven geven. (Ruhani Khazain, deel 22: Haqiqatul-Wahi, blz. 148)

Die God (zoals gepresenteerd door de Koran) is een uiterst getrouwe God, Die wonderen verricht voor hen die Hem getrouw blijven. De wereld is er op uit hen (die Hem getrouw zijn) te vernietigen, maar Hij Die met hen bevriend is behoedt hen voor ieder gevaar en schenkt hun de overwinning op ieder terrein. Hoe bijzonder gelukkig is hij die de banden met Hem nooit verbreekt. (Ruhani Khazain, deel 19: Kashti-Nuh, blz. 20)

Herinnering van de Heer

Abu Musa (r) vertelt:

“Eens, toen we op reis waren met de Heilige Profeet (s) begonnen de mensen nogal luid te roepen: ‘Allahu Akbar!’ (God is de Grootste). De Heilige Profeet (s) zei: ‘O mensen, betracht bescheidenheid. U richt u niet tot iemand, die doof is, of afwezig is. U richt u tot de Ene, Die Alhorend, Alom tegenwoordig en reeds met u is’.” (Muslim)

Abu Hurairah (r) vertelt dat de Heilige Profeet (s) zei:

“Aan Allah behoren enkele engelen van hoge rang toe, die altijd op zoek zijn naar mensen die samen komen om Allah te gedenken. Wanneer zij een bijeenkomst vinden, die bezig is met het gedenken van Allah de Almachtige, dan voegen de engelen zich bij hen en spreiden hun vleugels over hen uit en zweven boven elkaar tot de ruimte tussen de aarde en de dichtstbijzijnde hemel met hun aanwezigheid is gevuld.*

Wanneer de mensen uiteen gaan dan vertrekken zij ook, weer opstijgend te hemel.

Dan vraagt de Almachtige (volledig op de hoogte van wat er gebeurde) hen:

‘Waar komen jullie vandaan?’

Zij antwoorden:

‘We komen van enige dienaren van U, die U aan het verheerlijken waren door Uw Grootheid te prijzen, Uw Eenheid te verkondigen, U te verheerlijken en U nederig te smeken.

Dan vraagt de Almachtige:

‘Wat vroegen ze van Mij?’ De engelen zeggen: ‘Ze vroegen U om Uw paradijs.’

Dan informeert Allah:

‘Hebben ze Mijn paradijs gezien?’ De engelen antwoorden: ‘Nee, onze heer, zij hebben Uw paradijs niet gezien.’ ‘En als ze Mijn paradijs hadden gezien!’ roept Allah uit. ‘Ze zoeken ook toevlucht bij U’ vervolgen de engelen.

Allah zegt:

‘Waarvoor zoeken ze bij Mij toevlucht?’ ‘Voor Uw vuur’ antwoorden ze.

Allah vraagt:

‘Hebben ze mijn vuur gezien?’ De engelen antwoorden: ‘Nee, dat hebben ze niet.’ ‘En wat als ze Mijn vuur hadden gezien!’ roept Allah uit. Dan zeggen de engelen: ‘Ze vragen om U vergeving.’ Allah antwoord: ‘Dat heb ik al ingewilligd; en ook heb Ik hun alles toegewezen waarom ze Mij smeekten en Ik heb hun de toevlucht gegeven, die ze bij Mij zochten.’ Dan zeggen de engelen: ‘O, onze Heer, er was iemand onder hen, die buitengewoon zondig was. Hij kwam net voorbij en ik heb een tijdje bij hem gezeten.’ ‘Zelfs hem heb ik vergeven’ zegt Allah. ‘Ze zijn zo gezegend, dat niemand, die toevallig in hun gezelschap is, ongezegend blijft’.” (Muslim)

Gods Eenheid

Gods Eenheid is het geloofspunt waarop de gehele godsdienst van de Islam gebaseerd is.

Dit is het eerste en grootste geloofspunt waar de Islam op gebouwd is. De 112de hoofdstuk (soerah) van de Heilige Koran, genaamd “Gods Eenheid” is hieraan gewijd. Deze soerah, bestaat uit vier verzen en luidt als volgt:

“Zeg: “Allah is de Enige. Allah is zichzelf-genoeg, Eeuwig. Hij verwekte noch werd Hij verwekt. En niemand is Hem in enig opzicht gelijk” (Koran 112:1-5).

Deze soerah wordt door moslims veel in hun gebeden gereciteerd. Het derde vers van deze soerah verwerpt de opvatting dat God een Zoon zou hebben. Deze stelling wordt door de Islam uitdrukkelijk verworpen daar zij in strijd is met het monotheïsme. Bij het aannemen van deze stelling “Zoon van God “ ontstaat veelgodendom.

De Eenheid van God kan men terugvinden door de gehele Koran. Dit wordt steeds opnieuw met nadruk vermeld; het wordt de moslim als het ware in het hart gegrift. Soerah Al-Baqarah vers 256 is een van de schoonste verzen betreffende Gods Eenheid en Volmaaktheid en luidt al volgt:

“Allah! Er is geen God dan Hij, de Levende, de Zelfbestaande. Sluimer, noch slaap overmant Hem. Al wat in de hemelen en wat op aarde is, behoort Hem. Wie kan bij Hem bemiddelen zonder zijn verlof? Hij kent hetgeen voor hen is en achter hen is en zij kunnen niets van Zijn Kennis omvatten, dan wat Hij wil. Zijn troon strekt zich uit over hemelen en aarde en het waken over beide vermoeid Hem niet; Hij is de Verhevene, de Grote”(Koran 2:256).

De geloofsformule die in de Heilige Koran geopenbaard is, waarin de Eenheid van God wordt uitgedrukt, luidt als volgt:

La ilaha ill-allah, wat vertaald kan worden als:

“Er is geen Ilah buiten GOD.”

Indien men echter de betekenis kent van het woord “ilah” (aanbiddenswaardig). Dan weet men, dat het hier niet gaat om een dood dogma. Men zal juist integendeel beseffen, hoe “ La ilaha ill-allah “ leeft voor de moslims. En hierdoor de kern van de Islam gaan begrijpen, dus de Islam zelf.

De betekenis van het woord “ilah” is “voorwerp van verlangen, aanbidding en liefde”. Wanneer dus een moslim de geloofsformule (in het Nederlands: Er is geen “ilah “buiten God) uitspreekt, zegt hij, dat “niemand en niets waardig is begeerd, aanbeden en bemind te worden dan God alleen”

Hieruit blijkt dus, dat in de Islam het verlangen, de aanbidding en de liefde huldeblijken zijn, die alleen aan God bewezen mogen worden; gaat de liefde, het verlangen of de aanbidding van de mens naar iets anders uit dan naar God alleen, dan heeft voor die mens God opgehouden de Enige God te zijn; die mens is dan volgens de Islam, een afgodendienaar.

Het zijn niet alleen de goden van hout of steen die door de mensenhand zijn gemaakt, waartegen de mens gewaarschuwd wordt; ware dit zo, dan had deze formule niet meer bestaan. Slechts de primitieve mens zal zich aan deze vorm van aanbidding overgeven. Zodra de mens echter zijn voet een trede hoger zet, op de trap van geestelijke ontwikkeling, dan ziet hij meteen zijn fout in. Het zijn vooral die goden, die in het hart zetelen, waartegen een moslim moet strijden.

Niet alleen voor het verwilderd, afgodendienend Arabierenvolk werd veertien eeuwen geleden deze formule geopenbaard. Maar juist ook ten behoeve van alle volkeren. Vanaf de minst geestelijk ontwikkelde mens, tot hem, die God heel dichtbij heef benadert. Allen hebben wij te getuigen, dat er geen “ilah” is buiten God, namelijk dat niemand en niets waardig is om begeerd, aanbeden en bemind te worden dan God alleen.

Wellicht zullen sommigen vragen:

“Moet een moslim dan niet zijn medemens, zijn naaste, liefhebben? Moet hij dan niet al wat in zijn vermogen is, bijdragen tot verdrijving van ellende en armoede, tot leniging der smart?”

Het antwoord hierop is, dat het natuurlijk dwaas zou zijn indien men God lief wil hebben en dan alles wat door God geschapen is, en wat aan Hem toe behoord, te verachten of te haten.

Zo mag een moslim van al het goede dat hem hier op aarde geschonken wordt er in mate “dankbaar“ gebruik van maken. Op verschillende plaatsen wordt dit in de Koran vermeld. En steeds wordt daaraan toegevoegd:

“En looft Uw Heer“

voor al het goede dat u ontvangt. Hij dient dus indachtig te zijn, dat hij dit van zijn Heer ontvangt, zelfs voor wat hij zich heeft verschaft door eigen verstand of eigen inspanning, is hij dank aan God verschuldigd, daar Deze hem begiftigde met talent of wilskracht.

Onze medemens dienen we niet om diens wil lief te hebben, maar wij moeten deze mens eerst liefhebben om zijn Schepper en dan zal onze liefde onszelf en onze naaste tot zegen zijn.

Een moslim mag niet slechts wat hij kan bijdragen tot leniging van de smart en armoede, maar hij moet dit doen; het is een uitdrukkelijk gebod, dat men op verschillende plaatsen in de Heilige Koran aantreft. De ware weldadigheid is echter deze die geestelijke zegen afwerpt. Indien een moslim een arme voedt of kleedt, enkel en alleen om deze laatste te voeden of te kleden, zal dit weldoen noch voor hem, noch voor die arme een zegen afwerpen. De weldadigheid die men zijn medemens bewijst, moet echter in de allereerste plaats ontspruiten uit de overheersende drang, God zijn dankbaarheid te tonen voor eigen ontvangen weldaden, voor zijn eigen gezondheid, voor zijn eigen voorspoed. In de tweede plaats moet het hoofddoel van weldadigheid zijn, niet dat de medemens gevoed of gekleed wordt, maar dat voor de ontvangen weldaad ook van die arme een juichtoon zal opstijgen tot Gods troon, dat weer een schepsel Gods Naam verheerlijkt en God looft. Want het is het verheerlijken van Gods Naam, dat het streven van de mens moet zijn. Alle liefde, elke weldaad die men de naaste betoont, moet dus alleen gegeven worden: “God ter eer“. God behoren wij toe, tot God keren we terug.

Bij alles wat wij in dit leven ondernemen, moet dus ook God en de verheerlijking van Zijn Naam ons enige doel zijn. Dus ziet men, dat niet alleen het verlangen en de aanbidding van de moslim aan God gewijd zijn, maar dat ook de liefde van de moslim tegenover zijn naaste ook inderdaad liefde tot God is.

Alle lof behoort Hem Die de Eeuwigdurende is. Niemand is zijn gelijke, noch lijkt iemand op Hem.

Hazrat Mirza Ghulam Ahmed, de Beloofde Messias

Allah

“Die God (zoals gepresenteerd door de Koran) is een uiterst getrouwe God, Die wonderen verricht voor hen die Hem getrouw blijven. (Kashti Nuh, blz. 20, Ruhani Khazain, deel 19)

“Ons paradijs is in onze God. Onze grootse vreugde is in onze God, want wij hebben Hem gezien en in Hem alle schoonheid gevonden. Deze schat is het waard te worden verkregen, zelfs als men hierbij het leven moet laten. Deze robijn is het waard te worden gekocht, zelfs als men zich hierin geheel moet verliezen. O gij die hiervan verstoken zijt, spoedt u naar deze bron, want zij zal uw dorst lessen. Het is de bron des levens die u zal redden. Wat moet ik doen en hoe zal ik dit goede nieuws zich in de harten doen vestigen? Hoe zal ik de aankondiging doen in de straten dat dit uw God is, zodat de mensen mogen horen? Welke medicijn zal ik voor hun oren gebruiken zodat zij zouden luisteren. Als u tot Allah behoort, wees er van verzekerd dat Allah zeker tot u zal behoren” (Kashti Nuh blz.21-22 Ruhani Khazain, deel 19)

 

“Hoor! U die oren heeft om te horen: Wat is het dat Allah van u verlangt? Alleen dit dat u alleen de Zijne wordt en geen gelijke aan Hem opricht, noch hier op aarde, noch in de hemel.

Onze God is de Ene, Die vandaag evenzeer leeft als in het verleden het geval was.

Evenzo spreekt Hij vandaag zoals Hij in het verleden deed; Hij hoort zoals Hij placht te horen. Te denken dat Hij in deze eeuw alleen luistert maar niet spreekt is een nutteloos geloof. Inderdaad, Hij hoort en spreekt. Al Zijn eigenschappen zijn eeuwig en altijddurend. Geen van Zijn eigenschappen zijn ooit opgeschort. Dit zal ook nooit het geval zijn. Hij is hetzelfde Unieke wezen Dat geen deelgenoot heeft; Hij heeft geen zoon en geen echtgenote; en Hij is hetzelfde Eeuwige Wezen Dat weergaloos is en niemand is Hem in enig opzicht gelijk.

Niemand is Hem qua eigenschappen gelijk.

Geen van Zijn krachten tanen ooit. Hij is dichtbij en toch ver, ver en toch dichtbij. Hij is de Hoogste der hogen, toch kan niet worden gezegd dat er nog iemand anders onder Hem is. Hij is in de hemelen, maar men kan niet zeggen dat Hij niet op de aarde is. Hij verenigt in Zich alle meest volmaakte eigenschappen en Hij manifesteert de deugden die waarlijk lofwaardig zijn. Hij is de bron van alle uitmuntendheid; Hij is de Almachtige. Al het goede is van Hem afkomstig en tot Hem keren alle dingen terug.

Alle bezittingen behoren Hem toe. In Hem worden alle voortreffelijkheden verenigd. Hij is vrij van smetten, zonder zwakheid. Hij is uniek in Zijn recht te worden aanbeden door allen die op de aarde verblijven of tot de hemelen behoren.” (Al-Wasiyyat, blz. 309-310, Ruhani Khazain, deel 20)

Waarom is Imam Mahdi nodig?

Het enige doel is de verjonging van de Islam.

Luister er van harte naar wat het werkelijke doel is van mijn opdracht. Het enige doel van mijn komst is slechts de verjonging en de herleving van de Islam. Hieruit moet niet worden begrepen dat ik een nieuwe wet zou onderwijzen of nieuwe geboden zou uitvaardigen, of dat een nieuw boek zou worden geopenbaard. Neen, dit zal nooit gebeuren! Hij die zo denkt is niet godsdien­stig en heeft het volkomen mis. Er zal geen nieuwe wet worden geopenbaard. De Heilige Koran is het laatste boek. Er is geen ruimte voor de verandering van zelfs een jota of een punt.

Het is natuurlijk ook juist dat noch de genade en de zegeningen van de Heilige profeet (s) tot een einde zijn gekomen, noch de vruchten van de leer en de leiding van de Heilige Koran zijn beëindigd. Deze zijn altijd in iedere tijd beschik­baar, prachtig en fris. Allah heeft mij doen opstaan als een bewijs van hun genade en zegeningen. De huidige toestand van verval van de Islam is geen geheim. Unaniem wordt toegegeven dat de Moslims het doel zijn van iedere zwakheid en ten onder­gang lijken te zijn gedoemd. Zij vallen aan alle kanten. Als hun tong met hen is, heeft hun hart hen verlaten.

Islam is als een wees. Allah heeft mij in deze toestand gezonden opdat ik de Islam moet steunen en beschermen. Ik ben overeenkom­stig zijn belofte gezonden. Dit is zo omdat Hij heeft gezegd:

“Waarlijk, Wij hebben deze Vermaning nedergezonden en voorzeker Wij zullen er de Waker over zijn”. (Koran 15:10)

Als hulp en steun niet op dit tijdstip komt, wanneer zal deze dan komen? In deze 14e eeuw is de toestand precies zoals deze was ten tijde van de slag bij Badr, ten aanzien waarvan Allah heeft gezegd:

“En Allah had u reeds bij Badr geholpen, terwijl gij machteloos waart. Neem Allah dus als uw Beschermer, opdat gij dankbaar zult zijn”. (Koran 3:124)

Vandaag in de 14e eeuw is de toestand dezelfde zoals deze was ten tijde van de slag bij Badr, waarover Allah zegt:

” En Allah had u reeds bij Badr geholpen, terwijl gij machteloos waart “.

Dit vers bevat feite­lijk een profetie, nl. dat als de Islam in de 14e eeuw niet stevig, maar zwak zal zijn, Allah dan de Islam overeenkomstig Zijn belofte zal helpen. Waarom verbaast u zich er dan over als Hij de Islam te hulp komt. Het spijt mij niet dat ik “Kazzaab en dadjaal” wordt genoemd en dat ik word beschuldigd. Dit moest zo zijn opdat ik dezelfde behandeling zou ontvangen als de vroegere boodschap­pers, zodat ik ook de gewoonten van het verleden zou deelachtig zijn.(Malfuzat vol.8, Ruhani Khazain no.2, blz. 244-246).

Khilafat en Goddelijke leiding

Hazrat Maulvi Noer-ud-Din zei in zijn toespraak van 27 december 1911:

“Het is alleen door de Genade van God dat ik in staat ben om deze last te dragen. U kunt geen idee hebben van mijn lijden of van de last die op mijn schouders is gelegd”

In de Heilige Qor’aan, hoofdstuk 24:56, lezen wij:

“Allah heeft aan degenen onder u die geloven en goede werken doen beloofd dat Hij hen voorzeker tot stedenhouders op aarde zal aanstellen, zoals Hij degenen die voor hen waren tot stedenhouders maakte, en dat Hij de godsdienst die Hij voor hen gekozen heeft zeker zal bevestigen, en dat Hij hen na hun vrees, vrede en veiligheid zal geven. Mij zullen zij aanbidden en niets met Mij vereenzelvigen, maar wie daarna het geloof verwerpen zullen overtreders zijn”

Hieruit leren we heel duidelijk dat het Islamitische begrip van leiderschap niet alleen wereldse macht inhoudt om zich van zijn taak te kwijten, doch dat het veel meer de goddelijke leiding is die het in staat stelt zijn taak tot succes te brengen. Het boven geciteerde vers beschrijft het juiste begrip van het Islamitische leiderschap in de hoedanigheid van wereldlijke en geestelijke opvolger van de Heilige Profeet v.z.m.h. . Het vers zet ook duidelijk uiteen dat Allah zelf de taak op Zich heeft genomen om khalifa’s aan te stellen of uit te kiezen met behulp van tussenpersonen die deze verkiezing tot stand brengen. Het is geen erfelijk ambt. En Allah belooft tevens dat door middel van deze khalifa’s de godsdienst versterkt zal worden totdat wederom vrede, rust en veiligheid stevig op aarde gevestigd zal zijn.

Slechts het onvoorwaardelijk geloof in de Eenheid van God en hun vast vertouwen in de leiding die God hun zendt zullen de khalifa’s tot steun zijn. De autoriteit die hun van de zijde van het volk, de gemeente, wordt gegeven komt op de tweede plaats. De khalifa’s die op deze wijze geestelijke en wereldlijke macht in zich verenigt, en die door Allah hiertoe uitverkoren en geleid wordt, kan onder geen enkele omstandigheid uit deze macht gezet worden.

De eerste vier opvolgers van Heilige Profeet v.z.m.h. van de Islaam, Hazrat Abu Baker, Hazrat Umar, Hazrat Usman, Hazrat Ali, alsmede de opvolgers van de Beloofde Messias, Hazrat Maulvi Noer-ud-Din, Hazrat Mirza Bashir-ud-Din Mahmud Ahmad, Hazrat Mirza Nasir Ahmad en tegenwoordige khalifa, Hazrat Mirza Tahir Ahmad vallen allen binnen deze wet.

Een groep Moslims vroeg Hazrat Usman af te treden, want volgens hen was hij niet tegen zijn taak opgewassen. Dit was echter zonder resultaat en ook de rebellie tegen Hazrat Ali liep op niets uit. Dit bewijst overduidelijk de goddelijk bescherming van het ambt. In de recente geschiedenis zien we dat in de geschiedenis van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap de rebellie van Khwaja Kamal-ud-Din en Mohammad Ali wel leidde tot een splitsing in de Ahmadiyya Gemeenschap, doch dat de groepering onder leiding van de door Allah aangewezen khalifa tot werkelijk grote bloei kwam, en dat het werk dat Allah tot stand wil brengen alleen door deze groepering tot werkelijke bloei kon komen.

Het is jammer dat het overgrote deel van de Moslims tegenwoordig niet het belang van het khalifaat onderschrijven. Zij denken dat alleen werkelijke leiders van belang zijn. Zij denken dat de Islaam een politiek systeem voorstaat en dat het gebruik van geweld binnen dit systeem in overeenstemming is met de geest van de Islaam. Wij zijn er de getuigen van welke treurige gevolgen deze ideeën voor Moslims in de wereld thans hebben. Op dit wanbegrip de wereld uit te helpen, heeft Allah in Zijn oneindige Genade en Wijsheid Hazrat Mirza Ghulam Ahmad als Mahde en Beloofde Messias onder de Moslims doen opstaan. En Hij heeft hem tevens de middelen verschaft om de wereld de oorspronkelijke glorie van de Islaam te tonen. Zijn opvolgers ,zijn  khalifa’s, tonen ons de ware aard van het khalifaat. Geestelijk leiderschap gaat ver uit boven het leiden van de dagelijkse gebeden of het in audiëntie ontvangen van volgelingen. De Islamitische khalifa is de leider van de gelovigen aanvoerder van getrouwe dienaren van God in alles wat goed is. Hij is de opvolger van de Heilige Profeet v.z.m.h, en als zodanig de vertegenwoordiger van Allah in deze wereld. Hij is geen koning, hij is zelfs gewoon onderdaan, maar hij is iemand die gehoorzaamd moet worden door koningen en presidenten als deze Allah’s zegen over hun werk willen afsmeken. Hij is een mens en dus niet zonder menselijke tekortkomingen. Toch bekleedt hij een ambt en een positie die Allah’s speciale aandacht hebben; want hij is aangesteld om Allah’s wil uit te voeren, de mensheid te dienen en hun zielen te zuiveren, door zijn voorbeeld, gebeden en wijsheid. Daarom kunnen we zeggen dat een ieder die zich tegen de door Allah aangestelde khalifa verzet, zich tegen Allah Zelf opstelt.

De gelovigen moeten onder leiding van de khalifa hun strijd leveren tegen aanvallen van binnenuit of van buitenaf. De khalifa is hun schild. De tenuitvoerlegging van de wet en het in praktijk brengen van hun geloof komt tot de gelovigen door een Profeet of door een khalifa. Deze laatste heeft de taak de gelovigen te inspireren en te leiden, zodat dit uiteindelijk tot het succes van de Islaam zal leiden.

De Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in de Islaam is slechts een kleine gemeenschap, en toch door de zegeningen van Allah en de gezamenlijke inspanning van de volgelingen onder khalifaat hebben de Ahmadi’s iets tot stand gebracht wat de rest van de Moslim gemeenschap niet in staat is geweest tot stand te brengen. Ik doel hier op het tabligwerk (zendingswerk) dat zich tot bijna alle landen van de wereld heeft uitgebreid. Zij zouden dit nooit hebben kunnen volbrengen als zij niet de inspirerende leiding van hun khalifa hadden gehad, en als zij niet de discipline hadden kunnen opbrengen om hem onvoorwaardelijk te gehoorzamen. Deze houding van de leden van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap is het gevolg van hun onwankelbaar geloof in de Ene Almachtige, Alwetende God, Die in oneindige wijsheid alles beheerst. Dit onwankelbaar geloof is het touw van Allah waarmee alle Ahmadi’s samengebonden zijn. Houdt allen tezamen vast aan dit touw van Allah, want alleen hierdoor, door khalifaat, zal de mensheid naar vrede en veiligheid worden geleid.

Ik roep hierbij alle Moslims over de gehele wereld op zich te scharen onder de door Allah aangestelde khalifa en hun verschillen, hun onderling twisten te vergeten voor een groter doel, namelijk de vestiging van de Islaam in de wereld met vredige middelen. Hebt een rotsvast geloof in de Eenheid en Almacht van God. Schaart u onder de leiding van zijn Khalifa.

Profetieën

De aanspraken van Hadrat Mirza Ghulam Ahmad worden overtuigend gevestigd door de Heilige Qur’an, de gezegden van de Heilige Profeetsas, de geschriften van vooraanstaande Moslimgeleerden en de heiligheid en geestelijke kracht van zijn eigen leven en persoon. De beschikbare ruimte voor dit artikel staat ons niet toe om de gehele Hadith te citeren of om een uitgebreid commentaar van relevante teksten te geven, maar hieronder volgt een kort algemeen overzicht van profetieën en tekenen:

PROFETIEEN

1.    Aan het begin van elke eeuw zal een Hervormer (“Moedjaddid”) worden opgewekt (Aboe Daud, Vol. 2, p. 241). Hadrat Ahmad is de enige persoon, die verkondigde de Hervormer van de 14de eeuw van de Hidjra te zijn.

2.    De Beloofde Messias zal “Profeet van Allah” (“Nabiyollah”) worden genoemd.(Moslim, Vol. 2, p. 515).

3.    De Mahdi (” Gids “) en de Messias (” Uitverkorene “) zullen een en dezelfde persoon zijn (Ibn Majah, Vol. 2, p. 257 ).

4.    De tweede komst van Jezus zal zijn in de persoon van een Imaam van onder de Moslims zelf ( Boeghari ,Vol. 2, p 490 ).

5.    De Messias zal het zwijn doden en het Kruis breken (Boeghari, Vol. 2, p. 159 ). Dit betekent dat hij de Moslims zal redden van morele corruptie en dat hij de valse overtuigingen waarop het Christendom was gebaseerd zal onthullen.

6.    De Mahdi zal de religieuze oorlogen afschaffen  (Ibn Hanbal, Masnad, Vol. 2, p. 411).

7.    In de tijd van de komst van de Mahdi zal er een enorme toename van kennis en menging vam volkeren zijn (Tirmidhi).

8.    In die tijd,  zullen nieuwe transportmiddelen in gebruik worden genomen en kamelen zullen overbodig worden (Miskhat-ul-Masabih)

9.    Er zal een verval  zijn in het religieus geloof  en er zal niets van de Islam overblijven dan zijn naam en niets van de Koran behalve zijn tekst (Miskhat-ul-Masabih, p. 38; Kanzul Ummal, Vol. 6, p.43).

10.        De Christelijke Naties zullen de macht hebben in de wereld (Hujajil Karama, Tirimidhi en andere bronnen).

11.        Wanneer de Moslims horen over de verschijning van de Mahdi, zijn ze verplicht om ” “Bai’ah” (de belofte van trouw) te zweren, zelfs als ze hem alleen maar op hun knieen over met sneeuw bedekte bergen kunnen bereiken (Ibn Majah, Kanzul Ummal, Ibn Hanbal) Hij zal dus verschijnen in een land waar sneeuw is.

12.        In die tijd zal er een dubbele  Zon en Maanverduistering zijn in de maand Ramadam Dar Qutni, Sunan, Vol. 8, p. 188, Delhi  Ed ). dit heeft plaats gevonden op respectievelijk de 28ste en de 13 de van de maand Ramadam 1894.

13.        Hij zal 313 metgezellen hebben (Ghayat-ul-Maqsud). Dit aantal was er en hun namen zijn allemaal bewaard gebleven.

14.        Hij zal als tweeling geboren worden  (Ibn Arabi, Sharah Fasus-ul-Hakum). zijn tweeling zuster stierf vlak na zijn geboorte.

15.        Hij zal de leerstellingen van Jezus  weer ter herinering brengen (Heilige Qur’an, 61: 7).

16.        Hij zal aan twee ziekten lijden een in het  bovengedeelte en een in het onder gedeelte  van het lichaam (Tirimidhi, Vol. 2, p.38). Dit waren migraine en suikerziekte

17.        De Hadjj naar Mekka zal  verhinderd zijn (Kanzal-ul-Ummal, vol.6 p. 13). Pelgrims van de Punjab werden niet toegelaten vanwege de pest.

18.        Er zal in die tijd een pest heersen (Ikmal-ud-Din, p. 348en andere bronnen).

19.        De Messias zal verschijnen in het Oosten (Ibn Majah; zie ook de evangelieen) en

20.        Hij zal verschijnen in een plaats genaamd “kada”  (Juwahir-ul-Asrar, p. 56) Dit is de locale uitspraak van Qadian.

21.        Hij zal van Perzische afkomst zijn (Bukhari, 65: 62.1).

22.        Er zullen valse aanspraken gemaakt worden (Bukhari, Fitan; Muslim, Fitan).

23.        De Islam zal drie eeuwen voorspoed hebben, daarna zal het geloof voor duizend jaar naar de hemel opstijgen (Bukhari, Vol. 4 samengevoegd met de Heilige Qur’aan, 86: 2). Dit brengt het begin van zijn herleving naar de 14e eeuw na de Hidjrah.

TEKENEN

1.    Zijn ongeëvenaarde kennis van het Arabisch, de taal van de openbaring van de Qur’an, is een literair wonder van de eerste magnitude. Hij leerde 40 .000 basiswoorden in een enkele nacht en de meest geleerde Arabische schrijvers van zijn tijd konden niet tippen aan zijn boeken.

2.    Vele van zijn gebeden werden door GOD verhoord en duizenden van zijn voorspellingen kwamen uit.

3.    Zijn vijanden waren niet in staat om een van zijn uitdagingen aan te nemen of om zijn leerstellingen te weerleggen.

4.   Zijn leven en missie lopen nauw parallel met dat van Jezus, wiens tweede komst hij vervulde.

5.    Hij genas met de kracht van het gebed ongeneeslijke ziekten. (bijvoorbeeld, een student genaamd Abdul Karim uit Yadgir was gebeten door een hond die leed aan hondsdolheid en ontwikkelde hydrofobie nadat “inoculations” hadden gefaald. Hadrat Ahmad bad voor hem en in de nacht werd hij genezen, Dit is het enigste geval dat voor de medische wetenschap bekend is, waar een patiënt is hersteld na de “onset” van de ziekte).

6.    Hij voorspelde de epidemieën van de pest welke de Punjab en de aangrenzende provincies van India teisterde en 3.000.000 mensen doodde

7.    Hij voorspelde de aardbevingen die in april 1905 en februari 1906 duizenden doden veroorzaakten in de Punjab.

8.    Hij vertelde over nieuwe plagen die nog zouden komen (een van deze was de grote griep epidemie welke aan 20.000.000 mensen het leven kostte na de Eerste Wereldoorlog).

9.   Toen de pest rond Qadian woedde, kondigde hij aan dat niemand onder zijn dak door de ziekte zou sterven en hoewel zijn huis overvol was stierf er zelfs geen rat aan de goddelijke straf.

10.        Vele van zijn vijanden stierven zonder kinderen zoals hij over hen had voorspeld; het bekendste geval is dat van Maulvi Saadullah die nog vijftien jaar na deze voorspelling leefde zonder dat hij een kind had en wiens enige zoon die al voor de voorspelling was geboren vele jaren later ook zonder kinderen stierf.

11.        Hij profeteerde vele wereldgebeurtenissen, zoals de Russisch-Japanse oorlog, de Eerste Wereldoorlog, het tragische einde van de Tsaar van Rusland , de Tweede Wereldoorlog en ook over de Derde Wereldoorlog welke nog komen zal en de uiteindelijke overwinning van de Islam drie eeuwen vanaf toen.

12.        Hij stond bekend als een persoon die nooit iets slechts had gedaan en zijn ergste vijanden konden hem niet van zonde beschuldigen.

13.        Zoals alle ware boodschappers van GOD predikte hij tegen de misleide en irreligieuze praktijken en ideeën van zijn tijd wat tegenstand van uit alle hoeken opwekte.

14.        Zijn komst werd voorafgegaan door astronomische tekenen, waarnaar door Jezus werd verwezen (Mattheus 24: 20, 29, etc.). Het verduisteren van de Zon en de Maan vond plaats op 19 mei 1780, in Noord-Amerika en voor vele dagen in de zomer van 1783 over grote gebieden van Europa, Noord Afrika en Azië. Het vallen van de sterren van de hemel is dat unieke verschijnsel dat werd gezien op 12 en 13 november, 1833, in de Westerse “hemisphere” toen regens van tienduizenden meteorieten Ahmad’s  geboorte  en de Tweede Komst van Christus in zijn persoon aankondigde. De tekenen van de zoon des menschen is de eerder genoemde dubbele verduistering in de Ramadam. Een ander fenomeen is de heldere en wonderbaarlijke” Grote Komeet” van september, 1882.

15.        Zowel de Heilige Qur’an en de Bijbel  vertellen ons dat valse profeten (” profeten” in de zin van het Hebreeuwse en Arabische woord “Nabi”) worden vernietigd. Verscheidene bedriegers stonden op gedurende zijn leven en ontmoetten een miserabel einde. Zulke waren Dr. A.J. Dowie in Amerika en Rahmaan en Ilahi Bakhshh in India. Nog beter bekend zijn Bab in Iran, wiens volgeling Bahaullah de Bahai sekte oprichtte en Mohammad Ahmad uit Dongola, de pseudo Mahdi  uit Soedan; de eerste werd binnen 6 jaar na zijn aanspraak  door een vuurpeloton geëxecuteerd en de tweede stierf binnen 4 jaar aan tyfus.

Vijf grondbeginselen van de Islam

Er zijn vijf grondbeginselen, waarop de Islam rust:

1. De verklaring: Ik getuig, dat er niets bestaat, hetgeen waardig is om aanbeden te worden, naast Allah, en ik getuig, dat Mohammed de boodschapper van Allah is.

2. Het verrichten van het Salaat (Gebeden).

3. Het betalen van Zakat (verplichte aalmoezen).

4. Het vasten in de maand Ramadan.

5. Om een keer in zijn of haar leven op de hadjj (bedevaart) te gaan naar Mekka indien mogelijk.

De eenheid van God is de hoeksteen van de leerstellingen van de islam. Volgens de Heilige Koran onderwezen alle goddelijke profeten hun respectievelijke volkeren in de eenheid van God, en verplichtten hen om Hem alleen te vereren.

Ook Jezus Christus las dezelfde les, toen Satan aan Jezus vroeg om hen te aanbidden, en hij hem antwoordde: “Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: den Heere, uwen God, zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen”.

De woorde, ” Mohammed is de boodschapper van Allah” werden inbegrepen in de verklaring, opdat hij als een volmaakt voorbeeld voor de mensheid in de verering van God en de onderwerping aan Zijn wil kon worden, en ook opdat hij niet, zoals Jezus, Buddha, Krishna, en andere profeten, in weerwil van hun leerstellingen, door zijn volgelingen vergoddelijkt zou worden.

Gebeden en vasten zijn voorgeschreven in bijna alle godsdiensten om de geestetoestand van de mens op hogere peil te brengen. Gebeden evenals het vasten zijn de grondbeginselen om het kwade te vermijden, onwelvoeglijkheden te schuwen, en alle satanische verzoekingen te verwerpen. Ook Jezus Christus zeide: “Maar dit geslacht vaart niet uit, dan door bidden en vasten”.

De Islam heeft meer nadruk op deze twee punten gelegd, dan alle andere godsdiensten. Dagelijks zijn er vijf verplichte gebeden (salaat), hetgeen betekent, dat een Moslim iedere dag vijf maal zijn opwachting moet maken voor zijn schepper en Hem moet vereren.

De wijze, waarop Salaat wordt uitgevoerd, behelsd alle manieren, waarmee de verschillende volkeren volmaakte onderdanigheid, eerbied en eerbetoon symboliseren, zoals door te staan, te buigen, en zich ter aarde te werpen. De gebeden, welke in de Salaat worden gezegd, zijn volmaakt en komen aan alle vereisten van de menselijke natuur tegemoet. De Salaat is een eerbewijs met het lichaam, de tong en het hart, om onze liefde jegens onze Schepper uit te drukken. Een algehele overeenstemming tussen ons hart, onze tong en onze uiterlijke handelingen is daarom van het hoogste belang. Het is duidelijk, dat iemand, die vijfmaal per dag voor zijn Schepper de bekentenis aflegt, dat hij Hem liefheeft, Zijn geboden getrouwelijk nakomt en zich aan Zijn wil onderwerpt, zeker zijn best zal doen om alle soorten van zonden te mijden en plichtsgetrouw jegens zijn God en zijn medemensen te zijn.

De Islam gebiedt elke volwassen Moslim, zij hij Koning of bedelaar, om elk jaar gedurende de maand Ramadan te vasten. Zij, die aan een tijdelijke ziekte lijden en degenen, die reizen gedurende Ramadan, mogen een gelijk aantal dagen gedurende een andere periode in het jaar vasten. Zij, die aan een chronische kwaal lijden, of te oud, dan wel te zwak zijn om te kunnen vasten, zijn geheel en al uitgezonderd. Zij zijn echter verplicht, om als zij het enigszins kunnen bekostigen, om een arme gedurende de vastenmaand te voeden. De tijd van het vasten is vanaf de dageraad tot zonsondergang, gedurende welke tijd de vastende zich onthouden moet van spijs en drank in welke vorm dan ook.Behalve vele andere geestelijke en lichamelijke zegeningen houdt de vastenmaand de volgende lessen in:

1. Alle menselijke wezens, rijk en arm, zijn gelijk in de ogen van God. Zij zijn zonder uitzondering verplicht om de bevelen van de Schepper na te komen en behoren elkander daarom als broeders te beschouwen.

2. Wanneer een rijke door te vasten de kwellingen van de honger aan den lijve ondervindt, doet dit hem aan de armen en de wezen denken, die zelden in de gelegenheid zijn om volop te eten, en hij zal daardoor bewogen worden om hen tenminste in hun noodzakelijkste levensonderhoud te voorzien.

3. Het is duidelijk, dat iemand, die zich op het bevel van God ervan onthoudt om het wettige te nemen, zich terdege in acht zal nemen opdat hij niet iets onwettigs neme. Zodoende bereikt men door te vasten zelfbeheersing, waardoor de wilskracht sterker wordt. Hierin ligt de bron van deugdzaamheid en de macht om zich van het kwade af te wenden. Op deze wijze verheft het vasten degene, die het naleeft, op een hoger geestelijke peil.

Zakat. Het vierde grondbeginsel bestaat uit jaarlijkse belasting, geheven door de Islamitische regering op al het geld, edelstenen, metalen, vee, enz., mits dit voor minstens een jaar in het bezit van de persoon in kwestie is geweest. Het percentage varieert voor de verschillende voorwerpen, waarop de belasting geheven wordt. Voorgeld bijvoorbeeld bedraagt zij 2,5 %, voor landbouwproducten 10 % voor het geval, dat het land zelf niet belastbaar is en niet geïrrigeerd behoeft te worden; in andere gevallen bedraagt zij 5%. De Heilige Profeet van de Islam heeft gezegd: “God heeft de Zakat verplicht gemaakt”. Door dit systeem in te stellen heeft de Islam aan de armen en de behoeftige het recht op een aandeel in de rijkdom van de welgestelde erkend. Het is de plicht van de Moslim Regering om de armen in de onontbeerlijke levensbehoeften te voorzien en om een deel van de Zakat te besteden om hen vooruit te helpen en dit ook te doen door al het mogelijke voor hun vooruitgang aan te wenden.
Het vijfde grondbeginsel is de Hajj, op bedevaart gaan naar Mekka. Het is verplicht alleen voor die Moslims, die in staat zijn om alle onkosten voor de reis en het levensonderhoud voor hun familieleden kunnen betalen die thuis achterblijven. Zij moeten er ook fysiek toe in staat zijn.

Belang van het gebed

Voor een Moslim is het gebed geestelijk voedsel, dat hij noodzakelijk acht verscheidene malen per dag te gebruiken. Het gebed is volgens de Heilige Koran het waarlijke middel van de reiniging, die de enige manier van Gemeenschap is met God. In de Koran staat het volgende:

“Verkondig hetgeen u in het Boek is geopenbaard, en onderhoud uw gebed. Voorwaar, het gebed weerhoudt van ondeugd en kwaad. En Allah gedachtig te zijn is inderdaad bet hoogste. Allah weet wat gij doet.”(29:46)

Er is één belangrijke factor die een ware Moslim noodzakelijkerwijs in herinnering moet houden tijdens het verrichten van zijn gebeden: dat hij zich bevindt in de tegenwoordigheid van God. En hij moet zeker zijn van het feit, dat Hij de gebeden hoort van Zijn trouwe dienaar. Wij lezen in de Koran:

“En wanneer Mijn dienaren u over Mij vragen, zeg dan: ‘Ik ben nabij. Ik verhoor het gebed van de smekeling, wanneer hij MIJ aanroept.’ Daarom moeten zij naar Mij luisteren en in Mij geloven, opdat zij geleid zullen worden.”(2:187)

Behalve de Heilige Koran heeft ook de Heilige Profeet Mohammad (S) op vele manieren de nadruk gelegd op de noodzaak van bet gebed, zoals:

“De eerste en belangrijkste vraag die gesteld zal worden op de Dag des Oordeels, zal zijn betreffende de uitvoering van de gebeden. Hij, die zijn gebeden opzettelijk achterwege laat, is niet langer een Moslim.”

Bij een andere gelegenheid beschreef de Heilige Profeet (s) van de Islam het gebed als de sleutel tot de “Miradj” (de vereniging met, of het opgaan in het Goddelijke Wezen door middel van onophoudelijk opwaartsgerichte vooruitgang) van de gelovige.